Crossing Borders
Spivak betoogt in de tekst Crossing Borders (The Death of a Discipline) dat het vakgebied comparative literature in dienst zou moeten staan van area studies: “The new step that I am proposing would go beyond this acknowledgment and this competition. It would work to make the traditional linguistic sophistication of Comparative Literature supplement Area Studies (and history, anthropology, political theory, and sociology) by approaching the language of the other not only as a a “field” language” (Spivak 2003, p. 9).
Spivak vindt dat cultuurwetenschappers moeten inzien dat taal meer is dan een onderzoeksobject. Taal zou benaderd moeten worden zoals men dat doet bij literatuurwetenschappen, als iets wat leeft en onderdeel is van cultuur: “We must take the languages of the Southern Hemisphere as active cultural media rather than as cultural study” (Spivak 2003, p. 9).
Daarom lijkt het haar goed om comparative literature en area studies met elkaar te combineren. Voortkomend uit deze combinatie is dat voorheen genegeerde teksten nu vertaald zouden kunnen worden. Dit zou leiden tot meer begrip voor andere culturen en hopelijk tot minder gewapende conflicten: “I am not advocating the politicization of the discipline [Comparative Literature]. I am advocating a depoliticization of the politics of hostility towards a politics of friendship to come, and thinking of the role of Comparative Literature in a responsible effort.” (Spivak 2003, p.12).
Volgens Spivak is vertalen dé manier om inzicht te krijgen in de verbanden tussen taal en cultuur. Volgens haar is niet zozeer de vertaling, maar het proces van vertalen belangrijk. De student leert op deze manier zowel over zijn eigen taal, als de taal die hij vertaalt. Daarvoor is natuurlijk wel een perfecte beheersing van de vreemde taal vereist.
Op een gegeven moment schrijft Spivak echter iets wat, naar mijn mening, tegenstrijdig is met het betoog dat zij voert. Ze schrijft dat comparative literature studenten niet het doel moeten hebben om veel talen te beheersen:”The old Comparative Literature did not ask the student to learn every hegemonic language; nor will the new ask her or him to learn all the subaltern ones” (Spivak 2003, p.10).
Het is natuurlijk ook onmogelijk om alle talen te willen spreken. Maar naar mijn inziens gaat deze uitspraak niet gepaard met wat zij wil bereiken. Ze zegt namelijk dat het niet zozeer de vertaling, maar het proces van vertalen inzicht geeft in de interactie tussen taal en cultuur. Het lezen van iemands anders vertaling heeft dus geen effect. Alleen het eigen vertalingproces, brengt iemand dichter tot een andere cultuur. Als iedereen echter maar één andere taal kent, zal iedereen ook alleen maar dichter bij één andere cultuur komen.
Hetgeen waar Spivak naar streeft is vrede. Haar plan van aanpak lijkt me echter een heel individualistisch en traag proces. Bovendien zijn het ook alleen de comparative literature en area studies studenten die bij deze aanpak worden betrokken. Niemand anders zal profiteren van de inzichten die zij verkrijgen, omdat deze inzichten alleen te verkrijgen zijn als men zelf aan de slag gaat met vertalen. Het lijkt mij dat haar plan in praktijk weinig resultaat zal opleveren. Het is te ambitieus om zoveel mogelijk talen te proberen te leren, maar haar idee levert weinig op als men dat niet doet.
Overigens lijkt het mij omslachtig om culturen dichter bij elkaar te willen brengen via literatuurwetenschappen. Het duurt waarschijnlijk jaren voordat iemand een nieuwe taal vloeiend spreekt en wanneer diegene de taal eenmaal perfect beheerst, valt er waarschijnlijk weinig nieuws te ontdekken bij het proces van vertalen. Het lijkt mij überhaupt ook niet nodig dat iemand zich totaal verdiept in een taal voordat er begrip kan ontstaan voor die cultuur. Bovendien laat Spivak buitenwegen dat cultuurverschillen meestal niet de enige oorzaak zijn voor gewapende conflicten. Er zouden waarschijnlijk nog steeds conflicten zijn, ook al zou iedereen elkaars cultuur begrijpen.
