Om Daarom
‘Waar ik heel erg bang voor ben is dat ik dood ga en dat ik niets gedaan heb. En dat vind ik eigenlijk heel stom, en ik wou dat het niet zo was.’
De wil om te weten veronderstelt de wil om te weten waar men mee bezig is. (Jaspers 40) Om niet alleen te weten waar we zelf mee bezig zijn, maar om onze handelingen te zien in tegenover die van anderen. Wanneer we onszelf hiertoe kunnen aanzetten zullen we erachter komen dat we niet alleen staan in onze strubbelingen, dat onze generatie grotendeels hetzelfde meemaakt – of zelfs dat een verondersteld generatieprobleem eigenlijk gewoon de menselijke conditie is. De citaten in dit essay komen uit de documentaire Alles wat we wilden. Deze film brengt een groep succesvolle twintigers in beeld en toont hen in al hun twijfel, angst en psychische stoornissen – allemaal veroorzaakt door die drang om bezig te zijn, zonder de wil om te weten waarméé.
‘Alles kan, er is geen kader, dus als het niet lukt is het je eigen schuld. Alle mogelijkheden zijn er toch? Waarom zou het dan niet lukken.’
We leven in een tijd van wat filosoof Isaiah Berlin negatieve vrijheid noemt: iedereen kan ongestoord doen en zijn wat binnen zijn vermogen ligt. Toch voelen wij ons niet vrij, maar machteloos. Wanhopig rennen we achter de feiten aan: al die mogelijkheden, verwachtingen, verantwoordelijkheden – we zijn geen meester meer van ons bestaan; we hebben een gebrek aan positieve vrijheid. Berlin begreep al dat een teveel aan negatieve vrijheid ervoor zorgt dat individuen zich niet meer kunnen definiëren (Verhofstadt). In ons geval gaat het niet zozeer over doorgevoerd individualisme, als over een teveel aan mogelijkheden. Als we niets gaven om andermans mening, zouden we immers ook niet zo bang zijn om te falen.
‘Ik ga heel erg kijken wat ik gedaan heb en wat andere mensen aan het doen zijn, heel erg op leeftijden; ‘Oh die hebben dat en dat al gedaan op die leeftijd.’
Immanuel Kant zet in zijn boek Die Religion uiteen dat de mens maar kleine behoeften heeft die hij vervult met een gevoel van matigheid. Hij wordt zich pas bewust van een tekort als hij bang is dat andere mensen dat tekort kunnen zien en hem zullen minachten (Kant 94). Als je alleen leeft, zou je volgens Kant niet ambitieus, jaloers of competitief zijn, maar de aanwezigheid van andere mensen zorgt ervoor dat je je eigenwaarde afmeet tegen hun waarde, en je geluk tegen hun (on)geluk. Als je de enige mens bent, bestaat er geen falen of slagen – dan bestaat er alleen maar. Jaloezie is dus geen persoonlijk mankement, maar een noodzakelijke condition humaine van mensen in hun samen-bestaan (Wachter 43). Onze zelfliefde is in essentie vergelijkend: we houden alleen van onszelf in zoverre we beter zijn dan anderen. En dat is precies waar het tegenwoordig knelt: we zijn continu in contact met elkaar, beseffen ons continu dat anderen beter, sneller en origineler zijn. Er blijft niets van onze eigenwaarde over.
‘Mijn ouders zeiden altijd Je kan alles worden wat je wil’
En toch geloven we dat we het best kunnen. Als we maar willen. Als we maar weten wat we willen.
De intrinsieke roeping die Weber verlangt bestaat niet: een ‘roeping’ ontstaat doordat een kind jarenlang te horen krijgt: jij wilt wetenschapper/dokter/advocaat worden. Wij zijn nooit zo gepusht, wij mogen alles, als we maar gelukkig worden. ‘En wat je ook besluit, lieverd, je zult het fantastisch doen, dat weet ik zeker.’ Wij zijn collectief geconditioneerd voor één enkele roeping: SUCCES.
