Idealiter
Idealiter
Één van de uitgangspunten van de collegereeks die wij zojuist hebben gevolgd was dat er altijd een spanning bestaat tussen het ideaal van de universiteit en het instituut waarin die idealen gehuisvest worden. De universiteit zoals wij die ervaren bevindt zich op het snijpunt tussen deze twee uitersten. Dit betekent niet noodzakelijk dat er een balans bestaat tussen de twee, maar eerder dat er een continu onderhandelingsproces bestaat tussen het ideaal en de realiteit waarbinnen dit ideaalbeeld geaccommodeerd dient te worden. Dit model heeft in ieder geval één belangrijke conclusie in zich besloten: het ideaalbeeld kan en zal nooit bereikt worden. Sterker nog, het ligt niet binnen de aard van het ideaal om gerealiseerd te worden. Het is per definitie onmogelijk.
Dit probleem – of liever gezegd, deze eigenaardigheid – wordt veroorzaakt door het feit dat ieder weldenkend mens wel naar idealen wil streven, maar dat geen twee mensen hun idealen met elkaar in overeenstemming kunnen brengen zonder daarvoor iets in te leveren. Idealen zijn vaak abstracte begrippen (“academische vrijheid”), maar zodra deze idealen op een concrete wijze worden uitgedragen, zullen er altijd stemmen opgaan die de discussie aangaan of deze handelswijze het ideaal wel echt dichterbij brengt. Iedere student zou graag colleges willen volgen aan de ideale universiteit, maar hoe ziet deze ideale universiteit er uit? ‘Kwalitatief hoogstaand’, okay, maar hoe vul je kwaliteit in, hoe bereik je excellentie? Zelfs wanneer hier over gefilosofeerd wordt door studenten vanuit (grofweg) dezelfde culturele achtergrond, dan nog lopen de meningen wijd uiteen, iets wat blijkt uit de vele verschillende standpunten die op deze website zijn geponeerd over het onderwerp van de universiteit, over studeren, over literatuurwetenschap. Het gemeenschappelijke ideaal bestaat niet: zelfs op de ideale universiteit zal er minstens nog één cynische student zijn die denkt ja, maar dit kan natuurlijk beter. (En waarschijnlijk zal er zelfs op de meest verschrikkelijke en helse universiteit ooit nog één hoopvolle student zijn die denkt ja, maar het kan altijd nog erger.)
Geen enkele utopie is perfect, geen enkele dystopie volledig. De totalitaire, beklemmende en paranoïde Orwelliaanse staat gecreëerd door EngSOC en gevormd door de idealen van Big Brother is geen plek waar ik zou willen wonen, maar ondanks alles heeft de makke Jan Modaal wel een dak boven zijn hoofd en brood op de plank. De vrije en intelligente samenleving die zichzelf geworteld heeft op het afgelegen eiland Pala, ontsproten aan het brein van Huxley, lijkt een fantastische plek om te wonen, maar ook daar is er een stel hoogst irritante papegaaien dat in het kader van zelfontplooiing de godganse dag inspirerende slogans uitkraamt.
Natuurlijk is dit perspectief op het idee van het ideaal deels iets wat door taal in de hand gewerkt. Wereldvrede is een ideaal, maar wanneer er een akkoord wordt gesloten waarin wordt besloten dat de wereld in 2050 kernwapenvrij dient te zijn, dan wordt er een doelstelling gesteld. Is deze inherente onbereikbaarheid van het ideaal dan meer dan een verwarrend postmodern trucje in de trant van Foucault en zijn discoursen waaruit geen ontsnappen valt? Want, net zoals de betekenis van taal dat ons door het proces van différance continu door de vingers blijft glippen, zo blijft ook de vervulling van het ideaal continu voor ons uit dansen, zoals de wortel aan het touwtje dat doet voor de ezel die de wagen voorttrekt.
Is proberen een ideaal te bereiken dan een zinloze bezigheid, sisyfusarbeid? Neen. In tegenstelling tot Derrida’s beruchte taaltheorie, waar taal zonder een betekenisvol centrum blijkt, zijn idealen niet hol en betekenisloos. Idealen hebben is menselijk, maar niemand heeft idealen louter om het hebben van een ideaal. Idealen zijn een mentale verwezenlijking van de problemen in de wereld, een beeld van ‘hoe het allemaal beter kan’. Dit zorgt voor een interessante dubbelheid in het concept van het ideaal: enerzijds is het hebben van idealen, het fantaseren over een perfecte wereld, iets natuurlijks en onontkoombaars, anderzijds is het denken dat het ideaal ooit volledig bereikt zal worden iets volstrekt wereldvreemds. Streven naar een ideaal is nobel, maar verwachten dat het ideaal bereikt worden in de door ons gedeelde speeltuin die de wereld heet – dat is een oefening in futiliteit.
