Feminisme, Fitna en Fenomenologie
‘The body contains the life story just as much as the brain’ – Edna O’Brien
Dit is het motto van Philip Roths novelle The Dying Animal. Edna O’brien (1930) is een Ierse auteur, wier boeken en korte verhalen vaak vanuit het vrouwelijk perspectief worden verteld. Ook schreef zij een toneelstuk, Virginia, geïnspireerd op Virginia Woolf. Dat Roth juist deze uitspraak als motto voor The Dying Animal gekozen heeft, is tekenend. Hij duidt hiermee twee dingen aan: ten eerste zet hij de rol van het lichaam centraal – hetgeen we ook duidelijk in het verhaal zien terugkomen – en ten tweede opent Roth hiermee de mogelijkheid om de rol van de vrouw in zijn novelle te bespreken. Deze mogelijkheid dient zich niet alleen aan vanwege het voorafgaande motto, maar dringt zich ook al op wanneer we de verschuivende machtsverhouding tussen David Kepesh en Consuela Castillo in ogenschouw nemen.Hoewel de machtspositie verschuift van de typische ‘old white male’ literatuurprofessor David naar de ‘exotische’ en jonge Consuela, lijkt er op institutioneel niveau weinig te veranderen. Ondanks de seksuele revolutie die David met smaak beschrijft, is het ouderwetse, masculiene bestuur nog steeds aan de macht.
Allereerst zal ik een fenomenologische benadering aannemen, om het belang van het lichaam aan te stippen. Vervolgens zal ik aantonen dat de relatie tussen fenomenologie en feministische of ´gender´ theorieën vrij nauw is. Hiermee wil ik laten zien dat de machtsverhoudingen in Philip Roths Dying animal niet zozeer in het intellectuele idee van homo universalis zit verstopt, maar dat macht in het lichaam zit. Het lichaam is zowel slachtoffer van onderdrukking als een emancipatorisch gereedschap.
Het belang van het lichaam in betekenisgeving en ervaring is geen vanzelfsprekendheid. O’Brien stipt dit aan door te benadrukken dat het lichaam het verhaal net zo goed heeft opgenomen als het brein. Dat het lichaam wordt genegeerd in de dagelijkse en filosofische reflectie op betekenisgeving, ligt besloten in het moderne onderscheid tussen lichaam en geest, waarbij het lichaam als geestloos wordt beschouwd. Begrip en beschouwing vindt plaats in de geest.
De filosofische stroming van de fenomenologie stelt het lichaam juist centraal als beginpunt van onze ervaring. Hoewel de fenomenologie haar oorsprong kent in de filosofieën van Edmund Husserl, is de denker Maurice Merleau-Ponty uitgegroeid tot een van de belangrijkste fenomenologische denkers. Voor Merleau-Ponty is het lichaam niet alleen object, maar ook subject. De wereld wordt dus niet Cartesiaans begrepen door de categorieën van het verstand, maar wordt allereerst ingenomen door de ervaring van het lichaam. Allereerst ben ik primair als lichaam in de wereld en heb ik hierdoor toegang tot de wereld buiten mij.
Simone de Beauvoir stelt in De tweede sekse dat het lichaam geassocieerd wordt met de vrouw en het geestelijke met de man. We zien deze veronderstelling terug in The Dying Animal. Het is niet toevallig dat de machtsverhouding tussen Consuela en David lijkt te verschuiven wanneer zij naar zijn geslacht hapt. Consuela biedt geen verbaal – overigens wel een oraal – weerwoord, maar gebruikt haar lichaam als wapen. David raakt uiteindelijk verslaaft aan het lichaam van Consuela. Zijn drang om het eigen te maken gaat zover dat hij haar bloed oplikt. Zijn intellectuele kracht floreert al lang niet meer bij de fysieke macht die Consuela over hem heeft. Wanneer Consuela afstudeert gaat de relatie verloren en pas wanneer fysieke destructie haar te pakken krijgt, keert ze bij hem terug. Wanneer ze op oudjaarsavond bij elkaar zitten begint Consuela over haar verleden te vertellen: ‘She began to speak about herself as she never had before’ (149) en ‘you didn’t talk like this eight years ago. Then you were a listener. My student’ (152) Nogmaals keren hier de rollen om. Waar Consuela de macht over David in het begin van hun relatie verkreeg door haar fysieke bedreiging, neemt zij nu de verbale leiding. Dat waar David zijn identiteit in ieder geval nog uit kon destilleren ten op zichte van zijn minnares, gaat verloren nu Consuela fysiek de controle verliest.