‘Het is meer iets wat in de maatschappij geworteld zit, een soort algemeen gedachtegoed: je staat aan het begin van je leven en je moet wel zorgen dat je alles eruit haalt wat erin zit.’
Het gedesillusioneerde jongmens streeft niet meer naar zijn best mogelijke kunnen, maar slechts naar bevrediging van zijn ambitieuze ijdelheid (Jaspers 51). Het enige wat we willen zijn is alles, perfect, een homo universalis – zowel door onze onmacht om te kiezen als door ons eindeloze perfectionisme. In deze gefragmenteerde tijd is eenheid het hoogst haalbare: de beste student zijn is niet genoeg, we streven naar de beste mens. Eigenlijk hebben we een zeer Romantische notie van goedheid: wat goed is, is dat waarin alles samenvalt: studie, werkt, kunst, sport en een sociaal leven.
Dit idee van perfectie komt echter niet zozeer voort uit een Romantisch wereldbeeld, als wel uit een gebrek aan leiding. We hebben een zorgvuldig geconstrueerd karakter en ‘persoonlijkheid’ en ‘ervaring’ zijn onze idolen (Weber 3), maar het ontbreekt ons aan autonomie. We moeten weer de baas worden over ons eigen bestaan. We moeten positieve vrijheid verkrijgen; ons onderwerpen aan iets dat we zelf kiezen, onszelf doelen stellen om onze eigen wetten te schrijven en ons eigen leven te leiden (Heidegger 470).
Sinds God door Nietzsche is doodverklaard is er niemand meer die we om raad kunnen vragen. Niemand kan je adviseren voor een goede keuze: er is geen goed of slecht. Zelfs al lijkt je keuze goed, over een tijd kan hij toch slecht blijken, omdat alles continu verandert en in een continue staat van verval is (Heidegger 475). Dit is de angst waar we mee leven: Wat moeten we doen? Wie zijn we? Hoe kunnen we in godsnaam weten wie we zijn? Dat kun je niet weten, zegt Heidegger, je moet het zelf bepalen, en ernaar handelen, ondanks de constante dreiging van ondergang: je moet een huis bouwen op een moeras.
Zoals Heideggers ‘müssen’ gebaseerd is op een existentiële twijfel, zo ook elk ‘moeten’ dat wij onszelf stellen. Ik schrijf dit stuk – om een vak af te sluiten – om een Bachelor diploma te halen – om filosofie te studeren aan de University College Londen om – omdat ik dat wil. Waarom wil ik dat? En wil ik dat wel echt? De laatste keer dat ik me dat afvroeg lag ik twee dagen op bed naar het plafond te staren. Ik heb een instinctieve afkeer gekregen van het woord ‘waarom’ – en toch blijf ik het roepen, en hoewel ik het antwoord niet weet, blijf ik doorgaan.
We hebben immers een keuze gemaakt, één die juist noch onjuist is, en hoewel de hele wereld om ons heen instort moeten we erachter blijven staan, dóórwerken, blijven handelen. Ondanks, of juist omdat, we weten dat het allemaal nergens toe leidt. Deze existentiële twijfel is geen quarterlife crisis of een luxeprobleem, het is een logisch gevolg van ons menszijn en de oorsprong van onze ontwikkeling naar autonomie. We moeten we onszelf blijven afvragen: waarom? en het antwoord onder ogen zien: om daarom. Omdat elke andere keuze even slecht is. Alles is zinloos. Je moet toch wat.
Bronnen
Domogala, Sarah, Alles wat we wilden
Heidegger, Martin, The self-assertion of the German university, in Review of Metaphysics, 38:3 (1985), p.467
Jaspers, Karl, The Idea of the University.
Kant, Immanuel – Die Religion, AA VI, p. 94
Verhofstadt, Dirk, Twee opvattingen van vrijheid, 31 oktober 2002.
Wachter, Frans de – Hoe radicaal is het radicaal kwade? in Tijdschrift voor de Filosofie, 65/2003. p. 33-57
Weber, Max, Science as a Vocation.
