Originaliteit als basis voor intellectualiteit
‘Intellectualiteit’ en de ‘intellectueel’ zijn twee begrippen die gebruikt worden binnen de wetenschappelijke praktijk, maar waar in vergelijking te weinig over gediscussieerd wordt. Als we onszelf, studenten op weg naar het halen van onze bachelor, in een hokje zouden moeten plaatsen in de maatschappij zouden vele van ons kiezen voor het hokje ‘intellectueel’. Het woord geeft steun. Het woord geeft aan dat kennis ons gevormd heeft tot dat wat we nu zijn, ongeacht of wij een modaal inkomen met onze kennis zullen gaan verdienen of vele tonnen per jaar. Dat maakt niet uit, de titel hebben we. Wij zijn de mening toegedaan dat zoiets banaals als geld en het aanzien van onze functie niet de selectiecriteria kunnen vormen voor intellectualiteit. Het ‘intellectueel’ zijn zien wij als iets extreem individueels, als een label dat niet enkel gegeven kan worden op de grond van onze maatschappelijke bezigheid. Mijn gedachtes zijn de mijne, net zoals mijn smaak, mijn ethiek en mijn avontuurlijke geest die niet bang is voor de twijfel die wetenschap met zich meebrengt. De zelfbetitelde intellectueel blijft nog steeds geloven in zijn eigen individualiteit, in zijn eigen uniekheid, terwijl het hokje en het woord ‘intellectueel’ al lang niet meer de diversiteit met zich mee dragen zoals zij doen in zijn gedachten.
Wanneer je ‘intellectueel’ op zoekt in de dikke Van Dale krijg je de volgende definitie als eerste definitie:
1 in•tel•lec•tu•eel bn, bw verstandelijk, geestelijk
Ik heb de Van Dale gebruikt omdat de definities in dit woordenboek over het algemeen het beste aansluit bij de manier waarop de woorden gebruikt worden binnen de Nederlandse maatschappij, dit dus in tegenstelling tot de meer uitgebreide wetenschappelijke inhoud van het woord. Wanneer ik kijk naar de definitie van het begrip zoals deze wordt omschreven in deze definitie valt mij eigenlijk één ding op. De nadruk op verinnerlijking in de definitie: zowel verstandelijk en geestelijk duiden op een focus op het individuele denken en verinnerlijking van de ‘intellectueel’ in kwestie. De vraag is echter of dit terecht is. Hoe verinnerlijkt, oorspronkelijk en individueel is het denken van de hedendaagse intellectuelen of intellectuelen in spe?
Voor zover ik kan oordelen over de praktijk, zie ik weinig terug van deze individualiteit. Modewoorden als ‘ambigu’, ‘intellectueel’ en ‘discours’ worden in de klas geslingerd om met ietwat mooiere opgesmukte woorden net zo weinig te zeggen als voorheen. Deze woorden dienen niet meer als bewijs om een eigen statement theoretisch te onderbouwen maar enkel als vertoning van kennis. Het is echter geen eigen kennis, geen zelfvergaarde kennis tot stand gekomen door reflectie, het is kennis door imitatie. Zonder het te weten is deze vertoning van de student hetzelfde als die van Kafka’s aap in ‘Report for an Academy’ wanneer deze louter door imitatie overleeft. De aap drinkt de fles drank in één teug leeg, wrijft over zijn buik en grijnst omdat hij ziet dat het zo wordt gedaan door zijn bewakers; hij voelt echter nimmer het geluk van de drank. Hetzelfde geldt voor de student, hij imiteert enkel voor en door de imitatie zelf. Hij zoekt niet naar zijn eigen originaliteit, maar conformeert zich aan het gedachtegoed van zijn docenten en neemt genoegen met het beschrijven van reeds uitgewerkte theorieën en stromingen.
