Facebook disciplinering

Een Facebook identiteit is een andere dan iemands heuse identiteit. We proberen op Facebook ons van onze beste kan te laten zien, door leuke foto’s ten toon te stellen en schitterende verhalen te schrijven. Een virtuele representatie is tegenwoordig een belangrijk onderdeel van menig persoon. Het is vrijwel zover, dat als je geen online identiteit hebt, je buiten de boot valt – althans, volgens de mensen die er wel over beschikken. De virtuele identiteit creëren we zelf. We vormen onze pagina zo, dat het een bepaald beeld schept over wie we zijn, oftewel willen zijn. De webpagina representeert op deze wijze onze best mogelijke ‘ik’. Maar hoe bepaal je nu welke ‘ik’ de best mogelijke is? Wat is cool en wat niet? En bovendien, waarom hebben we zo een onstuitbare behoefte aan een virtuele representatie?
Mensen zijn geen perfecte wezens; elke individu heeft zijn makken. Echter, zoals men tegenwoordig wil doen lijken, zijn we zelf allemaal perfect. Het is tegenwoordig heel gemakkelijk een leuk beeld van jezelf te creëren. Op Facebook zul je niet schrijven over je eerste grijze haren of over je maandelijkse chagrijnige bui. Er wordt veeleer opgeschept met mooie foto’s en verhalen. Deze positieve façade worden echter door velen niet al zodanig erkent. Mensen ontwikkelen al snel een minderwaardigheidscomplex als ze zien dat een friend naar een feestje meer is geweest dan diegene zelf; friends worden benijd. Door middel van Facebook wordt men vierentwintig uur per dag bekeken door anderen. Als dit in het echte leven zou gebeuren, zouden we dit privacyschending noemen. Echter, in de virtuele wereld staan we ons mannetje door onszelf een ideale identiteit aan te meten. Zo hoeven we niet bang te zijn dat iemand ons negatief kan beoordelen.
Deze voortdurende symmetrische observatie van allen heeft iets weg van het panopticum van Bentham zoals Foucault dit als metafoor gebruikt voor zijn machtstheorie. Volgens Foucault zou er door de voortdurende mogelijkheid van observatie een bepaalde zelfregulering of zelfdisciplinering ontstaan. Omdat mensen in een panopticumgevangenis immer bekeken kunnen door de bewakers, zullen ze zich aan de regels houden. De gevangenen zullen echter nooit weten wanneer er naar ze gekeken wordt. Dit heeft tot gevolg dat het eigenlijk niet meer uitmaakt of de gevangen überhaupt ooit nog bekeken worden; zolang ze maar denken dat het mogelijk is. Door deze mogelijk observatie observeren de gevangenen als het ware zichzelf. Zij zijn zelf degene die de regulering toepassen; ze zijn het object van hun eigen onderwerping. Facebook zou ook zo gezien kunnen worden. Door de continue observatie van virtuele vrienden, voelt de Facebookgebruiker de drang zich van zijn beste kant te laten zien. Ze zouden immers niet over willen komen als een oninteressant iemand of een buitenbeentje.
Door Facebook en andere online netwerksites, zien we onszelf veeleer door de ogen van de ander, dan door onze eigen ogen. We spelen in op de trends, op wat er algemeen aangenomen wordt als ‘vet’. We passen onszelf voortdurend in het ideaalplaatje dat aan de huidige eisen voldoet. Gaat er iemand in je omgeving naar housefeestjes en heeft dat het kenmerk ‘cool’, dan ga je er ook heen. Je laat dan vooral foto’s van jezelf maken en kiest de beste eruit om op Facebook te zetten. Je hoort er nog steeds bij. De categorisering ‘cool’ of ‘vet’ zijn belangrijker dan een eigen voorkeur. Buiten de boot vallen is geen optie. Omdat we trachten onszelf vanuit iemand anders perspectief te bekijken, verliezen we een bepaalde autonomie. We doen dingen niet meer omdat we ze willen doen, maar omdat ze van ons verwacht worden. Dit lijkt bij Facebook het geval te zijn.
Omdat we in het echte leven niet altijd aan de verwachtingen kunnen voldoen die ons worden opgelegd, zoeken we onze toevlucht in de virtuele wereld. Waar het wel mogelijk is om cool te zijn! Facebook zou gezien kunnen worden als een soort compensatie; het vult onze onzekerheden op met gebakken lucht. Hebben we een lelijke neus, zetten we een foto online waar onze neus wel mooi lijkt! Het is ook niet makkelijk om imperfect te zijn in de gephotoshopte wereld.
In (vermoedelijke) navolging van Foucault: Netwerksites zijn de psychiatrie van tegenwoordig. Echter, de waanzinnigen van deze tijd zijn degenen die geen Facebook hebben. Rare mensen…