De hypermediacy van Coetzee

“The presentation scene itself we skip. It is not a good idea to interrupt the narrative too often, since storytelling works by lulling the reader or listener into a dreamlike state in which the time and space of the real world fade away, superseded by the time and space of the fiction. Breaking into the dream draws attention to the constructedness of the story, and plays havoc with the realist illusion. However, unless certain scenes are skipped over we will be here all afternoon. The skips are not part of the text, they are part of the performance.” (J.M. Coetzee; p. 16)

In dit essay wil ik door middel van een close-reading van dit citaat uit Elizabeth Costello de begrippen ‘discours’ en ‘praktijk’ bespreken. Het is namelijk een passage die niets met de inhoud van het verhaal over de schrijfster Elizabeth Costello te maken heeft. Zoals uit het citaat duidelijk wordt neemt de auteur hier de tijd om de lezer iets uit te leggen over de kunst van het schrijven. Hij zegt de kijker attent te maken op zijn methode, waardoor hier ook de ‘how-to-do’ van Michel de Certeau duidelijk wordt.

Coetzee schrijft in zijn roman over de schrijfster Elizabeth Costello die door de hele wereld lezingen geeft over haar visies en haar boeken. Daarbij komen er verschillende personages langs die allemaal weer andere standpunten innemen. Hierdoor laat Coetzee veel verschillende stemmen horen, maar er wordt uiteindelijk geen positie ingenomen. In het voorgaande citaat doet Coetzee precies hetzelfde. Hij zegt de kijker niet te veel uit het verhaal te willen halen door ‘gaps’ in te lassen, want “breaking into the dream draws attention to the constructedness of the story.” In mediastudies noemen we dit ‘hypermediacy’. Hierbij wordt de kijker uit de illusie gehaald en bewust gemaakt van het medium. Dit zorgt ervoor dat de betrokkenheid vermindert, waardoor de lezer zich niet kan identificeren.

Coetzee zegt dit te willen te voorkomen. Hij had er echter ook voor kunnen kiezen het citaat-gedeelte achterwege te laten. De lezer hoeft niet verteld te worden dat er een stuk overgeslagen wordt. Dat is de ‘know-how’ van de lezer. We weten uit ervaring dat als twee alinea’s niet geheel op elkaar aansluiten er een gat in de tijd zit en dat die informatie blijkbaar niet interessant voor ons is. Coetzee kiest er echter voor om het wel te melden. Het effect dat dit heeft is juist hetgeen Coetzee zegt te willen vermijden. Hij zegt dus het een, maar doet het ander. Door deze performatieve tegenstellingen zou je je kunnen afvragen: ‘Wat is dan zijn standpunt?’.

Zo zijn er nog meer voorbeelden uit het boek te halen waarin Coetzee iets anders doet, dan dat hij zegt te doen. Elizabeth vertelt bijvoorbeeld veel over filmtheorie in haar speeches, terwijl haar zoon haar voornamelijk als schrijfster omschrijft. Twee verschillende standpunten, waarbij niet duidelijk wordt welke die van Coetzee vertegenwoordigt. Echter, de interventies die Coetzee inlast zijn toch wel de meest duidelijk en letterlijke “contradicties”, die dan ook het meest opvallen.

Om dit nu te koppelen aan de begrippen ‘discours’ en ‘praktijk’ is niet zo moeilijk. Namelijk, wat Coetzee zegt te doen behoort tot discours. Het is immers discursief en gaat uit van een bepaalde methode. Hij legt ook heel logisch uit waarom je de kijker niet te vaak uit het verhaal moet trekken en welk ongewenst effect dat kan hebben. Dit is ook wel te vergelijken met de ‘how-to-do’ van Michel de Certeau. Het gaat dan om kennis en het volgen van bepaalde logisch beredeneerde stappen. De Certeau vertelt echter dat er nog een laag is waar rekening moet worden gehouden bij de auteur. Er is namelijk ook nog zo iets als een ‘know-how’, waarbij meer aandacht wordt geschonken aan de ervaring van de schrijver. Het mag geen intuitie heten, waarbij geheel zonder motivatie een keuze wordt gemaakt, maar het hangt wel tussen methode en intuitie in. Deze ‘know-how’ behoort dan ook tot de praktijk. De keuze is niet meer gebaseerd op regels binnen het discours, maar is een resultaat van een overlapping tussen twee discoursen. De theorie kan dan losgelaten worden, want wat waar is in het ene discours hoeft dat niet te zijn in het andere. Het komt nu op de auteur zelf aan wat hij gaat doen. Dan komt ook boven tafel wat hij uit beide discoursen mee heeft genomen en wat hij er in de praktijk daadwerkelijk mee doet.

Zo blijkt dat Coetzee zich aan de ene kant wel laat identificeren met Elizabeth door veel overeenkomsten te creeren, maar aan de andere kant door bijvoorbeeld zichzelf steeds weer te laten horen tijdens ‘gaps’, doet hij ook weer veel dingen waardoor de identificatie moeizaam wordt en de afstand tussen Elizabeth en Coetzee weer groter wordt.

Waar het bij andere auteurs even zoeken is naar de praktijk, is Coetzee een goed voorbeeld van een verrader van zijn eigen leugens.

Coetzee, J.M. Elizabeth Costello. London: Vintage Books, 1999.

De Certeau, Michel. The Practice of Everyday Life. Los Angeles: Berkeley: University of California Press, 1984.