De universiteit als markt en strijd
De universiteit als markt en strijd
Nietzsche schrijft:
[…] Scherpe waarnemers en baliekluivers ontdekken dat het snel ten einde loopt, dat alles om hen heen rot en verderfelijk is, dat niets tot overmorgen standhoudt, één type uitgezonderd, de ongeneeslijk middelmatigen. Alleen de middelmatigen hebben een kans zich voort te zetten, zich voort te planten, – zij zijn de mensen van de toekomst, de enige overlevenden; ‘wees als hen! word middelmatig!’ zo adviseert voortaan de enige moraal die nog zin heeft, waar nog naar geluisterd wordt. – Maar het is moeilijk haar te preken, deze moraal van de middelmatigheid! (187, Voorbij goed en kwaad). De tirannie van de middelmatigheid?
(Wat?)
We leven in een wereld van massa’s. We leven in een tijd van groepen. We gaan met miljoenen mensen tegelijkertijd op vakantie – we staan met miljoenen mensen in de file – om in rijen aan het strand te liggen – ’s avonds staan we met duizenden mensen stijf van de drank en de pillen te luisteren naar dezelfde muziek. Dit heet een “feest”.
Samen, en toch alleen. Maar laten we het gezellig houden, en allemaal hetzelfde doen en vooral ook blijven doen. Laten we op elkaar lijken.
Klink ik te cynisch? Laat ik dan een vraag stellen: Wie heeft zich nog nooit gegeneerd afgewend bij het zien van een bedelaar, een zwerver, een vagebond? Van iemand die zich niet had aangepast, met andere woorden?
(Eh…)
Het vreemde boezemt ons angst in – we houden het zo ver mogelijk van ons af. We willen plezier, we willen vermaak, we willen ontspannen. We willen techno, we willen house, we willen xtc. Allemaal tegelijk natuurlijk. Laten we niet gek gaan doen, eh. Pas op. Blijf in het midden! Niet te ver afbuigen.
(Ik wíl helemaal niet afbuigen!)
Oké. Goed dan. Gelukkig zijn er genoeg plekken om je te kunnen verschuilen: het café, de bibliotheek, onder je dekbed desnoods. De universiteit? Ja zeker. Zij vormt ons, zij leidt ons op – maar tot wat? Wetenschapper? Intellectueel? Criticus? Een van mijn docenten zei in college: ‘Een intellectueel? Nou nee, zo zou ik mezelf nu niet noemen’. Maar: hoe moet een niet-intellectueel in hemelsnaam nieuwe intellectuelen opvoeden? Moeten we wel intellectuelen worden? En hoe gaat dat dan?
Opnieuw: niet te ver afbuigen.
(Vragen, zoveel vragen! Eng.)
We mogen vakken volgen, propedeuses halen, bachelors, masters, onderzoeksmasters als we ons best doen. Minors, keuzevakken, schakelprogramma. Voor de bolleboosjes, die graag een extra sticker willen op hun diploma, is er het Honoursprogramma: Ik ben slim en ik wil wat. Ik word een homo universalis. Ik word kritisch. Pas maar op, pas maar op.
(Ja? Wat bedoel je eigenlijk allemaal? Ik vind het nu niet meer zo leuk, eigenlijk.)
Maar: wacht eens even. Kritisch denken? Wil de UvA werkelijk kritiek dan? Als ik de UvA zelf was, zou ik helemaal niet willen weten wat essay-schrijver-nummer-zoveel nu eens wérkelijk van de stand van zaken dacht. Veel te gevaarlijk, zo’n oproerkraaier. Trouwens, zo slecht doen we het toch niet? Waarom zeurt iedereen toch? Er is geen geld, er is geen –
(Wil je ophouden, alsjeblieft?)
Niet te ver afbuigen. Wie raar schrijft moet op de cursus Beter schrijven, wie goed schrijft moet ook in een klasje met andere mensen die goed schrijven. Voor ‘zwakke’ schakels bestaan etiketten als dyslexie, dyscalculie, ADHD. Voor ‘sterke’ schakels bestaan etiketten als excellentie, intelligentie, wetenschapper. Ieder in zijn eigen hok.