Het combineren van comparative literature en area studies heeft als positief effect dat verloren teksten in andere talen opnieuw zullen worden ontdekt, maar ik denk niet dat dit zal leiden tot een werkelijke vermindering in gewapende conflicten.
Literatuur
Spivak, Gayatri Chakravorty. The Death of a Discipline. New York: Columbia University Press, 2005. p. 1-23.
lanabroekaert 4:30 pm on October 16, 2010 Permalink | Log in to Reply
He Audrey, ik ben het met je eens dat haar visie, om via deze combinatie van studies wereldvrede te bereiken, niet realistisch is. En hoewel de combinatie van deze comparative literature en area studies wellicht tot een verrijking van de literatuurwetenschappen zou kunnen leiden, is dit blijkbaar ongewenst aangezien er sinds de tekst van Goethe die voor iets soortgelijks pleit en haar tekst, nog niets veranderd in de discipline van de literatuurwetenschappen.
Ik denk dat het aan de literatuurwetenschapper zelf moet zijn, hoeveel talen hij of zij wilt kunnen beheersen. Ik kan mij namelijk goed voorstellen dat niet alle literatuurwetenschappers zich puur bezig willen houden met vertalen.
simonevs 8:21 pm on October 16, 2010 Permalink | Log in to Reply
Hoi Audrey,
Interessant punt. De vragen die je stelt lijken me realistisch (en de doelen van Spivak dus niet). Immers, zelfs wanneer we een taal en cultuur volledig begrijpen (voor zover überhaupt mogelijk), betekent dit nog niet dat we geen conflict meer opzoeken, lijkt mij? Conflict ontstaat ook tussen mensen van eenzelfde cultuur, land of taal. Willen we deze conflicten ook elimineren, dan moeten we waarschijnlijk egaliseren en daar is Spivak ook niet voor (en wie weet leidt dit alsnog tot conflict). Misschien rest literatuur dan alleen de taak om conflict te beschrijven?
Rowan 12:16 pm on October 17, 2010 Permalink | Log in to Reply
Hee Audrey,
De vragentekens die je zet bij de vrede die Spivak voor ogen heeft, net zoals Goethe trouwens, stel ik ook in mijn essay ter discussie. Ik ben het helemaal met je eens dat vrede bereiken, door middel van een wereldliteratuur (als dit al te bereiken is) een utopische gedachte is. Ik denk inderdaad ook dat er altijd nog culturele normen en waarden achter zitten. Je kunt dan misschien wel alle talen spreken, maar begrijp je dan ook wat je zegt met alle geladenheid van de cultuur zelf in zich? De talen zijn doordrengt van de geschiedenis en culturele en sociale activiteiten.
Daarnaast denk ik dat de wereldliteratuur niet toegankelijk is voor iedereen, doordat bijvoorbeeld de derdewereldlanden beperkt zijn, ze vast zitten binnen hun grenzen. Wij, als westerse mensen, hebben dan wel toegang tot ‘alle’ literatuur, maar dan krijgen we (‘weer’) een taal die wordt opgelegd door het Westen. Het is alsof we dan de wereld opnieuw kolonialiseren, we drukken onze wil op, omdat we denken dat we elkaar zo beter kunnen begrijpen. Willen we elkaar echter beter begrijpen, moeten we alle meningen toelaten en onze eigen mening kunnen vervormen en/of aanpassen. Anders kunnen we nooit een wereldliteratuur maken, waarin het Westen bijvoorbeeld samenwerkt met het Midden-Oosten. De conflicten blijven bestaan, doordat de normen en waarden teveel verschillen..
Gerda 4:19 pm on October 17, 2010 Permalink | Log in to Reply
Beste Audrey en Rowan,
Audrey, Jij zegt in jouw reactie: “Ik denk inderdaad ook dat er altijd nog culturele normen en waarden achter zitten. Je kunt dan misschien wel alle talen spreken, maar begrijp je dan ook wat je zegt met alle geladenheid van de cultuur zelf in zich?”
Zou het niet zo zijn dat het niet alleen gaat om de taal goed te kunnen spreken om te begrijpen wat er bedoeld wordt, maar dat het ook andersom werkt? Daarmee bedoel ik dat juist in de dialoog het belangrijk is dat wij (als Westerse wereld) door kennis van een cultuur in gesprek kunnen gaan door ons in te leven in die cultuur?
