Dick and Jane, een expressie van macht?
Volgens Foucault zijn de principes van uitsluiting discursief geconstrueerd. Het discour uit zijn macht in hetgeen dat niet wordt uitgesproken, hetgeen dat geen ruimte krijgt. Toni Morrison lieert dit in het artikel [i]Black Matters[/i] aan de manier waarop de Amerikaanse canonieke literatuur omgaat met de vierhonderd jarige aanwezigheid van Afrikanen, en later Afro- Amerikanen, in de Verenigde Staten. Deze aanwezigheid heeft invloed gehad op de vorm van de politiek, de grondwet en de hele geschiedenis en cultuur van de Verenigde Staten, maar neemt in de canonieke werken geen significante plaats in. Juist de gedachte aan deze aanwezigheid van zwarte Amerikanen zou volgens haar een centrale punt moeten innemen, zolang wij de Amerikaanse literatuur goed willen begrijpen. Haar antwoord vindt zij in de literatuur en de kritiek; kennis kan getransformeerd worden van invasie en verovering naar openbaring onthulling en keuze; wat ontsteekt en informeert de literaire verbeelding en welke krachten helpen bij de bevestiging van de parameters van kritiek.
Dit is terug te zien in haar literaire oeuvre. Als voorbeeld het uit 1970 afkomstige [i]The Bluest Eye[/i]. De roman speelt zich af in de jaren veertig, de periode voor de [i]Civil Rights Act[/i] van 1968. Morrison verkent in haar roman niet enkel de juridische en politieke uitsluiting van Afro- Amerikanen in de periode, maar juist de manier waarop er culturele en sociale uitsluiting plaatsvindt die discursief vorm is gegeven. In het bijzonder kijkt zij wat voor invloed dit heeft binnen de Afro- Amerikaanse gemeenschap, wat Foucault [i]assujettissement[/i], zelf disciplinering, noemt. Eén manier waarop dit in de roman aan bod komt is de invloed die uitgaat van het ‘Dick and Jane’ ideologie dat in de schoolboeken circuleert:
[i]‘Here is the house. It is green and white. It has a red door. It is very pretty. Here is the family. Mother, father Dick, and Jane live in the green-and-white house. They are very happy. See Jane. She has a red dress. She wants to play. Who will play with Jane?’[/i]
In de Verenigde Staten van de jaren veertig leren de jonge kinderen lezen door deze zinnen op te zeggen, te herhalen en te associëren met de bijbehorende plaatjes. Het ‘Dick and Jane’ fragment bestaat uit verschillende normen die als uitsluitingmechanismen optreden. Ten eerste wordt er impliciet verwezen naar de American Dream: Life, Liberty and the Pursuit of Happiness. De geest van deze leus ligt in de gedachte dat de Amerikaanse overheid mogelijkheidsvoorwaarden schept voor haar burgers zodat deze geluk kunnen vinden. Een belangrijke manier om gelukkig te kunnen worden is het bezitten van eigendom, het huis staat als metafoor voor dit eigendom. Een tweede aspect is dat Dick en Jane deel uitmaken van een gezin waar moeder en vader beiden nog aanwezig zijn; het gezin als hoeksteen van de samenleving. Een derde aspect is de schoonheidsnorm die voorvloeit uit het [i]Dick and Jane[/i] fragment en de koppeling met de illustraties: Dick en Jane hebben blonde haren, blauwe ogen en fair skin. Pas laat in de jaren zestig worden er [i]multiraciale personages[/i] opgenomen in de Amerikaanse schoolboeken. Morrison verwijst hiermee naar de implicaties die deze boeken hebben voor Afro- Amerikaanse (school) kinderen van die tijd, maar ook kan dit opgevat worden als een verwijzing naar de afwezigheid van de Afrikanen, later de Afro- Amerikanen, in de Amerikaanse canonieke literatuur.
De hierboven besproken aspecten zijn sterk met elkaar verweven, niet slechts de juridische en politieke uitsluiting kan vertaald worden naar een sociaal economische stratificatie, maar ook een culturele stratificatie. Degene die het schoonheidsideaal belichamen staan hoger in de sociaal economische orde, en hebben ook meer macht.
