De geest vertalen
Spivak geeft in zijn tekst ‘The Death of a Discipline’ een blik op vertaling. Bij het lezen hiervan kwam bij mij de tekst van Elliot, ‘Literary Adaptation and the Form/Content Dilemma’, naar boven. Zij geeft hier ook concept van vertalen, maar dan in het geval van de vertaling van boek naar film.
Een belangrijk begrip in de tekst van Spivak is ‘comperative literature’ hierbij is de vertaling van teksten het centrale concept. Met comperative literature is het de bedoeling om te vergelijken tussen twee verschillende teksten. Hij stelt dat het probleem hierbij de taligheid is, we lezen alleen in vertaling en daarom is onze literatuur monolinguistisch. Spivak vindt dat we een taal volledig moeten beheersen om het te kunnen begrijpen. Er schuilt namelijk in elke taal een culturele en ethische achtergrond: ‘(…) come close to the irreducible work of translation, not from lanuage to language but from body to ethical semioses, that incessant shuttle that is a “life”.’ (Spivak, p. 13) Hiermee wil hij zeggen dat het echte vertalen gebeurd met de geest, niet met de letter. We moeten niet vertalen van de ene taal naar de andere, maar van het ene leven naar de andere. Wat Spivak ons ook laat zien is dat we bij het vertalen niet de rede, maar de verbeelding, ‘the great inbuilt instrument of othering,’ (Spivak, p. 13) aanspreken. Het prachtige voorbeeld van de verbeelding waar Spivak het over heeft, kunnen we film noemen. Het letterlijk vertalen van een tekst naar beeld. De mens denkt in beelden, niet in woord, kijk maar bijvoorbeeld naar onze dromen, probeer deze maar eens na te vertellen. Vertalen moet volgens Spivak niet gebeuren vanuit de rede, maar vanuit de verbeelding: maar dat wil niet zeggen dat deze verbeelding vrij is, het is bewust van zijn verantwoordelijkheid om de tekst zo goed mogelijk over te brengen. Dit concept kunnen we ook terug vinden in filmadaptaties. Een veel voorkomende trend die wij zien in de filmwereld is het verfilmen van boeken. Hierin probeert de regisseur een zo goed mogelijke letterlijke verbeelding te geven van de tekst.
Kamilla Elliot heeft een artikel geschreven, waarin ze verschillende concepten van adaptatie bespreekt. Één daarvan is de ‘psychic adaptation’, deze veronderstelt dat een boek een geest heeft die overgebracht behoord te worden naar de film. Hierbij lijkt Elliot dezelfde filosofie te hebben als Spivak die gebruikt bij zijn concept van vertalen in literatuur. Elliot gebruikt hiervoor het volgende schema:
The novel’s spirit → (The novel’s form) → (Filmmaker response) → (Film) → Viewer response
Met dit schema geeft Elliot aan dat de geest uit een boek aan moet komen bij de kijker. Hierbij hoeft het dus niet een precieze vertaling te worden, zoals Spivak dat woord voor woord ziet, maar kan er een eigen interpretatie gegeven worden door de regisseur en scenarioschrijver. Het gaat erom dat de geest van een boek overkomt. Spivak ziet het vertalen ook als twee talen die naar elkaar toe bewegen en een beter begrip of inzicht geeft van je eigen woorden. Dit vind ik ook mooi terug te zien in filmadaptaties. We zien dat juist bij deze vertalingen twee verschillende talen worden gegeven en dat deze elkaar kunnen aanvullen, wanneer zij dit doen leidt dit dat ook in zekere zin tot een beter begrip. Daarbij als dit niet goed gebeurd, kan dit ook juist tegen elkaar werken.
Literatuur
Elliot, Kamilla. ‘Literary Film Adaptation and the Form/Content Dilemma.’ Narrative Across Media: The Languages of Storytelling, 2006: p. 220-243.
