De dood van de kritische mens.

De vraag wat ‘mens-zijn’ en ‘identiteit’ inhoudt, houdt de wereld al eeuwen lang bezig. Wat maakt een mens ‘mens’? En wat geeft een mens ‘identiteit’? Ik zal mij in dit betoog niet zozeer richten op de biologische factoren van het ‘mens-zijn’ maar ik zou ‘identiteitsvorming’ graag willen analyseren aan de hand van het discoursanalysemodel van Foucault en de nieuwe media Facebook en Twitter.
Voor Foucault bestaat betekenis en identiteit bij gratie van grenzen. Deze grens bepaald dan wat de betekenis of de identiteit is en daarmee ook wat het niet is. Hoewel Foucault’s notie van ‘discours’ uiteraard niet overeenkomt met de identiteit van een individu, denk ik dat de drie stappen welke Foucault beschrijft voor het analyseren van discoursen overeenkomen met de vragen die men zich stelt in het proces van identiteitsvorming. De analysevragen die Foucault noemt, zijn: Wat gebeurt er ‘binnen’? Wat is ‘buiten’/uitgesloten? Hoe werkt het grensverkeer? In het proces van identiteitsvorming is dat te vertalen naar de vragen: Wat ben ‘ik’? Wat ben ‘ik niet’? Wat is de grens tussen ‘ik’ en ‘niet-ik’?
Wanneer men zich afvraagt hoe de mens zich vormt, komen vaak de termen ‘nature’ en ‘nurture’ naar voren. Nature verwijst naar de aangeboren aspecten van een karakter, nurture naar de vorming via de invloeden van buitenaf (denk aan de cultuur waarin je opgroeit, de mensen met wie je om gaat etc.). Beide aspecten hebben invloed in de vorming van een identiteit. Ik zou ‘nature’ de interne drang willen noemen en ‘nurture’ de externe druk. Ik zie het interne meer als ‘drang’ en het externe meer als ‘druk’ omdat de mens in mijn ogen altijd bezig is zijn interne driften te kanaliseren in maatschappelijk aanvaardbaar gedrag, een ‘discours’ zo u wilt.
De angst die ik hier graag wil uitspreken, is de volgende: in mijn optiek wordt door de opkomst van nieuwe media als Facebook en Twitter de externe druk verhoogt. De interne drang krijgt minder ruimte en kan zelfs, in de hoop aan de vele en snelle eisen van de media te voldoen, worden gemarginaliseerd. Voor mijn gevoel wordt de vraag ‘Wat ben ik?’ alleen nog maar beantwoord via de vraag ‘Wat ben ik niet?’. Men bevraagd steeds minder wat van binnen goed voelt, wat voor interne drang zich openbaart, men kijkt steeds meer naar buiten en streept als het ware af wat hij of zij nièt is. Wat over blijft “zal ik dan wel zijn”.
Ik vind het beangstigend om te zien dat men tegenwoordig een mening uit door op het Facebook-knopje ‘Dit vind ik leuk!’ te drukken. Een druk op de knop en hebt een mening, je staat ergens voor en je bent iemand! Die handeling is vrij snel voltrokken. Je hoeft geen informatie meer te verzamelen, niet meer te peinzen over een maatschappelijk vraagstuk, nee, je hoeft je mening niet eens meer te kunnen formuleren. De kans bestaat dat men binnen afzienbare tijd alleen nog maar de meningen overweegt die hun via internet worden voorgekauwd. Het ‘ik’ wordt dan geconstrueerd door te drukken op het ‘Ik vind dit leuk’-knopje. En al het ‘niet-ik’ is ook snel gevonden, namelijk alle uitspraken die de avatars om de heen doen ‘die jij stom vindt’. Bij Twitter is een zelfde proces op gang gezet. Hoewel je daar nog wel je eigen woorden moet kiezen om jouw mening in te vatten, bespeur ik ook hier weinig kritische reflectie. De ‘tweets’ zijn over het algemeen kort, catchy en provocerend. Ook hier lijkt het proces van externe druk bepalend voor de manier waarop een individu zich presenteert. De mening die men uit wordt ook nu niet weloverwogen maar bestaat alleen bij gratie van de mening van een ander. De mening wordt zodoende eigenlijk een ‘anti-mening’. Enige nuance lijkt vaak ver te zoeken.
Ik vrees voor een grote teloorgang van het kritisch denken, van het luisteren naar de innerlijke drang en naar het zo zelfstandig mogelijk opbouwen van een eigen ‘ik’. Als we onze meningen vormen door wat men op Facebook en Twitter schrijft, zullen deze korte en vaak provocerende teksten het enige worden waarmee wij ons kunnen uiten en identificeren. Als dat de norm wordt, kondig ik aan: de dood van de kritische mens.