Toetsing van de hedendaagse Nederlandse universiteit aan de hand van Jaspers’ The idea of the university
Jaspers heeft in zijn boek The idea of the university nauwkeurig uiteengezet wat volgens hem het ideaal van de universiteit is. Ik vraag me af of de Nederlandse universiteiten van tegenwoordig hetzelfde beeld voor ogen hebben en Jaspers tevreden zouden stellen.
Jaspers onderscheidt drie lesmethoden die allemaal in de universiteit thuishoren. Eén daarvan is het college, of de lezing, waarbij de student passief luistert naar de vertellende docent. Deze ‘gunt’ de studenten een blik in zijn denkwereld die het best op deze manier overgebracht kan worden. (Jaspers 1959: p. 57) De tweede vorm die Jaspers noemt, is het praktijkonderwijs, waarbij de student in aanraking komt met de uitvoering in de praktijk. (58) De laatste methode is discussie in groepen. Volgens Socrates moeten studenten en docenten namelijk op gelijk niveau staan met elkaar. Discussie en het stellen van vragen zijn de voornaamste wijze van lesgeven (in tegenstelling tot het klakkeloos overnemen van informatie). Hoewel studenten graag een meester of leider maken van hun docent, moet deze de verleiding weerstaan en de leerlingen afwijzen. Daardoor worden ze op zichzelf aangewezen en zullen ze hun eigen kwaliteiten leren kennen. (50) Volgens Jaspers ligt dit idee van Socrates van gelijkwaardig onderricht ten grondslag aan het ideaal van de universiteit. Dit ideaal is echter nooit te realiseren door restricties die het werken binnen een instituut en systeem vereisen. (52)
Op de hedendaagse Nederlandse universiteiten zijn verschillende onderwijsmethoden uit Jaspers tekst terug te vinden. Zo worden er colleges gegeven waarbij er een afstand is tussen docent en student. Jaspers zou echter niet tevreden zijn met onze colleges, omdat het onderwerp meestal niet het onderzoekswerk van de docent betreft. De gedoceerde stof is in boeken vastgelegd door collega’s en wordt slechts herhaald en uitgelegd. ‘These objections apply to poor lectures which repeat a dead body of knowledge identically from year to year, or to lectures which are little more than an easy informal flow of talk. Lectures are of value when they become a genuine part of a professor’s life work’ (57).
Waar Jaspers ook niet tevreden mee zou zijn, is dat we naast geschreven en gepubliceerde artikelen, ook uittreksels van colleges en lezingen moeten lezen. Die kunnen volgens Jaspers nooit de inhoud over brengen zoals de docent dit kan doen tijdens zijn lezing: ‘the printed lecture, perhaps even taken down word for word is only a pale residue.’ (57) Dit is waarschijnlijk een voorbeeld waar het ideaal niet gerealiseerd kan worden: we lezen uittreksels van lezingen omdat we niet (meer) bij de echte lezing kunnen zijn. Dan is de geschreven versie wellicht een slap aftreksel, en de boodschap minder duidelijk en persoonlijk dan wanneer in levende lijve overgedragen, toch is het het beste wat de (Nederlandse) universiteiten kunnen bieden.
Waar Jaspers wel blij van zou worden, zijn de werkgroepen. Hier lijkt er inderdaad een soort Socratische methode nagestreefd te worden: er wordt veel gesproken door de docent maar hij/zij laat meestal ruimte over voor inbreng en discussie van de kant van de leerlingen. Hoewel de ene docent dit in mindere mate toepast dan de andere, is het wel het idee dat achter het concept van werkgroepen steekt.
Ook praktijkonderwijs is een onderdeel van de meeste opleidingen aan de Nederlandse universiteiten. Hiermee wordt niet per se een stage bedoeld, hoewel die ook zo nu en dan aanwezig zijn, maar ook het zelf opstellen van een onderzoek en daarmee de geleerde informatie omzetten naar de praktijk.