Spivak, Gayatri Chakravorty. ‘The Death of a Discipline’. New York: Columbia University Press, 2005: p. 1-23.
lanabroekaert 4:03 pm on October 16, 2010 Permalink | Log in to Reply
Je hebt het over ‘hij’ als je het over Spivak hebt, maar het is een vrouw;)
En nog een puntje, jij zegt over boekverfilming “Hierin probeert de regisseur een zo goed mogelijke letterlijke verbeelding te geven van de tekst”. Maar dit is helemaal niet altijd het geval; een regisseur kan een boek als bron gebruiken en er vervolgens een heel andere draai aan geven. Bijvoorbeeld verhaallijnen of personages kunnen achterwege worden gelaten of worden toegevoegd. Denk aan de verfilmingen van de Millennium-trilogie van Stieg Larsson. (Ook zie je tegenwoordig steeds vaker onder films in plaats van het bijschrift “Based on…”, “Inspired by…”.)
Olling 11:49 am on October 19, 2010 Permalink | Log in to Reply
Dat is slordig van me.
Misschien ben ik ook wat te stellig met ‘letterlijke’ verbeelding. Want wat ik juist wil zeggen, is dat adaptaties gaan om het overdragen van de geest van de tekst. Het gaat dus om de interpretatie van de regisseur op de tekst, daarbij moet hij of zij wel zijn verantwoordelijkheid nemen om een zo’n goed mogelijke vertaling te geven. Deze vertaling kan op allerlei manieren gegeven worden en kan dus ook stukken zelf toevoegen of weglaten. Maar het punt is dat de twee teksten dezelfde geest behoren te hebben en elkaar complementeren, als dit bereikt is denk ik dat er van een goede adaptatie gesproken kan worden.
jorisbrakkee 2:02 pm on October 19, 2010 Permalink | Log in to Reply
Ik denk dat een boekverfilming wel gezien kan worden als een poging van een regisseur om een zo goed mogelijke verbeelding te geven aan de geest van een boek. Als er niet ‘Based on’ staat, maar ‘Inspired by’ vind ik dat je niet moet spreken van een boekverfilming. Eigenlijk vind ik ‘Inspired by’ een vrij loze kreet, aangezien films die je maakt altijd geinspireerd zijn door boeken die je gelezen hebt, dingen die je gezien hebt, etc.
daya 12:55 am on October 24, 2010 Permalink | Log in to Reply
Goed punt, Joris. Je moet toch ergens je inspiratie vandaan halen, en waar beter dan in de films en boeken die je kijkt/leest.
Verder wilde ik nog zeggen dat ik de term ‘geest’ een beetje problematisch vind. Zoals Elliott zelf al zegt, gaat dit vaak uit van wat de schrijver bedoeld heeft als de geest van het boek (intentional fallacy). Ik snap absoluut waarom dit een erg aantrekkelijk idee is, maar we kunnen simpelweg niet zeggen wat de bedoeling was van een schrijver (die allang dood is). En is het wel belangrijk wat de schrijver ermee bedoelde? Wat als de lezers er iets heel anders in zien? Wie heeft er dan ‘gelijk’?
