Het afzweren van de demagogie
Kant constateert in The Conflict of the Faculties dat de universiteit ingedeeld is in drie ‘hogere’ faculteiten en één ‘lagere’ faculteit. In de hogere faculteiten wordt het belang van de staat gediend: ze staan onder het bestuur van de staat en moeten zodoende ook verantwoording afleggen tegenover de staat; er is totaal geen vrijheid van kritisch denken. Hieronder staat de lagere faculteit: die van de filosofie. Deze is vrij, heeft zijn eigen autoriteit en kent de mogelijkheid van het uiten van kritiek: ‘One in which reason is authoirzed to speak out publicly’. (Kant: 28)
En juist dit publiekelijk spreken, waaronder natuurlijk ook kritiek moet worden verstaan, acht Kant van essentieel belang voor de mensheid en de staat. Het is belangrijk dat de staat beoordeeld mag worden, omdat dit voor redelijkheid zorgt. En de staat is erbij gebaat redelijk te zijn, omdat dit – in de geest van het Verlichtingsideaal – voor vooruitgang zorgt. Kortom: Kant ziet een belangrijke rol voor de rede weggelegd en betoogt dat de indeling in hogere en lagere faculteiten dan eigenlijk ook omgedraaid zou moeten worden, zodat de filosofie de hoogste rang bezit en de rede het belangrijkste goed wordt.
De rede houdt onvermijdelijk volledige vrijheid in. Vrijheid de rede te gebruiken en niet klakkeloos na te volgen en dus de vrijheid een kritische houding aan te nemen en deze te uiten. Het gebruik van de rede en de daaruit voortvloeiende vrijheid voorkomt demagogie, omdat intellectuelen dan de mogelijkheid bezitten het volk te informeren of zelfs te waarschuwen over zaken die naar hun idee niet redelijk verlopen.
Theoretisch klinkt dit allemaal mooi in de oren, maar werkt het allemaal zo mooi in de praktijk? Het Duitse, en daarmee ook Nederlandse, universiteitsmodel zijn gebaseerd op het ideaal van Kant om de ‘hogere’ faculteiten en de ‘lage’ faculteit om te draaien, waardoor filosofie ‘boven’ theologie, geneeskunde en rechten komt te staan. Wat heeft deze wisseling van de wacht ons gebracht?
Niets. Althans niet hetgeen Kant voor ogen stond. Een kleine drie eeuwen later is het begrip ‘vrijheid’ ontmanteld als een machtsmiddel, als een excuus te mogen doen en laten, te mogen zeggen wat je wilt. Geert Wilders is in die zin dan ook een kind van Kants ideaal. Kant dacht dat door redelijkheid en de daarbij behorende vrijheid demagogie werd voorkomen, maar het tegendeel is waar geworden: vrijheid heeft (voor een belangrijk deel) bijgedragen aan de demagogie in de wereld. Het begrip ‘vrijheid’ is te vrij.
Geert Wilders stelt zich op als een kritische denker, iemand die niet zomaar aanneemt wat de staat hem vertelt of doet geloven en die zijn vrijheid gebruikt om daartegen in te gaan. De manier van presentatie geeft hem het beeld van iemand die zijn redelijkheid gebruikt om het volk te beschermen tegen demagogie: de kritische opstelling en de vrijheid nemen kritiek te leveren op het doen en laten van de staat is in wezen precies zoals Kant het voor ogen zag. Wilders laat zien dat Kants ideaal voortreffelijk werkt in de praktijk en tot hier is daar ook niets mis mee. Het probleem is alleen de bijwerking die de vrijheid van de rede met zich meebrengt. De vrijheid gaan zelf als een machtsmiddel dienen; het legt een waarheid op.
Door de opkomst van de Verlichting werd het geloof in de rede steeds groter. Ik zeg hier bewust ‘geloof’, omdat de Verlichting eigenlijk precies hetzelfde deed als de instituties waarop het een reactie vormde. Waar de dogmatische geloofsleer van het Christendom werd bekritiseerd, had de Verlichting zelf een naar het dogma neigend geloof in de rede. De rede werd precies hetzelfde als waar het zich tegen had proberen af te zetten: een geloof. En dit is precies het probleem van de rede: het gelooft ontzettend in zichzelf.
