Open brief aan de Universiteit van Amsterdam
Mijn lieve UvA,
Een onheugelijk feit werd laatst aan mij bekend gemaakt. ‘Onheugelijk’ is een eufenisme, het is een ramp, een kwaadaardige zwelling in het onderwijssysteem. Het feit luidde namelijk dat studieverenigingen, die nu samen worden gepropt in twee kleine kamertjes, respectievelijk 1.11 en 1.12 in het P.C. Hoofthuis, geen eigen kamers zullen krijgen. U zult dit feit niet tegenspreken, wel dat dit een ramp is. U zult misschien zeggen: ‘studieverenigingen zijn niet de eerste prioriteit om ons, al verminderde, onderwijsgeld aan te besteden. De eerste prioriteit van ons, als universiteit, is het overbrengen van kennis aan studenten en het onderzoek van onze wetenschappers.’ Maar, mijn lieve UvA, u vergeet! Ik zal u duidelijk maken, waarom de studieverenigingen, die nu geen kamer hebben, deze wél zouden moeten krijgen.
Vriendschap, zal het woord zijn waar ik mijn betoog op bouw. Vriendschap, een onbelangrijk woord in het huidige kennisideaal. Maar zien we dat niet al bij Plato, die vindt dat we alle emotie uit de ideale staat moeten verwijderen? Vriendschap, gebouwd op emotie, daar is geen plaats voor. Intellectuele vriendschap, waar Jaspers in zijn tekst The idea of the University, het niet nodig vindt om over uit te wijden (62), is juist zó belangrijk. De vriendschap tussen collega’s, die samen discussiëren over de teksten die ze gelezen hebben, over het college dat ze hebben gevolgd; ík vind het wel belangrijk om erover uit te wijden. Want is niet de basis van de (geestes)wetenschap discussie? Is dat dan níet het basisbegrip waar alles op neer komt? Dat we altijd in een dialoog staan met anderen?
Tegenwoordig is individualisme een trend. Maar daarbij zie je een neiging naar elkaar toe. Hyves, Facebook, Twitter: allemaal razend populair, maar individualistisch. Uiteindelijk zit je in je eentje achter de computer en deel je gedachten. Vaak komt ook hier een dialoog van. Maar die dialoog, die is toch heel anders, dan wanneer je in een omgeving met studenten en docenten, kan discussiëren, als vrienden.
Jaspers haalt ook de Socratische dialoog aan (62). Ik denk dat we kunnen vaststellen dat dit een ideaalbeeld is dat nooit gehaald kan worden. Dit komt door de macht, die altijd een rol blijft spelen tussen de docent en student. Maar in een kamer van de studievereniging, waar een gesprek tussen vrienden kan worden gehouden, tussen student en student of tussen student en docent, dáár wordt de macht tot het minimum beperkt. Nu wil ik Plato niet aanhalen, daar hij voornamelijk Socrates laat praten en Adeimantus laat ja-knikken, maar een échte dialoog, een discussie, die kan het best in zo’n kamer.
Ook uit eigen ervaring kan ik u vertellen: het zijn niet de college’s waar ik deze drie jaar van mijn studie het meest geleerd heb, maar de gesprekken met vrienden. In reflectie’s en discussies over teksten. Wilt u nóg een voorbeeld: kijkt u maar eens naar de ‘Romantiek van Jena.’ De prachtigste verhalen en onderzoeken van hun tijd werden in de woongemeenschap in Jena geschreven. Het was the place to be zo rond 1800 voor Duitsland. Het bijeenbrengen van gedachten heeft een ampliferende werking. Discussies alleen kunnen leiden naar die ‘waarheid’ waar u zo graag naartoe streeft. Want zijn de natuurwetenschappers dan ook niet steeds in dialoog met elkaar? Helpen die ook niet elkaar aan ideeën om het plaatje compleet te maken?
Daarom wil ik u zo graag vragen, om ook wat tijd vrij te maken om aan studieverenigingen te denken. Om ook wat plaats vrij te maken, om die dialoog, de discussie, te stimuleren. Om ook wat geld vrij te maken, zodat de investering, de kennis van de student, u later kan terugbetalen met hogere cijfers en daardoor meer subsidie voor u. U ziet, het is een win-win situatie. De student krijgt discussie, en daarmee samenhangend kennis. U krijgt hogere subsidie en een fijnere sfeer in de universiteit.
Geeft u ons alstublieft een eigen kamer voor de studievereniging. Het is voor iedereen beter.