De vonk van originaliteit en lef is schaars en het lijkt alsof de postmoderne voorkeur voor theoretische pluraliteit verlamd en het ‘out-of-the-box’ denken, wat ons vakgebied zo nodig heeft, onmogelijk maakt. De volgende keer wanneer wij stiekem over onszelf denken als ‘intellectueel’, is het misschien goed om ons af te vragen hoe origineel wij zijn en of wij werkelijk ons eigen weg proberen te vinden in alle theorieën die we aangereikt krijgen. Hebben we eigenlijk wel ooit zoiets gehad als een eigen oorspronkelijke gedachte, een eigen idee? Dit zijn belangrijke vragen, want juist deze vragen maken volgens mij het onderscheid tussen een ‘intellectueel’ en iemand die verdomd goed is in een spelletje Trivial Pursuit.
thomasvangrol 3:54 pm on October 29, 2010 Permalink | Log in to Reply
Hoi Jasper,
Ik ben het helemaal met je eens. Om intellectueel te worden moet je, volgens Gramsci in ieder geval, het onzichtbare zichtbaar maken. Dit kan alleen als je op de overlapping tussen verschillende discoursen staat. Dat kan iedereen zijn, maar ook weinigen doen het ook echt. Ik denk dat juist daarvoor de originaliteit en lef nodig is.
Toch denk ik dat het wel goed is om als student voornamelijk bezig te zijn met imiteren. Natuurlijk zou het nog beter zijn als je in één keer een oorspronkelijk idee kan opschrijven. Toch zie ik hier twee mogelijkheden: a) door te studeren en te imiteren verlies je je originaliteit en ga je je theorïën scheppen naar aanleiding van wat je gelezen hebt. Of b) door te studeren en te imiteren zie je in wat er nog onzichtbaar is, wat je zichbaar moet maken. Ik heb dan toch een voorkeur voor (b).
Als student zal ik me niet snel plaatsen in het hokje ‘intellectueel.’ Ik zou het graag willen, maar ik weet dat ik het (nog) niet ben. Misschien ooit, als ik iets onzichtbaars zie.
daneshvar 2:28 am on October 30, 2010 Permalink | Log in to Reply
Jasper,
Na je stuk te hebben gelezen ben ik gaan zoeken naar het aantal vraagtekens die gebruikt worden in onze essays en die te vergelijken met het aantal uitroeptekens. Vraagtekens domineren.
Laat ik beginnen door eerst te zeggen dat het woord intellectueel voor mij geen enkele aantrekkingskracht bezit, elke keer als ik eraan denk, moet ik meteen denken aan het feit hoe beperkend zo’n woord kan zijn voor mijn vrijheid. Het laatste dat ik wil is mijzelf gevangen zetten in een begrip, zoals intellectueel.
Ik denk ook dat imitatie een noodzaak is waar we niet vanaf kunnen komen. Originaliteit is naar mijn mening een leeg begrip als het niet ondersteund wordt door sterke vormen van imitatie, aangezien het werk wat voor ons is gedaan niet vergeten mag en kan worden. Persoonlijk ben ik niet op zoek naar iets onzichtbaar zoals Thomas dat wel is en probeer ik niet een doel voor mezelf uit te stippelen. Imitatie vind ik prima zolang het geen onzin is.
Waar ik het wel met je volledig eens ben , is wanneer je schrijft dat eigen statements en claims en lef schaars zijn. Ik zie, net zoals jij, hoe vaak vele theorieën en begrippen alleen gebruikt worden omdat ze eenmaal gewichtige begrippen of theorieën zijn en niet vanwege hun betekenis of vanwege hun bruikbaarheid voor iemands eigen idee. Ik moet wel erbij zeggen dat ik het hier niet alleen over onze studie of de universiteit heb, maar ik trek het breder op maatschappelijk niveau.
Originaliteit is inderdaad schaars en ik bewonder een origineel werk wanneer ik het zie, maar dit betekent niet dat iedereen origineel en gedurfd te werk moet gaan. Imitatie en beeldvorming bezitten nu eenmaal meer macht en kunnen een individu verder helpen. Originaliteit klinkt goed, maar wordt meestal niet gewaardeerd.