Uit bovenstaande korte analyse kunnen we concluderen dat de Nederlandse universiteiten een vergelijkbaar ideaal voor ogen hebben als Jaspers. Dit is niet verwonderlijk, gezien Jaspers’ Duitse nationaliteit en de overeenkomsten tussen de Nederlandse en de Duitse universiteiten (al zegt dit uiteraard niet dat deze automatisch voldoen aan Jaspers’ ideaal).
Wat wellicht een verbeterpunt voor hem zou zijn, is de academische vrijheid van zowel studenten als docenten. Studenten moeten een enigszins vast curriculum volgen om hun diploma te halen en docenten moeten door de restricties van dit curriculum verplichte onderdelen behandelen. Hierdoor doceren zij niet hun eigen passie of hun eigen onderzoek of levenswerk, wat het onderwijs, zoals eerder genoemd, een lege herhaling van feiten maakt.
Nu is slechts een kleine greep uit Jaspers vele aspecten van de ideale universiteit aan bod gekomen, maar deze blijken toch al interessant. De ruimte hier is uiteraard te klein voor een uitgebreide en volledige analyse van het ideaal van de Nederlandse universiteiten en hoe ver deze overeenkomt met die van Jaspers. Ik ben in ieder geval van mening, dat de Nederlandse universiteiten, gezien de onvermijdelijke restricties die de realisatie van het ideaal altijd in de weg zullen blijven staan, behoorlijk goed op weg zijn Jaspers’ ideeën aan de horizon te stellen. Nu rest de vraag: is dit ideaal het juiste?
Jaspers, Karl. The idea of the university. Boston: Beacon Press, 1959: p. 37-79.
Rowan 8:47 pm on October 3, 2010 Permalink | Log in to Reply
Hee Anne!
Een leuke, interesante analyse om de punten van Jaspers tekst te betrekken op het leersysteem wat wij volgen. Bij de derde methode, de Socrates methode, denk ik dat Jaspers iets over het hoofd heeft gezien. Ik vind dat er een bepaalde manier van gelijkheid moet bestaan tussen de docent en student, zo moeten ze beiden respect hebben voor elkaar en moeten ze zich ieder kunnen uiten over de stof. Maar daarentegen blijft de docent altijd boven de student staan, aangezien hij/zij meer heeft geleerd (al hoeft dat niet altijd te zeggen dat dat beter is..) en aangezien hij/zij over het algemeen ouder is dan de student. Er moet tevens een bepaalde afstand bestaan, omdat ik denk dat hierdoor de werksfeer beter wordt. De student moet begrip tonen en leren van de docent. Daar gaat het ten slotte om binnen de universiteit, je krijgt een kijkje binnen een bepaald vakgebied via docenten. Zonder de docenten kan je naar mijn mening niet goed een bepaald vakgebied leren kennen. Je kan natuurlijk zelfstudie doen, maar ik denk dat het overleggen met medestudenten en docenten efficiënter is. Is de ideale universiteit, een instituut waarbinnen er een bepaalde afstand bestaat, welke op bepaalde vlakken kan worden verkleind?
AudreyMussoni 6:33 pm on November 4, 2010 Permalink | Log in to Reply
Hey Anne,
Goed dat je de theorieën van Jaspers in verband heb weten te brengen met het model van de huidige universiteiten in Nederland.
Ik vind het besproken ideaal eigenlijk al best goed. Hoewel het mij onvermijdelijk lijkt om al bestaande stof te bespreken in colleges (alleen al om een historisch perspectief te krijgen van de besproken theorie), wordt de onpersoonlijkheid hiervan wel in balans gebracht door de interactieve werkgroepen. Het ideaal van Jaspers zal inderdaad nooit compleet kunnen worden gerealiseerd, maar de universiteiten in Nederland lijken inderdaad hetzelfde streven te hebben.