Dit heeft op elk persoon, en in dit geval, schoolkinderen, een ander effect. Morrison geeft dit een gedaante door in de roman de personages verschillende posities in te laten nemen, van afwijkend, naar sterk afwijkend. De meest extreme positie wordt belichaamd door Pecola Breedlove. Zij voldoet aan geen van de drie beschreven aspecten. Zij komt uit een gebroken gezin; bezit niet over een woning, is een renting black; en door de tint van haar huidskleur, [i]coal black[/i], wordt zij door de andere Afro- Amerikaanse personages in de roman als lelijk ervaren. Pecola vormt dan ook het doelwit van de pesterijen op haar school:
[i]‘Bay Boy, Woodrow Cain, Buddy Wilson, Junie Bug…. They surrounded her. Heady with the smell of their own musk, thrilled by the easy power of a majority, they gaily harassed her “black e mo. Black e mo. Yadaddsleepsnekked. Black e mo black e mo ya dad sleeps nekked. Black e mo. . .’[/i]
In dit fragment belagen de schooljongens Pecola en schelden haar uit voor ‘Black e mo’. Ook de pestkoppen voldoen niet aan de norm, zij zijn immers ook black, maar worden er wel door aangetrokken, door verleid en door gedisciplineerd: de jongens objectiveren zichzelf naar het ideaal, zij bekijken zichzelf door het ideaal (assujettissement). Dit uit zich enerzijds in het gepest van Pecola, maar anderzijds ook hoe het [i]half black[/i] meisje Maureen een gepriviligeerde status geniet op de school. Zowel de scholieren als ook de volwassenen, de docenten, dragen haar op handen. Maureen’s ouders zijn [i]owning blacks[/i], Maureen draagt dure schoenen en jurkjes: zij neemt een hoge sociaal economische status in, maar ook wordt zij door de kinderen ook als beautiful ervaren: zij heeft een lichte huid en lichte ogen. Haar sociaal economische positie wordt vertaald naar een esthetische positie. De kinderen zijn zich op dat moment niet bewust wat Maureen zo aantrekkelijk maakt, maar concluderen dat Maureen ook een plaats toegewezen heeft gekregen in het geheel.
Morrison onderzoekt enerzijds in [i]The Bluest Eye[/i] hoe uitsluitingmechanismen discursief worden vormgegeven en wat voor invloed deze kan hebben op individuen. Anderzijds functioneert de verbeelding in haar roman als een daad van het Politieke: Morrison construeert een alternatieve narratieve geschiedenis die de moeite waard is om te verkennen.
Foucault, M. (1970). The Order of Discourse. In Robert Young (ed.) Untiying the Text: A Post- Structuralist Reader. London: Routledge.
Klotman, P.R. (1979). Dick-and-Jane and the Shirley Temple Sensibility in the Bluest
eye. Black American literature forum, 13 ( 4) pp123- 125
Morrison, T. (1990). ‘Black Matters’, in T. Morrison, Playing in the dark: Whiteness and
the literary imagination (pp. 1-28). Cambridge, Mass/Londen: Harvard University
Press.
Morrison, T. (1970). The bluest Eye. Austin, Texas: Holt, Rinehart and Winston
jorisbrakkee 1:43 pm on October 19, 2010 Permalink | Log in to Reply
Een goed essay, jammer dat de site de cursivering (is dat een woord?) niet door heeft, maar daar valt overheen te lezen. Ik ben het alleen helemaal niet met Morrison’s eerste aanname eens, dat de aanwezigheid van Afro-Amerikanen geen plaats heeft in de canonieke werken van de Amerikaanse literatuur. Kennelijk heeft ze Faulkner nooit gelezen, Steinbeck heeft ook flink wat ruimte voor Afro-Amerikanen, Huckleberry Finn zit het grootste gedeelte van zijn reis op een vlot met een ontsnapte Afro-Amerikaanse slaaf, in Hemingway zitten negers, in Uncle Tom’s Cabin zitten negers, in To Kill A Mockingbird zitten negers, in On The Road zitten negers, en zo kan ik nog wel even doorgaan. Ik vind Morrison’s boeken geweldig, en ze zijn het zeker waard om te verkennen, maar ze heeft de canonieke werken niet goed gelezen.
yvonne 4:04 pm on October 19, 2010 Permalink | Log in to Reply
Hallo allemaal,
Joris, mag ik Flannery O’Connor (1925-1964) in het lijstje zetten? Dan staat er ook een Amerikaanse schrijfster tussen in wiens boeken we race-issues tegenkomen.
