Brug tussen verbeelding en cultuur

“Kan de verbeelding de wereld veranderen? En heeft literatuur de literatuurwetenschap hiervoor nodig?” Dit waren de vragen waar ons afgelopen college mee eindigde. Als ik een antwoord op de eerste vraag zou moeten geven, zou ik heel hard “JA!” willen roepen. Maar als iemand me de tweede vraag zou stellen, zou ik eerder “mmmnnmnnouu…” mompelen.

Laat ik allereerst ingaan op mijn enthousiaste uitroep. Verbeelding kan mijn perspectief veranderen; zo kan ik veel leren van mijn eigen verbeelding maar ook van andermans verbeelding. Een van de taken van de literatuurwetenschap is uiteraard het laatste; het afleiden van ‘iets’ vanuit een literair werk. Dat ‘iets’ kan sterk variëren; van de menselijke psyche (waarbij de psychoanalytische methode ons kan helpen), tot aan culturele aspecten. Ik sluit me hier dus bij Spivak aan, wanneer zij zegt dat een literair werk een cultuur geraffineerd kan verbeelden. De verbeelding van de auteur gaat hier over in de beeldvorming door de lezer. En aangezien het beeld dat we van een onderwerp hebben bepaalt hoe we ermee omgaan, zou ik zeggen dat de verbeelding inderdaad iets kan veranderen.
Maar heeft literatuur de literatuurwetenschap daar dan ook voor nodig? Enerzijds ben ik wel verplicht te zeggen dat alleen de literatuurwetenschapper met zijn getrainde leeshouding in staat is de zogenaamd verborgen elementen uit een tekst te halen. Immers, als ik zou beweren dat de ‘gewone lezer’ net zo goed in staat is deze elementen te herkennen, zou ik mijn toekomstige beroep als vrij overbodig bestempelen. Maar om de door de literatuurwetenschapper behaalde resultaten iets toe te laten voegen aan het globale maatschappelijke debat, is de hulp van instituties nodig. En deze instituties hebben weer economische belangen, waardoor de wereldvrede die Goethe voor ogen stond, onder vrij grote druk komt te staan… Ik zal hier toch ook een wat meer hoopvolle benadering tegenover zetten: zodra een bepaald onderzoeksresultaat is gepubliceerd, krijgt het wat bekendheid in de academische kringen. Deze academische kringen zouden weer in contact kunnen staan met publieke kringen, waardoor tevens het publieke debat in aanraking zou kunnen komen met de grote lijnen van de onderzoeksresultaten. De literatuurwetenschapper als een vlinder die met zijn vleugelslag een aardbeving in de maatschappelijke orde teweegbrengt! Maar zou het niet nog beter zijn als de wetenschapper een wat meer publieke functie zou krijgen? Ik denk hierbij bijvoorbeeld aan Robbert Dijkgraaf, die regelmatig aan de tafel van de Wereld Draait Door aanschuift en daarmee verschillende onderzoeken bekendheid geeft.
Met de area studies van Spivak in het achterhoofd heb ik mezelf tevens de vraag gesteld of de literatuurwetenschap zoals we die vandaag de dag (aan de UvA) beoefenen, wel toereikend genoeg is om iets over een cultuur te zeggen. Is die taak niet meer weggelegd voor de verschillende taal- en cultuurstudies? De kennis van de literatuurwetenschapper over de betreffende cultuur steekt immers schril af tegen deze potentiële spionnen. Want kunnen we niet pas werkelijk iets over een werk zeggen als we de context waarin het geschreven is én waarover het handelt optimaal kennen? Als we deze specifieke taak aan de taal- en cultuurstudies over zouden dragen, komen daar natuurlijk nog wel wat meer hervormingen bij kijken. Op dit moment is alleen het college ‘Inleiding literatuurwetenschap’ verplicht bij de taal- en cultuurstudies, en tellen ze daarnaast nog twee of drie letterkundevakken. Deze ‘inleiding’ in de literatuurwetenschap zou op zijn minst uitgebreid moeten worden met een vak als ‘Literatuur en wetenschap’ zodat de taal- en cultuurstudenten op hun beurt weer kunnen reflecteren op het vraagstuk dat ik hier behandel en zich bewust worden van hun functie in het maatschappelijk debat.
Maar dan blijft het natuurlijk de vraag welke taak er voor ons literatuurwetenschappers overblijft… Wanneer wordt onze theoretische kennis dan nog benut? En hoe voorkom je dan bovendien dat de bachelor Engelse taal en cultuur zes jaar duurt? Mijn wat meer realistische voorstel is dan ook een nauwe samenwerking te creëren met de taal- en cultuurstudies zodat bruggen kunnen worden gebouwd en het pad naar Goethe’s wereldvrede daarmee langzaam toegankelijker wordt…