Gerda 2:12 pm on October 17, 2010 Permalink | Log in to Reply
Hallo,
Je bespreekt van Spivak een gedeelte over de ‘geest van het vertalen’:
“Spivak vindt dat we een taal volledig moeten beheersen om het te kunnen begrijpen. Er schuilt namelijk in elke taal een culturele en ethische achtergrond: ‘(…) come close to the irreducible work of translation, not from lanuage to language but from body to ethical semioses, that incessant shuttle that is a “life”.’ (Spivak, p. 13) Hiermee wil hij zeggen dat het echte vertalen gebeurd met de geest, niet met de letter. We moeten niet vertalen van de ene taal naar de andere, maar van het ene leven naar de andere. Wat Spivak ons ook laat zien is dat we bij het vertalen niet de rede, maar de verbeelding,”
Ik heb het idee dat jij hierbij sterk de nadruk legt op de verbeelding en de geest van waaruit (en waarin) vertaald wordt. Maar is het ook niet zo dat Spivak ook de nadruk legt op de cultuur waaruit men gaat vertalen? Wanneer wij ons bijvoorbeeld als Westerse literatuurwetenschappers niet goed (genoeg) hebben verdiept in een andere cultuur, kan een goede vertaling en interpretatie volgens mij nooit plaats vinden, hoe goed we onze verbeelding hierbij ook gebruiken. Ik ben het met Spivak eens dat hier een van de grote problemen ligt. Ze zegt hierover “Comparative Literature must always cross borders. And crossing borders, as Derida never ceases reminding us via Kant, is a problematic affair. “ De vslotvraag lijkt mij: Hoe ver moet je hierin gaan? Dezelfde vraag stelt Spivak ook na de anecdote van Maryse Condé’s Heremakhonon: “How far should literature be read as sociological evidence? “.
jorisbrakkee 2:05 pm on October 19, 2010 Permalink | Log in to Reply
Een mooi essay, waarin mijn eigen visie op boekverfilmingen wordt weergegeven. Snijdt vooral scenes eruit, draai scenes om, draai de hele tijdslijn maar om voor mijn part, als de sfeer, de geest van het boek maar naar voren komt. Natuurlijk ben je het dan niet altijd eens als lezer met de keuzes die een scenarist gemaakt heeft in het knippen en plakken, omdat je zo ontzettend veel van die en die scene houdt, maar als de sfeer gelukt is over te brengen, de geest om bij jou essay te blijven, dan maakt dat zoveel goed.
jorisbrakkee 2:07 pm on October 19, 2010 Permalink | Log in to Reply
Ow, en verder vind ik trouwens dat er moet worden opgehouden met al die boekverfilmingen, alhoewel ik zelf ook bijdraag aan het probleem door toch naar elke film te gaan van een boek dat ik goed vond, daar moet ik mee ophouden. Maar laten we alsjeblieft een keer wat films gaan maken naar originele scenario’s, ipv telkens weer de makkelijke herkauwweg te kiezen.
Olling 5:17 pm on October 19, 2010 Permalink | Log in to Reply
Mee eens. De structuur die achter het film maken ligt is een zeer andere dan die van een boek schrijven. Er wordt in beide veel gespeeld met tijd en spanning, maar hier wordt met hele andere technieken gebruik van gemaakt en daar is dus een andere story interessant voor. Nu is het natuurlijk ook een commercieel trucje om het publiek naar de bioscoop te trekken met de zekerheid van een ‘goed’ verhaal.
Daphne Boutens 11:40 am on October 22, 2010 Permalink | Log in to Reply
Ik vind het juist onwijs interessant om te kijken welke filmische middelen gebruikt worden om hetzelfde effect als in het boek te krijgen. Op deze manier kun je ontdekken hoe filmtaal werkt, maar ook wat literatuur nu zo specifiek maakt. Je kunt dus leren over literatuur en film door ze op Spivaks manier te vergelijken. Een filmadaptatie is immers een vertaling van het boek.
Daphne Boutens 11:43 am on October 22, 2010 Permalink
De verschillen die naar voren komen zijn juist kenmerkend voor de betreffende media (of talen), waardoor we erachter komen hoe ze werken.
jetvangroningen 3:46 pm on October 23, 2010 Permalink
Interessant kan het wel zijn, maar ik weet niet of het altijd rechtdoet aan de film. Ik vind vaak dat het een flauwe afspiegeling is van het boek, of dat het ‘zo’n totaal andere wending/sfeer heeft gekregen dat ik me afvraag waarom de film uberhaupt gebaseerd is op het boek in kwestie.
