De volgende paper probeert een dialoog te vormen tussen twee teksten van Heidegger en Jaspers over het onderwerp van de universiteit. Hun verschillende ideeën en over wat de universiteit is en wat het zou moeten zijn worden met elkaar vergeleken. Vervolgens zal er als case study gekeken worden naar de film Wonder boys (Curtis Hanson, 2000) en Dead Poets Society (Peter Weir, 1989). Hoe komen de universiteiten, docenten en studenten naar voren in de twee films? En welke theorieën en wensen voor de universiteit die uitgesproken worden door Heidegger en Jaspers komen er in de films tot uiting? Uiteindelijk zal er gekeken worden hoe de universiteit tegenwoordig de ideeën van Heidegger en Jaspers lijkt uit te dragen.
Heidegger en Jaspers
De universiteit
Heidegger pleit voor verschillende dingen binnen de universiteit. Dit zijn dingen als universaliteit, eenheid van onderzoek en onderwijs, autonomie, vrijheid en institutionalisme. De universiteit moet ten eerste beginnen autonoom te zijn. Selbstbeharptung wordt gezien als een dominante karakteristiek van de essentie van de universiteit. Bij dit begrip hoort de universiteit zichzelf te vragen wat voor taken het zichzelf voorlegt en op welke manier deze taken volbracht kunnen worden. Zo zal de universiteit worden wat het wil zijn. Het autonoom zijn van een universiteit moet bewaakt worden. Selbstbeharptung moet voortkomen uit het constant kritisch kijken naar het eigen instituut. Er moet ook gekeken worden wat er binnen gehouden wordt en wat er buiten de institutie hoort. Deze stap heet selbst-verwaltung. Een andere stap heet selbstbesinnung, hierbij moeten vragen gesteld worden wat het ideaal van de universiteit is. Door de zelfbezinning vindt de universiteit zijn essentie (470).
Jaspers is het eens met de stelling van Heidegger dat de universiteit moet kijken wat het wil binnen houden en wat het buiten wil houden. De universiteit is een institutie en dit kader is zijn fundering (37). De universiteit bestaat uit drie elementen: professionele training, onderwijs van de hele mens en onderzoek (40). Het is de verantwoordelijkheid van de universiteit dat intellectueel werk wordt gedaan op basis van deze drie principes. Het is belangrijk dat er contact is met uitwisselingsstudenten en gastdocenten uit het buitenland. Wanneer dit niet gebeurd wordt de wereld van de universiteit heel klein en gelimiteerd. Onderzoek binnen de universiteit is belangrijk omdat de docent een levendige relatie met de kennis moet houden en de ontwikkelingen hierin. Een onderzoeker die alleen werkt, kan dit niet zo sterk hebben als iemand die tevens aan de universiteit doceert. Doceren kan het onderzoek stimuleren (44).
Docenten en studenten
Een belangrijk woord uit Heideggers tekst is strijd. Hij wil strijd tussen de docenten en studenten zien. Er hoort een spanningsconstellatie te zijn, deze spanning drijft hen voort. Wanneer er geen spanning zou zijn tussen de docenten en de studenten hebben ze dezelfde belangen en is er dus geen vooruitgang. Het kernwoord van de tekst is handelen. Er is in de wereld een handeling geweest en dat is toen in de Griekse filosofie besloten werd dat de wereld buiten ons staat. Vragen is geen stap naar weten en vervolgens het vergaren van kennis meer, het vragen zelf is de hoogste vorm van kennis, zegt Heidegger. Jaspers zegt dat de docent de student moet leren vragen te stellen. Het gaat niet om de feiten die de student moet leren, maar om iemands oordeel. De student moet de wijde wereld in kunnen gaan en vervolgens zijn eigen mening vormen. Het gaat dus niet zozeer om de feiten die de student uit zijn hoofd moet leren als de waardevolle kennis die hij overhoudt aan zijn studie, maar het vermogen om zelf zinnig te oordelen.
