Parodie (‘Er was eens …………..’)

Beste Martin H., 1 oktober 1932

Gesterkt in de wetenschap dat wij gedrieën onze Heimat een warm hart toedragen richten wij deze brief tot u vanuit een andere ‘zijn’ dimensie. Uiteraard heeft u ons nog nooit in levende leven ontmoet, wij verlieten immers het aardse leven in respectievelijk 1859 en 1963, maar we zijn ervan overtuigd dat u bekend bent met ons levenswerk zoals wij dat zijn met het uwe. Wij kennen uw boeken en uw interesse in het ‘Dasein’. Weet dat we eens hetzelfde pad beliepen. Ook wij bezochten de universiteit van Marburg (maar later ook andere). Voor u was de omgeving in Marburg te nietig, te mat en naargeestig wat logisch klinkt voor zo’n verlichte geest als de uwe. Daarom is er voor u een ander ‘plan’ , waar uw grootheid beter tot zijn recht komt. Zo dadelijk hierover meer.

Natuurlijk heeft u,zoals een verantwoordelijk Duitser betaamt, genoten van onze sprookjes maar is de symboliek in onze vertellingen u misschien wel ontgaan. We willen die symboliek in deze brief graag toelichten omdat wij de stellige overtuiging hebben dat u deze informatie nodig heeft om uw ideaal van de Duitse universiteit te verwezenlijken. Daarin ligt ook onze laatste aardse taak.

Uw verheven lot is de nieuwe ‘führer’ van ons land te worden, waarbij u de taak heeft ons uitverkorene volk op te leiden tot een supervolk . De staat die hieruit ontstaat heeft weliswaar overeenkomsten met die van de Staat van Plato maar bedenk dat was slechts een utopie, wij kunnen dat veel en veel beter. Om meer dan goed voorbereid te zijn op deze enorm belangrijke taak, wijs ik u op enkele allegorieën die dienen als leidraad en welke te vinden zijn in onze sprookjes.

Sprookjes gaan namelijk over de ontwikkeling van de mens, ze vertellen het bewustwordingsproces. Soms ontbreekt de wil, de daadkracht, het handelen , treedt er starheid op waardoor de ziel, welke wij wisselkind noemen, stil staat. Uw taak is het om deze ‘kampioenen in -de –dop’ zo te inspireren en te disciplineren dat er een gemeenschappelijk geworteld ‘zijn’ in het wezen van de Duitse universiteit ontstaat. Die geestelijke opdracht is het lot van ons Duitse volk. Zelfbestuur en zelfbezinning zijn daarbij sleutelwoorden.
Als basis hebben we daar onze Griekse afkomst (zowel geestelijk als historisch)voor nodig. De Griekse filosofie dient opnieuw te ontwaken ( weet, alle wetenschap is filosofie) dus leer uw volgelingen de vaardigheden van het gedegen bevragen en begrijpen. Vergeet niet dat net zoals in het sprookje van Roodkapje de oma blijft leven; zij is de personificatie van het verleden. Doe haar (onze Griekse afkomst) eer aan. Zij is onze oorsprong en daarom mag zij niet verloren gaan.

De rede denkt alles tot eenheid. Daarom eet de wolf, Roodkapje op. Hiermee houdt hij het ontwikkelde denken in zijn macht. Ze wordt echter daarna verlost uit de buik van de wolf en beleeft hierdoor de wedergeboorte. Wij vertrouwen daarom op uw geestelijke leiding, moge uw vlam het Duitse volk ‘ontsteken’, inspireer hen, verlos hen uit de metafysische duisternis, gun hen de wedergeboorte. Weg met de conservatieve academie!

Zie u zelf als de jager uit het sprookje, die het ‘natuurlijke’ doodde zodat het ‘jonge’ leven zich verder kon ontwikkelen, daarbij het verleden meenemend. Bezin en weet: Zachte leermeesters maken stinkende wonden. Durf te leven want angst voor het ‘niets’ leidt tot vernietiging.

Volbreng uw dankbare taak zodat wij ons laatste sprookje voldaan kunnen eindigen met:
‘En ze leefden nog lang en gelukkig ‘

Met welgemeende groet,

Hoogachtend,

Jacob Ludwig Carl Grimm
Wilhelm Carl Grimm