Daphne Boutens 11:54 am on October 25, 2010 Permalink
Hmm, in dat geval.. Zou het kunnen zijn dat film in sommige gevallen zo’n andere taal is dan literatuur dat het boek onvertaalbaar lijkt? Net zoals “gezellig” niet te vertalen is naar een andere taal. Je kunt er een ander woord voor gebruiken, dat in de buurt komt, maar toch krijg je er een ander gevoel bij.
jasperdonkers 12:39 pm on October 20, 2010 Permalink | Log in to Reply
“Wat Spivak ons ook laat zien is dat we bij het vertalen niet de rede, maar de verbeelding, ‘the great inbuilt instrument of othering,’ (Spivak, p. 13) aanspreken.”
Ik blijf problemen houden met de claim van Spivak dat het vooral de verbeelding is die we gebruiken bij het proces van vertaling. Als vertaler moet Spivak weten dat er gehele studies gericht zijn op de etymologie van bepaalde talen en daarmee dus ook hun gemeenschappelijke kenmerken met andere talen. De betekenis van een woord en de manier waarop deze vertaald moet worden ligt niet enkel in het geestelijk omzetten van het éne woord in een bepaalde cultuur naar een vergelijkbaar woord in een andere cultuur. Woorden zijn dingen met een bepaalde betekenis-historie, en omdat zinnen nou eenmaal de optelsom zijn van woorden geld dit in bredere zin ook voor zinnen in romans en essays. Wanneer wij stellen dat dit vooral een taak is van de verbeelding, kan dit gezien worden als het weerleggen van de wetenschappelijke waarde van de etymologie. Dit komt er bij mij niet in. De rede heeft, mijn inziens, een grotere plaats in het proces van vertalen dan dat Spivak claimt in haar artikel.
crispiness 3:03 pm on October 25, 2010 Permalink | Log in to Reply
Jasper, ik denk dat je hiermee deels gelijk hebt. Echter, hier kun je tegen inbrengen dat vertalen beschouwd kan worden als een inherent onaf of onvolledig proces: er bestaat niet zoiets als de perfecte vertaling. (Gelukkig wel zoiets als een goede vertaliing.) Een vertaler is geen etymologist: een vertaler gebruikt wellicht wel de principes en de logica die aan de grondslag ligt van de talen die gebruikt worden bij de vertaling, en deze principes worden op hun beurt weer blootgelegd door de etymologist (of de comparatieve linguist) maar de vertaler hoeft helemaal niet op de hoogte te zijn van de wetenschappelijke taalwetenschappelijke onderbouwing waaraan zijn of haar vertaalde tekst onderhevig aan is. De symbiose tussen taalwetenschapper en vertaler bestaat wel, maar dit is zeker niet de norm: het is ook simpelweg mogelijk om dankzij een zeker ‘taalgevoel’ een goede vertaling af te leveren. Vertalen is continu keuzes maken: welk woord in de nieuwe taal dekt de strekking van het te vertalen woord het beste? Welke zinsbouw? Welke punctuatie? Als je instinctief de ‘juiste’ keuzes kan maken zonder je bewust te zijn van de cognitieve en linguistieke drijfveren die aan die keuzes ten grondslag liggen, in hoeverre kan je dan spreken van een zuiver wetenschappelijk proces? Door de wetenschappelijke inslag boven de verbeelding van vertaler te plaatsen breek je met de dichotomie tussen vertaler en taalwetenschapper. Dit zou inhouden dat je, om een boek te vertalen, niet alleen Spivaks literatuurwetenschapper nodig hebt, maar ook een taalwetenschapper – iets wat ik een slechte zaak vind.