jasperdonkers 2:45 pm on October 30, 2010 Permalink | Log in to Reply
Ik ben het met jullie eens dat imitatie een sterke rol speelt in het formeren van een origineel individu, ik zou nooit durven claimen dat dit niet het geval is. Het probleem ligt volgens mij echter in het lef en in, inderdaad Bardia, in het veilige van imitatie en conformering aan de gewenste beeldvorming. Misschien is het mijn eigen achtergrond en de neiging naar en misschien grotere liefhebberij van kunst in tegenstelling tot wetenschap, wat mijn afgunst tegen deze vorm van imitatie teweeg brengt. Ik zie in de opleiding gewoon dat mensen te weinig filteren. Dat de informatie die beschikbaar is te weinig gebruikt voor een individuele, originele ontwikkeling richting een bepaal doel of idee. Deze filter is nodig wil iemand uiteindelijk origineel uit de hoek komen. Het huidige theoretische raam en de ogenschijnlijke stilstand die hiermee gepaard gaat is volgens mij deels van het gevolg van een conformistische instelling van zowel studenten als docenten. Conflict is té schaars en juist dat is hetgeen wat we nodig hebben om te bouwen.
Misschien had ik deze uitspraak:
Het is echter geen eigen kennis, geen zelfvergaarde kennis tot stand gekomen door reflectie, het is kennis door imitatie.
Beter kunnen vervangen door deze uitspraak:
Het is echter geen kennis die eigen gemaakt is, geen kennis verder tot stand gekomen door reflectie, het is enkel en alleen kennis door imitatie.
Als er een bepaalde eigenheid in de vorm van imitatie zou zijn, zou imitatie in dienst kunnen staan van originaliteit. Dan, en alleen dan, kan het vraagteken plaats maken voor het uitroepteken.
rene 12:35 am on November 4, 2010 Permalink | Log in to Reply
Hoi Jasper,
Prima stuk, mij heb je. Alleen begrijp goed dat niet iedereen een intellectueel wil zijn zoals jij deze beschrijft. Sterker nog, niet iedereen kán zo’n intellectueel zijn. Daarom hebben we de uitblinkers in de gehele geschiedenis. Niet iedereen kan op de juiste manier filteren of zijn eigen interpretaties goed overbrengen. Natuurlijk moet originaliteit worden aangemoedigd, maar bij sommigen is dit niet interessant. Zelf zal ik mij nooit tot intellectueel rekenen, omdat ik nooit het idee heb dat ik alles kan overzien en alles begrijp. Ik heb inderdaad voornamelijk vraagtekens, maar dat is prima. Grote denkers worden we niet allemaal, maar de imitatie kan vast en zeker helpen bij het behouden van een 9-tot-5. En mocht een imitator zichzelf intellectueel noemen, zij het zo. Het woord is een façade en bovendien overrated.
brittdebruyn 7:56 pm on November 5, 2010 Permalink | Log in to Reply
Beste Rene,
de betekenis van de intellectueel verandert en hoeft ook niet voor iedereen de zelfde betekenis te hebben. Maar misschien is het voor vooruitgang nodig, dat wat voor betekenis intellectueel heeft voor verschillende mensen in verschillende tijdsperiodes, er altijd een bepaalde kwaliteit aanwezig moet zijn in de definitie van de intellectueel. Je zegt dat niet iedereen intellectueel kan zijn, en dat we daarom slechts enkele uitblinkers in de geschiedenis. Misschien kan niet iedereen intellectueel zijn, maar we misschien moeten we het als een streven of doel hebben. Dit betekent dat er een gedurfde definitie van intellectueel moet komen, en dit betekent tegelijkertijd ook dat de oproep (waar Jasper misschien op doelt) niet bedoeld is om iedereen een intellectueel te maken, maar om iedereen weer te laten herinneren dat een bepaald doel (misschien niet te bereiken) essentieel is voor vooruitgang.
Jasper heeft misschien wel gelijk dat Alleen imitatie niet voldoende daarvoor is.
Gerda 11:55 am on October 31, 2010 Permalink | Log in to Reply
Beste Jasper,
Uit jouw essay lees ik vooral over de intellectualiteit en intellectuelen op de universiteit en in de klas. Je ziet jezelf en ons als intellectuelen die ideeën vooral imiteren waarbij geen sprake is van originaliteit.