Graag voeg ik het volgende stukje aan het essay toe. Hierin wordt gerefereerd aan een scheiding tussen African American writers/readers en White American writers/readers en wordt naar een aantal verklaringen gezocht, die iets verder gaan dan het (vermeende) ontbreken van African Americans in de literaire canon en in de schoolboekjes van 70 jaar terug.
http://www.associatedcontent.com/article/24596/africanamericans_contributions_to_the_pg6.html?cat=38
lara 3:45 pm on October 24, 2010 Permalink | Log in to Reply
Je zou je kunnen afvragen of ‘negers’ en slaven hetzelfde zijn als Afro-Amerikanen.
En denk je werkelijk dat Toni Morrison de canonieke werken niet snapt?
nikkidekker 2:21 pm on October 21, 2010 Permalink | Log in to Reply
Ten eerste lijkt het me niet dat Morrison het heeft over aanwezigheid van zwarten, maar aanwezigheid van zwarte subjecten. Er zijn zeker wel Afro-Amerikanen aanwezig in canonieke werken: maar op wat voor manier? Zijn het geloofwaardige, driedimensionele personages? Wordt er gereflecteerd op hun plaats in de maatschappij en de sociale problemen die zij van hun huidskleur ondervinden? Het is niet genoeg om te zeggen ‘Kijk, een neger!’ – nee, we moeten zeggen: ‘Kijk, een mens dat lijdt onder maatschappelijke vooroordelen en buitensluitende systemen (omdat hij zwart is)!’ Zolang we dat niet zeggen naar aanleiding van een boek, is de Afro-Amerikaan er niet in aanwezig. Niet echt. Niet zoals hij aanwezig is in bijvoorbeeld The Right Mistake.
Het artikel van Yvonne is interessant, vooral de uiting die boekwinkels en educatie geven aan het witte gevoel dat nog steeds overheerst: zwarte literatuur is anders en moet blijkbaar ook als anders gemarketeerd worden. Het artikel sluit alleen met de conclusie dat “In order for a writer to be considered worthy of being in the literary canon, this person cannot rely on their race to get them in. They must rely on the words that they write.”
Hoe kan een schrijver vertrouwen op de woorden die hij schrijft, als zijn ras een groot deel van het (machtige) publiek zal weerhouden het als neutraal literair werk te aanschouwen?
jasperdonkers 3:27 pm on October 22, 2010 Permalink | Log in to Reply
Wordt er gereflecteerd op hun plaats in de maatschappij en de sociale problemen die zij van hun huidskleur ondervinden? Het is niet genoeg om te zeggen ‘Kijk, een neger!’ – nee, we moeten zeggen: ‘Kijk, een mens dat lijdt onder maatschappelijke vooroordelen en buitensluitende systemen (omdat hij zwart is)!’
Is ‘kijk een mens’ niet in heel veel instanties veel treffender in plaats van ‘kijk, een mens dat lijdt onder maatschappelijke vooroordelen en buitensluitende systemen (omdat hij zwart is)!’. Dit klinkt mij namelijk als wederom een simplificering van de werkelijkheid. Niet alles is te wijten aan de grote boze maatschappij die ó zo racistisch is, dat werkt alleen maar een wij-zij gevoel in de hand. Het is goed om kritisch te zijn op manieren van uitsluiting, maar om negers ten allen tijden te representeren ‘als een mens dat lijdt onder de maatschappelijke vooroordelen en buitensluitende systemen’ die plaatsvinden omdat hij zwart is lijkt me een té grote neiging naar het andere uiterste. Een negroïde persoon wordt niet altijd en alleen gedefinieerd door het leed wat hij ondergaat of ondergaan heeft, net zoals wij ook niet alleen hierdoor gedefinieerd worden. Ik denk dat juist een persoon als Toni Morrison het hier absoluut mee eens zou zijn en zou willen dat er ook meer nadruk komt te liggen op het naar voren brengen van positieve punten of punten van groei in het negroïde identiteitsgevoel, zoals bijvoorbeeld geprobeerd wordt in ‘afrofuturism’ studies.
nikkidekker 11:14 am on October 24, 2010 Permalink | Log in to Reply
Je hebt helemaal gelijk, en het is een “fout” die ik vaak maak – want, zoals ook in Yvonne’s artikel staat: ”A common habit of whiteness is that although the people in that group don’t often think of their own race, they tend to think about others race quite often” – en ik ben zéker één van die witte mensen.
