Allochtone studenten in de Geesteswetenschappen – praktijk versus ideaal.
‘Allochtone studenten kiezen traditioneel voor nuttige studies. Het nut van de geesteswetenschappen is vaak minder vanzelfsprekend dan dat van pakweg economie.’ luidt het verklarende antwoord van Job Cohen op de kwestie waarom er toch zo weinig ‘allochtone’ studenten inschrijven voor een studie in de Geesteswetenschappen.
Maar de boodschap, die valt op te maken uit het rapport ‘Duurzame Geesteswetenschappen’ (2008) luidt dat de geesteswetenschappen als ‘bonding en bridging’ worden gezien. Ook over de verschillende culturen heen. Dit ideaal van het ‘bonding en bridging’ klinkt ook al door in het idee van Goethe van ‘Weltliteratur’ (1973) maar ook Gayatri Spivak (2003) schrijft hierover wanneer ze spreekt over de wijze waarop de opleiding literatuurwetenschap ingericht zou moeten worden. Hoe speelt dit zich af in de praktijk? Het blijkt dat [allochtone] studenten in werkelijkheid slechts ‘mondjesmaat’ de weg naar de humanistische wetenschappen weten te vinden.
Als reactie op de verklaring van Cohen, vroeg ik mij af; wat zijn ‘allochtone studenten’; wat is ‘traditioneel’, wat zijn ‘nuttige studies’; en wat heeft dit te maken met de studiekeuze van studenten?
Jij allochtoon!
Volgens het Centraal bureau van statistiek (CBS) ben je een ‘allochtoon’ als één van je ouders in het buitenland is geboren. En dan wordt er ook nog vaak het onderscheid gemaakt tussen de ‘westerse allochtoon’ (Duitsers, Spanjaarden, Amerikanen) en de ‘niet westerse allochtoon’ (Surinamers, Chinezen, Marokkanen en Turken). Tegen deze praktijk van ‘labelling’ valt in te brengen dat dit een essentialistische houding met zich meebrengt. Wie is (slechts) een Allochtoon? Zorgt dit niet voor een wij/ zij gevoel? Het idee van het subject van Cornel West biedt hier een mooi perspectief: je bent namelijk niet slechts ‘allochtoon’, of ‘autochtoon’, of slechts Nederlander, Surinamer Marokkaan of Turkse. Het subject wordt juist gevormd door de verschillende discoursen die samenkomen. Toch circuleert dit idee van ‘de allochtoon’ in het maatschappelijk debat, vooral wanneer we spreken over het integratie vraagstuk .
Bah, traditie.
Grofweg gezegd kwamen de eerste gastarbeiders in Nederland aan in de jaren zestig en de ex- gekoloniseerden zijn pas sinds begin jaren vijftig gaan migreren naar Nederland. Veel van deze generatie ‘allochtonen’ (of toen nog -de juridische status van- ‘vreemdelingen’) kwamen niet om te studeren, maar om te werken. De generatie van ‘allochtone’ studenten waar we op dit moment over spreken is de tweede generatie. De kinderen van deze gastarbeiders of ex- gekoloniseerden. De tweede generatie, en wellicht nu ook een groep van derde generatie (ben je dan nog allochtoon?) is de groep die mondjesmaat kiest voor een opleiding binnen de geesteswetenschappen. Het is lastig om hier te spreken van een ‘traditionele’ keuze, als je hieruit moet opmaken dat ‘allochtonen’ zich slechts iets langer dan een halve eeuw in Nederland bevinden.
Economie is zo veel nuttiger.
Met nut, ‘utile’ zou je kunnen denken aan het utilitarisme van Jeremy Bentham, waaruit het nut bestaat uit hetgeen dat genot opbrengt en hetgeen dat de pijn verminderd. Voor de psycholoog Maslow wordt het nut van bepaalde activiteiten verklaard aan een principe van een hiërarchie van behoeftes. De figuur die hij hierin gebruikt is de piramide: Om hoger te komen in de piramide moeten eerst de meest basale behoeftes worden bevredigd voordat het individu zal verlangen/ gemotiveerd/ gefocust zijn op de secundaire of hogere niveaus van behoeftes.
Voor de reden waarom nieuwkomers kiezen voor een bepaalde studie zou zowel de piramide als het utiliteits denken een raamwerk van verklaring -kunnen- zijn. De niet- westerse groep ‘allochtonen’ zijn geen kennis migranten, vaak, maar niet altijd, maken zij juist deel uit van een lagere sociale klasse. Waar de ‘lagere klassen’ eerder gefocust zijn op het ‘overleven’, dan de hogere klassen. Je zult niet concertkaartjes kopen als je de huur van deze maand niet kan betalen, is het idee. Je zult als mens wellicht eerst gefocust zijn op lichamelijke behoeften, zoals voeding en drinken, daarna pas gefocust zijn op de behoefte van zelfactualisatie. Maar maakt studeren niet ook al deel uit van zelfactualisatie?
Om nu terug te komen op ‘allochtone studenten’: kiezen zij niet voor een studie waarvan de praktische waarde duidelijker is? Waar zij zichzelf eerst trachten te bevredigen in de basale, wellicht, economische behoeften? Om nu terug te komen op het utiliteitsdenken: zou het kiezen van een studie in de geesteswetenschappen voor ‘allochtone’ studenten minder geluk brengen? Zijn er andere waarden die onder deze (ahum- o zo niet gemêleerde) groep mensen circuleren waardoor het belang van een professie in de geesteswetenschappen als secundair worden gezien? Worden de studies als rechten en bedrijfskunde dan wel als nuttige studies ervaren en dienen zij een bepaalde behoefte die op dit moment van groter belang wordt geacht?