thomashvv 3:33 am on October 29, 2010 Permalink | Log in to Reply
Crispiness, het klopt natuurlijk wat jij zegt: er bestaat niet zoiets als de perfecte vertaling. Maar dat lijkt mij geen reden om er niet naar te streven (net zoals auteurs bij het schrijven van hun werk ook veelal streven naar een zekere perfectie). Hoe dit nu te bereiken? Spivaks claim dat de vertaler vooral zijn verbeelding dient te gebruiken bij dit proces, roept logischerwijs op tot discussie – maar eerlijk gezegd vind ik het helemaal niet zo gek; ik denk daarnaast ook niet dat het haaks staat op een feitelijke, etymologische kennis. Want volgens mij vormt die de basis voor elke vertaling; zonder kennis van de twee talen – de taal die vertaald moet worden en de taal waarin vertaald moet worden – is het natuurlijk een onmogelijke opgave, maar er is (veel) meer nodig dan enkel die theoretische laag. Hier komt de verbeelding om de hoek kijken, en dus ook Spivaks opvatting. Net zoals literatuur op een bepaalde, onzegbare manier moet wringen, ontregelen moet de vertaling dat ook doen – het gaat immers om precies dezelfde literatuur. Daarvoor is er geen taalwetenschapper nodig, zoals ook Crispiness hierboven schrijft, maar een literatuurwetenschapper; ik wil hierbij zelfs zover gaan door te zeggen dat dit inhoudt dat een vertaler in zekere zin ook een schrijver moet zijn/worden tijdens het vertalen. Anders klopt de vertaling strikt genomen weg, maar is de kans aanzienlijk dat het gevoel, de literariteit uit de tekst verdwijnt – en dat moet natuurlijk koste wat kost voorkomen worden.
clau 12:27 pm on November 4, 2010 Permalink | Log in to Reply
Ik vind de vergelijking tussen filmadaptaties en literaire vertalingen erg mooi, omdat daarmee het probleem van vertalingen en het hele vorm/inhoud-dilemma aan de orde komt.
Ik moet echter bekennen dat ik de kwestie rondom literaire vertalingen lastig blijf vinden. Natuurlijk bestaan er ‘goede’ vertalingen, maar waarop beoordeel je een goede vertaling? Moet een goede vertaling vooral dicht bij de oorspronkelijke tekst blijven? En: hoe blijf je dicht bij de oorspronkelijke tekst? Vertalen is tot op zekere hoogte ook een manier van interpretatie, zeker als het om dubbelzinnige, ambigue passages gaat.
Als we ervan uit gaan dat een tekst geen essentie bevat, dan is vertalen een manier van herschrijven. Laatst is er een aangepaste versie van Max Havelaar verschenen, aangepast aan het huidige Standaardnederlands, een ‘hertaling’. Waarom? Omdat Max Havelaar op die manier toegankelijker wordt? Omdat middelbare scholieren de nieuwe versie beter kunnen begrijpen? Hoort dat een criterium van vertaling te zijn? Dat het ‘lekker leest’?
En over 50 jaar dan? Moeten er dan ook hertalingen verschijnen van Grunberg en Hermans?
Vertalen is meer dan worstelen met woorden die in een andere taal geen overeenkomstige term kennen.
Eigenlijk, maar dat is slechts mijn persoonlijke opvatting, zijn er geen absolute criteria voor een goede vertaling, of voor een goede filmadaptatie. Ik ben het ermee eens dat vertalen ook als creatief proces kan worden gezien. In die zin herschept een vertaling de originele tekst onder nieuwe voorwaarden, waarmee uiteindelijk ook de tekst verandert.
Zoals Spivak stelt zijn we, als we ook literatuur buiten ons eigen taalgebied willen blijven lezen, aangewezen op vertalingen. We moeten er ons echter van bewust zijn dat de vertaler (of de vertaling) als tusseninstantie of extra dimensie fungeert binnen de sowieso al complexe verhouding tussen tekst, lezer en auteur.
ellenswart 9:47 pm on November 5, 2010 Permalink | Log in to Reply
Hoi Olling,
Je besluit je stuk met het idee dat de twee werken (het boek en de film) elkaar aan kunnen vullen. Dit zie ik echter niet echt terug bij boekverfilmingen; ik heb nog nooit iemand horen zeggen dat de film een dimensie aan het boek heeft toegevoegd. Het wordt volgens mij toch vaak als eenrichtingsverkeer opgevat; dat de film het boek zo raak mogelijk moet verbeelden.