(Een hok is best leuk.)
En dat is precies het probleem: wat valt er buiten het vak? Wie kleurt er niet binnen de lijntjes? Misschien zitten de grootste genieën van onze tijd wel in de cursus Schrijven en herschrijven maar mochten ze niet meedoen met het gewone programma. Te vreemd. Vreemd is eng. Polijst, polijst. Haal de scherpe randjes weg.
(Ik begrijp niet, waar je het over hebt.)
Je hoeft het ook niet te weten. Ignorance is strength. Doe maar gewoon, dan doe je al gek genoeg, Maar die kende je toch al? Je bent precies als de anderen: bang. Je wilt niets weten.
(…)
Ach, wat maakt het ook uit. Ik vraag me alleen af – maar ik denk wel vaker na, vooral als het zondagmiddag is en regent – wat er met de echt vreemde dingen gebeurt op de UvA. Wanneer er radicale denkers behandeld worden, vallen die ook al onder de noemer ‘radicale denkers’. Hoe radicaal is dat? Ik zou beter kunnen vragen: hoe veilig is dat? Wanneer overal de juiste sticker op zit, vind je gemakkelijker wat je nodig hebt, en gooi je sneller iets weg wanneer je het niet meer wilt hebben. Maar: wat is wetenschap, wanneer alles in potjes wordt gestopt en keurig opgeruimd? Wat is ware wetenschap, wanneer overal een sticker op komt met de juiste naam? Wat is ware wetenschap, wanneer we het onbekende, het vreemde zo snel mogelijk incorporeren in het systeem?
Laten we ophouden met tegen onszelf te liegen: de wereld is geen ding dat in potjes of grafieken te vatten valt. Net zomin als de universiteit zelf dat is, noch haar studenten en docenten. De wereld is eerder een onbegrijpelijke mozaïek, die niet in te delen is in hokjes of met behulp van etiketten. En excellentie wordt er al helemaal niet gedoceerd.
Bronnen:
Nietzsche, Friedrich. Voorbij goed en kwaad. Vert. Thomas Graftdijk. Amsterdam: De Arbeiderspers, 2009.
sinead 2:50 pm on October 16, 2010 Permalink | Log in to Reply
Hee Léonie,
leuk essay om te lezen, maar van een aantal begrippen begrijp ik nog niet helemaal wat het voor jou betekent. Wat is bijvoorbeeld Ware Wetenschap? Wat is Excellentie? Is het het afwijkende, of juist datgene wat perfect functioneert binnen het systeem? Is het de zogenaamde radicale denker die een paradigmawisseling teweeg brengt, of is het degene die het vakgebied ‘verder’ helpt, vooruitgang dus? Natuurlijk probeer ik met deze vragen alles toch te vatten in potjes en grafieken maar blijkbaar is dat dus wel nodig om elkaar te begrijpen? Om met elkaar te communiceren? Wat denk jij ervan? En hoe zou je de wereld dan willen benaderen, als je niet alles in hokjes opdeelt?
Léonie 4:24 pm on October 16, 2010 Permalink | Log in to Reply
Ha Sinead,
Wat ware wetenschap is en wat excellentie werkelijk betekent, weet ik helaas ook niet (maar… wie wel?). Wat ik bedoel met dit essay is dat ik in ieder geval vraagtekens heb bij hoe ware wetenschap en excellentie (wat het ook moge wezen) benaderd en omschreven worden op déze universiteit.
En paradigmawisseling kan denk ik alleen maar plaatsvinden door een radicale breuk met het oude paradigma: hier is dus een radicaal voor nodig en niet iemand die in het huidige vakgebied blijft hangen.
Om met elkaar te communiceren moet je weten wat je verstaat onder de belangrijke begrippen die je hanteert, dat ben ik met je eens (nu kunnen we ons afvragen of dat ooit mogelijk is, nee dus, maar ongeveer wel). Dus: oké, een soort banaliteit is inderdaad noodzakelijk. Maar hoe er onderzoek gedaan wordt etcetera, gaat toch verder dan dat? En we kunnen toch ook ‘nieuwe’ betekenissen creëren? Net zoals er nieuwe woorden ontstaan?