Als Wilders zijn rede gebruikt en daardoor de vrijheid neemt kritiek te leveren op de staat, dan is daar zoals gezegd niets mis mee. Het feit dat Wilders kritiek uit houdt echter in dat hij ook een standpunt bezit. Dit standpunt is een product van de rede en wordt daardoor, alleen al door deze status, als waarheid verkondigd. Het geloof in de rede is zo groot dat elke kritiek op deze ‘waarheid’ als een bedreiging wordt gezien, als een poging om de vrijheid van de rede in te perken. Elke kritiek op het standpunt, dat nota bene voortkomt uit kritiek, wordt gezien als een jaloerse daad, als een poging van een naar macht hunkerend individu. De waarheid voortkomend uit de vrijheid kritisch te denken wordt opgelegd als dé waarheid en dient daardoor als een machtsmiddel. Het is niets minder dan de eis deze waarheid na te volgen. De vrijheid met zijn kritische denken leidt dus tot niets minder dan demagogie.
Een omkering van de ‘hoge’ faculteiten met de ‘lage’ faculteit heeft dus geen zin. Niet tenminste als je de demagogie wilt af(z)weren. Maar is er dan misschien een andere oplossing? Ik denk het wel.
Zowel het Franse universiteitsmodel als Kants reactie daarop gaan uit van hiërarchie tussen de ‘hoge’ faculteiten en de ‘lage’ faculteiten. Daar ligt volgens mij de kern van dit probleem, want hiërarchie creëert per definitie al machtstructuren. Mijn inziens weerhouden de disciplines bij de ideale vormgeving van de universiteit zich dan ook gelijkwaardig tot elkaar en is daarbij uitwisseling tussen de verschillende disciplines eerder regel dan uitzondering. Ik denk dat dan het ideale milieu is gekweekt om de rede tot zijn recht te laten komen.
In dit verband is het interessant Spivak erbij te betrekken. Zij betoogt dat de disciplines van de vergelijkende literatuurwetenschap en de zogenoemde Area Studies de handen ineen moeten slaan om tot een beter begrip van buitenlandse literatuur te komen. De cultuur van een gebied is namelijk van essentieel belang om de literatuur daaruit afkomstig te kunnen begrijpen. De grens tussen de twee disciplines moet dus worden weggenomen om tot een beter begrip van buitenlandse literatuur te komen. Als dit opschorten van de grenzen op de hele universiteit wordt toegepast en disciplines elkaars kennis kunnen uitwisselen of gebruiken, dan wordt een ideale omgeving gekweekt voor de rede en komt deze het beste tot zijn recht. De verdwenen hiërarchie zorgt er bovendien voor dat de rede (of een andere instantie) niet meer de macht heeft om mensen een waarheid op te leggen. En dat zou weleens het einde van demagogie kunnen betekenen!
Bronnen:
Kant, I. The Conflict of the Faculties
Spivak, G.C. Death of a Discipline
brittdebruyn 6:39 pm on October 16, 2010 Permalink | Log in to Reply
sverest,
volgens mij vergeet je een van de meest essentiële aspecten van Kant’s opvatting; hij zegt namelijk dat Iedereen kritisch zou moeten denken – en kritisch nadenken is het tegenovergestelde van gemanipuleerd worden. Wanneer Wilders daadwerkelijk een kind van Kant’s ideaal zou zijn, zou hij willen dat er ook over zijn uitspraken kritisch werd nagedacht – maar dat is niet wat Wilders wil. Je zegt zelf al dat Wilders ‘zich opstelt als’ een kritisch denker, dat zijn manier van presentatie hem het beeld geeft van iemand die zijn redelijkheid gebruikt om het volk te beschermen tegen demagogie – dit zegt niet dat het zo is, hij doet zich inderdaad slechts voor als een kritisch denker.
“De vrijheid met zijn kritische denken leidt dus tot niets minder dan demagogie.” De vrijheid van kritisch denken in open debat gaat juist manipulatie tegen, doordat er kritisch wordt nagedacht, en niet klakkeloos wordt aangenomen – zoals dit gebeurd wanneer mensen Wilders volgen, zonder hier zelf kritische vraagtekens bij te zetten. Kant zegt dat in een publiek debat juist alles zou moeten bekritiseerd worden, wat de manipulatie voorkomt.
