Creatieve toetsing

“As J. Grimm writes, ‘Our universities are places where a large and ever-growing book-learning is present. Yet they tend to ignore any radically new piece of work until it has proved its validity elsewhere. Universities are like gardens where wild growths are only reluctantly tolerated.’”
                                        -Karl Jaspers, The Idea of the University, p. 76

Zoals in de tekst van Jaspers staat, wordt creativiteit op de universiteit geschuwd. Innovatie, met soms revolutionaire denkwijzen als resultaat, komt veeleer buiten de universiteiten tot stand. Zodra de universiteit heil ziet in de werking van deze innovatieve ideeën, worden deze geïntegreerd in het onderwijs. Dit doet mij aan als een waardeloze handelswijze. Er hoeft maar enige aanmoediging voor innovatie vanuit de universiteit te komen en ze zou twee maal zoveel nieuwe ideeën en creatieve studenten produceren. Natuurlijk heeft een universiteit binnen recente paradigma’s te onderwijzen. Er behoren dingen geleerd te worden. Maar de wijze waarop studenten worden getoetst kan daarentegen wel bijdragen aan een creatief denkvermogen.

    De manier van toetsen bij dit vak is prima. We worden vrij gelaten in het schrijven van drie essays. Schrijf iets en het wordt beoordeeld op kwaliteit. Dat is zinvol, want het vereist van zowel docent als student de juiste capaciteiten. Kwaliteit kan niet enkel door standaarden worden beoordeeld. Een goede docent weet zelfs een innovatieve tekst op waarde te schatten. Dan zijn er nog de wekelijkse dingen die gedaan moeten worden, namelijk het lezen van teksten en het leveren van commentaar, citaten en links. Dit zijn strikt deelname gerelateerde opdrachten, waarzonder het onderwijzen onmogelijk zou zijn. Echter, deze wijze van toetsen is geenszins bij elk vak vertegenwoordigd. Er wordt vaker van een student verlangt tentamens te maken, vragen te beantwoorden. Deze vragen hebben modelantwoorden; standaarden waaraan voldaan moet worden. Het doet denken aan het stampen van woordjes, vroeger bij Frans. Dit soort toetsing is bijna geestdodend en weinig leerzaam. Veel studenten beginnen een dag of twee dagen van tevoren met leren, zodat alle begrippen in het hoofd zitten. De geleerde begrippen verdwijnen echter na de toets direct uit het hoofd. Wat heeft de student geleerd? De student heeft geleerd een toets te maken.

    Een beter begrip van alle stof zou verkregen kunnen worden door er dieper op in te gaan, erover te filosoferen. Niet het reproduceren van kennis leert studenten denken, maar veeleer het spelen met ideeën. De gangbare ideeën die ons worden geleerd, moeten voortdurend op de proef worden gesteld. Falsificatie is enige manier waarop we tot nieuwe betere paradigma’s komen, niet het verheerlijken van de huidige kennis. We behoren kritisch te staan tegenover alle informatie die ons voorgeschoteld wordt, te allen tijde.

    Is het daarom niet veel interessanter om creativiteit te stimuleren op universiteiten? Mensen die op de universiteit zitten kunnen per definitie al goed leren. Het is immers de reden dat ze op de universiteit zitten; leren is hen al goed geleerd op de middelbare school. Hetgeen echter nooit is gestimuleerd, is creatief denken. Oplossingen vinden voor heersende problemen, door middel van vrij denken, zonder angst voor falen. Als op een ideale universiteit onderwijs en onderzoek onlosmakelijk verbonden zijn, waarom maakt creatief denken er dan geen deel van uit? Niets lijkt mij zo productief in onderzoek als een creatief denkvermogen. Onderwijs, onderzoek en creativiteit kunnen daarom best hand in hand gaan, zodra er in het onderwijs maar aandacht wordt besteed aan vrij en creatief denken. De combinatie van diepgang, spelen met die diepgang en vrij denken zou het conflict tussen het ideaal en de institutie wellicht tot bedaren brengen. Een wijze van toetsen met deze formule in ogenschouw zou een goed alternatief zijn voor de huidige toetsing, ofwel het reproduceren.

    Begrijpelijk moet er binnen de universiteit als institutie enige druk op de ketel wat betreft het behalen van vakken. Toetsing is dan ook niet uit te sluiten. Maar de angst om te falen is evident. Studenten doen alles in de lijn der verwachting om de vakken te behalen. Maar deze angst zou minder kunnen worden met een beetje meer inzet van zowel student als docent. Vrijere opdrachten, zoals het schrijven van essays, kunnen door een goed functionerend docent op waarde geschat worden. Er wordt al snel duidelijk of de student zich voldoende heeft verdiept in de stof. Dit soort toetsing laat de student vrij om nieuwe ideeën te etaleren. Laat er vervolgens dialoog zijn dat gepaard gaat met opbouwende kritiek; een mild socratische wijze van onderwijs.

    De huidige manier van toetsen kan gemakkelijk gerechtvaardigd worden als we kijken naar de prestatiecultuur waarin we leven, maar er valt wel degelijk wat aan op te merken. De universiteit kan de studenten best wat meer academische vrijheid gunnen, mijns inziens.

René Hasert, 5755581

Bron:
Karl Jaspers, The Idea of the University, 1959

Woorden: 772