Onderstaand voorbeeld van een interview over ontologie, ethiek en politiek met de filosofe Judith Butler waarin Spivak wordt aangehaald als het onderwerp vertalen aan bod komt, geeft misschien het beste aan wat ik bedoel:
Judith Butler : “Spivak laat me een manier zien hoe je de ethische praktijk
van vertalen kunt begrijpen. Dit gebeurt bijvoorbeeld wanneer Amerikanen naar een
Latijns-Amerikaans land gaan en daar contraceptie of aids-preventie proberen aan te
bieden: ze komen dan allemaal vrouwen tegen die de westerse, contraceptie-aan-de-
vrouw-brengende Noord-Amerikanen mijden als de pest. En allemaal mannen die
zich niet willen, laten kennen als homoseksueel. Je moet dus een taal en een idioom
vinden en praktijken leren die je in staat stellen om contact te maken. Heel vaak komt
het neer op het opgeven van je ideologisch meest sacrosancte noties. Je komt niet
binnen met je keurig gearticuleerde identiteitspolitiek. Je moet de wil hebben
om te geven en mee te buigen en uit te vinden op welke plek, in welke situatie contact gemaakt
kan worden, je moet altijd iets opgeven om die plek te bereiken.”
Bron: http://www.google.nl/search?q=judith+butler+literatuur+en+cultuur&hl=nl&lr=lang_nl&rls=com.microsoft:en-US&tbs=lr:lang_1nl&prmd=o&ei=Sfu6TIyZLI7tOfbO7ZYN&start=20&sa=N
Het klopt dat dit voorbeeld niet laat zien dat hierdoor minder gewapende conflicten zullen zijn, maar meer begrip wel volgens mij.
Rowan 9:48 pm on October 18, 2010 Permalink | Log in to Reply
Hee Gerda!
Ik begrijp wat je bedoelt. Het is inderdaad denk ik een wisselwerking. Ik bedoelde ook dat je kennis moet hebben van de cultuur om een taal te spreken. Om een taal je eigen te maken moet je je inleven in de sociale waarden en normen van het land. Misschien kwam dat in mijn reacties niet duidelijk genoeg naar voren.
Bedankt voor het voorbeeld van Judith Butler, erg interessant om in te zien dat je mensen binnen ‘andere’ cultuur kan proberen aan te spreken, door middel van het meebuigen van je eigen normen en waarden. Je plaatsvinden binnen een andere cultuur om een andere cultuur te begrijpen. Het kan zeker het begrip en het respect vergroten, maar zal inderdaad zeker niet de conflicten oplossen.
myrthe 1:14 pm on October 21, 2010 Permalink | Log in to Reply
Je stelt: “Volgens Spivak is vertalen dé manier om inzicht te krijgen in de verbanden tussen taal en cultuur. Volgens haar is niet zozeer de vertaling, maar het proces van vertalen belangrijk. De student leert op deze manier zowel over zijn eigen taal, als de taal die hij vertaalt. Daarvoor is natuurlijk wel een perfecte beheersing van de vreemde taal vereist.”
Volgens mij was het Nietzsche die stelde dat het oorspronkelijke ‘idee’van een mens en de poging die hij doet om dit idee in woorden te vatten hem verder van de oorsprong, of de bron leidt. Een prikkel wordt een idee, dit idee wordt een gedachte, een gedachte wordt een beeld, beeld zoekt een bijpassend woord, het woord zoekt een klank of tekens binnen het teken systeem om het te kunnen opschrijven. Een vertaling is in zekere zin juist nog een stap verder, en daarmee ontoegankelijker.
winonah 9:56 pm on November 5, 2010 Permalink | Log in to Reply
Audrey,
Ik ben het helemaal met jouw stelling eens dat het tegenstrijdig is dat het volgens Spivak juist om het proces van vertalen gaat, maar het niet noodzakelijk is om zoveel vreemde talen te beheersen. Maar wat de “gewapende conflicten” betreft had ik het idee dat Spivak zelf ook zag dat dit niet te verkomen was maar dat ook hier juist het proces zo belangrijk was voor haar.