Vraagtekens zetten bij het onderwerp Universiteit & Universaliteit

Op 2 september 2010 stond in een artikel van de Elsevier dat één op de drie hoogleraren en universitaire hoofddocenten aan verschillende Nederlandse universiteiten het bachelor-masterstelsel als een mislukking zien. Elsevier komt tot deze redenering door een onderzoek van het blad zelf en het onderzoeksinstituut ResearchNed onder 2.027 professoren.

“Driekwart vindt dat het de universiteit vrij moet zijn om studenten aan de poort te selecteren. Maar liefst 95 procent van de ondervraagden vreest dat Nederland internationaal achterop raakt als er niet meer geld beschikbaar komt voor wetenschappelijk onderzoek. En 89 procent vindt dat hbo en universiteit strikt gescheiden moeten blijven.” (Van Leeuwen, 2010).

Dit citaat zette me aan het denken, wat is het verschil tussen hbo en universiteit? Staat het hbo synoniem aan praktijk en de universiteit aan wetenschappelijk onderzoek? Waarom wordt de universiteit als beter gezien? Waarom selectie aan de poort, waarom geven we de mens geen gelijke kansen? De intelligentie verschilt al zoveel, waarom moeten studenten met een vwo-diploma op zak dan alsnog voor studies, zoals Geneeskunde, ingeloot worden?

Volgens Van Dale betekent hbo hoger beroeps onderwijs en wordt de universiteit uitgelegd als instelling voor wetenschappelijk onderwijs. Maar de universiteit heeft ook praktische elementen in zich, zoals een verplicht praktijkonderdeel bij verschillende vakgebieden (denk aan Media & Cultuur en Geneeskunde). Daarnaast kan je in twijfel trekken of wetenschap een idee van een beroep is, dus praktisch, of een roeping. Bij deze twijfel speelt ook het begrip passie een rol. Volgens Weber is wetenschap een beroep waar je voor kiest, als je ervoor kiest, dien je toegewijd te zijn, waardoor er een bepaalde vooruitgang wordt gevormd. Een keuze daarentegen kan nooit fout zijn. Het is volgens hem enkel belangrijk dat we keuzes maken. Maar de gedrevenheid in een bepaald vak heeft ook zijn nadelen. Sommige geleerden klampen zich namelijk zo erg vast aan bepaalde theorieën dat ze elke mogelijke interpretatie laten passen binnen de theorie. Welke feiten er ook worden aangevoerd, ze worden zo weergegeven dat het de theorie bevestigd. Hierdoor blijft de wetenschap steken op een bepaald niveau. Terwijl dat naar mijn mening de wetenschap zich moet behoeden voor een eentonigheid, er moet een bepaalde vorm van vooruitgang zijn.

Worden we er eigenlijk beter van als men wetenschappelijk onderzoek doet? Deze vraag stelt ook Weber in zijn artikel ‘Science as a Vocation’ ter discussie. Volgens hem stelt de wetenschap dat al het wetenschappelijke werk belangrijk is in de zin, dat het ‘worth being know’ is. Maar deze stelling kan niet bewezen worden door de wetenschap zelf. “It can only be interpreted with reference to its ultimate meaning, which we must reject or accept according to our ultimate position towards life.” (Weber, 1919). De discussie tussen welke disciplines echt wetenschappelijk onderzoek verrichten is oneindig. De ene ziet alleen de bèta studies als enige echte wetenschappen, omdat deze ‘iets toevoegen’ aan de wereld. Deze studies verrichten bijvoorbeeld onderzoek, waardoor er producten worden ontwikkeld waarvan de mensheid beter wordt. Terwijl dat ik (Media & Cultuur, alfa studie aan de faculteit der Geesteswetenschappen) alfa studies ook zie als echte wetenschappen, omdat we wetenschappelijk onderzoek verrichten en bepaalde theorieën ontwikkelen. Het discussiepunt blijft en is afhankelijk van welke definitie je stelt voor de wetenschap.

“Meer dan helft van de ondervraagden kan zich vinden in het voorstel het afgelopen voorjaar van een commissie onder leiding van oud-minister Cees Veerman: beloon in de bekostiging de universiteiten die zich duidelijk profileren en durven kiezen voor specialisatie.” (Van Leeuwen, 2010).
“Een wetenschappelijke prestatie die telt is tegenwoordig altijd een specialistische prestatie.” (Weber vert. door Köbben, 1996).

Deze twee citaten stellen het fenomeen specialisatie aan de kaak. Daarnaast betoogt Jaspers in zijn boek The Idea of the University dat de universiteit uiteenvalt in stukken, in specialisatie. Dit is geen goede zaak volgens hem, omdat we moeten streven naar het idee van de universiteit (delen worden gemaakt tot een geheel). We moeten van fragmentatie overgaan naar een eenheid. De geest van de universiteit gaat verloren in het proces van specialisatie. Met dit argument ben ik het niet eens, omdat naar mijn mening het bevorderlijk is om te specialiseren. Als mens zijnde kunnen we niet in alle disciplines worden onderwezen, aangezien onze hersenen al deze input van kennis niet aankunnen. Ik ben van mening dat de homo universalis die Jaspers voor ogen heeft, nooit kan worden bereikt. Het voorstel van oud-minister Cees Veerman vind ik daarentegen weer te ver gaan. Het belonen van universiteiten die zich durven te specialiseren werkt nadelig voor ‘algemene’ universiteiten. Specialisatie is een vooruitstrevende gedachte, maar het bij elkaar onderbrengen van gespecialiseerde disciplines is geen overbodige luxe. Het heeft een financieel voordeel, aangezien het minder ruimte kost. Daarnaast kunnen de disciplines als ze bij elkaar samenkomen van elkaar leren en inspiratie opdoen.

Concluderend, is het verrijkend om vragen te stellen over het fenomeen wetenschap en universaliteit. Daarnaast is het bevorderlijk om na te denken over de instituten universiteit en hoge scholen. Zoals Jaspers opmerkte kan de ideale universiteit niet gebouwd worden, maar deze kunnen we wel trachten te bereiken.

Jaspers, Karl. The Idea of the University. ‘PART II: The Objectives of the University’: p. 37-79

Köbben, A.J.F. ‘Wetenschap als beroep. “Hartstocht”.’ Leiden: Rijksuniversiteit Leiden, 1996: p. 3-5.

Van Leeuwen, Arthur. ‘Eén op drie professoren: bachelor-masterstelsel mislukt.’ Elsevier.nl, 2010.

Weber, Max. ‘Science as Vocation.’ 1919.