Kanttekeningen

Immanuel Kant heeft het in zijn tekst “Streit der Fakultäten” over het Duitse model van de universiteit. Volgens hem zijn in dit model alle faculteiten zo ingericht, dat zij uiteindelijk de staat dienen. Op deze manier zijn de faculteiten afhankelijk van de staat en de regering en kunnen niet vrij handelen. De kritiek die de filosofische faculteit op de drie andere faculteiten (geneeskunde, rechten en theologie) levert, blijft daarom ook alleen maar binnen de muren van de universiteit. Volgens Kant is deze toestand verre van ideaal, want hij is van mening dat de kritiek van de filosofische faculteit in dienst van iedereen moet staan, niet alleen in dienst van de staat.
Mij viel bij het lezen van de Duitse tekst op, dat Kant gebruik maakt van het woord ‘Literaten’ in plaats van gewoon ‘studenten’. Het woord ‘Literat’ heeft een veel bredere en ook andere betekenis dan het woord ‘student’: een literaat is een intellectueel, meestal een schrijver, die zich in de intellectuele schrijverskringen beweegt. Opvallend is, dat Kant het woord gebruikt om de groep studenten te beschrijven die na hun studie als instrumenten van de regering gebruikt worden. Hij gebruikt het woord juist voor de studenten, die gestudeerd hebben om een bepaalde functie te krijgen. Zij hebben verder geen interesse in wat zij geleerd hebben tijdens hun studie (24). Volgens mij geeft het gebruik van ‘literaat’ in plaats van ‘student’ een nieuwe dimensie aan het betoog van Kant.
De student heeft buiten de muren van de universiteit eigenlijk geen andere functie dan de staat te dienen, hoewel hij in principe tot wetenschapper wordt opgeleid. De student blijft op deze manier binnen de controle van de staat en kan er niet aan ontsnappen. Door echter gebruik te maken van ‘literaat’ wordt er volgens mij een publieke en maatschappelijke dimensie aan toegevoegd. Een student is misschien alleen maar binnen de universiteit te vinden, maar een literaat niet. Een schrijver hoeft niet per se gestudeerd te hebben, hij heeft alleen maar de juiste (financiële) omstandigheden nodig. Een literaat is een intellectueel die geen universitaire studie nodig heeft. Daarnaast is hij als schrijver ook een meer publieke figuur dan iemand in dienst van de staat. Met publiek bedoel ik, dat hij niet gebonden is aan de regering die hem een functie biedt. De literaat is wel in staat om maatschappelijke kritiek te oefenen zonder meteen in ernstige problemen met de regering te komen, juist omdat de regering niet zijn werkgever is.
De betekenis van het woord ‘literaat’ en het betoog van Kant hebben mij ook aan het denken gezet over onze situatie aan de UvA als studenten literatuurwetenschap in het jaar 2010. Kant heeft zijn tekst meer dan 200 jaar geleden geschreven en toch vraag ik mij af of de situatie vandaag de dag zoveel veranderd is. Wat mij opvalt, is dat wij tijdens de studie heel weinig lezen en daarmee bedoel ik voornamelijk, dat wij weinig literatuur en ook weinig theoretische teksten in hun geheel lezen. We lezen vaak korte passages uit theoretische en soms ook uit literaire teksten. Als wij een tekst helemaal willen lezen, dan moeten wij dat zelf in onze eigen tijd doen. De keuze om een literaat te worden ligt dus eigenlijk bij ons zelf en heeft niet heel veel met de universiteit te maken. De universiteit geeft de aanleiding, de inspiratie, maar de uitvoering ligt toch bij ons en in de publieke ruimte. De vraag is dan natuurlijk hoe publiek deze ruimte is, aangezien ons leesgedrag door de universiteit geïnspireerd is. Maar aan de andere kant lezen wij nieuwe teksten dan misschien op een andere en ook meer kritische manier als wij eerder bestudeerde theorieën in hun geheel kennen. Deze leeshouding heeft natuurlijk niet alleen betrekking op andere teksten die wij voor de universiteit moeten lezen, maar ook op teksten binnen de publieke ruimte, zoals artikelen in de krant. Wij hebben dus wel de mogelijkheid om kritische lezers te worden. Aan de andere kant hebben wij in college al besproken dat wij ook deel uitmaken van de institutie “universiteit”. Hoeveel vrijer zijn wij nu, 200 jaar later?

Bronnen:
Kant, Immanuel. Streit der Fakultäten.