Gevangen in woorden

Zowel Johan W.von Goethe (Schulz, 11) als Gayatri Chakrovorty Spivak zien literatuurwetenschap als een manier om de wereld te veranderen. In mijn betoog laat ik zien dat dit niet mogelijk is, maar dat de literatuurwetenschap wel een bijdrage kan leveren tot een beter begrip tussen mensen onderling. Daarmee leidt de literatuurwetenschap weliswaar niet direct tot een betere wereld of sterker nog, tot wereldvrede, maar geeft het wel een aanzet tot een andere wereld met meer begrip voor elkaar.

Goethe kwam lang voor Spivak met het begrip “Weltliteratur’ dat voor hem een manier van leven was. De wereldliteratuur kan zich volgens Goethe ontwikkelen als de verschillende landen over en weer communiceren over de literatuur: ideeën omarmen, imiteren en/of verwerpen (Schulz, 11).
Met haar boek Death of a Discipline geeft Spivak aan dat de literatuurwetenschap grensoverschrijdend moet zijn. Maar welke grenzen worden bedoeld; geografische grenzen, grenzen van gender, seksualiteit of nationaliteit?. De geografische grenzen verdwijnen meer en meer, maar daarvoor in de plaats komen andere grenzen terug: “[…]Part of this uncertain future is the growing virtualization of frontiers. What we are witnessing in the postcolonial and globalizing World is a return of the demographic, rather than territorial, frontiers that predate and are larger than capitalism” (Spivak ,15)

Spivak stelt dat dankzij de globalisering grenzen overschrijden in de Westerse wereld steeds eenvoudiger is geworden, dit in tegenstelling tot de rest van de wereld waarin het steeds moeilijker wordt om grenzen heen te gaan. Een moeilijkheid hierbij is dat de Westerse literatuurwetenschapper de grenzen bepaalt. Hij bepaalt wat literatuur is en heeft hier dus de grenzen aangegeven die universeel moeten gelden. Maar de vraag is of de normen van de westerse wereld ook gelden in de niet-westerse wereld. Daarom propageert Spivak de literatuurwetenschapper als homo universalis. De literatuurwetenschapper moet de talen zo goed mogelijk beheersen om zodoende niet alleen heel exact te kunnen vertalen, maar ook om het gevoel, de achterliggende gedachte van een tekst goed te kunnen weergeven.
Het is evident dat hiermee geen eind komt aan de problemen die vertaalde teksten oproepen.
Want, hoe goed we een tekst ook vertalen, we hebben altijd te maken met de cultuur van het land, de streek of de bevolkingsgroep waaruit de tekst voortkomt. Niet alleen het referentiekader van de vertaler en literatuuronderzoeker speelt hierbij een rol, maar ook dat van de ‘gewone’ lezer.
Een voorbeeld hiervan is de discussie die enkele jaren geleden in de Verenigde Staten speelde. Het Amerikaanse Volkslied was vanuit het Engels in het Spaans vertaald. Dit riep grote weerstand op bij een groot deel van de Amerikaanse bevolking. Dit voorbeeld laat duidelijk de betekenis van taal en betekenis zien: In de eerste plaats de taal, omdat het volkslied, bij de vertaling naar het Spaans qua tekst is aangepast, zodat de Spaanstalige immigranten in de VS de volle betekenis van het volkslied konden doorgronden. De kritiek richtte zich op de vertaling, omdat deze niet letterlijk vertaald was. Veel Amerikanen voelden dit als een belediging omdat nu volgens hen de essentie van het volkslied nu was verdwenen. Ten tweede, de betekenis van de vertaling van het Engels naar het Spaans: Door het volkslied in het Spaans te vertalen, en doordat deze vertaling uitgebracht werd kort voordat de Senaat zich zou buigen over de immigratieregels, kregen sommige Amerikanen het gevoel dat ‘de immigranten’ Amerika zouden overnemen. Hierbij is dus niet de letterlijke vertaling het voornaamste, maar een gevoel dat in de Amerikaanse cultuur zit, waarbij ‘anderen’ niet aan hun (het Amerikaanse) volkslied mogen komen. De tijdgeest van het moment speelt hierbij dus ook een rol. Met dit voorbeeld wordt ook duidelijk dat alleen een tekst kunnen vertalen niet voldoende is, om een schrijver of een tekst volledig te kunnen begrijpen is kennis van de cultuur en van de periode in de geschiedenis waarin iets gebeurt onmisbaar. Dat is niet alleen tegenwoordig het geval, ook in de jaren zestig speelde dit al.
De Washington Post (Montgomery) schreef letterlijk over de culturele boodschap die het volkslied heeft voor de Amerikanen:
“Nuestro Himno” is as fraught with controversial cultural messages as the psychedelic “Banner” Hendrix delivered at the height of the Vietnam War.
Pressed on what he was trying to say with his Woodstock performance in 1969, Hendrix replied (according to biographer Charles Cross), “We’re all Americans. . . . It was like ‘Go America!’ . . . We play it the way the air is in America today.”

Naar aanleiding van deze discussie rond het volkslied verscheen in kort daarna Who Sings the Nation-State. In een recensie over dit boek wordt de link met de bewegende grenzen gelegd:
“Het voorval roept belangrijke vragen op over burgerschap en nationale identiteit. Je zou denken dat je door het zingen van een volkslied je nationale identiteit bevestigt; maar ook deze taalhandeling kan worden geparodieerd, waardoor je nationale identiteiten juist ter discussie stelt. Om te beginnen hebben statenlozen strikt genomen helemaal het recht niet om enig volkslied te zingen: dat is voorbehouden aan de burgers van een staat. Wie als statenloze toch een volkslied zingt, eist de rechten van het burgerschap ook voor zichzelf op. Maar doordat het in het Spaans werd gezongen, werd hier bovendien de specifiek Angelsaksische nationale identiteit van de VS ter discussie gesteld. Dergelijke subversieve en parodiërende daden kunnen volgens Butler de weg wijzen naar nieuwe, post-nationale vormen van identiteit en solidariteit.” (Leezenberg)

Waar liggen de grenzen in deze wereld en hoe gaan we daarmee om? In Who Sings the Nation-State (Butler,1) zegt Butler “We are caught by words”.
Uiteraard kan dit op veel manieren worden uitgelegd, maar in de literatuurwetenschap zijn het niet alleen de woorden die de grenzen aangeven, maar ook de interpretatie die de literatuurwetenschap geeft. Zoals Spivak aangeeft :
“In order to reclaim the role of teaching literature as training the imagination […] we may, if we work hard as old-fashioned Comp. Lit. is known of capable doing, come close to irreducible work of translation, not from language to language but from body to ethical semiosis, that incessant shuttle is a “life” (Spivak, 13).

Literatuur:
Butler, Judith and Spivak, Gayatri Chakrovorty. Who sings the Nation-State? Language, Politics, Belonging. (2007), p.1
Leezenberg, Michiel, NRC, 21-03-2008 website: http://www.nrcboeken.nl/recensie/woorden-zijn-daden
Montgomery, David, Washington Post, 28-04-2006 Website:

http://www.washingtonpost.com/wp-dyn/content/article/2006/04/27/AR2006042702505.html

Schulz, Comparative Literature: The Early Years: An Anthology of Essays, 1973. p.11
Spivak, Gayatri Chakrovorty, Death of a Discipine