Heidegger zegt dat wetenschap de kracht is die het instituut van de (Duitse) universiteit vormt. Dit is alleen mogelijk wanneer het de docenten en de studenten gegrepen worden en gegrepen blijven door het concept van de wetenschap (478). Hiervoor zijn sterke en gedreven docenten en studenten nodig. Een sterk lichaam van docenten en studenten is alleen mogelijk wanneer de essentie van de universiteit duidelijk is gedefinieerd en ook sterk wordt uitgedragen. Heideggers idee van leiders is dat ze niet voor anderen moeten willen lopen, maar de moed moeten hebben om alleen te lopen. Ze moeten zich geroepen voelen dit te doen, willen ze een ware leider zijn. Dit is zo´n krachtig iets dat het de beste mensen er uit selecteert en zal zorgen voor een gevolg van studenten (Gefolgschaft) met nieuwe ideeën (475). Jaspers idee van “de leider” is dat het iemand is die zich bewust is van zijn eigen beperkingen en die zijn ondergeschikten alle vrijheid geeft om verder te komen dan dat hij ooit heeft gedaan (77). Dit zou dus ook zo moeten zijn bij de docenten die onderwijzen aan de universiteit. Aangezien het belangrijk is dat de studenten door hun studie heen begeleid worden.
Jaspers stelt dat het educatieve systeem verandert samen met culturele ideeën. De sociale structuur van een samenleving wordt gereflecteerd in het schoolsysteem. Niets maakt mensen zo gelijk als dezelfde opleiding. Dit is waarom democratieën openbaar onderwijs hebben. Hij onderscheid drie verschillende basis soorten onderwijs: scholastic instruction, apprenticeship, socratic education. Het eerste houdt in dat de docent zijn kennis overdraagt, maar zelf niet deelneemt in onderzoek. Dit soort kennisoverdracht vindt plaats op middelbare scholen. De tweede soort kennisoverdracht kenmerkt zich door een meester en pupil verhouding. De ene persoon maakt zich ondergeschikt aan de ander. In de derde en laatste soort onderwijs staan de leraar en student op een gelijk niveau. Hier is het belangrijk dat de leraar zich niet opstelt als een autoriteit. De leraar moet de leerling naar zichzelf laten kijken. De leerling neemt niet alles klakkeloos aan van de leraar, maar samen zijn ze opzoek naar de waarheid. Heideggers beeld van een goede docent/student verhouding lijkt een combinatie van de laatste twee basisconcepten te zijn. Zo staat hij voor een duidelijke afsplitsing tussen de docent en student als in apprenticeship. De leider moet alleen lopen en de andere moeten volgen. Hier is het duidelijk dat er een iemand ondergeschikt is aan de ander. Tegelijkertijd hebben de docent en de student er samen de verantwoordelijkheid voor om objectieve wetenschap te bedrijven. Beiden worden geleid. Zowel de volger als de leider. De docent en student van Heidegger moeten gedreven worden door de wetenschap en volgen allebei de leider en het lot.
Heidegger en Jaspers zijn het op de meeste punten met het elkaar eens. Het enige waarin ze echt heel anders staan is het punt waaruit ze schrijven. Heidegger is nog al fascistisch. Dit heeft ook te maken met de tijd waarin hij schrijft. Jaspers daarentegen is pacifistisch.
Wonder Boys
De film Wonder Boys (Curtis Hanson, 2000) gaat over een docent creatief schrijven. Hij is tevens een auteur van romans. Hij heeft één belangrijk werk geschreven tijdens zijn carrière, maar heeft nu al jaren niets meer gepubliceerd. Hij heeft geen writers block in de zin dat hij niet aan een boek kan beginnen, maar bij professor Grady Tripp is het probleem dat hij niet kan stoppen. Zijn leven verandert compleet wanneer hij op avontuur gaat met een jonge getalenteerde student van hem, genaamd James Leer.