Jeroen 5:38 pm on October 30, 2010 Permalink | Log in to Reply
Hoi Crispijn. Mooi essay, stevige stelling aan het eind. Het is natuurlijk zo dat altijd verwachten dat je idealen uit zullen komen zeer onrealistisch is, maar om het nou futiel te noemen vind ik te ver gaan. Want zijn idealen dat nog wel als je verwacht dat ze toch niet uit komen? En behaal je niet de beste resultaten als je je idealen nastreeft vanuit de instelling dat ze waar kunnen worden, of je ze nou uiteindelijk bereikt of niet? Misschien ligt de sleutel hiertoe in het ‘knowhow’-concept: uiteindelijk maakt het wel of niet behalen van idealen niet zo veel uit, zo lang je je als individu maar ontwikkelt en je bewuster wordt van de relatie tussen jouw intuïtie en de theorieën die op jouw handelen betrekking hebben. Een soort van vanuit De Certeau onderbouwde variant van het ‘De weg naar het doel is belangrijker dan het doel zelf.’-cliché.
merelsijbrant 3:02 pm on October 31, 2010 Permalink | Log in to Reply
Beste Crispijn,
Persoonlijk vind ik het ideaal om een ideaal te idealiseren. Idealen geven richting, drive, behoefte. Ik heb niet het idee dat ‘het begrip’ ‘ideaal’ (we moeten natuurlijk wel een beetje rekening houden met meneer Derrida) een eindpunt in zich huist. Ik realiseer me ter dege dat Sinterklaas, de Kerstman en de Paashaas niet bestaan maar toen ik nog wel geloofde boden ze mij wel degelijk blijdschap. Is het zo erg om in iets te geloven waar de vinger niet exact op kan leggen? Is het nodig iedereen met idealen op zijn of haar naïviteit te wijzen?
Voor mij is het streven naar een ideaal niet nobel maar menselijk en daarmee noodzakelijk. Jij lijkt te stellen dat het niet-’behalen’ van een ideaal een noodlottigheid is. Maar het hebben van idealen is niet hetzelfde als het behalen van studiepunten. Ik hoop dat iedereen ten alle tijden kan leven aan de hand van idealen én de wetenschap dat, inderdaad Jeroen, ‘het pad belangrijker dan het eindpunt’ is.
Liefs,
Merel.
jwhiah 11:38 pm on October 31, 2010 Permalink | Log in to Reply
Hoi Crispijn!
Ik ben het sterk met Merel en Jeroen eens, maar om nog iets toe te voegen: tussen het ideaal en de praktijk staan er inderdaad een aantal versperringen op de weg… maar dit sluit niet uit dat er onderweg, pragmatisch gesproken, verandering kan optreden in de richting waar jij op wilt gaan. Compromissen sluiten en samenwerking zijn juist erg betekenisvolle concepten.
simonevs 1:43 am on November 2, 2010 Permalink | Log in to Reply
Hoi Crispy,
Ik ben benieuwd; moeten we niet domweg een nieuwe invulling van het begrip ‘ideaal’ bieden, nu het postmoderne tijdperk een wereld heeft ingeluid waarin een transcendente of absolute waarheid, laat staan ideaal, überhaupt mogelijk is. Moet een ideaal niet meer als een ideaal worden gezien zoals Leibniz de door God geschapen wereld declameert als een best mogelijke wereld. Hij spreekt niet zozeer van een ideaal als perfectie in de traditionele zin van het woord (hoewel God voor hem wel ideaal was, maar laten we een moderne interpretatie van Leibniz volgen), maar als de enige situatie mogelijk die het dichts bij perfectie kan komen.
Je schrijft: “Dit probleem – of liever gezegd, deze eigenaardigheid – wordt veroorzaakt door het feit dat ieder weldenkend mens wel naar idealen wil streven, maar dat geen twee mensen hun idealen met elkaar in overeenstemming kunnen brengen zonder daarvoor iets in te leveren”
Ik herhaal: moeten we, als we in de 21e eeuw nog van ideaal of moraal willen kunnen spreken, niet voor een nieuwe invulling van het begrip ‘ideaal’ bieden, alvorens wij een daadwerkelijke en gehele crisis van betekenis krijgen? Immers, hoe kunnen we een moreel juiste samenleving vormen wanneer we geen begrip hebben van een ‘ideaal’? Waar bepaalde ideeën van moraal gedurende de geschiedenis gevolgd werden omdat men een reden had om in die ideeën te geloven, zijn onze postmoderne geesten verpulverd onder het zware besef van leegte (à la, ‘de ondraaglijke zwaarte van het lege bestaan’). Kunnen we wel voortleven zonder een nieuw jargon te scheppen voor al die begrippen die hun waarde hebben verloren?
jasperdonkers 11:37 am on November 3, 2010 Permalink | Log in to Reply
Allereerst, je moet wel houden van de inside sneer naar de VU. :)
Vermakelijk essay en eigenlijk ben ik het inhoudelijk op geen enkel punt echt met je oneens.
Geen mogelijkheid tot rellen, sorry.
