De Alma Mater is dood. Lang leve de Alma Mater!

Een tijdje geleden bezocht ik de Universiteit in Kabul, mijn geboortestad. Het enthousiasme waarmee studenten daar de universiteit koesteren en zelfs deels zelf opbouwen is meer dan indrukwekkend.Niet alleen tegen maar ondanks de armoede bevolken ze,in grote getale, de geïmproviseerde collegebanken en,naar redelijke maatstaven, slechtgevulde bibliotheken. Uit behoefte,leergierigheid, onverzadigbare honger naar kennis. Hun gedeelde ambitie is om de geleden achterstanden door rampspoed zoveel mogelijk te herstellen en het land vooruit te helpen in de ‘vaart der volkeren’. Tegen de stroom in. Hun gemeenschappelijke ideaal is om hoe dan ook het punt bereiken waar wij nu (dankzij de verlichtingsidealen) aanbeland zijn. Ik kon het niet over mijn hart verkrijgen de student journalistiek, die zulke hoopvolle woorden sprak, te vertellen hoe het bij ons is en over die keer dat die ongeinteresseerde medestudent een complete rijsttafel verorberde, terwijl de docent met overduidelijke Burnout een hoorcollege ten gehore bracht. Die gedesillusioneerde, defaitistische en consumentistische grondhouding, waar ik mezelf helaas ook vaak genoeg op betrap, zou zijn optimisme immers teniet doen.

Toegegeven het is een bittere pil maar de stelling die onvermijdelijk volgt uit het lesmateriaal is dat niet alleen universiteiten, als instituties, maar vooral studenten en in bredere zin de samenleving kampen met een gebrek aan gemeenschappelijke idealen. Eindeloos relativisme als gevolg van Webers onverenigbaarheid van waarden dreigt daarbij te leiden tot verlamming. Universiteiten in Nederland worstelen al decennia met een identiteitscrisis. Dat is ook geheel de bedoeling als we Martin Heidegger volgen en bovendien niet verwonderlijk gezien de discrepantie tussen het beroep van samenleving en overheid, (nieuwe studenten melden zich in steeds grotere getale aan) en de capaciteit en institutionele inrichting van Nederlandse universiteiten die hierop niet berekend zijn. Het onderwijs dient als toevluchtsoord,zoals voor Kafka’s aap, om de bange economische tijden te doorstaan, bijvoorbeeld. Het kwetsbare schipperen tussen tijdelijke banen wordt immers steeds moeilijke , zodat het academische diploma wordt begeerd als levensverzekering met de opgedane kennis als ‘topping’. Maar zoals een medestudent mij laatst verzekerde:’er is een verschil tussen streven naar zelfontplooiing en carrière willen maken.’ Dat is, wat mij betreft, een schot in de roos. Als je motivatie luidt luidt: graag met spoed een topbaan, waarom dan niet naar het HBO? Waarom niet de vaak onmisbare praktijkkennis opdoen die later desgewenst aangevuld kan worden met bijscholing of alsnog een overstap? Begrijp me niet verkeerd. Dat de Nederlandse universiteit toegankelijk is voor iedereen met de juiste startkwalificatie en niet zoals, in vroeger tijden, slechts voor een baard en gezag dragend stel Theologen of al dan niet aristocratische, poenige dames en heren, is een groot goed! Het waardenpluralisme van Weber is dan ook niet zozeer wenselijk maar eerder een voldongen feit. En vooruit dan maar: prestigedrang en ijdelheid horen ook wel een beetje bij het academische ‘profiel’. Maar de inhoudelijke norm naar beneden bijstellen om maar academisch geschoolde eindproducten,af te leveren leidt tot afbraak van verworvenheden. En dan is er geen weg meer terug. Raadzamer is het om selectie plaats te laten vinden door geen concessies te doen op het niveau van competenties.

Laat de universiteit maar een Utopisch paradijs zijn voor diegenen die gezegend zijn met een stevige toewijding aan de ‘wetenschap’ en naar een bijbehorend verantwoordelijkheidsbesefl handelen. Het behoeft geen uitleg dat wie door idealen en honger naar kennis wordt gedreven niet veel leiding van Heideggeriaans signatuur nodig heeft. Alleen de juiste voeding van ons aller ‘Alma Mater’ om tot bloei te komen en misschien wel een eigenzinnige, tikkeltje wereldvreemde mentor zoals Grady Tripp de docent-schrijver uit Wonderboys.
Of is het een idee om de Universiteit door studenten zelf te laten runnen in plaats van door docent-managers? Met heuse functies, een bijbehorend basissalaris, en het voorrecht om naar functioneren,beloond dan wel ter verantwoording geroepen te worden door medestudenten. Om alvast te oefenen voor… later en om minder op zoek te zijn naar het instituut dat ons vormt naar een groots ideaal maar om onze idealen te verwezenlijken vorm te geven binnen een universitaire structuur zoals Jaspers zou wensen. Of zou het daarvoor te laat zijn nu Wilders al aan de poort rammelt?
Petje af, tot besluit, voor iedere student , die zich niet laat verlammen maar zich via de daarvoor bestemde verenigingen, commissies en bestuursorganen of anderzins,hierover laat horen.

Bronnen:
Kafka, A Report to an Academy
Weber ,Science as a Vocation
Jaspers, The Idea of a University,“The University as an institution”
Heidegger,The Self-Assertion of the German University
Hanson , Wonderboys (2000)