Ik denk dat het niet slecht is, om proberen de wereld op sommige gebieden in hokjes te benaderen (er is immers al chaos genoeg). Je moet alleen nooit vergeten dat je in een systeem met hokjes werkt, dat je onder bepaalde begrippen het een verstaat en niet het ander, met andere woorden, dat je in een bepaald model of paradigma werkt om je onderzoek te vergemakkelijken, maar dat dit model niet wáár hoeft te zijn. Dus: methodes kun je natuurlijk gebruiken, maar vergeet alsjeblieft niet dat je een methode gebruikt, en dat je eigenlijk keihard de chaos ontkent.
Of vind je dat overdreven? Ik denk namelijk wel dat dit gebruik van modellen en hokjes snel vergeten wordt, waardoor wetenschappers (maar eigenlijk iedereen) zichzelf niet genoeg relativeert en alleen maar uitgaat van zijn eigen “waarheid”, wat me nogal gevaarlijk lijkt.
crispiness 2:11 pm on October 18, 2010 Permalink | Log in to Reply
Hey Léonie!
‘Survival of the fittest’ wordt vaak gekarakteristeerd als ‘de sterken overleven, de zwakken vallen af’. Neem als voorbeeld een roedel damherten. Het is logisch dat de zieke herten, de oude herten, de langzame herten als eerste ten prooi vallen aan een roedel wolven. Echter, paradoxaal genoeg, zijn het vaak ook de sterkere individuen die jong het onderspit delven. Het snelste hert blijft de roofdieren voor, maar zal ook de eerste zijn die doorheeft dat onder die onschuldig ogende mosgrond verraderlijk drijfzand slijmert. De hert met het grootste gewei krijgt de meeste vrouwtjes, maar loopt ook de kans om met zijn gewei in overhangende takken te blijven steken, zodat de wolven hem alsnog te pakken kunnen leven. ‘The fittest’, degenen die een lang, vruchtbaar leven beschoren zijn, dat zijn niet de sterktsten. Dat zijn de middelmatigen. Middelmatig is veilig.
De universiteit wil kritische denkers, maar het wil ook individuen opleiden die gewoon slagen (voor de subsidie) en vervolgens onze economie draaiend houden door een gewone baan te gaan vinden. Liefst totdat ze 67 zijn. Kortom, het wil kritische denkers die zich wel binnen het bestaande systeem weten te plaatsen. Een beetje rebelleren mag – maak maar een Dead Poets Society – zolang je uiteindelijk maar wel weet wat je plaats is in de ganzenpas. Excellentie is mogelijk: het enige wat je hoeft te doen is een 10 na te streven.
Wil je echter het systeem te veel veranderen, val je te veel uit de toon, ben je te radicaal, dan ben je oproerkraaier en wordt je door het systeem buitenspel gezet. Dan ben je bedreigend. Net als alle andere systemen, beloont de universiteit de middenmaat – de hoog opgeleide middenmaat, maar toch. Uitschieters en andere ‘wanorderlijke elementen’ worden weggesnoeid. Jij vraagt je af: “wat is wetenschap, wanneer alles in potjes wordt gestopt en keurig opgeruimd? Wat is ware wetenschap, wanneer overal een sticker op komt met de juiste naam? Wat is ware wetenschap, wanneer we het onbekende, het vreemde zo snel mogelijk incorporeren in het systeem?” Aan de hand daarvan vraag ik mij de net zo interessante vraag af: wat gebeurt er met het afval, met de zooi die te buitensporig is om in een potje te stoppen?
Léonie 9:17 pm on October 18, 2010 Permalink | Log in to Reply
Ha Crispijn,
Is het afval dat wat we niet in het systeem kunnen passen? Dus juist het te radicale? Wanneer we het erover eens zijn dat het radicale bedreigend is en dus buiten de instituties wordt geplaatst, is het dan niet zo dat het radicale gewoon genegeerd wordt? Of: zo snel mogelijk onschadelijk gemaakt? Ik denk eigenlijk dat het radicale ofwel aangepast wordt (of misschien wel: zichzelf aanpast) ofwel domweg genegeerd, en dus veroordeeld wordt tot een soort “kluizenaarschap”. Het gevaar is namelijk, of misschien beter gesteld het probleem, dat wanneer iets of iemand wordt gekarakteriseerd als radicaal en dus bedreigend, dit “element” niet mee kan doen aan het systeem. Alleen: wat kun je bereiken wanneer je totaal niet geconformeerd bent aan het systeem? Zou dat mogelijk zijn? Of kun je alleen maar radicaal zijn wanneer je jezelf ook veroordeelt tot een soort eenzaamheid?