Veel liefs en hartelijkheid,
Thomas van Grol
Bron: Jaspers, Karl. The Idea of the University. Chapter Five: Communication.
sinead 3:12 pm on September 25, 2010 Permalink | Log in to Reply
Thomas,
dit betoog voor een eigen ruimte voor studieverenigingen, een eigen plek om in alle vrijheid te kunnen denken en discussieren onderschrijf ik maar al te graag. Ik denk echter dat er een aantal haken en ogen zitten aan dit idealistische plan, om maar te beginnen bij de praktische uitvoering.
Jaspers schrijft in hoofdstuk 6 van The Idea of the University dat universiteiten instuten zijn waarin het ideaal van de universiteit vorm krijgt en dat dit automatisch impliceert dat er compromissen zijn gedaan omdat geen enkel idee perfect gerealiseerd kan worden (70). De universiteit heeft heel concreet, zoals Jaspers zegt, gebouwen nodig. Gebouwen om onderwijs in te geven, gebouwen om de administratie bij te houden, gebouwen om alle boeken op te bergen en gebouwen om de studenten en docenten mogelijkheid te geven te studeren en onderzoek te doen (70). In deze gebouwen zijn ook de studieverenigingen ondergebracht. In een ideale situatie zou elke vereniging een eigen kamer hebben, waar na de college’s de leden samenkomen om te praten over wat ze zojuist hebben besproken en wat ze daar nu verder van denken. Eén van de compromissen die op de UvA echter heeft moeten sluiten, is dat deze ruimte voor verenigingen er simpelweg niet is. Over de motieven hiervoor kunnen we twisten, voldongen feit is dat er op dit moment geen ruimte is. Het zou waarschijnlijk ontzettend duur zijn om alsnog voor elke vereniging een eigen ruimte te realiseren (en geld is er natuurlijk nooit op de universiteit: een tot op het bot uitgekauwd argument), dus helaas pindakaas: napraten en discussieren doe je maar op eigen initiatief.
Naast dit praktische probleem, een probleem dat met niet al te ingewikkelde middelen op te lossen valt, zie ik een veel groter probleem, en dat is de mentaliteit onder studenten. Hoeveel studenten blijven er na college nog hangen om met elkaar of de docent te praten over de stof? Of om nog een stapje eerder te beginnen: hoeveel studenten participeren actief in een discussie over de stof? Waarom gebeurt dit niet? Zijn mensen bang? Bang dom gevonden te worden? Bang de stof niet goed te begrijpen en dus hun mond maar te houden? Bang om te spreken in het openbaar? Bang de tijd van de werkgroep te verdoen? Actieve, leergierige studenten zijn bij vele vakken helaas nauwelijks meer te bekennen: hoe komt dit? Zou het samen kunnen hangen met de zesjescultuur die ons telkens wordt verweten? Willen wij niet meer leren, maar zo snel mogelijk ons papiertje halen? Is de passie waar Weber over spreekt verdwenen? Of hebben wij het gewoon veel te druk met andere dingen dan studeren om ons druk te maken over de problemen die we tijdens college’s aangereikt krijgen?
Waar de mentaliteit van vandaag de dag vandaan komt, ik weet het niet, maar ik weet wel dat deze veranderd moet worden wanneer je zo’n ideale studieverenigingenkamer wilt hebben als waar jij over spreekt. Want wat heb je aan een kamer, als er niemand op komt dagen? Wat heb je aan een ruimte om vrij te denken en te spreken, wanneer die kamer leeg blijft?
roza 7:03 pm on September 26, 2010 Permalink | Log in to Reply
ik citeer een klein stukje uit je betoog: ‘…Dit komt door de macht, die altijd een rol blijft spelen tussen de docent en student. Maar in een kamer van de studievereniging, waar een gesprek tussen vrienden kan worden gehouden, tussen student en student of tussen student en docent, dáár wordt de macht tot het minimum beperkt….’. Je spreekt van een minimum, maar een relatie die in den beginnen berust op een ongelijke machtsverhouding, kan mijns inziens nimmer meer in de buurt komen van een relatie tussen gelijken, vrienden. Ook jou bijzondere kamer kan daar, helaas, niet veel aan veranderen.
simonevs 12:36 pm on September 29, 2010 Permalink | Log in to Reply
Als we toch een idealistische toon aannemen; trek het dan breder. Ook de studievereniging is een gesloten groep mensen. Bovendien kun je met deze studenten prima vrienden worden en thuis afspreken op je studentenkamer van 8m2 . Een intellectueel dialoog heeft geenzins een basis van vriendschap nodig, eerder een basis van interesse en nieuwsgierigheid.