Léonie 12:52 pm on October 1, 2010 Permalink | Log in to Reply
Ha Nikki,
Je schrijft: “Berlin begreep al dat een teveel aan negatieve vrijheid ervoor zorgt dat individuen zich niet meer kunnen definiëren (Verhofstadt). In ons geval gaat het niet zozeer over doorgevoerd individualisme, als over een teveel aan mogelijkheden. Als we niets gaven om andermans mening, zouden we immers ook niet zo bang zijn om te falen.” Later in je essay schrijf je dat we onder ogen moeten zien, dat er geen instantie of god meer is, die we om raad kunnen vragen of waaraan we kunnen toetsen of wat we doen juist is. Ja, we leven dus in het moeras. En ja, er moet een huis worden gebouwd als je niet wilt verzuipen.
Maar uit jouw essay komt ook naar voren (zie hiervoor het citaat) dat we door het teveel aan mogelijkheden sowieso al niet meer weten hoe en wat we moeten kiezen, en toch nog een zoektocht naar autoriteit. Misschien zou het zo zijn dat, aangezien god dood is, de buurman (bij wijze van spreken, ik bedoel “de ander” of “de medemens”) tot god is verheven? Dus: als de priester of de dominee me niet meer kan vertellen wie ik ben of wat ik moet doen, moet jij het maar doen? Misschien kunnen mensen wel helemaal niet leven met “om daarom”. Of denk je, om te eindigen met de laatste zinnen van je essay, dat “de mens” wel degelijk in staat is tot autonomie, en dat de faalangst waar je over schrijft zal kunnen verdwijnen?
Ik ben benieuwd!
Léonie
nikkidekker 5:11 pm on October 3, 2010 Permalink | Log in to Reply
Hee Léonie,
Ik denk dat de eerste menselijke reactie op twijfel is om een autoriteit te zoeken. Die autoriteit kan God zijn, of je ouders, het logisch redeneren, iemand die je bewondert, statistieken – vanalles. Op een gegeven moment beseft iedereen denk ik ook dat elke autoriteit evenzeer tekort schiet als wijzelf. Het is altijd makkelijker om ‘de buurman’ te laten beslissen, en ik denk dat het daarom ook een aantrekkelijke optie is voor veel mensen. Maar hoewel niemand weet wat ‘goed’ is, weet wel iedereen het beste wat hij/zijzelf is. En daarom moet je je eigen autoriteit worden; omdat dat de beste kans geeft op goede resultaten.
Ik denk dus zeker dat de mens in staat zou moeten zijn tot autonomie – of hij het wil, is een tweede, en of het tot de gewenste resultaten leidt, de derde. Maar uit alle mogelijkheden is de baas over je eigen leven zijn de minst slechte.
De rol van ‘de anderen’ zie ik als een heel andere. Wij zien onszelf weliswaar door hun oordeel, maar zij zijn niet onze baas of raadgevers – zij zijn slechts onze ogen. Ik denk hierbij aan een college dat ik ooit had over Foucault’s Discipline and Punishment. Hij beschrijft hierin een gevangenis waarbij alle celgebouwen in een cirkel zijn gebouwd, met in het midden een toren die bij alle cellen naar binnen kan kijken. Zelfs wanneer er niemand zit, voelt de gevangene zich bekeken, en dit heeft weerslag op zijn gedrag. Ik denk dat wij die gevangenen zijn geworden: ons uiterste best doen voor een toeschouwer die misschien wel helemaal niet kijkt.