Daar heb ik een paar opmerkingen over:
Ten eerste: in de klas probeer je (ik tenminste) toch vooral voor jezelf duidelijk te krijgen of je de stof beheerst in plaats van zo veel mogelijk termen de klas in te werpen zoals jij dat omschrijft:
“Voor zover ik kan oordelen over de praktijk, zie ik weinig terug van deze individualiteit. Modewoorden als ‘ambigu’, ‘intellectueel’ en ‘discours’ worden in de klas geslingerd om met ietwat mooiere opgesmukte woorden net zo weinig te zeggen als voorheen. Deze woorden dienen niet meer als bewijs om een eigen statement theoretisch te onderbouwen maar enkel als vertoning van kennis. Het is echter geen eigen kennis, geen zelfvergaarde kennis tot stand gekomen door reflectie, het is kennis door imitatie. Zonder het te weten is deze vertoning van de student hetzelfde als die van Kafka’s aap in ‘Report for an Academy’ wanneer deze louter door imitatie overleeft.”
Ik denk dat je in je eigen opdrachten, onderzoek en debat je eigen intellectuele bagage kunt laten zien.
Ten tweede: Ik ben het eens met eens dat in de academische wereld vaak sprake is van imitatie. In mijn eerst essay “Dwarse denkers zonder grenzen” heb ik dat zelf ook gesteld : “Volgens Jaspers moeten studenten en onderzoekers ambachtelijk werk saai werk verrichten, “Work is the basis of everything else’ (Jaspers 68) hierdoor kan de onderzoeker verder met zijn onderzoek omdat hij hierdoor inspiratie opdoet.
Volgens de schrijfster en filosofe Connie Palmen bestaan er geen eigen ideeën. Iedereen wordt beïnvloed door wat hij leest en hoort. Soms zonder dat je je daarvan bewust bent. (Palmen 11)”. Kim reageerde daar terecht op met de volgende opmerking die volgens mij ook van toepassing is op jouw essay: “Na-apen zou klakkeloos overnemen zijn wat iemand anders heeft gezegd. Dit is denk ik niet het geval, want dan zou niemand meer met een vernieuwend idee kunnen komen. Het is werken met de bouwstenen die je hebt. Ideeën moeten aangehoord worden en met de tijd aangepast, zodat ze verbeterd kunnen worden”.
Tot slot:
Wat is een intellectueel? Ik heb geen Dikke van Dale bij de hand. Maar ik weet bijna zeker dat de term meer inhoud dan geestelijk, verstandelijk. Voor mij heeft een intellectueel niet alleen een relatie met de universitaire wereld. Sommige mensen, en jij kent ze ongetwijfeld ook, zonder academische achtergrond, zijn toch intellectueel te noemen. Zij hebben een kijk op de wereld die door nadenken tot stand is gekomen en ons allemaal aan het denken zet.
jasperdonkers 12:56 pm on November 3, 2010 Permalink | Log in to Reply
Ik ben het grotendeels eens met wat je zegt Gerda, ik denk alleen dat je een andere waarde hecht aan originaliteit en een andere invulling hebt van het begrip originaliteit. Het tot stand komen van originaliteit, en het tot stand komen van een eigen idee zie ik niet als iets dat ‘out of the blue’ komt. De bouwstenen zijn nodig, zoals Kim schreef, maar volgens mij zijn zij er niet enkel en alleen om ideeën uit te bouwen. Dit idee duidt op een bepaald geloof in de lineariteit van kennis. Volgens mij is kennis van bestaande ideeën juist nodig om ideeën te verwerpen, de grote toren van kennis omver te gooien en om een nieuw fundament te bouwen voor nieuwe torens die wellicht hoger kunnen reiken. Het idee van het kennisproces waar jij op zinspeelt is de uitbreiding van kennis in een lineaire vorm, een vorm die overeenkomt met de vorm die gepropagandeerd werd in het Verlichtingsideaal. Ik verwerp dit idee niet in zijn geheel, maar originaliteit en ondermijning van reeds bestaande ideeën speelt volgens mij een cruciale rol in het kennisproces, omdat deze dingen de breuken en revoluties tot stand brengen die nodig zijn om werkelijke vooruitgang mogelijk te maken.
Beheersing van de stof is leuk en goed voor het behalen van goede cijfers op ons ó zo belangrijk papiertje, maar het is ook belangrijk om te kijken naar het stuk kennis wat het niet waard is om beheerst te worden, het stuk wat een kritische blik en misschien zelfs verwerping verdient. Deze EIGEN filter is volgens mij van levensbelang voor de geesteswetenschappen. Vandaar ook mijn nadruk op de VanDale, ik probeerde aan te tonen dat het gangbare begrip van de intellectueel een nadruk legt op het ‘geestelijke’ en het ‘verstandelijke’, en daarmee impliciet met het ‘eigene’.