Een minder feministische, maar eveneens vanuit de gender-theorie geabstraheerde lezing geeft een ander perspectief: het lichaam niet als machtswapen, maar als een instrument van onderdrukking. Wanneer we ons op Judith Butlers gendertheorie baseren komt het lichaam niet alleen als instrument van vitaliteit en ervaring naar voren, maar ook als een kwetsbare lei waarin inscripties van identiteit gebeiteld kunnen worden. Voor Butler is ‘gender’ geen vaststaand, a priori gegeven eigenschap, maar een geïmiteerde lichamelijke act. Binnen het heersende discourse wordt een lichaam dus instrumenteel behandeld; het lichaam is niet vrij of handelt volgens een kern, maar wordt gestuurd door ideeën en regels van buitenaf. Consuela’s lichaam lijkt haar tot dan toe te benadelen. Haar vrouwelijke schoonheid bepaalt haar levensloop. Het is daarom dat zij nooit eerder sprak zoals zij het nu doet, nu haar lichaam niet voldoende meer is om een stem mee te verwerven.
Wanneer we Beauvoir met Butler koppelen en aannemen dat het lichaam met het vrouwelijke geassocieerd wordt en het geestelijke met het mannelijke, dan is de inscriptie van tekst een mannelijk gedomineerd domein. Tekst komt immers vanuit het geestelijke voort. Dat deze uitoefening van macht zelfs letterlijk genomen niet geheel een verwerpelijk idee is bewijst bijvoorbeeld de film Fitna van Geert Wilders. Hierin wordt van eenzelfde retoriek gebruik gemaakt: de teksten van de Koran worden op het lichaam van een vrouw geprojecteerd.
De tegenstelling die Beauvoir poneert komt hier terug: de vrouw wordt geassocieerd met het lichamelijke. Toch moeten we de meer recentere Butler (hoewel ook haar theorieën behoefte aan vernieuwing hebben) erbij halen: is de vrouw daadwerkelijk vrij wanneer zij haar boerka afdoet? Volgens de simplistische redenering van Wilders wel. Butler zou er echter tegenover stellen dat er geen ware vervolmaking van de het geslacht noch de ‘zelf’ bestaat. Ook wanneer de vrouw haar boerka verwerpt, is haar lichaam een instrument; haar lichaam wordt – net als het mannelijke lichaam – beschreven met de gewoonten en regels van het heersende discours. Ieder mens laat zich ´onderdrukken´ door de opschriften van de wereld om hem of haar heen.
Zo kan zelfs worden gesteld dat niet het afdoen van de boerka bevrijdend werkt, maar juist het dragen van een boerka. Zoals Consuela een geestelijke vrijheid herwint wanneer zij niet langer in de weg wordt gestaan door haar lichaam, geeft de boerka de vrouw ruimte om te ontsnappen aan haar door conventies en regels beschreven lichaam. In Baas in eigen boerka van Rob Vreeken (hij pleit overigens voor een verbod op de boerka in Nederland) parafraseert hij Shervin Nekuee die in De Perzische paradox schrijft: ‘De vrouwen zijn gehoofd-doekt, maar hun hersenen werken sneller dan ooit’ (257). Willen de vrouwen ontsnappen aan de opgelegde associatie met lichamelijkheid, dan lijken daar twee resoluties: de eigen lichamelijkheid verbergen of deze associatie doorbreken. Maar, zolang politieke leiders die voor emancipatie prediken hun debat voeren over het lichaam van vrouwen als het kenmerk van vrijheid, zijn we daar nog ver van verwijderd.
