“In het Woord was leven”; Spivak en ervaringen (Opdracht blok 2)
Taal is nodig om de wereld om ons heen te definiëren. Met taal kunnen we dingen een naam geven. Maar andersom werkt het ook: door dingen een naam te geven kunnen we verschillen zien. Om een voorbeeld te geven: Inuït hebben meerdere namen voor de fasen van jeugd van jonge zeehondjes (heb ik ooit geleerd, weet niet of het echt klopt). Nederlands heeft maar één naam voor jonge zeehondjes: Huilers. Daardoor, als wij een jong zeehondje zien, noemen wij het een huiler, terwijl de Inuït het onderscheid zien in de leeftijd van de zeehond. Zo heeft het Nederlands weer meerdere woorden voor molens, terwijl als een Inuït een molen zou zien, hij gewoon zou denken: dat is een molen.
Nu we hebben vastgesteld dat taal zorgt dat we kunnen onderscheiden en dat talen hierin ook weer verschillen, dat de ene taal andere verschillen ziet, dan de andere taal, afhankelijk van de omstandigheden en geschiedenis, kunnen we ook stellen dat taal voor ‘ervaringen’ zorgt. Door verschillen te zien, door dingen te definiëren, een naam te geven, kunnen we ervaren. We kunnen zeggen: ‘dit vond ik fijn/onprettig’ en we kunnen er bij stil staan. In wat voor taal we dat zeggen, maakt niet uit. Zelfs al kunnen we het niet zeggen, maar alleen in onze ‘gedachtentaal’ het bedenken. Het blijft een taal.
Spivak heeft het erover dat we andere talen en culturen (area studies) moeten leren, om teksten in context te plaatsen, om andere culturen te begrijpen, eigenlijk om te kunnen vertalen (“Death of a dscipline” 18-20). Door dit vertalen ziet ze de wereld dichter bij elkaar komen. Ze geeft het vertalen een politiek doel: wereldvrede. Ik ben het hier deels mee eens, en deels ook niet. Ik wil graag een andere (onmogelijke) mogelijkheid geven.
Het punt waar ik het mee eens ben, is dat we andere talen moeten leren. In andere talen zijn nieuwe, andere ervaringen te leren. Doordat ze in het Swahili geen definitie/geen begrip hebben voor het woord ‘gezelligheid,’ kunnen ze het begrip ‘gezelligheid’ van ons leren (als dat wensbaar is voor ze). Zo kunnen wij zeker ook definities uit het swahili overnemen, waar wij geen woord voor hebben (ik ben niet zo thuis in het Swahili, dus ik kan geen voorbeeld noemen). Omdat we begrippen dan uitwisselen leren we nieuwe ervaringen. Opeens kunnen we iets heel nieuws begrijpen. En zo begrijpen we ook onze medemens beter. Door meer verschillen aan te geven, zijn we meer met elkaar verbonden.
Het probleem met de vertaling, waar Spivak het over heeft, is dat in mijn oogpunt alleen de vertaler er baat bij heeft en dichter bij de ander komt. De lezer zal er weinig van merken. Om de ervaringen te kunnen beleven moet je de taal kennen. Als lezer ken je de taal niet goed genoeg, zelfs al legt de vertaler het uit. Hierdoor komt de wereld dus bijna niet dichter bij elkaar. Wereldvrede is nog ver te zoeken.
Waar ik aan zit te denken als idee om die wereldvrede wel te behalen (sowieso, is wereldvrede wenselijk?) is, waar Spivak volgens mij van gruwelt, een globale taal. Een taal met leenwoorden uit zoveel landen, dat er voor elke ervaring een woord is. Het probleem is voornamelijk dat mensen ten eerste de taal in elkaar moeten zetten, waardoor je sprekers van alle talen nodig hebt om de meest precieze ervaringen in taal om te zetten. Ten tweede moeten mensen het dan gaan spreken. Ten derde, het belangrijkste, moeten mensen erin gaan denken. Iedereen op de wereld. Dan pas kan er echt een begrip komen voor andere culturen. En zelfs dan heb je nog grote problemen. Ik denk dus dat wereldvrede onmogelijk is.
Om dit te verbinden aan literatuurwetenschap: Als er een globale taal zou zijn, zouden er geen vertalingen meer nodig zijn. Wij kunnen dan alles begrijpen wat er staat. Maar cultuurverschillen blijven er wel. Je moet je dan nog steeds verdiepen in een cultuur om de context te kunnen begrijpen. Als literatuurwetenschappers komen we dus geen stap verder. Ik denk dus ook niet dat het de taak is van literatuurwetenschap wereldvrede te behalen (en ook niet van iemand anders).
Thomas van Grol
Bron: Spivak, Gayatri. Death of a Discipline.
milan 2:21 pm on October 14, 2010 Permalink | Log in to Reply
Hoi Thomas,
Leuk geschreven! Jou idee over een globale taal is interessant, maar denk ik niet de oplossing, evenmin een ideaal. Taal neemt een belangrijke plek in binnen een cultuur, zonder verschillende talen wordt een cultuur denk ik ook vager. Hoewel Cultuur vaak zorgt voor onbegrip, denk ik dat we cultuur zoveel mogelijk moeten behouden. Hoe saai zou de wereld zijn als we allemaal hetzelfde dachten en dezelfde taal spraken. Een betere oplossing voor het vertalen heb ik ook niet, maar zoals jij al zegt, wereldvrede komt er toch niet, helemaal niet door middel van het begrijpen van een tekst.
thomashvv 10:37 pm on October 14, 2010 Permalink | Log in to Reply
Onlangs verscheen “Wat We Missen Kunnen”, een bundel met dertig columns ‘voor een betere toekomst’. Eén advies voor die betere toekomst was: het afschaffen van de Esperanto-taal. Daar ben ik het roerend mee eens.
