Obama vs. West: De weerlegging van het Insurgency Model?

In zijn essay ‘The Dilemma of the Black Intellectual’ uit 1985 schetst Cornel West de problemen waar zwarte intellectuelen mee kampen wanneer ze vooruit willen komen in de Amerikaanse maatschappij. Sindsdien is er één sterk voorbeeld van een zwarte intellectueel die zich opgewerkt heeft opgestaan: Barack Obama, de huidige president van de Verenigde Staten. In zijn essay stelt West een model voor dat een zwarte intellectueel moet volgen om werkelijk succesvol te zijn onder de noemer ‘insurgency’ (oproer).

Obama heeft een uitgebreide academische carrière achter de rug die waar hij eigenschappen en vaardigheden ontwikkelde die hij in zijn politieke carrière nog steeds gebruikt. Daarnaast heeft hij in de aanloop naar verkiezingscampagne voor het presidentschap een confrontatie gehad met West die vanuit het perspectief van West’s werk en opvattingen erg interessant is. In dit essay zal ik dit aangrijpen om West’s ideeën af te zetten tegen het verhaal van Obama, en een afweging maken of en in hoeverre Obama voldoet aan West’s idealen als het om succesvolle zwarte intellectuelen gaat.

West beschrijft in zijn essay hoe zwarte intellectuelen zich moeten onderwerpen aan de instituties van de ‘white bourgeois academy’ om succesvol te zijn, omdat ze anders vast blijven zitten in de ‘parochial discourses of Afro-American intellectual life’. Ze moeten kiezen tussen ‘meretricious pseudocosmpolitanism’ of ‘tendentious, cathartic provincialism’ (305-306). In andere woorden hebben ze de keuze tussen mooi weer spelen binnen het systeem of er aan de buitenkant tegen protesteren. In beide gevallen worden ze niet serieus genomen en hebben ze geen kans om werkelijk iets te presteren of veranderen.

Uiteindelijk stelt West aan het einde van het essay een model voor dat de ideale benadering voor zwarte intellectuelen moet zijn, het Insurgency Model. Met dit model pleit hij ervoor dat zwarte intellectuelen het bourgeois systeem moeten veranderen door op een bepaalde manier hun ras uit te dragen:

Black intellectual work and black collective insurgency must
be rooted in the specificity of Afro-American life and history; (…)
Such work and insurgency are explicitly particularist though not
exclusivist-hence they are international
in outlook and practice. (314)

De link naar Obama zit hem in de passage ‘particularist though not exclusivist’. Het individu dat een verschil wil maken moet vooral zichzelf zijn en blijven (‘particularist’) maar mag daarbij niemand uitsluiten (‘not exclusivist’). Dit is waar Obama afwijkt van de norm van West, zoals geschetst door Martha Minnow, één van zijn docenten op Harvard en in 2009 decaan van Harvard Law:

“Barack is a universalist who doesn’t deny his particularity,”
Minow continued. “He is very specifically African-American,
but he is also someone with a white mother and white
grandparents. In America, you are ‘raced’ whether you have
chosen it or not. He struggled with that as a college student
and as a law student. But he came to accept and embrace what
and who he is, and, at the same time, he has this very special
sense of universalism that would become such an important
part of his political message later on.” (Remnick 195)

In plaats van het door West voorgestane ‘particularism’ draagt Obama in de eerste plaats ‘universalism’. Minnow verklaart dit uit zijn achtergrond. Obama is een Afro-Amerikaan, maar niet in de eerste plaats. Minnow ziet hem als universalist, op zoek naar universele waarheid. Cornel West kwam in 2007 voor het eerst met Obama in contact toen hij de vinger op de voor hem zere plek legde:

“He’s got large numbers of white brothers and sisters who have
fears and anxieties. He’s got to speak to them in such a way that
he holds us at arm’s length enough to say he loves us, but doesn’t
get too close to scare them. So he’s walking this tightrope, you
see what I mean?” (474)

West beschrijft hier zijn ongemak rond Obama, die volgens hem zijn zwarte identiteit niet sterk genoeg uitdraagt, zijn ras niet direct in zijn gedrag laat terugkomen. De praktische uiting van zijn universalisme stootte West voor het hoofd, met de bovenstaande uitspraak als gevolg. Obama negeerde deze kritiek niet, en belde persoonlijk West en andere criticasters op om zijn ideeën en motivatie toe te lichten.

He told them that they were free to press their ideas and agendas,
but he was running for President. Once in office, he could accomplish
a great deal. First, though, he had to win. Obama was respectful,
telling them that they were speaking out in the tradition of protest,
the prophetic tradition, but that as a politician he could not always
afford the same liberties. (474)

Terugkoppelend naar West’s Insurgency Model is het duidelijk dat Obama de particularistische rol bewust aan zijn criticasters laat, die vanuit ‘protest’ en ‘the prophetic tradition’ spreken waar West op doelt als hij de term particularisme gebruikt in zijn Insurgency Model. In het gesprek met West kwam het uiteindelijk tot een synthese tussen het particularisme van West en het universalisme van Obama:

“First thing he said was, ‘Well, Brother West, you’re much more
progressive on these things than I am. We’re not going to agree on
everything.’ I said, ‘Of course! My only thing is – you be true to
yourself, I’ll be true to myself.’ That’s all I ask. Then he went in and
talked about what King meant, what that legacy meant, how he’d been
shaped by it, and so forth. And it was a genuine opening. That’s why
I could discern a certain decency. I said, ‘Brother, I will be a critical
supporter. I’ll be a Socratic supporter.’” (475)

Zijn belofte van kritische steun heeft West ook waargemaakt, maar interessanter is zijn advies aan Obama: “you be true to yourself, I’ll be true to myself.” Obama’s leven analyserende valt te concluderen dat hij een geboren universalist is, en hij dat zal moeten blijven om aan West’s wens te voldoen. Het lijkt erop dat hij een manier heeft gevonden om zonder West’s radicalere benadering toch een hoeveelheid macht en aanzien te verwerven die geen precedent kent, zonder te vertrouwen op de door West zo verfoeide ‘affirmative action’ en een invloedsloze knuffelzwarte te worden. Er kan ook niet gezegd worden dat hij de buiten het systeem staande tendentieuze Afro-Amerikaan is. Uit de voortgang van West’s huidige kritische relatie met nu president Obama moet nu het antwoord op de vraag of Obama het Insurgency Model weerlegd heeft gaan komen.

Bronvermelding:

Remnick, David. The Bridge: The Life and Rise of Barack Obama. New York: Alfred A. Knopf, 2010.

West, Cornel. The Dilemma of the Black Intellectual. The Cornel West Reader, pp. 302-315