Wanneer we het lichaam centraal stellen, zien we dat ze zowel een instrument van onderdrukking is als van overheersing. Enerzijds dient het lichaam om een revolutie teweeg te brengen, zoals de seksuele revolutie in Philip Roth´s Dying Animal of de transitieve machtsverhouding tussen Consuela en David. Anderzijds is het lichaam een middel van retoriek – zie de discussie die nu over het hoofddoekbeleid wordt gevoerd.
Het ‘lullige’ van het lichaam als emancipatiemiddel is dat het lichaam uiteindelijk aftakelt en vergaat. Soms zelfs veel te vroeg; zoals we bij Consuela zien. Wellicht dat de gulden middenweg – een Platonische balans tussen lichaam en geest – dan toch het meest efficiënt is. Misschien is het boek hier wel het ultimum van: de roman als de vereeuwigde belichaming van de geestelijke productiviteit.
- Beauvoir, Simone De. De tweede sekse. Utrecht: Bijleveld, 2000.
- Butler, Judith. Gender Trouble Feminism and the Subversion of Identity New York & London: Routledge, 1990.
- Roth, Philip The Dying Animal. London: Vintage, 2006.
- Vreeken, Rob. Baas in eigen boerka. Amsterdam: Meulenhoff, 2010.
- Wilders, Geert. Fitna. Youtube, 2008.
milan 11:59 am on October 16, 2010 Permalink | Log in to Reply
Hoi Simone! (zeg ik dit goed?)
haha Rob Vreeken, grappig dat je hem noemt, dat is m’n oom. Heb het boek overigens niet gelezen.
Interessant dat je The Dying Animal betrekt op het probleem dat er nu speelt rondom boerka’s. Mooi stukje, leuke beeldspraak ook.
simonevs 6:41 pm on October 16, 2010 Permalink | Log in to Reply
Hoi Milan!
Wat grappig! Ik ga jouw oom aanstaande dinsdag interviewen @ de Volkskrant voor het geesteswetenschap tijdschrift Babel! Dit naar aanleiding van zijn boek en zijn optreden laatst bij Felix Meritis (een avond over feminisme en islam). Overigens heeft hij een mooi journalistieke reportage geschreven hoor, best een aanrader!!
crispiness 2:46 pm on October 18, 2010 Permalink | Log in to Reply
Een weervraag op jouw stuk: is het mogelijk om geestelijk vrij te zijn als het lichaam dit niet is? Het is (natuurlijk) te simpel om te stellen dat de (extreem fundamentalistische) moslima bevrijdt is wanneer haar verplicht wordt om haar boerka af te doen door een blanke politicus. Maar zit daar niet het knelpunt: zowel als de boerka af wordt gedaan als wanneer de boerka op wordt gehouden – de keuze is niet aan de eerdergenoemde moslima. Moslimas hebben in die zin geen vrijheid: geen vrijheid om keuzes te maken, geen vrijheid om een stem te uiten. Hun onderdrukking valt of staat niet met de boerka, maar hij is daar wel mee verbonden.
Om het wat abstracter te maken: jij lijkt in jouw stuk een voorkeur te geven voor een feminisme dat in dienst staat van het geestelijke, dat probeert voorbij te gaan aan het fysieke aspect van de vrouwlijkheid. Is het niet eerder zo dat ook hier de gulden middenweg van toepassing is: zowel geest als lichaam moeten vrij zijn, voordat we het feminisme ooit overbodig kunnen verklaren. De bevrijding van het ene is niet de sleutel tot de bevrijding van het andere: dit dient samen te gebeuren.