Ik ben het met je eens dat het dialoog terug moet komen. Echter niet in kamers 112 en 111, maar juist in de collegezaal. Is het niet een verarming dat je moet stellen dat je meer hebt geleerd in gesprek met vrienden dan in college? Een docent hoeft naar mijn mening absoluut geen vriend/precieze gelijke te zijn om een inspirerende rol aan te nemen. Juist het leiderschap waar zowel Jaspers als Heidegger het over hebben, is van belang. Wat leert men immers van gelijkgestemden, behalve de confirmatie van het eigen gedachtengoed? Wie daagt de student meer uit dan zijn vrienden dat doen, al was het maar om een goed cijfer te halen of een goede indruk te maken bij iemand waar je tegenop kijkt?
Het zou juist in de collegezalen moeten zijn, dat het dialoog plaatsvind. Het is op deze plek dat een gevarieerde hoeveelheid mensen samenkomt. De enige selectie die heeft plaatsgevonden is dat zij student zijn (een toch al kleine groep in de maatschappij) en dat zij, gedwongen of uit interesse, een bepaald vak volgen. Dit heeft nog steeds een selectief, maar in ieder geval al een breder publiek ten gevolge dan het de kleine en gescheiden studieverenigingen.
De aankomende bezuinigingen dwingen ons tot hervorming. Laten we als studenten dan niet collectief over het behoud van twee kamers zeuren, maar ons inzetten om het (Socratische) dialoog in de collegezalen op gang te krijgen.
Daarnaast de nieuwe media; zie hier het resultaat van de hierboven genoemde ‘individualiserende media als Facebook, twitter etc.’; er is op deze internetwebsite toch al bijna een heuse discussie gaande.
Het zijn precies deze media die tot dialoog stimuleren. Waar het ideale dialoog van Socrates slechts onder een gelukkig gezind stel mannen bevond, is deze ‘individualiserende media’ een vrijplaats voor discussie: ongeacht geslacht, leeftijd, intellect of sociale klasse. Gevarieerde en inspirerende ‘denktanken’ ontwikkelen zich op internet. Zoals ik al eerder zei: wat voor ’n dialoog valt er immers te voeren met alleen maar gelijkgestemden?
Mocht je overwegen nogmaals een idealistische open brief naar de UvA te sturen, maar ditmaal om de daadwerkelijke kwaliteit van het onderwijs te verbeter, dan denk ik graag met je mee (om als gelijkgestemden elkaar nog maar eens van ons eigen gelijk te overtuigen)!
jetvangroningen 11:23 am on October 3, 2010 Permalink | Log in to Reply
“ Hyves, Facebook, Twitter: allemaal razend populair, maar individualistisch. Uiteindelijk zit je in je eentje achter de computer en deel je gedachten. Vaak komt ook hier een dialoog van. Maar die dialoog, die is toch heel anders, dan wanneer je in een omgeving met studenten en docenten, kan discussiëren, als vrienden.”
Je zegt dat discussie binnen de sociale media anders is, maar betekent dit ook dat deze van minderen kwaliteit is. Er is ten slotte ook hier sprake van discussie? De medialoperationswebsite waar we gebruik van maken voor Literatuur&Wetenschap, is toch een plek waar gedachtenuitwisseling plaatsvindt? En, wanneer je op vriendschappelijke basis dieper in wil gaan op hetgeen de universiteit ons biedt, volstaat een café dan niet evengoed? Is hier een aparte kamer voor nodig binnen de universiteit?
nadja 3:15 pm on October 7, 2010 Permalink | Log in to Reply
Hoi Thomas,
hier dan eindelijk mijn reactie:
Ik denk dat je een heel belangrijk punt te pakken hebt. Door de moderne media is de communicatie zeker sterk veranderd en communiceren wij veel meer door middel van sociale netwerken, email en andere digitale communicatiemiddelen. De communicatie op een persoonlijk vlak leidt daar zeker onder. Dat is zeker ook het geval aan de universiteit met weinig contacturen en te weinig tijd om onderwerpen uitgebreid te kunnen bespreken.
Aan de andere kant denk ik, dat meerdere studieverenigingen in een kamer ook juist een bron van communicatie kunnen zijn. Mij lijkt het juist fijner en handiger om met meerdere studieverenigingen een ruimte te delen. Ik kan mij wel voorstellen dat het niet fijn is omdat de ruimte heel klein en beperkt is en dat het lastig is om zo te werken. Maar op deze manier heb je wel contact met studenten van andere studierichtingen en kan in principe over verschillende onderwerpen praten en onderwerpen uit verschillende invalshoeken belichten, lijkt mij.