Het volgende; “want hiërarchie creëert per definitie al machtsstructuren”, het werkt juist andersom. De machtsstructuren creëren de hiërarchie. Er kan nooit zoiets als complete gelijkwaardigheid tussen de disciplines bestaan, aangezien er altijd sprake is van een machtsconflict. Dit heeft als reden dat wat in één discours als waarheid geldt, in de ander niet als waarheid hoeft te gelden. Hierdoor zullen de verschillende disciplines altijd in een verhouding van conflict zitten en daardoor zal er altijd een hiërarchie aanwezig zijn.
sverest 11:47 pm on October 18, 2010 Permalink | Log in to Reply
Oké, ik heb me wat ongelukkig uitgedrukt toen ik zei dat Wilders ‘een kind van Kant’s ideaal is’. Wat ik ermee bedoel te zeggen is dat het gevolg van Kant’s ideaal, waarin de ‘hogere’ faculteiten en de ‘lage’ faculteit met elkaar omwisselen, niet het gewenste effect hebben behaald, maar juist het tegenovergestelde. Want inderdaad vindt Kant dat iedereen kritisch zou moeten denken, maar het bovenaan plaatsen van ‘filosofie’ met zijn rede zorgt hier juist niet voor.
Dat tweede wat je aankaart in je eerste alinea – dat ik zeg dat Wilders ‘zich opstelt als’ bedoel ik ook op de manier zoals jij dat aankaart – dat hij zich slecht voordoet als kritische denker. Ik zeg niet voor niets: ‘de presentatie geeft hem het beeld’; kortom: de beeldvorming zorgt ervoor dat Wilders als kritische denker wordt neergezet. Ik prik daar doorheen; jij prikt daar doorheen; gelukkig prikken daar nog redelijk wat (- 1,5 miljoen) mensen daar doorheen, maar dat doet niets af aan het feit dat het beeld wel bij redelijk wat mensen aanwezig is, van Wilders als een kritische denker die dingen durft uit te spreken.
Wat je in je tweede alinea aanstipt bedoel ik anders. De vrijheid van kritisch denken heeft ervoor gezorgd dat bij Wilders en aanhangers een geloof is ontstaan in deze vrijheid. Dat wat door Wilders middels deze vrijheid wordt gezegd, lijkt soms voor waar aangenomen te worden, puur omdat het via de vrijheid van kritisch denken is uitgesproken. Kijk maar eens de reacties na op de site van het rechtse ‘De Telegraaf’ op een nieuwsbericht waarin kritiek of bezwaren worden geuit op Wilders. De reacties zijn lachwekkend, maar ook bijna angstaanjagend. De kritieken van de ‘linkse hobbyisten’ worden door bezoekers verworpen met argumenten als “Ze zijn bang, omdat iemand eens de waarheid durft te spreken”, waarna uitspraken als de ‘vrijheid van meningsuiting’ en ‘we leven in een vrij land’ dit moeten onderstrepen. Nu kunnen uit dit soort reacties niet teveel conclusies worden getrokken, maar als 1,5 miljoen Nederlands hun stem hebben uitgebracht op een (naar mijn mening!) fascistische, one-issue partij dan lijken vrij veel mensen te geloven in Wilders’ opvattingen. Of eigenlijk opvatting. Ze hebben dit als waarheid gezien. Er is eindelijk iemand opgestaan die de waarheid durft bloot te leggen…
Wat je derde alinea betreft: klopt, heb me verkeerd uitgedrukt. Ik bedoel namelijk het volgende: “want hiërarchie houdt per definitie al machtsstructuren in”. Maar dat er altijd een hiërarchie aanwezig zal zijn, vind ik wat te kort door de bocht. Complete gelijkwaardigheid tussen disciplines is het ideaal en ik ben me er bewust van dat het een (zo goed als) onmogelijk streven is. Maar het ideaal moet de motor zijn achter de inrichting van de institutie. Naar een zo groot mogelijke gelijkwaardigheid streven dus. En dat niet gehaald zal worden is misschien waar, maar daarvoor is het immers een ideaal. Het belangrijkste is, is dat uitwisseling tussen disciplines wordt bevorderd en beter wordt mogelijk gemaakt: dat de grenzen daartussen vervagen. Dit betekent niet dat je daardoor een machtsconflict creëert: je mag over de grens van je eigen discipline heen kijken, maar het hoeft uiteraard niet! Het is puur bedoeld datgene uit andere disciplines te gebruiken wat van hulp kan zijn bij het uitoefenen van de eigen discipline, en dus ook datgene niet te gebruiken dat niet helpt.