daneshvar 9:54 pm on October 19, 2010 Permalink | Log in to Reply
Simoe,
Zoals Crispijn het zegt kunnen de lichamelijke en geestelijke aspecten van individuele vrijheid en vrijheid van expressie niet afzonderlijk van elkaar bestaan. Ik denk dat een boerka echter niet alleen het lichamelijke deel van deze vrijheid, maar ook het geestelijke deel vernietigt. Een boerka is in mijn ogen niet een instrument om je geloof uit te oefenen, hiervoor heeft een boerka een te grote vrouwonvriendelijke en symbolische bagage, maar is het een instrument van oplegging en onderdrukking. Je schrijft dat de vrouw geassocieerd wordt met het lichamelijke en stelt terecht vast dat het doorbreken van deze associatie belangrijk is voor de vrijheid van de vrouw. Naar mijn idee heb je het vervolgens mis als je zegt dat de boerka de lichamelijke associatie met de vrouw zal doorbreken en de vrouw juist vrij kan zijn door haar lichaam te bedekken onder een boerka.
Een boerka is in feite een ontkenning van je lichaam, zo een ontkenning van jezelf en dus een ontkenning van je individuele vrijheid. Voor mij is deze vrijheid het allerhoogst. Zonder de vrijheid van de individu zijn alle andere vrijheden zinloos, aangezien zonder de vrijheid om te zijn wie je bent en zo te kunnen kiezen wie je bent of zal zijn, er niet zoiets kan bestaan als een individu. Het gevaar van de boerka zit ook hierin. Doordat de boerka een vorm van zelf-ontkenning is, wordt de individu van al haar vrijheden bestolen, ze is dan geen individu meer (metafysisch gezien, niet juridisch of wettelijk) en verliest zo haar mogelijk of haar eigen keuzes te maken.
Ik denk dat het eerste wat moet gebeuren om de associatie van het lichamelijke met de vrouw te verbreken, juist een nadruk op de lichamelijke vrijheid van de vrouw is
simonevs 1:09 pm on October 20, 2010 Permalink | Log in to Reply
Beste jongens, ik ben het helemaal met jullie eens hoor betreft de Boerka. Het is slechts een experiment binnen een bepaalde argumentatie.
Echter, Bardia, waar jij stelt dat de associatie van vrouwelijkheid en lichamelijk doorbroken moet worden om te vrijheid van de vrouw te waarborgen, denk ik dat deze vrijheid niet bestaat. Niet omdat het hier de vrouw betreft, maar omdat ik (in ieder geval voor nu) een fenomenologische benadering op de wereld aanneem. Zowel man als vrouw zijn deels (onderstreep DEELS) gedetermineerd door hun lichamelijkheid. Het belang van de perceptie van het lichaam (hoe mijn lichamelijke zijn in de wereld van lichamelijke zijnen wordt opgevat en hoe daarop wordt gereageerd) bepaalt bepaalde mogelijkheden en begrenzingen van de geest. In het kader van dit argument, zou je kunnen beargumenteren dat je aan deze sturende en determinerende perceptie van lichamelijkheid zou kunnen ontsnappen wanneer je je in een boerka zou verhullen. Hier ben ik het absoluut niet mee eens, de boerka (duidelijk: het gaat hier om de boerka, niet om de hoofddoek) moet wat mij betreft niet gevierd worden.
In dat opzicht heb ik de uitspraak van Rob vreeken enigzins verkracht: wat er gebeurd bij de vrouwen die hij beschrijft, is dat zij pas een stem überhaupt verwerven wanneer zij een boerka dragen. Het betreft in zijn citaat voornamelijk de hoofddoek: vrouwen zonder hoofddoek worden lastig gevallen en bespot. Hun stem verwaaid in de respectloze kreten van de mannen op straat: met een hoofddoek op is hun geestelijke vrijheid dus groter. Let wel; dit is een zeer contextuele vrijheid en wat mij betreft ook niet goed. Laat iemand met die mannen gaan praten, alsjeblieft.