lara 5:43 pm on October 2, 2010 Permalink | Log in to Reply
Beste Nikki, wat je schrijft herken ik. Onderstaande is een citaat uit een brief die ik laatst kreeg. De schrijver is 28 en runt een local & organic eethuis in New York. Zijn leven staat in het teken van zijn idealen. ZIjn restaurant is gebaseerd op het principe dat eten niet van ver hoort te komen en dat gezond (natuurlijk) eten niet duur hoeft te zijn. Ik heb veel van hem geleerd over de keuzes die je in je leven kan maken. In dit tijdperk hangt aan elke stap een politieke lading. (In het Engels klinkt het beter: every action is a political one.) Waar gaat het geld dat we dagelijks uitgeven heen? In de meeste gevallen naar mensen die al rijk zijn en door ons nóg rijker worden. Terwijl zij op hun loonarbeiders keer op keer bezuinigen. Afijn, door kennis te vergaren over hoe mijn dagelijkse leven in elkaar steekt (waar je geld heengaat vind ik zelf een waardevolle, wie je kleding gemaakt heeft, de stroom die je verbruikt etc) voel ik me waardevol omdat ik in mijn eigen kleine wereld elke dag bewuste keuzes maak. Ik kan de wereld niet in mijn eentje veranderen maar wel mijn plek en daden daarin. Belang hechten aan mijn persoonlijke keuzes helpt me in ieder geval om me minder te laten overvallen door de bekende vragen die jij in je essay stelt.
~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~
“I’m becoming less fearful in life because I’m realizing that there is no great ‘meaning’ to life. We’ve been told throughout life that we need to achieve, and be many things. I’m realizing the only way to live a full life is by living simply and with intention. There isn’t too much to figure out, but the pressures of society (especially American culture) take away the wonder and mystery that comes with simplicity and replaces it with the directionlessness of success and gain. But in order to have true success it is important to realize there is nothing to gain. To work steadily in the moment is what’s important. To relax steadily in the moment is as important. To be a pattern for the world.
(Jordan Colón)
rene 8:13 pm on November 3, 2010 Permalink | Log in to Reply
Hoi Nikki,
Negatieve vrijheid van Berlin betekent het ontbreken van belemmeringen. Positieve vrijheid is de mogelijkheid om alles te doen en laten wat je wilt. Ze liggen dicht bij elkaar, maar er is een wezenlijk verschil. Dus ‘[iedereen kan] ongestoord doen en zijn wat binnen zijn vermogen ligt’ is geen negatieve, maar juist positieve vrijheid. We hebben dan ook zeer zeker geen gebrek aan positieve vrijheid heden ten dage. We kunnen immers alles doen wat we willen, zoals je al schrijft. We hebben een overvloed aan positieve vrijheid, waardoor we ons volgens Berlin niet meer kunnen definiëren.
Daarnaast denk ik dat we juist door de combinatie van de veelheid aan mogelijkheden en een doorgevoerd individualisme in de problemen komen. Het individualisme vertelt ons dat we alles kunnen doen wat we willen, dat we op onszelf zijn aangewezen. Niemand kan iets van ons leven maken, behalve wijzelf. Dan zitten we met de handen in het haar omdat we niet weten wat we moeten doen met de veelheid aan keuzes. Ik denk dat je gelijk hebt wat betreft het gebrek aan leiding. Het individualisme van tegenwoordig biedt ons geen perspectief, niets om ons aan vast te klampen. Daarom zoeken we op dit moment houvast waar het niet gezocht behoort te worden; namelijk bij de ander. Echter, ik kan me niet aan de gedachte onttrekken dat leiding iets is voor de zwakkere geesten. Onze goddeloze wereld is toch echt de meest realistische, naar mijn idee. Het zou toch wel triest zijn als we dat niet aankunnen.
Je kunt je afvragen of autonomie überhaupt wel bestaat. Ik denk dat het niet uitmaakt of het bestaat. Des te langer je erover nadenkt, des te meer het een nietszeggend begrip is. Uiteindelijk zullen daden bepalen wie je bent, niet de overpeinzingen over het al dan niet authentiek zijn van je gedachtes of motieven. Ik denk desalniettemin dat het verstandig is om je motieven te blijven analyseren. Het zal je in elk geval wat leren over jezelf en je misschien weerhouden van een slechte keuzes. Klinkt tegenstrijdig, maar is het niet.
Je laatste alinea’s doen me twijfelen of een studie filosofie wel interessant voor je is. Er is namelijk weinig plek voor je postmoderne opvatting van ‘alles’. Althans, op de UvA.. Nihilisme is geen zinvolle filosofie bedrijven. Er wordt weinig aandacht aan besteed. Het woord ‘waarom’ staat min of meer centraal.