De woorden en de waarheid

De woorden en de waarheid

- Wanneer heeft u voor het laatst iets waars gezegd, dat ertoe deed?

- Hmm. Ik moest lang nadenken, bij die vraag. Ja, ik zeg wel eens dat ik naar de supermarkt ga en dan doe ik dat. Dat is dus waar. Maar doet het ertoe? Ik zeg ook wel eens dat ik voor altijd bij iemand zal blijven en dan doe ik dat niet. Doet dat er wel toe? Ik zeg ook wel eens dat ik een essay zal schrijven en dan knal ik wat gedachten op papier. Is dat belangrijk?

- Kunt u niet gewoon antwoord geven op de vraag?

- Maar dat doe ik toch? Mag ik niet eerst over de vraag nadenken? Ach nee, tegenwoordig moet alles snel snel snel, dat weet ik ook wel. Ik kan niet alles snel doen en ik doe het toch. Maar. Ik wilde, na een paar essays (of waren het brieven? Ik weet het niet meer) over excellentie, hypocrisie en bureaucratie schrijven over een zaak die tot dan toe buiten schot was gebleven: mijzelf. Of het een goed essay zou worden…

- Over uzelf?

- Ja.

- Wie leest dat nou?

- Is dat een probleem? Of, beter gezegd: doet dat ertoe? Ik dacht: als ik altijd maar zeg dat iedereen eerlijk moet zijn, de UvA, Den Haag, wel ja, waarom niet “de wereld” ook maar meteen, moet ik dat dan niet zelf ook zijn? Mag ik excellentie afkraken, afkeuren als ik zelf niet eens weet wat excellentie inhoudt? Mag ik schrijven over “ware wetenschap”, als ik over een uur en een kwartier een tentamen heb dat ik slecht heb voorbereid? Mag ik me boos maken om studentes die tijdens college alleen maar praten over hun zwangerschap? Alsof ik zelf alleen maar over intelligente dingen praat. Mag ik zeggen “Ik hou van je”, als ik de volgende dag weer weg kan gaan? Mag ik een essay inleveren dat geen essay is? Mag ik iemand laf vinden terwijl ik zelf sommige mensen nooit, nooit meer onder ogen durf te komen? Mag ik schelden op iemand die me aanrijdt terwijl ik zelf nooit wacht op groen licht? Mag ik mensen die “Boeken… boeie” zeggen dom vinden, terwijl ik zelf ook nooit alles zal kunnen lezen wat ik wil? Mag ik interessant doen met Nietzsche en “Leer kennen, of ga te gronde” citeren terwijl ik zelf ook wel eens – ben omgekeerd, me heb afgewend, om iets niet, niet te weten? (Haakje: vaak was het toen al te laat en wist ik al, wat ik niet wilde weten.) “Waarover men niet kan spreken, daarover moet men zwijgen”, schrijft Wittgenstein. Ja, dat lijkt me logisch, denk ik elke keer als ik dat lees. En wat zou het bovendien heerlijk rustig worden op deze aarde.

- O ja. Alsof jij je niet binnen tien minuten zou gaan vervelen en zelf onzin gaan verkondigen.

- Dat denk ik ook, ja. En toch zeg ik het. Begrijp jij dat? Stop, stop de hypocrisie, roep ik almaar. Ik zou net zo goed kunnen zeggen: Stop met spreken. Het liefst ook met denken. Laten we weer apen worden. Of bomen. Die doen tenminste nooit alsof ze iets anders zijn dan een aap of een boom. Een boom heeft nooit gepretendeerd iets anders te zijn dan een boom. Een boom heeft me nooit beloofd iets anders te zullen zijn dan een boom. En vooral: een boom heeft nooit gezegd iets anders te zullen zijn dan een boom. “Waarover men niet kan spreken, daarover moet men zwijgen”, maar dan echt. Misschien begrijpt een analfabete boom –daar gaan we dan maar even van uit – hem nog het best. Maar ik? Ik bedrieg, ik word bedrogen.

- Eh… dat doet me ergens aan denken… Mundus vult decipi?

- Ja. Maar dat is onzin. De wereld bedriegt niet, die bestaat gewoon. Wij, die rare tweevoeters, wij vervormen alles. Kijk, dit is heel mooi:

Wij zijn uit liefde zware misdadigers tegen de waarheid en doorgewinterde helers en stelers, die meer waar laten zijn, dan ons waar schijnt, – derhalve moet de denker telkens weer van tijd tot tijd de personen, van wie hij houdt (het zullen niet bepaald zijn, die van hem houden) op de vlucht jagen, opdat zij hun angel en hun boosaardigheid tonen en ophouden hem te verleiden. Dientengevolge zal de goedheid des denkers haar af- en toenemende maan hebben (Nietzsche, Morgenrood, 242).

- O, gaan we weer interessant doen? Een beetje zeuren over de mens, maar laten we wel Nietzscheaans blijven? Stel je voor, dat het in gewone woorden moest…!

- Sorry, sorry. Maar daar gaat dit toch over? En misschien begrijp ik mijn eigen citaat wel niet eens. Aan de andere kant: wie bepaalt dat? Dat zal zelf ook een “misdadiger tegen de waarheid” zijn. Tenzij hij nooit heeft liefgehad…

- Ik denk niet, dat je sentimenteel moet worden tijdens het schrijven. Straks merken ze het!

- Ja. Je hebt gelijk. Goed. (gekuch) Maar waarom ook niet, eigenlijk? Waarom niet over liefde schrijven? Omdat ik niet weet wat het is? Weet jij het wel dan? Er is geen beter terrein om onze hypocrisie te ontdekken. Als je durft.

- En om te durven, moet je dom zijn.

- Precies.

- We staan op een kruispunt. Zonder wegwijzers. Links, rechts, rechtdoor? Terug? Nee, niet terug. We gooien wel een muntje op. Ik zeg: kies.

- Mag ik in plaats daarvan ook een essay schrijven?