Waar het mij wél om gaat is het volgende: ieder mens is geestelijk gedetermineerd door zijn lichamelijkheid. Iemand die pretendeert vrij te zijn en daarmee zichzelf tegenover de boerka zet (met het argument dat hij wel vrij is en dus weet wat vrijheid is) is dat in wezen niet: boerka of geen boerka: de beperkingen/mogelijkheden van het lichamelijke zijn in de wereld, zijn voor iedereen aanwezig (aanwezig, niet gelijk).
In principe pleit ik dus voor precies hetgeen wat jullie stellen: de gulden middenweg van lichaam en geest. Toch wil ik deze verhouding lichaam en geest vanuit de fenomenologische hoek benaderen: de nadruk moet meer op de lichamelijkheid komen liggen.
daneshvar 11:10 pm on October 20, 2010 Permalink | Log in to Reply
Simone,
Je moet niet vergeten dat de boerka niet alleen je lichamelijke, maar ook je geestelijke en individuele vrijheid beperkt. ik wil hier niet een discussie beginnen over wat vrijheid is en wat niet en hoe vrij we allemaal wel niet zijn. Ik wil wel zeggen dat vrijheid in beginsel pas vrijheid is wanneer het in dienst staat van de individu en niet van anderen, dit is de vrijheid die het mogelijk maakt om vrij te zijn. Je hebt gelijk wanneer je zegt dat lichamelijkheid veel invloed heeft op onze beperkingen, onze beeldvorming en onze vrijheden, maar dit mag nooit een reden zijn om onderdrukking goed te keuren. hierdoor maak ik een onderscheid tussen directe onderdrukking van de individuele vrijheid en bepaalde aspecten die onze vrijheid discursief beïnvloeden, zoals lichamelijkheid, geestelijkheid, klasse, afkomst etc. In gevallen van directe onderdrukking moet de wet een oplossing geven, terwijl dit totaal niet het geval is bij discursieve spelingen. Volgens mij moet dus hier een duidelijke grens getrokken worden en moet er gedurfd worden om bepaalde instrumenten van onderdrukking te onderdrukken.
brittdebruyn 11:31 pm on October 20, 2010 Permalink | Log in to Reply
Simone,
ik wil even ingaan op het volgende: “In het kader van dit argument, zou je kunnen beargumenteren dat je aan deze sturende en determinerende perceptie van lichamelijkheid zou kunnen ontsnappen wanneer je je in een boerka zou verhullen.” Volgens mij spreekt dit zichzelf juist tegen. Een boerka benadert juist de lichamelijkheid, het vrouwlijke lichaam, om vele redenen, maar ook omdat de boerka juist alleen door vrouwen gedragen (moeten) worden.
Daarnaast vraag ik me wat af over de uitspraak van Rob Vreeken die je aanhaalt: “Het betreft in zijn citaat voornamelijk de hoofddoek: vrouwen zonder hoofddoek worden lastig gevallen en bespot. Hun stem verwaaid in de respectloze kreten van de mannen op straat: met een hoofddoek op is hun geestelijke vrijheid dus groter.” Ik vraag me ten zeerste af Waar dit lastig vallen zich afspeelt. Heeft hij het hier over in de Nederlandse samenleving of spreken we over een compleet ander land/leefgebied? Mocht het al zo zijn dat er inderdaad zo overwegend veel bespot wordt, dan kan je je afvragen of dat niet van de andere kant net zo werkt. Want als we het bekijken in de context van dhr. Vreeken, waar ik het overigens ontzettend mee oneens ben, dan wordt de geestelijke vrijheid net zo zeer verkleind door de vele atheisten, andersgelovigen, of -helaas- de grote (tijdelijke) wervelwind tegen moslims en islamaanhangers. En dan zou wanneer zij hun hoofddoek afdoen, hun geestelijke vrijheid ook kunnen toenemen.
yvonne 3:35 am on October 25, 2010 Permalink | Log in to Reply
Simone, je schrijft: ‘Ieder mens laat zich ´onderdrukken´ door de opschriften van de wereld om hem of haar heen. Zo kan zelfs worden gesteld dat niet het afdoen van de boerka bevrijdend werkt, maar juist het dragen van een boerka.’ Ik wil wel meegaan in het doorvoeren van dit punt.
