Stemmen in het donker
Dit is geen politiek manifest.
Sinds begin deze week spreekt Nederland door middel van het nieuwe kabinet met een nieuwe, een andere stem. De stemmen die het politieke discours bepalen zijn veranderd, van spreker, maar ook van toon. Tegelijkertijd zijn er nieuwe tegenstemmen, op zoek naar iemand die luistert. Ik doel hierbij niet op wat in de kranten ‘het dissidente geluid binnen het CDA’ is gaan heten, of de ‘ludieke acties rondom het behoud van de subsidies in de kunstsector’, geïnitieerd door Freek de Jonge.
Op de universiteit bevinden we ons, institutioneel gezien, zowel binnen het wetenschappelijke als ook het matschappelijke vertoog. Dit is te wijten aan het feit dat de universiteit als wetenschappelijke institutie ingebed is in de maatschappij en mede door de overheid gefinancierd word. Overlappingen van en spanningen tussen deze twee vertogen zijn dus onvermijdbaar. Soms wordt de universiteit als institutie zelfs een maatschappijkritische functie toegeschreven. Ik durf echter geen standpunt in te nemen over de mogelijkheid van puur wetenschappelijke uitspraken binnen de universitaire praktijk.
Laten we, nog even, terug gaan naar het politieke veld en het conflict rondom de mogelijke uitnodiging aan Nederland voor de aanstaande G20-top in Zuid-Korea. De Zuid-Koreaanse premier liet weten dat hij vindt dat Europese landen op de G20-toppen oververtegenwoordigd zijn en er meer ruimte moet komen voor andere, niet-Europese stemmen (Volkskrant, 13 oktober 2010). Het gedrag van het Ministerie voor Buitenlandse Zaken lijkt in dat opzicht op dat van een schrijver die niet uitgenodigd wordt voor een belangrijk literair congres. De veranderde internationale betrekkingen laten echter zien dat de 21e eeuw meerstemmig aan het worden is. Jonge stemmen, andere stemmen proberen de Europese dominantie te doorbreken.
Meerstemmigheid, een fenomeen dat we in literatuurwetenschappelijke termen als polyfonie kennen, lijkt ook in het politieke discours een steeds belangrijkere rol te spelen. In dat opzicht is de opkomst van de PVV opmerkelijk: zij representeert een nieuwe stem binnen het politieke spectrum. En hoe vaak hebben we de verklaring van ‘een stem geven aan de anderhalf miljoen PVV- stemmers’ inmiddels wel niet gehoord. Dit is echter problematisch, omdat het volstrekt onmogelijk en tevens ten zeerste onwenselijk om anderhalf miljoen individuen te reduceren tot één stem.
Laat ik nader ingaan op dit standpunt, en dan vanuit een literatuurwetenschappelijk oogpunt. Mocht er in de literatuurwetenschap zoiets bestaan als ‘common sense’ dan is het wel de sinds Derrida enigszins algemeen geaccepteerde aanname dat zowel een roman als in een bredere zin elke tekst meerdere stemmen bevat. Alsnog identificeren we elke tekst met één individuele auteur. In zekere zin erkennen we daarmee dat een auteur, een individuele schrijver als ‘gepersonifieerde stem’ meerdere stemmen uit. In de literatuur zelf wederom vinden we personages die aan de verscheurdheid van de mens uiting geven, met als het meest beroemde voorbeeld Faust (in de versie van Goethe) met zijn befaamde uitroep ‘Zwei Seelen wohnen, ach! in meiner Brust.’ (74)
Een meer recentelijk voorbeeld is Coetzee, die in Elizabeth Costello meer dan twee stemmen aan het woord laat komen en tevens de tegenstelling tussen stemmen die wel hun plek krijgen ten opzichte van stemmen die genegeerd worden onderzoekt. Misschien dat dit wel tot het genre van randnotities behoort, maar er was een moment dat me tijdens het lezen echt raakte- de studente die een vraag probeert te stellen naar aanleiding van een lezing van Elizabeth Costello maar niet de mogelijkheid krijgt om haar visie een stem te geven (20). Stemloosheid is hierbij de natuurlijke tegenhanger van het hebben van een stem. Er zijn zeker overeenkomsten tussen de werking van de intellectuele praktijk en het politieke leven. Een democratisch gekozen parlement is tenslotte ook meerstemmig.
Het regeerakkoord 2010 draagt de mooie titel ‘Vrijheid en Verantwoordelijkheid’. De PVV onttrekt zich echter stelselmatig aan elke verantwoordelijkheid. Wetenschappers die hun standpunt niet voldoende onderbouwen, hun onderzoek niet kunnen verantwoorden, komen buiten het wetenschappelijke discours te staan, krijgen geen subsidies meer, verliezen hun wetenschappelijke status en veranderen in een schreeuwerige dorpsgek die beweringen doet waar niemand in gelooft. Sterker: waar niemand naar luistert.
Verantwoordelijkheid is echter het natuurlijke gevolg van vrijheid. Ook academische vrijheid gaat gepaard met verantwoordelijkheid voor de (wetenschappelijke) uitspraken die gedaan worden. Het is niet erg om een tijdlang naar de dorpsgek te staan luisteren, want ook hij heeft, zoals elk individu, recht op een stem. Hem vrijwaarden van elke vorm van verantwoordelijkheid en in zijn persoon anderhalf miljoen mensen te reduceren tot één stem is echter volstrekt abject.