Groetjes, Nadja
thomasvangrol 2:10 pm on October 10, 2010 Permalink | Log in to Reply
Beste allemaal,
Ten eerste wil ik jullie bedanken voor het reageren op mijn brief. Ik kon zelf door een fout op de website niet reageren op jullie reacties, nu hopelijk wel.
Sinead zegt dat er geen ruimte en geen geld is voor kamers voor de studieverenigingen. Ik denk dat dit vooral ligt aan de plek waar we zijn gesitueerd. We zitten met de faculteit in het hart van Amsterdam. Je kan je afvragen waarom we daar zitten. Is het de bedoeling dat we ‘tussen de mensen zijn’? Dan stel ik jou de vraag: hoeveel mensen spreek je dagelijks op straat op weg naar de universiteit over onderwerpen van de studie, die niet bij de universiteit horen? Ik geen een, maar misschien ligt dat aan mij. Ik zou liever niet wegwillen uit het hart van Amsterdam, ik vind het heel prettig om hier te studeren, maar misschien met de universiteit zich afvragen in hoeverre hun ideale universiteit, als doorgeefluik van kennis, wordt tegengesproken door hun geld- en plaatsnood door daar te zitten. Op een campusuniversiteit zou er waarschijnlijk wél plaats zijn voor een kamer van een studievereniging (zoals in Twente en in Utrecht) en dat zou, naar mijn inziens het kwaliteit van het onderwijs verbeteren. Daarbij zou de universiteit dan minder last hebben van ruimtegebrek. Het is een afweging die je moet maken.
Maar, verder, je ziet een groter probleem. Ik ook. De mentaliteit die onder veel studenten heerst is, zou ik de ‘luisteren en wegwezen’-mentaliteit willen noemen. Het is een mentaliteit waarbij de student alleen luistert naar wat er te zeggen valt in college en na het college opeens spoorloos verdwenen is. Ik denk dat die mentaliteit vaker voorkomt in populaire studies als psychologie en rechten, waar er weinig plaats is voor vragen en veel hoorcolleges. Dat weet ik niet uit ervaring en dit is slechts een vermoeden. Ik ben het met je eens dat dit een groot probleem is voor het idee van de kamers voor studieverenigingen. Want hoe zou er een discussie moeten komen als er niemand is om discussie mee te voeren? Er zijn twee fouten: ik schreef over vriendschap, de discussies moeten geen angst aanjagen bij de student, ze moeten elkaar in hun waarde laten en elkaar helpen. En verder, laten we niet té pessimistisch zijn: er zijn ook studenten die wel discussiëren en graag praten over de stof die ze moeten leren. Zoals ik het voor me zie, moet je juist de welwillende student niet straffen, maar belonen. Als de andere studenten dan zien hoe goed het werkt en hoe fijn het is om in een vriendschappelijk verband discussie te voeren, zullen ze meedoen. Misschien is het een té idealistisch wereldbeeld dat ik voor ogen heb. Ik hoop dat de ‘luisteren en wegwezen’-mentaliteit zal veranderen in de toekomst, vooral door het gebruik van zulke kamers. Er is zoveel kennis te vinden als je maar met elkaar praat!
Ik denk dus niet dat de mentaliteit veranderd moet worden voor zo’n kamer, maar dat de kamer de mentaliteit verandert. Want er zijn altijd wel studenten die graag discussiëren, die met een andere mentaliteit, die om te leren. Ik denk dat het inderdaad wel te maken heeft met de passie van Weber, dat die in sommigen is verdwenen. Maar vergis je niet, hij is er nog steeds en moet misschien aangewakkerd worden!
Simone, jij vindt dat de discussie in de collegezalen moet plaatsvinden. Ik zou dit probleem ook betrekken op de huidige mentaliteit. Ik zou zeggen dat als mensen meer gaan zeggen in een vriendschappelijke kring, ze ook sneller geneigd zijn om hun mond open te trekken in een atmosfeer waar dit minder gemakkelijk is, zoals in de collegezaal. Ik ben er trouwens ook helemaal voor om de dialoog in collegezalen op gang te krijgen, maar je moet ergens beginnen en ik vind dit wel een mooi begin.
Je zegt ook dat een kamer voor een studievereniging, een dialoog tussen vrienden, zorgt voor confirmatie van het eigen gedachtengoed. Ik ben het hier niet mee eens, waar ik op doel is een dialoog waarbij men elkaar niet afkraakt, waarbij men gelijk blijft en ‘netjes’ blijft. Dat betekent niet dat men dezelfde mening moet hebben. Ook tussen vrienden kunnen grote verschillen in visie kunnen zijn. Ik wil ook meer stellen dat er buiten de collegezalen ook veel te leren is van docenten en dat een gesprek, verschillende visies over de stof, ook zouden kunnen worden besproken in zo’n kamer. Ik denk dat we volwassen genoeg zijn, om op Roza in te gaan, om te kunnen praten met een docent op een niveau waar we onze meningen kunnen delen zonder dat er minachtend op ons neer word gekeken. Waar ook wij een mening mogen hebben.