Maar, ik zet “fout” tussen aanhalingstekens; ik geloof namelijk dat het beter is om te zeer bedacht te zijn op racisme, dan er compleet aan voorbij te gaan en te zegggen ‘kijk een mens’ ongeacht de huidskleur. Gelijkheid kan immers pas bestaan zodra we verscheidenheid erkennen. Het is echt iets voor de witte “wij” om te zeggen dat iedereen dezelfde rechten heeft, dat we geen kleur zien, dat we niet racistisch zijn – maar ik vraag me af hoe de zwarte “zij” daarover denken.
(Dit is niet om te zeggen dat Toni Morrison het niet met je eens zou zijn, natuurlijk wel: een zwarte wordt niet gedefinieerd door zijn leed, net zoals een witte niet wordt gedefinieerd door zijn privileges. Maar hij wordt er wel door geholpen, en een zwart persoon wordt erdoor achtergesteld. Dat is nog steeds zo. En daar moet over gepraat kunnen worden zonder dat we zeggen “alles is okee, it don’t matter if you’re black or white”.
Dus nogmaals; ik vind echt dat je een goed punt hebt, maar ik geloof dat we altijd simplificeren, en dat het beter is in een wij-zij te denken en te praten over hoe deze dichotomie kan worden opgelost, dan geen aandacht te besteden aan de culturele, financiële en individuele verschillen tussen (zwarte én witte) mensen.
(We blijven wel eeuwig dezelfde discussie houden he!)
jwhiah 12:22 pm on October 24, 2010 Permalink | Log in to Reply
Dag allemaal!
Wellicht dat ik het onduidelijk heb beschreven in mijn essay, ik refereer inderdaad naar het idee van het zwarte subject dat mist in de Amerikaanse canonieke werken. Het gaat niet zozeer om een directe vorm van emancipatie door te wijzen naar directe vormen van uitsluiting (meer afro- Amerikaanse auteurs zijn nodig, uitgeverijen zijn racistisch etc etc), maar het gaat om het idee dat de Amerikaanse literaire traditie zoals wij die kennen, incompleet is. Er is een 400 jarige aanwezigheid van Afrikanen en later Afro- Amerikanen in de VS, maar de plaats die deze aanwezigheid heeft gekregen in de literatuur, is slechts marginaal.
De geschiedenis die wij als zodanig kennen wordt ook geconstrueerd in de literatuur, maar in hoeverre wordt daar ruimte gegeven aan een zwart subject, dat je kan ruiken, zien, proeven, voelen en horen?Dit subject heeft ook zijn invloed gehad op de manier hoe de Amerikaanse politiek en rechtsstaat is gevormd, maar ook zijn invloed gehad op de individuele Amerikaan.
Daarmee ben ik het sterk eens met Jasper, maar ook met Nikki, dat de Afro- Amerikaan niet slechts wordt gevormd door het leed dat deze lijdt? Maar wat als die nou wél voorkomt in de maatschappij waarin we leven? We leven ten slotte in een wereld met verschillen in gender, etniciteit, sociaal economische status etc etc… en dan niet eens gesproken over de geschiedenis waarin apartheid én slavernij bestond.
Een ander voorbeeld: het denken over de (blanke) huidkleur is voor een Nederlandse autochtoon waarschijnlijk veel minder van belang dan voor, bijvoorbeeld, de groep boeren in Zuid – Afrika (google maar eens: http://www.infozuidafrika.be/nieuws/blanke-boeren-van-zuid-afrika-emigreren-naar-de-buurlanden of http://www.elgersma.info/2010/04/08/moord-op-boeren-en-terre’blanche-in-zuid-afrika-waarom/) . Het thema etniciteit/ huidskleur draagt bij aan het particuliere subject in dit geval. Stel je schrijft heeeeel veel boeken over deze groep mensen, en daar komt niet één keer dergelijke thema naar voren? Je kunt dan wel schrijven over die groep mensen, maar zoals Elisabeth Costello zegt op een gegeven moment in de gelijknamige roman, ‘Writing a novel about women, does not make it a women’s novel’.