De universiteit
De universiteit in Wonder Boys is een afgesloten plek. Dit is te merken aan het feit dat we de studenten en docenten alleen maar met elkaar zien omgaan. De grens tussen binnen en buiten wordt versterkt doordat er allemaal vreemde dingen gebeuren met de hoofdpersonen wanneer ze zich in de buitenwereld bevinden. De universiteit is een plek van balans vergeleken met de chaotische buitenwereld.
De docenten en studenten
De belangrijkste docent is Grady Tripp en de belangrijkste student is James Leer. Grady Tripp schrijft zelf boeken en doet dus een soort “onderzoek” naar het vak dat hij doceert. Een goede docent laat volgens Jaspers de vrijheid aan zijn studenten om verder te gaan dat hij zelf is gegaan. Professor Tripp heeft het hier nog al moeilijk mee. Hij kan zijn eigen tekortkomingen juist niet onder ogen zien. Wanneer blijkt dat Tripps uitgever meer geïnteresseerd is in het manuscript van zijn student James wordt hij jaloers en wil hij het bijna saboteren. Uiteindelijk doet hij dit niet, omdat hij zijn lesje leert. Wanneer hij dit doet kan hij ook zijn eigen boek afschrijven.
Grady Tripps manier van lesgeven is vorm van apprenticeship. Zo hangen sommige van de studenten aan zijn lippen en lijken ze hem te aanbidden als een held. Hannah Green is een student die een kamer bij hem in huis huurt. Zij heeft het bijvoorbeeld altijd over hoe getalenteerd Tripp wel niet is en hoe geweldig het boek is dat hij ooit heeft geschreven. Later in de film lijkt het meer een vorm van socratic education te worden, maar dit is pas wanneer hij zijn eigen tekortkomingen leert te erkennen.
Jaspers schrijft dat er aan de ene kant sprake is van de “Cult van de persoonlijkheid” en aan de andere kant de nadruk op beklemmende en lege organisaties (79). In Wonder boys wordt er op beide nadruk gelegd. Zo is Grady Tripp lichtelijk excentriek. Hij rookt marihuana en heeft vreemde oplossingen voor problemen. Dit allemaal maakt hem een levendig personage. Helemaal wanneer hij vergeleken wordt met de universiteit waaraan hij doceert. Hij steekt af tegen zijn collega’s en het is duidelijk dat ze hem niet meer al te serieus nemen. Het is al te lang geleden dat hij iets heeft gepubliceerd in de ogen van zijn collega’s. Professor Tripp heeft een affaire met Sara Gaskell. Zij is de coördinator van de universiteit. Tegelijkertijd is zij de enige die als een warm personage overkomt. Haar man, Walter, is het hoofd van de Engelse taal afdeling en de baas van Grady Tripp. Hij belichaamt de universiteit. Hij is een heel koud en verbitterd personage en hij is professor Tripps tegenpool. De manier waarop hij en zijn collega’s neerkijken op Tripp is hoe de universiteit verwachtingen van hem heeft op het gebied van productiviteit en hoe dit Tripps productiviteit juist verstikt.
Dead Poets Society
De film Dead Poets Society (Peter Weir, 1989) gaat over Todd Anderson en een aantal van zijn schoolvrienden. Ze zitten op een dure jongensschool, genaamd Welton Academy, in het Amerika van de jaren ´50. Het is een school met een lange traditie achter zich. De school neemt trots in het vormen van jongens tot grote mannen. De Engels professor John Keating lijkt een uitzondering te zijn tussen alle saaie grijze docenten. Hij heeft een excentrieke manier van doceren en steekt hierdoor af tegen zijn collega’s. Keating lijkt buiten het gevestigde schoolsysteem te staan, maar dit blijkt schijn. Hij laat hen kennis maken met het canon van de literatuur en brengt uiteindelijk dus niets vernieuwends. Professor Keating mag dan wel excentriek zijn en een onorthodoxe doceermethode gebruiken, hij wordt alsnog geaccepteerd op zijn school. Dit komt omdat hij uiteindelijk wel de aandacht richt op het canon en niet op afwijkende literatuur. Hij zit dus eigenlijk wel in hetzelfde systeem waarin zijn collega’s zich bevinden.