Was dit een politiek manifest, dan zou op deze plek een oproep moeten staan: een geëmotioneerd appel aan het liefst zo abstract mogelijke waarden als redelijkheid en rationaliteit.
Was dit een politiek manifest, dan zou ik me op het einde verliezen in onnodige stijlfiguren, en, in herhalingen vervallend, mijn publiek recht in de ogen kijkend een Obama-achtige, verheffende slogan verkondigen. Maar de boodschap is, als er al een eenduidige boodschap is, nogal simpel: Leef. Vind je plek. Laat je stem horen.
Coetzee, J.M. Elizabeth Costello. London: Vintage. (2003)
Goethe, J.W. Faust- Der Tragödie erster Teil. Tübingen: Cotta. (1808)
ANP. Nederland nog niet uitgenodigd voor G20. Volkskrant, 13 oktober 2010.
Jeroen 11:34 am on October 31, 2010 Permalink | Log in to Reply
Mooi essay, met een origineel uitgangspunt door het op de actuele politiek te betrekken (maar dat niet alleen). Als ik de boodschap van dit essay door zou moeten trekken naar een algemeen statement over Literatuurwetenschappen (en wellicht de gehele Geesteswetenschappen of zelfs de universiteit in het algemeen) zou ik zeggen dat haar doel zou moeten zijn zo veel mogelijk verfijnd en redelijk denkende mensen de maatschappij in te pompen. Mensen die de door jou genoemde meerstemmigheid herkennen, erkennen en daarin ook weten te participeren.
merelsijbrant 5:46 pm on October 31, 2010 Permalink | Log in to Reply
Hoi Claudia,
Je lijkt meerstemmigheid/polyfonie van belang te vinden in de samenleving (en in de literatuur). Maar hoe stel jij je voor dat het politieke arena vorm krijgt als 1,5 miljoen burgers zèlf hun stem gaan laten horen in Den Haag. Begrijp me niet verkeert, mij stuiten de woorden van Wilders ook tegen de borst maar als jij predikt (zoals je als democraat betaamd): ‘Laat je stem horen’ dan moet je díe ook willen horen. Dan hoor je dus ook de stemmen van de 1,5 miljoen PVV’ers èn van alle ‘dorpsgekken’ (hoewel dat zo nu en dan op hetzelfde neer zal komen) en van alle andere mensen die misschien niet zeggen wat goed uitkomt. Want ja, Geert Wilders lijkt een nieuw geluid te doen klinken, maar is dat nou echt zo? Is er in de politiek niet altijd iemand die het omgekeerde roept van wat de meerderheid als ‘maatschappelijk wenselijk’ achten? En is dat niet fantastisch? Mijns inziens is de reden dat jij meerstemmigheid kunt prediken juist te vinden in het feit dat we niet in slaap sussen door meerdere gelijkklinkende stemmen.
Meerstemmigheid is leuk maar variatie is een vereiste!
Merel.
brittdebruyn 8:29 pm on November 5, 2010 Permalink | Log in to Reply
Merel,
ik vind het logisch dat je jezelf afvraagt of Geert Wilders daadwerkelijk een nieuw geluid predikeert en daardoor voor meerstemmigheid in de politiek zorgt. Volgens mij doet hij dit niet en bewerkstelligt hij juist het tegenovergestelde. Een voorbeeld hiervan is dat het in de politiek nu alleen om de onderwerpen gaat die hij belangrijk vindt; het gaat nu steeds om Wilders en de anderhalf miljoen mensen die ontevreden denken te zijn, waardoor misschien de overige miljoenen genegeerd worden. Dus polyfonie is niet alleen iets anders, of iets tegenovergesteld dat gezegd wordt (dit lijkt mij alleen een techniek in de literatuur) maar polyfonie is de tolerantie (niet persé acceptatie) voor het andere of de andere(n).
rene 12:58 pm on November 4, 2010 Permalink | Log in to Reply
Tegengeluid vind ik ook zeer belangrijk. Ik denk dat het goed is dat Geert Wilders bestaat. Hoewel, misschien niet dat hij bestaat, maar dat zijn ongenuanceerde stem bestaat. Wat Merel al zegt, heeft een tegendraadse stem altijd een plek in de politiek. En dat is goed. Er behoort voor elke ‘groep’ mensen iemand te zijn die hun mening verkondigt, hoe verwerpelijk ook. In dit geval was de groep van behoorlijke proportie, helaas. Meerstemmigheid is wat mij betreft ook niet wenselijk. Hoe meer stemmen er gehoord worden, hoe meer verdeeld een land wordt. Als er minder politieke partijen waren en we alleen links en rechts hadden, dan waren we waarschijnlijk niet met dit kabinet opgescheept. Het feit dat er zoveel linkse partijen zijn, maakt dat iedereen zijn persoonlijke voorkeur zoekt bij een partij en zich daarmee identificeert. Er zijn altijd dingen die ons niet aanspreken in een partij, maar die zien we dan door de vingers en stemmen er alsnog op. Als we nu wat meer door de vingers zouden zien, hadden we zogenaamd een minder verdeeld Nederland. En dat zou de politiek ten goede komen, want dan hadden we een links kabinet!