De Esperanto-taal is de bekendste lingua franca die er is, een eind 19e eeuw door de Poolse Lejzer Zamenhof ontworpen wereldtaal – met een makkelijk te leren grammatica en woordenschat (Tolstoj beweerde het in één middag geleerd te hebben). Het doel van het Esperanto was simpel: de politiek neutrale taal moest ervoor zorgen dat culturen elkaar wereldwijd zouden verstaan en dus begrijpen, en daaruit voortvloeiend zou de oorlogszucht vanzelf afnemen (en uiteindelijk een nulpunt bereiken). Esperanto zou, aldus Zamenhof (merkwaardig genoeg oogarts van beroep), uiteindelijk moeten leiden tot wereldvrede.
Los van de vraag of dit wel wenselijk is, is deze gedachte uiterst discutabel. Neem bijvoorbeeld Zwitserland, het land met de meeste verschillende talen per vierkante meter: dat leeft al jaren in harmonie. Daartegenover staan tig volkeren die wel dezelfde taal spreken – ik noem er een paar: Hutu’s-Tutsi’s, Ieren-Ieren, Serven-Kroaten – en die elkaar tegelijkertijd het liefst de hersens in willen slaan. Dit geeft mijns inziens duidelijk aan: taalproblemen oplossen is niet automatisch hetzelfde als andere problemen oplossen. Dat is een kortzichtige gedachte. Dus mocht er ooit een lingua franca kopen, dan zijn vertalingen inderdaad niet meer nodig, maar de wapenindustrie zal nog steeds floreren – daar zal niet het kleinste beetje verandering in komen.
daneshvar 12:38 am on October 16, 2010 Permalink | Log in to Reply
Thomas,
Ik ben van mening dat taal niet alleen een belangrijke rol speelt in ons vakgebied, maar ook een cruciale rol speelt in de discoursen van het dagelijks leven. Waarheid wordt gemaakt in taal en ook tegelijkertijd gelegitimeerd. Taal kan worden gezien als een discursief aspect van een bepaalde cultuur en kan invulling geven aan de cultuur en is er dus direct mee verbonden. Het is dus ook niet gek dat vele mensen denken dat de oplossing van vele problemen in de taal gevonden kan worden. Een talige analyse kan voor veel probleemstellingen een interessante interpretatie opleveren, aangezien taal en discours naar mijn mening direct met elkaar in contact staan en elkaar constant beïnvloeden. Ik ben het wel met je eens wanneer je schrijft dat de beheersing van een taal niet het antwoord is voor onze conflicten. Dit heeft volgens mij een aantal redenen. Ten eerste is taal niet statisch en vaststaand is en verandert het constant. Hierdoor is het zo dat mensen in een bepaalde cultuur dezelfde officiële taal spreken en tegelijkertijd een compleet verschillende (jargon is hier een voorbeeld van). Dus is het onmogelijk om een cultuur te “begrijpen” door een taal ervan te leren, omdat er niet zoiets bestaat als één taal die verbonden is met één cultuur. Ten tweede is het zo dat iemand een vreemde taal niet geheel kan begrijpen, aangezien taal binnen een discours andere betekenissen kan hebben dan buiten een discours. Je geeft zelf hier een voorbeeld van: de reden waarom wij maar één woord hebben voor jonge zeehonden is te vinden in onze discours, wij hebben er namelijk geen belang bij om meerdere fases van het leven van een zeehond te benoemen, terwijl het voor een Inuit anders is. Voornamelijk door deze twee reden ben ik het met je eens wanneer je zegt dat een universele taal niet voor vrede zal zorgen, ik ben zelfs van mening dat dit niet mogelijk is.
nadja 10:45 am on October 21, 2010 Permalink | Log in to Reply
Hoi Thomas,
echt een heel interessant stuk! Ik denk ook niet dat wij door een gezamenlijke taal dichter bij de wereldvrede kunnen komen en dat wij elkaar dan beter zouden begrijpen.
Ik denk echter wel dat een vertaling iemand wel dichter bij een andere cultuur kan brengen. Ik moet zeggen, dat i zelf niet zo dol op vertalingen ben en probeer zoveel mogelijk in de originele taal te lezen. Helaas kan ik ook niet alle talen die ik zou willen kunnen…een vertaling is dan natuurlijk heel handig en dat bedoel ik meer inhoudelijk. In andere culturen wordt anders over bepaalde onderwerpen nagedacht en over de onderwerpen geschreven. Als een vertaler heel dicht bij de andere cultuur staat, dan kan hij deze verschillen inhoudelijk toch naar zijn eigen taal transporteren? En dan komen wij als lezer toch ook dichter bij de andere cultuur en hebben er wel baat bij?
Groetjes, Nadja