Professor Keating wil net als Heidegger en Jaspers strijd zien in het klaslokaal. Dit zegt hij letterlijk tegen zijn leerlingen in de eerste les van het jaar. “This is a battle, a war. You will have to learn to think for yourselves”. Tevens laat hij zijn leerlingen de eerste bladzijdes uit hun tekstboek scheuren. Op deze manier probeert hij zijn leerlingen op een socratische manier uit te dagen om hun eigen waarheid te ontdekken en zich niet alles te laten voorkauwen. Zijn leerlingen de vrijheid geven om hun eigen ideeën te vormen lijkt zijn ideaal of dit daadwerkelijk het resultaat is van zijn extreme gedrag is nog maar de vraag. Zo lijkt hij eerder zijn wil en ideeën aan zijn leerlingen op te dringen dan dat hij in een open discussie met hen gaat. Dat professor Keating zijn leerlingen een socratic education wil geven is wel duidelijk, maar of hij hier in slaagt is nog maar de vraag.
Praktijk
In het dialoog tussen Heidegger en Jaspers wordt duidelijk dat zij beide voorstanders zijn van een universiteit waar er een spanning is tussen de docenten en de studenten. De docenten en studenten hebben geen gelijke doelen. Het moet een strijd zijn tussen twee krachten om zo tot de waarheid te komen. De docent is een leider die er voor zorgt dat de student zijn eigen ideeën zal vormen. De docent vormt dus geen autoriteit en is zelfbewust van zijn eigen tekortkomingen. De docent gunt de student verder te gaan dan hijzelf ooit is gekomen. Dit wordt bereikt door een socratische vorm van discussie voeren tussen de twee groepen.
Wanneer ik kijk naar mijn eigen ervaring met de universiteit zie ik soms niet hoe de spanning tussen de docenten en de studenten wordt bevordert. Mijn eigen studie, Media en Cultuur, heeft vaak een tekort aan interactie tussen docent en student. De momenten waarin discussie mogelijk is zijn schaars. In de werkgroepen is er soms mogelijkheid toe, maar in de hoorcolleges is het geheel uit den boze. De massale groep mensen is ongeschikt voor een discussie tussen de deelnemers van het vak. Dit gebrek aan interactie maakt het moeilijk om de stof te doorgronden en er eigen ideeën over te vormen. Door dit gebrek aan discussie tussen de studenten en de studenten met de docent lijkt het soms meer een studie op basis van scholastic instruction dan op een socratic education.
Wanneer ik kijk naar een keuzevakken die ik volg bij Literatuurwetenschappen zie ik dat er veel meer discussiemogelijkheden zijn en dat veel vakken zelfs om dit principe zijn heen gebouwd. De kleinere leslokalen zullen ook meehelpen aan de grotere mogelijkheid tot zinvolle discussie. Toch lijkt het alsof er in het studiegebied van de literatuur meer ruimte wordt gegeven tot discussie. Zo wordt er bij het vak Literatuur en Wetenschap zelfs verwacht dat de studenten digitaal discussie voeren.
Ik denk dat de verschillende studies wel dezelfde ideeën hebben over het soort onderwijs dat er gegeven moet worden op de universiteit. Net als dat ze gelijksoortige ideeën hebben over de verhouding tussen de docenten en de studenten. Het verschil is dat het socratische karakter van de universiteit er bij de Literatuurwetenschappen beter tot zijn recht komt. Wellicht ligt dit aan het karakter van de verschillende media die Media en Cultuur en Literatuurwetenschappen bestuderen.