Ik denk dat je wat betreft de inhoud van een begrip ‘ideaal’ de spijker op zijn kop heb geslagen. Het hebben van ideaal en het kunnen formuleren van een ideaal is een dubbelzinnig gebeuren. Het is bij gratie van zijn eigen betekenis onbereikbaar, maar blijft evengoed wenselijk om te hebben. Een ideaal zorgt voor een pad naar een ideaal, een houvast aan iets dat eeuwig ongrijpbaar is bepalend voor dit pad. Wanneer deze denkbeeldige houvast wegvalt is de wandeling het wellicht niet meer waard en stilstand is vrijwel altijd achteruitgang. Idealen zijn ‘neccesary lies’ die het geheel dragelijk maken en bepalend zijn voor onze paden. Liefde, geluk, vriendschap zijn idealen van dezelfde soort, een complete invulling van deze begrippen zijn onbereikbaar, maar ieder van ons heeft zijn eigen geloof in de waarde van deze idealen.
Heeft het begrip ‘ideaal’ een nieuwe invulling nodig? Ik denk dat idealen voor ieder persoonlijk van aard zijn, maar dat het formuleren van overkoepelende idealen voor instituten en concepten belangrijk zijn voor vooruitgang. Een ideaal geeft structuur aan de ontwikkeling van datgene waar het ideaal betrekking op heeft. Verandering is, volgens mij, deels afhankelijk van de herwaardering van oude en de formulering van nieuwe idealen.
Verwachten dat idealen bereikt kunnen worden is inderdaad een oefening in futiliteit.
Hopen dat een ideaal verwezenlijkt kan worden is misschien hopeloos romantisch en geheel ongegrond, maar wel nodig.
simonevs 10:25 pm on November 4, 2010 Permalink | Log in to Reply
Ik zie de sneer naar de VU nu pas en voel mij genoodzaakt een sneer terug te maken (onder ondere omdat ik crispiness in real life ken en daarom weet dat hij van dergelijke ondeugden alleen maar heimelijk geniet..). Sinds kort ben ik een VU bekeerling. Niet omdat ik Christelijk geworden ben, maar omdat ik een vak aan de VU volg (misschien is dat wel de ideale universiteit: dat iedereen zich gestimuleerd en vrij voelt om overal lessen te volgen, naar gelang van de aangeboden vakken en docenten: De Nationale Universiteit (krijg je er, gezien de naam, ook bij dit kabinet wel doorheen)) en mijn ogen zijn geopend: weleens gekeken wie de literatuurwetenschapdocenten aan de VU. Nl; hoogleraar Dick Schram, Stine Jensen en Elsbeth Etty – binnenkort verwelkomen zij overigens Ronald Giphart als locatie schrijver (goed hierover valt te betwisten of dit een heuglijk feit is of niet). Wij aan de UvA hadden Mulisch, maar dat is nu ook definitief voorbij.
Bovendien heb ik hier ergens op dit forum een essay voorbij zien komen waarin over het drastisch lage aantal ‘allochtonen’ op de universiteit gesproken werd. Kom eens een keertje mee in de lift van de VU (ja deze opzichtige symboliek gebruik ik niet voor niets) en je ziet een groot aantal jongeren/studenten met een niet-Nederlandse afkomst. Lijkt me heerlijk om het in de literatuurles eens een keer over postkolonialisme of de zogenaamde ‘black intellectual’ te hebben als er niet alleen maar blanke, VPRO-kinderen in de collegezaal zitten…
Maar goed, voor de rest zitten er op de VU natuurlijk alleen maar jongeren uit de provinciestadjes die nog bij paps en mams wonen… (dit is een ‘inside’-sneer waarvoor excuses, maar ik kon het niet laten)
crispiness 1:11 pm on November 5, 2010 Permalink | Log in to Reply
Wie noem je hier een VPRO-kind?
Het allochtonen-gehalte ligt niet alleen aan de universiteit, trouwens, maar ook aan de studie. Er lopen genoeg mensen van niet-Nederlandse afkomst rond op de UvA, alleen komen die in veel grotere getale voor Roeters Eiland en op de Rechten-faculteit. Volgens mij ligt de verhouding bij de VU wel hoger, maar ik vraag me af of het daar voor de studie Literatuurwetenschap ook geldt. Ergens anders vindt er een discussie plaats over hetzelfde onderwerp, waarbij de koppeling wordt gemaakt tussen een ‘nuttige studie’ en een niet-Nederlandse afkomst.
jasperdonkers 3:11 pm on November 5, 2010 Permalink | Log in to Reply
Complimenten voor de sneer: VPRO-kind. Ook daar geniet ik van.
Ik zou ook graag de statistieken van de VU afdeling Literatuurwetenschap willen zien. Ik denk dat de cijfers elkaar niet veel zullen ontlopen. Misschien heeft de religieuze grondslag waar de VU zich op beroept mogelijk te maken met het groter aantal buitenlandse studenten wat zich aanmeldt bij de universiteit? Religie speelt over het algemeen genomen bij buitenlanders nog steeds een grotere rol als het bij de VPRO-huishoudens speelt waar wij vandaan komen. Tel hierbij op de mogelijke voorkeur van allochtone studenten voor praktische opleiding en we snappen waarom het zó allochtoonloos is bij de Geesteswetenschappen op de UvA.