Dan wil ik het hebben over de media. Ik denk dat er sowieso misschien een verschil moet worden gemaakt tussen de media. Er zijn die waar je de mensen kent (Facebook, deze site), en waar je ze niet kent (Youtube, twitter). Op de eerste heb ik eigenlijk weinig tegen, behalve dat ze misschien beperkend zijn. De tweede vind ik zelf verschrikkelijke platformen voor discussie. Het is de anonimiteit van het internet die zorgt dat mensen zich verschrikkelijk gaan gedragen en gaan schelden. Daaruit kan nooit een gelijkwaardige discussie komen. Op een site als deze kan je discussie voeren, maar het is bijvoorbeeld zo dat niet iedereen zich kan aanmelden. Niet iedereen kan meedoen. Ik zou graag willen zien bij een kamer voor de studievereniging dat er geen uitsluiting is. Dat iedereen die geïnteresseerd is mee kan praten.
Wat ik heb tegen een café is op de eerste plaats dat je moet betalen om er te zitten, en op de tweede plaats vind ik gewoon dat de universiteit, als leeromgeving, zoiets zou moeten aanbieden.
Nadja, het probleem van meerdere studieverenigingen in één kamer, zoals dat nu het geval is, is dat er alleen plaats is voor het bestuur van de verenigingen en geen plaats voor een discussie. Iedereen is daar druk bezig en niemand zal tijd hebben om over onderwerpen van studie te praten. Als er een discussie tussen verschillende studies was, waarbij je ook kan kijken naar de meningen van andere studies op een object, zou ik dat ook van harte toejuichen. Maar dat is er niet.
Thomas
(PS, de blog staat nu onder een andere dan mijn naam, ik weet niet hoe dat komt…)
yvonne 4:19 pm on October 12, 2010 Permalink | Log in to Reply
Hallo Thomas en alle anderen,
Een van de eerste zinnen die me te binnen viel bij jouw pleidooi voor een eigen kamer voor de studievereniging was: ‘Ask not what your university can do for you, but what you can do for your university’. Je kleedt je betoog naar het schijnt handig in door te verwijzen naar een win-win situatie: als u ons een kamer geeft, zullen wij beter presteren en kunt u meer geld aantrekken. Er zit ook een keerzijde aan het voorgestelde plaatje: als u deze faciliteit niet verstrekt zullen wij niet beter presteren en kost u dat geld. Met een dergelijk beeld heb ik moeite. Naar aanleiding van jouw essay en de reacties daarop kwam bij mij de vraag naar voren waar de universiteit zich eigenlijk bevindt. Heeft zij haar grens letterlijk bij de muren van het instituut? Ik denk het niet. De universiteit, dat ben jij. Waar je ook in discussie wenst te gaan met medestudenten (of wie dan ook) over wat je gelezen en gehoord hebt, daar is de universiteit ook – deze virtuele ruimte incluis.
Ik geef graag een voorbeeld mee uit mijn eerste studie (Rechten). In het eerste jaar werden de studenten verdeeld over zogeheten ‘bijenkorfgroepen’ – ik geef direct toe, het klinkt behoorlijk lullig, maar toch… Deze groepen bestonden uit circa 8 studenten en een derdejaars tutor. Wij kwamen als groep bij toerbeurt bij elkaar in huis, aten samen en bogen ons daarna over een aantal studiegerelateerde vragen die de tutor had opgesteld, wetboek op schoot en al. Al na een aantal bijeenkomsten werden de vragen van de tutor overgeslagen en spraken we over van alles en nog wat waar we inhoudelijk in de studie tegenaan liepen. Ik kan niet anders zeggen dan dat dit zeer inspirerend werkte en dat de groep bij elkaar bleef komen –inclusief tutor – nadat zij haar extra credits al lang had verzilvert. Is zoiets wellicht een idee om de idealen waar je naar streeft te realiseren? Of brengt het je misschien op een ander idee? Facebook?
groetjes, Yvonne
litwet 2:28 am on November 29, 2010 Permalink | Log in to Reply
Nu wel echt opsturen he, Thomas! Ik ben namelijk ook de UvA niet. Folia lijkt me wel een geschikt medium voor deze brief.