thomashvv 10:40 pm on October 17, 2010 Permalink | Log in to Reply
Sverest, bedankt voor je essay, alleen vind ik dat je de casus van Wilders een stuk te exemplarisch afschetst voor je conclusie: “De vrijheid met zijn kritische denken leidt dus tot niets minder dan demagogie.” Wilders is juist een uitzonderlijk, uniek geval, dus zoiets stelligs kan je mijns inziens niet beweren. Maar ook als je had geschreven: “De vrijheid met zijn kritische denken kan tot niets minder dan demagogie leiden”, had ik daar mijn ernstige vraagtekens bij gezet. Want kritische denken is toch het enige waar demagogie mee voorkomen kan worden? Hoe zie jij dat dan voor je? Je conclusie over gelijke macht tussen alle disciplines klinkt weliswaar handig, maar ook, zoals Britte al opmerkt, utopisch: vanwege de onderlinge, soms conflicterende verhoudingen tussen verschillende disciplines kunnen die nooit volledig gelijkwaardig gezien worden. Dus hoe stel je het je dan voor? Mij lijkt kritisch denken de enige oplossing; daardoor volg je immers niet blind wat je krijgt voorgespiegeld, maar creëer je je eigen waarheid. Wilders deed dat ook, alleen houdt hij nu zo steevast vast aan die kritische ideeën die hij jaren geleden heeft bedacht, dat het kritische denken zelf er inmiddels niet meer in zit. Er is alleen nog het restant daarvan, het residu. Dáármee bedrijft hij zijn demagogie. Met kritisch denken heeft dat allang niets meer mee te maken. En het lijkt me evident dat de mensen die hem als demagoog blindelings volgen, ook niet bepaald kritisch denken.
Ten slotte wil ik ook nog op een ander punt van je essay reageren; je schrijft: “Waar de dogmatische geloofsleer van het Christendom werd bekritiseerd, had de Verlichting zelf een naar het dogma neigend geloof in de rede. De rede werd precies hetzelfde als waar het zich tegen had proberen af te zetten: een geloof.” Je schrijft het op alsof het een zwakte is van de Verlichting, en dat is misschien in zekere zin ook wel zo, maar ik denk dat het eveneens onoverkomelijk is dat dergelijke stromingen, grondgedachten of hoe je het ook wilt noemen vanzelf uitmonden in een geloof. Dat kan ook gezegd worden van het Marxisme, het nationalisme, integratie – en ga zo maar verder; uiteindelijk wordt het voor de voorstanders altijd tot op zekere hoogte een geloof.
sverest 11:28 am on October 23, 2010 Permalink | Log in to Reply
Ja, kritisch denken is in principe juist het middel dat demagogie kan voorkomen en dat ideaal draagt Kant ook uit. In feiten is dat ook zo, maar ik heb in mijn essay proberen te schetsen dat juist door het model zoals dat nu het geval is, het tegendeel bewerkstelligd wordt. De vrijheid van het kritisch denken is op zo’n hoog voetstuk geplaatst dat het resultaat van deze vrijheid, de kritiek, als een soort absolute waarheid gezien wordt – iets dat uit de vrijheid van kritisch denken voortkomt, lijkt al op zich de status van waarheid te bezitten.
Zoals ik al gereageerd heb bij Britte, zie ik de gelijke macht van alle disciplines zeker niet als een utopie. Weliswaar zal het misschien nooit helemaal bereikt worden, maar we kunnen ver komen. Als alle disciplines een gelijke macht hebben, kan je door kritisch denken dat opnemen uit de andere disciplines dat van pas kan komen bij de uitoefening in je eigen vakgebied, maar ook juist datgene niet opnemen dat niet van pas komt.
Het laatste stuk van je eerste alinea is eigenlijk precies datgene wat ik in dit essay wil zeggen, alleen onze conclusie is anders. Wilders heeft door kritisch denken zijn eigen waarheid gecreëerd en is gaan geloven in die waarheid. Of in zijn ideeën nog een restant van het kritisch denken zit of niet, is niet zo van belang. Maar dat het kritische denken tot een waarheid heeft geleidt en vervolgens tot een dogmatische houding ten opzichte van die waarheid, is het grote probleem. De vrijheid kritisch te denken is in wezen goed, maar de manier waarop dat nu gebeurt niet. Het kritische denken is op een verhoging geplaatst, en oefent daardoor een bepaalde macht uit. Een macht die ervoor zorgt dat je persoonlijke waarheid uit het kritische denken tot dé waarheid wordt gemaakt.
In de laatste alinea heb je zeker een punt, maar het is natuurlijk paradoxaal dat een stroming die (terecht) kritisch tegenover een dogmatische geloofsleer staat, zelf een dogmatisch geloof in de rede uit. Ik heb dat zo opgeschreven, omdat daar misschien wel het grote probleem ligt: het geloof in de rede en de waarheid die deze voortbrengt is te groot en leidt daardoor uiteindelijk tot demagogie (heel kort door de bocht, ik weet het, maar ik bedoel in feiten hetzelfde als ik hierboven met het kritisch denken dat tot demagogie leidt).