Léonie 9:18 pm on October 18, 2010 Permalink | Log in to Reply
P.S. “Excellentie is mogelijk: het enige wat je hoeft te doen is een 10 na te streven.” Is dat ironisch? Want excellentie volgens een bepaald stappenplan, is dat wel excellentie?
merelsijbrant 11:58 am on October 21, 2010 Permalink | Log in to Reply
Hai Léonie,
Wat een mooi, bewogen stuk zeg! Ik kan erg goed mee met jouw (en Nietzsche’s) idee dat middelmatigheid wordt beloond. En dat alles en iedereen waar mogelijk binnen een zelfde stramien wordt geduwd. Er zit iets paradoxaals in het idee dat iedereen mag zijn zoals hij of zij is en dat we iedereen zullen helpen in ‘het systeem’ mee te draaien. De overheid staat op z’n kop om alle ‘stickers’ een plekje in de maatschappij te geven(denk inderdaad aan ADHD, Aspergers, mensen met weet ik wat voor allergieën, je kunt het zo gek niet bedenken of de overheid heeft wel een strijdplan) .
Wat mij in deze overweging ook intrigeert is ons ‘intergratie probleem’. Het begrip ‘integratie’ vraagt aanpassing van twee kanten, dat weten we (al wordt dit her en der wel eens vergeten, ik noem geen namen…). Maar aanpassing waarheen? En waarvandaan? Als wij naar een soort gezamelijke ‘middelmatigheid’ willen streven (om onrust maar te voorkomen), waar is die dan te vinden? Hoe kan je überhaupt van middelmatigheid spreken wanneer mensen van heel verschillende culturen samen willen leven?
Af en toe vind ik het een wonder dat wij rustig om zes uut ‘s avonds boerenkool met köfte-balletjes kunnen eten en vervolgens met een glaasje muntthee met honing studiosport kunnen gaan kijken en een soort illusie van veilige middelmatigheid kunnen hooghouden. Maar misschien is het niet zo’n gek uitgangspunt: eerst maar een beetje middelmatigheid, dat geeft de samenleving rust. Pas als middelmatigheid heerst, zie je de uitschieters. Wat we daar dan mee doen is inderdaad een tweede (waarschijnlijk komt ‘de excellente mens’ , zoals het al eeuwen gaat, ellendig aan zijn einde en wordt pas decenia later als ‘excellent’ herkent).
Ik zge: hulde aan de middelmatigheid, opdat excellentie beter herkend, en hopelijk eerder gewaardeerd wordt!
Léonie 3:58 pm on October 23, 2010 Permalink | Log in to Reply
Ha Merel,
Om maar meteen met de deur in huis te vallen: denk je niet, met Nietzsches citaat waarmee ik mijn stuk begon, dat wanneer de middelmaat de norm wordt, uitschieters (in goede én zgn. “slechte” zin) worden gedomineerd door een massa middelmatigheid in plaats van dat het excellente (waarvan ik nog steeds niet weet wat het is, haha) beter zichtbaar wordt? Is dat niet wat nu al gebeurt? Een voorbeeld schiet me te binnen -misschien baaal- wat betreft het allocatiemodel van de UvA. Onze faculteit krijgt namelijk “betaald” per onder andere aantal studenten en het aantal behaalde studiepunten. Wie meer studiepunten haalt dan “de norm” brengt de faculteit echter geen geld op, omdat dit niet valt binnen “het systeem”. Ook denk ik aan de tweedestudieregeling waarmee een tweede bachelor/master volgen na 2013 waarschijnlijk onbetaalbaar wordt omdat de overheid deze niet meer zal financieren. Zijn dit niet voorbeelden van de middelmaat die -met harde hand!- domineert, benadeelt, maar vooral: vervlakt?