Naar aanleiding van de instemming van het parlement met een boerka-verbod in Frankrijk vraag ik mij af waarmee de vrijheid van de boerka-dragende vrouw meer mee gediend is. De mogelijkheid om je met boerka in de maatschappij te kunnen bewegen en contact te maken met de wereld buiten de vier muren van het eigen huis, of het boerka-verbod, dat niet onvoorstelbaar leidt tot het gebonden zijn aan diezelfde vier muren. Hoe zit het met de geestelijke ontwikkeling in dat geval?
Terwijl de discussie over de boerka in diverse Europese landen woedt, heeft de Europese vrouw te maken met een onzichtbare boerka: de norm van de ideale sexy slanke gefotoshopte vrouw. Ik roep Sunny Bergman en je weet genoeg. Sterk doorgevoerd zou je je als Westerse vrouw eens de boerka kunnen aanmeten als vorm van protest tegen de industrie die volledig gezonde jonge vrouwen de idee geeft dat ze op hun 19e een borstvergroting dienen te ondergaan. Susannne Bordo geeft in haar boek ‘Unbeareable Weight’ aan dat in de V.S. jaarlijks 1,5 miljoen mensen cosmetische chirurgie ondergaan en dan spreken we nog niet over de gevolgen van de door diezelfde cultuur veroorzaakte bullimia en anorexia.
Bordo geeft eveneens aan dat het model van onderdrukker/onderdrukte ten aanzien van feministische kwesties achterhaald is. Hiermee wordt volgens haar voorbij gegaan aan de sociale en historische complexiteit van de situatie waarin mannen en vrouwen zich bevinden. Het schets een te passief beeld van vrouwen. Dat is precies wat mij ergert in de houding van Sarkozy en de zijnen. De witte Europese bestuurder die de zogenaamd onmondige onderdrukte islamitische vrouw wil bevrijden door een maatregel die wellicht averechts zal gaan werken en voor heel iets anders staat dan de bevrijding van die islamitische vrouw. Is de betreffende vrouw ook iets gevraagd?
harir 9:09 pm on November 6, 2010 Permalink | Log in to Reply
Hallo Simone,
Een mooi essay . Ik kan je uit eigen ervaring vertellen dat het (tijdelijk) dragen van een burqa noch geestelijk noch lichamelijk bevrijdend werkt. Vrouwen in Afghanistan en Iran die een burqa dagelijks dragen om over straat te kunnen ontkomen ook binnenshuis niet aan het lichaam als middel van onderdrukking en overheersing. De bron van het probleem is volgens mij juist dat in een patriarchale samenleving de mannen (in biologisch opzicht) het monopolie hebben op het bedenken en maken van inscripties. Omdat (biologische) vrouwen zowel in het publieke als het prive domein gereduceerd zijn tot hun lichamelijke of natuurlijke essentie is er in hun geval dus geen sprake van de ‘Platonische balans tussen lichaam en geest’ waar jij over spreekt . Ik vind je verwijzing naar burka dragende vrouwen hier wat ongepast omdat je daarmee ook impliciet verwijst naar samenlevingen waar het voor vrouwen uberhaupt bijna onmogelijk is om zich als denkend subject te manifesteren in het publieke domein.Wanneer men een afranseling door de politie riskeert door zich zonder burka op straat te begeven is er dan uberhaupt wel sprake van een ‘vrije’ keuze? De situatie in Europa is natuurlijk wel anders, om op het punt van Yvonnen in te gaan. Maar waarom zou je in hemels naam een burka willen dragen in Frankrijk? Het werkt helemaal niet bevrijdend om de verbazing ,woedde en vijandigheid van de samenleving op je hals te halen. De kans is klein dat je contact maakt en als je dat al doet lukt het waarschijnlijk alleen binnen Islamitische kringen.Wellicht bereik je in dat geval meer op emancipatorisch gebied door binnen te blijven en boeken te lezen en te bloggen op internet. Ik noem maar iets.
