De Universiteit en de Gekozenen

De universiteit. Het gaat hier om leren. Het hogere leren. Het beste leren in het hele land, en bij voorkeur in de hele wereld. Daarom is de internationale ranglijst ook zo belangrijk. Die staat bij uitkomen in de Nederlandse kranten, maar ook in universiteitsorgaan, waar de commentaren nimmer mals zijn. In mijn voorstelling buigen ook de hoge heren, rector en consorten, zich in een vergaderkamer hoog in het hoofdgebouw over deze lijst. Het ene jaar tevreden om dat ze met plek 53 zich handhaven in de top van de middenmoot, het andere jaar met de handen in het haar om ze die keldering van 100 plaatsen niet aan hadden zien komen. Hadden ze de vorige keer niet een lijst maatregelen aangekondigd waarmee de aanval op de top-50 ingezet ging worden?

Wat er op deze lijst stond? Lastig, een jaar is lang in de wereld van de universiteit, en ook weer ontzettend kort. Lang genoeg om de oude voornemens te vergeten, kort genoeg dat de nieuwe ranglijst zich alweer aandient als de oude net bezonken is. In het officiële bericht over de zorgwekkende trend van de ranglijstpositie wordt gerept over een pakket maatregelen dat de daling tegen moet gaan. Vreemd genoeg leek de vergadering hierover vanzelf te gaan, de heren konden een gevoel van déja vu niet aan zichzelf ontkennen, maar spraken er niet over. Ze waren erg tevreden met het pakket, waarin onder anderen stond dat er strenger geselecteerd ging worden ‘aan de poort’, zoals dat zo mooi heet.
Ook ging er strenger gekeken worden naar de prestaties van verschillende faculteiten. Alleen het beste werd nog goed genoeg, zowel qua cijfers als qua slagingspercentages. Strakker moest het, efficiënter. Als er geen fantastisch werk wordt afgeleverd aan een afdeling wordt er aan die afdeling gefaald. Geen internationaal aanzien voor je resultaten betekent ook geen aanzien binnen de universiteit, mensen moeten weer gaan werken voor hun status als wetenschapper. De boel gaat op de schop, we gaan weer stijgen in de achting van de wereld en dus ook die van onszelf!
De student is in de war. Een aantal jaren geleden mocht hij na twaalf jaar vertrekken uit het basisonderwijs, waar het motto simpelweg ‘overleven’ was. Je papiertje halen en wegwezen, de wijde wereld in waar je niet van negen tot drie vast werd gehouden in een stramien van lessen, pauzes en tussenuren. Hij slaagde samen met een groep mensen waar hij niet van kon begrijpen dat ze de vereiste cijfers gehaald hadden. Hij had toen als sterk de indruk dat de docenten na ze al één keer te laten zitten simpelweg hadden laten slagen om van ze af te zijn.
Nee, dan het studeren: geen vakken waar je niet zelf voor gekozen hebt, maar een studie die je past als een handschoen, en waarmee je het pad naar de rest van je leven meteen plaveit met gouden tegels. Eenmaal aangekomen gaat het anders. De werkgroepen doen hem denken aan de gemiddelde geschiedenisles. De docent probeert de boel op gang te trekken, vuurt vragen af op de klas in de hoop met de antwoorden verder te kunnen. Steeds vlak voordat hij dan zelf maar verder wil doen met het antwoord, gaat er één vinger omhoog van een studente die dan toch vindt dat iemand het gezegd moet hebben, en daar offert zij zich maar voor op. Waar is iedereen bang voor? Het geven van een verkeerd antwoord? Het is geen quiz waar een fout antwoord exit en geen vijfentwintig duizend euro betekent. Sterker nog, het zou maar een vreemde quiz zijn wanneer twee uur lang angstig je mond houden beloond wordt.
De student moest eerst nog lachen toen hij zijn medestudenten aan de universiteit hoorde refereren als ‘school’. Hij deed het zelf ook zonder erover na te denken, wat hem op een ironische manier amuseerde. Echter, naarmate hij meer tijd op de universiteit heeft doorgebracht, gaat hij meer nadenken over wat dit werkelijk betekent. Zit hij op de universiteit niet gewoon weer op hetzelfde spoor als destijds op basis- en middelbare school? Het papiertje als heilig doel van alle uren doorgebracht achter tafeltjes, boeken en computerschermen? Zuchtend om negen uur een lokaal binnen stappen waar je met een twintigtal studenten en een ijverende docent tot elf uur gaat wachten omdat je dit maar drie keer per semester over mag slaan? Toch lijkt iedereen samen op dezelfde finishlijn af te stevenen, vaak een stuk harder dan hijzelf. Een onzichtbaar systeem, misschien wel het werkelijke wezen van de universiteit, lijkt hen gunstig gezind. Zij zijn blijkbaar de gekozenen.