En over je laatste opmerking: zou het ook mogelijk zijn om iemand als “excellent” te beoordelen zonder afgesneden oor of nare zelfmoord, tijdens zijn of haar leven? In principe hebben is de “cultus van de levende persoonlijkheid” wijd verbreid… Maar dat heeft misschien meer te maken met een soort verkapte jaloezie in plaats van bewondering (?) voor het excellente. Wat denk jij?
bobreijnen 4:24 pm on October 24, 2010 Permalink | Log in to Reply
Ik ben het eens met Leonie (en Nietzsche). Als middelmatigheid heerst, zie je uitschieters misschien eerder, maar deze worden dan niet of nauwelijks gewaardeerd. Maar ik denk dat als we Nietzsche volgen er niet veel te veranderen valt aan de tirannie van middelmatigheid. De ‘normale’ mensen zijn de ‘fittest for survival’. (Denk aan Nietzsche’s ‘Laatste Mens’.) Maar misschien is survival niet het belangrijkste?
merelsijbrant 2:42 pm on October 25, 2010 Permalink | Log in to Reply
Hai Léonie,
Wat grappig eigenlijk dat we allemaal een vaag idee hebben van wat ‘excellentie’ inhoud maar dat we er niet echt de vinger op kunnen leggen. Ik weet het ook niet. Ik word een beetje huiverig van het idee om elke ‘uitschieter’ maar als ‘excellent’ te bestempelen (denk bijvoorbeeld aan een Wilders). Maar ik geloof inderdaad wel dat de ‘uitschieters’ duidelijker zichtbaar worden wanneer ‘de massa’ minder differentieerd (sorry voor dit taalgebruik, het voelt erg elitair maar ik kan even geen ‘aardigere’ woorden verzinnen om dit mee te beschrijven).
Maar de vraagstukken blijven: wat ik dan excellent? en wat willen we daarmee? Misschien is het een cru vraagstuk maar: heeft onze maatschappij baat bij uitschieters? Of alleen bij ‘excellentie’? En inderdaad: hoe herkennen we ‘grootsheid’ in het dagelijks leven?
Interessante vragen waar ik absoluut geen antwoord op heb. Toch lijkt het me van groot belang deze vragen (in de politiek maar ook in het onderwijs) te blijven stellen.
Goed bezig!
Merel.
clau 11:12 pm on November 4, 2010 Permalink | Log in to Reply
Hee Léonie,
Een heel mooi stukje. Wat bij mij blijft knagen is de vraag wat middelmaat eigenlijk inhoudt. Jij omschrijft ‘de middelmatige mens’ als iemand die doet zoals iedereen. Maar wat doet iedereen dan eigenlijk? En: Wie is iedereen? Pirandello heeft een erg mooi boek geschreven met de titel (in de Nederlandse vertaling dan) ‘Iemand, Niemand en Honderdduizend’. Het gemiddelde is, zo weten we allemaal, het gedeelde van de optelsom, als ik het goed uitdruk in wiskundige termen. De middelmaat is een abstractie van alle individuen die er bestaan. Jij hoort erbij, ik hoor erbij, en Nietzsche hoorde er ook bij. Alles wat we doen bepaalt uiteindelijk wat mensen als ‘de middelmaat’ gaan beschouwen.
Je stelt interessante vragen waar niet zo snel een antwoord op is te verzinnen. Dat is niet erg, in tegendeel. En misschien zijn er vragen (de we ook binnen onze studie telkens opnieuw tegen komen) die geen antwoord kennen, niet eens een niet-eenduidig antwoord. Misschien is wetenschap ook dat: Vragen stellen waarop er geen eenduidig antwoord bestaat, of zelfs helemaal geen antwoord.
Een universiteit dient te streven naar diversiteit, zowel in mensen als ook in ideeën. Op een universiteit dient er plek te zijn voor uiteenlopende mensen, ideeën, vakgebieden. Ruimte voor diversiteit, juist vanwege de universaliteitgedachte. En- ruimte voor vragen.