Wanneer er gekeken wordt naar de plannen van het huidige kabinet met betrekking tot de universiteit, lijkt het steeds moeilijker te worden de ideeën die Heidegger en Jaspers over de ideale universiteit hebben goed uit te voeren. Zo wordt er gesproken over het schrappen van de werkgroepen van verschillende studies. Hierdoor wordt het voeren van discussie zeer beperkt en de interactie tussen docent en student tot een minimum beperkt. Zo wordt het onmogelijk om een socratische doceermethode uit te voeren. De studenten worden op deze manier ook niet uitgedaagd hun eigen ideeën te vormen.
Jaspers stelt dat de sociale structuur van een samenleving wordt weerspiegeld door zijn educatieve systeem. Dit is waarom democratieën een openbaar schoolsysteem hebben. En dat niets mensen zo gelijk maakt als een dezelfde opleiding. Ik denk ook dat het deels licht aan het hebben van gelijke kansen. Het kabinet denkt er aan om het studeren aan de universiteit een stuk duurder te maken. Wanneer de student langer dan vier jaar over zijn Bachelor doet, moet er €3000,- boete betaald worden door de student en ook door de universiteit. Als deze ideeën doorgezet worden dan hebben de docenten minder tijd voor de studenten. Er zal weinig tijd zijn om de essentiële stof over te brengen en al helemaal geen tijd om discussie te voeren. Het studeren wordt ook steeds duurder gemaakt. Het lijkt er op dat studeren iets van de elite zal worden en dit zal de samenleving alleen maar meer opsplitsen. Ik denk dat de toekomst van de universiteit in het gevaar is en dat het uitvoeren van de ideeën van Jaspers en Heidegger steeds moeilijker zal worden.
Bronnen
Dead Poets Society. Reg. Peter Weir. Touchstone Pictures, 1989.
Heidegger, Martin. The Self-Assertion of the German University. 1933.
Jaspers, Karl. The Idea of the University. Beacon Press, Boston: 1959.
Wonder Boys. Reg. Curtis Hanson. Feature Film Productions, 2000.
yvonne 4:58 pm on December 2, 2010 Permalink | Log in to Reply
Hallo Annemarie,
Het is fijn te zien dat er ook na afronding van het vak deelnemers zijn die hier terugkomen, en al helemaal om een nieuw essay te lezen. Je roert ontzettend veel punten aan waarbij ik de behoefte voel om te reageren. Momenteel loop ik o.a. als hulpsint tegen een bekend fenomeen ‘gebrek aan tijd’ aan, maar ik zal me later in de maand in de door jou aangevoerde teksten/links verdiepen en reageren. Mocht het januari worden, dan hoop ik dat de website er nog is en anders vinden we wel een andere manier.
hartelijks, Yvonne
annemarie 2:09 pm on December 10, 2010 Permalink | Log in to Reply
hi Yvonne, dank, misschien kunnen we eea eerder al combineren: volgende week (17/12) heb ik een programma in Perdu dat raakt aan essay hierboven – hoe schrijvers, kunstenaars zich weer vrij maken voor verbindingen en of er een nieuw ervaringsparadigma in de maak is… http://www.perdu.nl/agenda.cfm . misschien heb je zin en tijd om te komen – kunnen we het er ‘live’ over hebben aan de bar. En ja, poezie Cesaire en Oliver kan ik van harte aanbevelen. Leuk, zie uit naar jouw reacties! anders mailen we wel mocht site niet meer online staan. ciao Anne-Marie
yvonne 5:16 pm on December 11, 2010 Permalink | Log in to Reply
Hey hoi, Anne-Marie,
Had het interessante programma voor de 17e gezien, maar zit die avond in het Concertgebouw (Haitink). Ik ben vorig semester bij de avond in Perdu over Vaessens ‘Revanche van de roman’ geweest. Daar sprak Nicoline ook, o.a. over DFW/’Do you feel it too’ (niet zonder emotie!). Césaire was me bekend, Oliver nog niet, gaat op de ‘to read list’.
Ik wens je alvast een mooie/goede Perdu-avond en we bereiken elkaar wel.
Grtz, Yvonne