Gerda 8:32 pm on November 4, 2010 Permalink | Log in to Reply
Hoi Jasper,
Zo oneens zijn we het ook weer niet hoor. Volgens mij kunnen beide vormen naast elkaar bestaan: voortbouwen op bestaande kennis en van daaruit nieuwe ideeën ontwikkelen. en daarnaast ook alles opnieuw vanuit een hele andere hoek bekijken om tot iets nieuws te komen. Wel is het zo dat naar mijn mening, er altijd bewust of onbewust gebruik wordt gemaakt van voorkennis.
crispiness 8:38 pm on November 2, 2010 Permalink | Log in to Reply
“Hebben we eigenlijk wel ooit zoiets gehad als een eigen oorspronkelijke gedachte, een eigen idee?”
In de navolging van de post-modernisten kan je hier welluidend ‘nee!’ op antwoorden. Iets genuanceerder: ideeën spruiten misschien voort uit inspiratie, maar om ze over te brengen naar de rest van de mensheid, heb je taal nodig. Taal, zowel degene die bestaat uit woorden als uit beelden als uit symbolen als uit kledingstukken, etc., is de grote culturele erfenis waarmee we allemaal opgescheept zitten. Je wordt gedwongen om andermans woorden te gebruiken om je eigen ideeën de wereld in te helpen.
Tot zover het postmoderne relativisme. In hoeverre is een universiteit in staat een baanbrekende intellectueel op te leiden? Geen idee – maar alle zogenaamd baanbrekende stukken die wij lezen zijn geschreven door intellectuelen die toch ergens vandaan gekomen moeten zijn – hoogstwaarschijnlijk uit een soortgelijk instituut. In hoeverre zijn zij origineel, en in hoeverre staan zij op de schouders van reuzen? Een intellectueel in de kunstwereld heeft meer aan creativiteit en originaliteit dan een intellectueel in de wetenschap. Wetenschap waardeert originaliteit wel, maar verplicht onderzoekers om de nieuwe toevoeging aan de kennis in te passen in de kennis die al bestaat. Hoe origineel kan een nieuw idee zijn in zo’n omgeving? Wellicht ontglipt ons het idee dat er originele ideeën geuit worden in onze klas omdat we verwachten dat originaliteit ons omver blaast. Misschien beweegt originaliteit in de wetenschap met kleinere, onmerkbare stapjes.
- Crispijn,
verdomd goed in een spelletje Trivial Pursuit
ellenswart 10:55 pm on November 4, 2010 Permalink | Log in to Reply
Hallo allemaal,
Het valt me op dat het woord ‘literatuur’ hier niet één keer wordt genoemd.. terwijl dat voor mij juist de plaats is waar ik mijn originaliteit kan laten gelden. Ik ben in de colleges vooral bezig met het begrijpen van de stof, en door middel van vragen/discussie die stof van meerdere kanten te belichten. Ik voel er niet zo veel voor om zelf met een nieuwe, baanbrekende theorie op de proppen te komen…
Waar voor mij de originaliteit pas echt begint, is in de analyse van teksten. Daar speelt interpretatie immers een grote rol, weliswaar aan de hand van theorieën maar het analyseren is niet simpwelweg het toepassen van een theorie op een tekst. Om die dialoog tussen theorie en tekst goed te leiden, daar komt wat mij betreft lef bij kijken..
thomasvangrol 4:59 pm on November 5, 2010 Permalink | Log in to Reply
Hoi Ellen,
Ik ben het met je eens dat het analyseren van teksten niet simpelweg theorie toepassen is. Maar aan de andere kant kan je eigenlijk van alles over een tekst zeggen en als je het maar goed beargumenteert is het altijd goed. Ik weet niet of daar lef voor nodig is. Het is zeker een stuk van jezelf dat je erin legt, maar juist dat alles kán, geeft mij het gevoel dat er geen lef nodig is; het is toch al goed. Ik vind dus wel dat er originaliteit bij komt kijken, maar voor mij wordt je pas ‘intellectueel’ als je ook een nieuwe theorie verzint. Misschien vraag ik er te veel van.