En om terug te grijpen naar de tekst van Cornel West, van vorige week: het subject, en elk subject, zwart, geel, wit, paars, oranje, wordt duidelijk omdat deze zich bevind op de kruising van verschillende discoursen. Het Amerikaanse is ook ontstaan door de banden die het kent met het Afrikaanse en later Afro- amerikaanse. Door hier ruimte aan te geven, kan het beeld pas volledig worden.
Ilika Polderman 2:38 pm on October 26, 2010 Permalink | Log in to Reply
Deze discussie doet me denken aan Richard Dyer die in zijn tekst “White. In Visual Culture” uit 1999 ook praat over hoe wij (de blanken) kijken naar andere rassen. Hij stelt dat de blanken as ‘norm’ worden gezien. (dat zien we terug in het blanke gezinnetje bij de amerikaanse scholen) En dat we ons pas bewust worden dat wij blank zijn, als we blanken zien in contrast met een ander ras.
Zoals Nikki zegt: “ik geloof namelijk dat het beter is om te zeer bedacht te zijn op racisme, dan er compleet aan voorbij te gaan en te zegggen ‘kijk een mens’ ongeacht de huidskleur. Gelijkheid kan immers pas bestaan zodra we verscheidenheid erkennen.”
Ik wil daaraan toevoegen dat we blanken ook als ras moeten herkennen. Ik merk aan mezelf ook dat ik vaak niet denk over het blank zijn als het zijn van een bapaald ras.
Pecola wordt gepest, omdat ze heel verweg staat van deze blanke norm. En ik denk dat we misschien deze norm moeten proberen te elimineren en erkennen dat we allemaal een bepaalde afkost hebben, zoder dat dit goed of slecht is. Maar hoe we dit moeten ereiken weet ik niet.
yvonne 4:50 pm on October 30, 2010 Permalink | Log in to Reply
Hallo allemaal,
Er zijn inmiddels de nodige interessante gedachten uitgewisseld. Graag haak ik aan.
Jing, je schreef: ‘Het Amerikaanse is ook ontstaan door de banden die het kent met het Afrikaanse en later Afro- amerikaanse. Door hier ruimte aan te geven, kan het beeld pas volledig worden.’
Ik heb om de een of andere reden zin om te roepen: hoezo volledig? WAAR ZIJN DE INDIANEN? Waar zijn de…. (vul maar in).
Het verhaal waar we hier mee bezig zijn is ‘macht’, macht in het literaire discours. Afrikaanse Amerikanen hebben daarin minder macht dan Witte Amerikanen, maar weer meer dan Indiaanse Amerikanen. Kennelijk is dit een weergave van de macht die deze groepen eveneens in het politiek/economische domein hebben. Wie een uitzondering weet: graag!
Graag laat ik het volgende stukje zien van Elif Shafak. Het gaat over ‘identity politics’ in de literatuur. Kijk met name vanaf 10.00. ZIj geeft aan dat er een bepaalde verwachting op niet-westerse schrijvers ligt om hun niet-westerse identiteit in hun werk te manifesteren. De tekst van Cornel West komt hiermee overeen, daar waar hij eenzelfde druk op Afrikaans Amerikaanse studenten/scholars beschrijft. Shafak protesteert tegen het ‘respresentative’ van een bepaalde cultuur zijn. Zij ziet dat als een aantasting van haar creatieve vrijheid. Zij willen kunnen schrijven over welke identiteit dan ook, niet alleen de hare. Werkt zij hiermee niet meer emanciperend dan de schrijvers die wel als ‘represenative’ optreden?
http://www.ted.com/talks/elif_shafak_the_politics_of_fiction.html
@ Illika, je haalde Dyer aan: ‘dat we ons pas bewust worden dat wij blank zijn, als we blanken zien in contrast met een ander ras’. Ja natuurlijk, het is zelfs een open deur. Zo werkt het toch ook andersom?