Knowhow: “that something is a creative imagination”

Alleen kennis is niet genoeg, alleen ervaring is niet voldoende, pas op het kruispunt van theorie en praktijk ontstaat iets nieuws dat Certeau knowhow noemt.
Op dit punt ontstaat iets nieuws doordat je door de ervaring creatief wordt, zo ontstaan nieuwe ideeën die misschien, heel misschien, de wereld kunnen veranderen.

Martin Luther King was een black intellectual uit de jaren zestig, Cornel West is een black intellectual en Barrack en Michele Obama zijn black intellectuals van de 21e eeuw. Halverwege de jaren ’90 ontstond er een hausse aan publicaties geschreven door zwarte intellectuelen in de VS. Als reactie daarop ontstond veel discussie en kritiek in de academische wereld en daarbuiten. (Bersee)

Er zit een spanning tussen het ideaal en de institutie. Het ideaal heeft bepaalde waarden in zich zoals academische vrijheid, het belang van onderzoek. De institutie zorgt voor procedures en regels om de idealen zo goed mogelijk vorm te geven. Zoals Foucault zegt: waarden bestaan bij een bepaalde mate van uitsluiting. Hierdoor wordt de academische vrijheid mogelijk waardoor creatie en productie mogelijk wordt. Je kunt de vraag stellen:hoeveel andersheid kan een institutie verdragen? Ideaal en institutie zijn met elkaar verbonden. Door vragen te stellen naar het ideaal, stel je dus ook vragen over de institutie. De kernvraag is echter: kan verandering wel op universiteitsniveau (de institutie) plaatsvinden of kunnen de veranderingen alleen plaatsvinden op het niveau van de praktijk, van de intellectueel? Volgens Gramsci hoeft de universiteit niet te zorgen dat de veranderingen een plaats krijgen in de institutie. De veranderingen zorgen er volgens hem zelf voor een plaats in deze academische wereld. De ‘organic intellectual’ en de ‘traditional intellectual’ oefenen blijvende invloed op elkaar uit. Hierdoor blijft er een voortdurende verandering gaande. Zo wordt het onzichtbare zichtbaar volgens Gramsci en hieruit volgt dat de institutie mee verandert, dus niet alleen verandering op het individuele vlak van de praktijk en de intellectueel.

Zowel Mosley, Gramsci, West en Spivak: vertrekken vanuit het idee van de ‘organic intellectual’.
Gramsci stelt dat iedereen een intellectueel is, maar dat niet iedereen de functie van een intellectueel. De intellectueel is echter nodig om de onderbouw, de wereld, te emanciperen.
De ‘organic intellectual’ spiegelt zich aan alle anderen die eenzelfde soort emancipatorische beweging hebben ingeluid (zoals bijvoorbeeld Socrates, de filosofen en Jezus).

De Amerikaanse filosoof, schrijver, en criticus Cornel West sprak in 1985 over de problemen van de zwarte intellectueel : “Caught between an insolent American society and insouciant black community, the Afro-American who takes seriously the life of mind inhabits an isolated and insulated World” (West, 302).
Als oorzaken noemde hij in de jaren ’80: negatieve houding van de blanke academische wereld ten opzichte van de zwarte academici, literaire subculturen die minder toegankelijk zijn voor de zwarte academici en een niet-bestaande infrastructuur voor het publiceren van het academische werk. De zwarte intellectuele wereld was niet zichtbaar. Daardoor was het voor de zwarte intellectuelen moeilijk om credits op te bouwen bij de zwarte middenklasse (West, 304-305). West pleitte in 1985 voor de dialoog met de zwarte ‘broeders en zusters’ door tradities nieuw leven in te blazen:de ‘religion en music’. “I would suggest that there were two organic intellectual traditions in Afro-American life: the black Christian tradition of preaching and the black musical tradition of performance’(West, 306). West is hierbij zelf een lichtend voorbeeld met zijn tweede rap-cd die begin 2010 uitkwam (ejazznews) en zijn vele ‘performances’ naast de boeken en artikelen die hij heeft geschreven. Tijdens een interview in 2007 stelde West: “[…] be a jazz man in the life of mind and a blues man in the world of ideas. A jazz man is someone who tries to find his of her own voice. This is crucial. To find your own voice means you have enough courage to discover who you are, what your own vocation is, so the vocation is never to be reduced to your profession, your calling’s never to be reduced to your career. But you don’t find your voice unless you bounce it up against other voices”(Judaken, 85).
West zegt hier: je hebt andere andere werelden (discoursen) nodig om te ontdekken wie en wat je zelf bent, wat je roeping is. Op het snijpunt van deze werelden ontstaat een probleem en pas daarna kunnen er structurele veranderingen teweeg gebracht worden. Hij stelt dat het niet draait om de zwarte huidskleur, maar om de functie die je hebt. Je bewust worden van je eigen positie. Dat gebeurt op het snijvlak van methode en intuïtie. Alles draait om de creativiteit zeggen zowel Cornel West en de Certeau. Je hebt de methode aan de ene kant en het discours aan de andere kant. Daartussenin, in de overlapping, ligt de knowhow. (de intuïtie of ook wel het ambacht genoemd). Door herhaalde oefening word je je steeds bewuster van die knowhow. Als je deze knowhow hebt bereikt, komt de creativiteit te voorschijn. Dan pas kan het echte werk beginnen: de creativiteit zorgt voor het nieuwe, het originele: “Between practice and theory, it occupies a ‘third’ position, no longer discursive but primitive” (Certeau, 70). Op dit punt kan verandering plaatsvinden.
Is dit wat de schrijfster en black intellectual Toni Morrison bedoelde met het volgende citaat uit “Endorsement to Barack Obama” in 2008 waarin zij uitlegt waarom zij Barack Obama steunde tijdens de presidentsverkiezingen?:
“In thinking carefully about the strengths of the candidates, I stunned myself when I came to the following conclusion: that in addition to keen intelligence, integrity and a rare authenticity, you exhibit something that has nothing to do with age, experience, race or gender and something I don’t see in other candidates. That something is a creative imagination which coupled with brilliance equals wisdom.”
1. Bersee, Thomas. Zwart, jong en slim : Amerika’s nieuwe intellectuelen. NRC, 13
januari 1996.
2. Certeau, Michel de, The Practice of Everyday Life. V. The Arts of theory. University
of California Press, Berkeley [et al.], 2002. p. 70.
3. Cornel West. The Dilemma of the Black Intellectual. (1985), p. 302.
4. ejazznews http://www.ejazznews.com/ejnsampler/?p=598 15-03-2010.
5. Judaken, Jonathan and Jennifer L. Geddes. Black intellectuals in America: A
Conversation with Cornel West. Interview 2007. p. 85.
Link: http://www.iasc-culture.org/HHR_Archives/Intellectuals/9.1IWest.pdf
6. MacGaveran, Tom. Toni Morrison’s Letter to Barack Obama. New York Observer,
28-01-08 Link : http://www.observer.com/2008/toni-morrisons-letter-barack-obama