Terug naar het essay: ik vind het een leuke theoretische hutspot en mooi gedachtenexperiment maar denk dat burqa dragende vrouwen er baat bij zouden hebben om Simone de Beauvoir nog even op zich in te laten werken om vervolgens hun geestelijke vermogens meer te manifesteren in het publieke domein.
Uiteraard moeten ze dit zelf doen en heeft het een averechts effect, inderdaad tenenkrommend paternalistische Yvonne, om dit van bovenaf op te leggen.
simonevs 2:51 pm on November 8, 2010 Permalink | Log in to Reply
Hoi Harir, dank voor je bijdrage in de discussie.
Ik ben het eigenlijk absoluut met je eens. Mijn enige argument voor het bovenstaande dat ik geschreven heb, is dat ik mijn positie van onwetende (dan voornamelijk op gebied van Islam), atheistische vrouw in de samenleving van nu een beetje zat ben. We vervallen in onze discussies voortdurend in cirkelredeneringen (zowel links als rechts) en het debat dat over moslimvrouwen wordt gevoerd in de politiek is geen debat te noemen. Er is namelijk geen sprake van daadwerkelijke openheid ten op zichte van een tegengeluid. Het debat kan dan ook beter een betoog worden genoemd.
In deze context kan ik twee dingen doen wanneer ik niet in de mee voerende stroom van de cirkelredenering terecht wil komen: a) het onderwerp dan maar negeren of b) een, vanuit de argumentatie, gedestilleerde, tegenstelling poneren. Niet omdat ik het er mee eens ben, maar omdat het gedacht en beargumenteerd kan worden. Het dee dat je in dit land nog bepaalde stellingen kunt innemen omwille van het innemen van een ander standpunt als zodanig en niet omdat dit je mening is, stelt mij gerust. Misschien is het vreselijk naief, of vloeit het zelfs voort uit de noodzakelijkheid voor een atheist om ergens in te geloven, maar ik denk dat het poneren van stellingen, gewoon omdat ze uberhaupt denkbaar zijn, toch een bijdrage kan leveren (juist en misschien wel alleen, omdat er toch geen alwetende waarheid meer bestaat).
Dan wil ik nog een eigenaardigheid aanstippen.
Je schrijft: “ waarom zou je in hemels naam een burka willen dragen in Frankrijk? Het werkt helemaal niet bevrijdend om de verbazing ,woedde en vijandigheid van de samenleving op je hals te halen.”
Nogmaals, ik ben het met je eens dat het ronduit verschrikkelijk is dat vrouwen in Iran en Afghanistan worden opgepakt omdat ze geen boerka dragen. Een klein stukje blote huid kan een doodsvonnis zijn. Maar waar dergelijke landen onder de dictatuur van patriarchale leiders en structuren lijden, vind ik het bovenstaande argument om in Frankrijk geen boerka te dragen evengoed schokkend. Niet omdat ik voor de boerka pleit, maar wel omdat ik een dergelijke maatschappij waarin je met bepaalde (misschien zelfgekozen) uitingen verbazing, woede en vijandigheid op de hals haalt, evengoed veracht. Homoseksualiteit haalde in Nederland nog niet zo heel lang geleden ‘ verbazing, woede en vijandigheid’ op de hals. Ik wil de boerka geenzins met homoseksualiteit vergelijken, maar een samenleving die zich dusdanig opstelt wil ik wel met een boerka vergelijken.
In zijn boek stelt Rob Vreeken (een interview met de beste man verschijnt in het December/januari nummer van het geesteswetenschap tijdschrift Babel mocht je het interessant vinden)‘ de boerka is een eenpersoonsgevangenisje’ . Een samenleving die het vertikt om enige openheid jegens andere vormen van uitdrukking aan te nemen, noem ik een ‘ meerpersoonsgevangenisje’ . Zulk een samenleving is net zo onvrij als de samenleving die door patriarchale eikels wordt gedomineerd..