Ik kies ik kies wat jij niet kiest.
Door welke discoursen zouden de allochtone studenten dan beïnvloed worden in het kiezen? Hoe verschilt de allochtone student die er wel voor kiest om een studie in de geesteswetenschappen te volgen van een allochtone student die hier niet voor kiest? Ligt de verklaring in de sociaal economische status van de allochtone student, of wordt er dan niet te reductionistisch gedacht? Ligt het aan de culturen van de allochtone studenten, maar wordt er hier niet te essentialistisch gedacht? Ligt de verklaring in het karakter van de studie literatuurwetenschap? Of is het wel groepsspecifiek verbonden, maar niet etnisch/ cultureel verbonden? Of is het eigenlijk een beetje van allemaal?
Waarom..
Het directe nut van literatuurwetenschappers en filosofen zou zijn dat deze niet slechts de wereld trachten te verklaren en te interpreteren, maar deze ook zouden moeten veranderen. Belangrijk is dat er vaak wordt gesproken over de relatie die tussen twee culturen kunnen ontstaan in de literatuur, in de literatuurwetenschap en de geesteswetenschappen in het algemeen. Maar een vriendschap opbouwen tussen het [één] en het [ander], moet daar daarbij de [ander] én het [één], beiden, niet aanwezig zijn?
Misschien heeft de term cultuur wel iets essentialistisch, maar als je deze ‘cultuur’ nou sociologisch duidt? De aanwezigheid van een Turkse moskee; de aanwezigheid van Surinaamse winkeltjes met Surinaamse eetwaren; de aanwezigheid van een Nederlandse discotheek aan de Costa Brava; of de afwezigheid van ‘allochtone’ studenten in de geesteswetenschappen…
daneshvar 1:53 am on October 30, 2010 Permalink | Log in to Reply
Jing,
ik denk dat veel allochtonen delen van hun cultuur en van hun opvatting over studies meenemen als ze naar een ander land immigreren. Ik kan uit eigen ervaring zeggen dat een aantal studies hoger wordt gezien dan anderen, je moet hier denken aan studies zoals geneeskunde, farmacie, rechten etc. Ik denk niet dat factoren zoals de maatschappelijke en financiële studies een groot rol spelen in de constructie van een soort hiërarchie van de verschillende studies. Wat ik het meeste om me heen zie, is dat niet alleen de ouders, maar de tweede generatie allochtonen het beeld dat ze hebben van opleidingen, mee hebben genomen uit hun geboorteland. Al moet ik erbij zeggen dat dit beeld niet alleen verschilt tussen verschillende culturen, maar dat het ook verschillend is tussen individuen. Bepaalde studies zoals geneeskunde en rechten hebben in het land van herkomst eenmaal de overhand, terwijl studies binnen de geesteswetenschappen niet veel voorstellen en niet de geschiedenis hebben die ze wel in het Westen hebben.
daneshvar 1:58 am on October 30, 2010 Permalink | Log in to Reply
“Ik denk niet dat factoren zoals de maatschappelijke en financiële studies een groot rol spelen in de constructie van een soort hiërarchie van de verschillende studies.”
Deze zin moet natuurlijk zijn: Ik denk niet dat factoren zoals de maatschappelijke en financiële STATUS een groot rol spelen in de constructie van een soort hiërarchie van de verschillende studies
daya 5:47 pm on October 30, 2010 Permalink | Log in to Reply
“Het subject wordt juist gevormd door de verschillende discoursen die samenkomen.” Mooi hoe je dit toepast op het allochtoon/autochtoon zijn. Ik ben officieel allochtoon, omdat mijn moeder in Indonesië geboren is, maar eigenlijk ben ik zelf maar een kwart Indonesisch…
“Om hoger te komen in de piramide moeten eerst de meest basale behoeftes worden bevredigd voordat het individu zal verlangen/ gemotiveerd/ gefocust zijn op de secundaire of hogere niveaus van behoeftes.”
Hier ben ik het helemaal mee eens, dit is ook wellicht de hoofdreden van iedere geesteswetenschapper om iets als literatuurwetenschappen/talen te studeren.
Leuk essay!
AudreyMussoni 8:17 pm on October 30, 2010 Permalink | Log in to Reply
Ik ben zelf ook allochtoon (Rwandees) en ik krijg vanuit de Rwandese gemeenschap meestal ook de vraag waarom ik deze studie (Media en Cultuur) nou eigenlijk heb gekozen. Er wordt meestal gekozen voor een praktische studie, en ik denk dat dit inderdaad voortkomt uit cultuur.
Ik denk dat er vanuit de meeste allochtone culturen, of in ieder geval de Afrikaanse culturen, de traditie is dat je een studie doet om een goedverdienende baan te krijgen, en niet om je intellectueel te ontwikkelen of iets dergelijks. En omdat studies in de geesteswetenschappen zo abstract zijn en geen duidelijke praktische waarde hebben, denk ik dat dat de rede is waarom de meeste allochtonen niet voor zulke studies gaan.
Ik heb als allochtoon toch voor een studie in de geesteswetenschappen gekozen. Maar zoals Daya hier boven zegt wordt “het subject gevormd door verschillende discoursen die samenkomen”. Bovendien zijn er natuurlijk vele andere discoursen die bepalend zijn voor een studiekeuze. Het ligt er denk ik maar aan hoe dominant het ene of het andere discours is.
rebeccadrees 2:39 pm on November 5, 2010 Permalink | Log in to Reply
Een heel interessant essay. Ik ben zelf ook allochtoon (Engels) en wat ik wel merk is dat het Universiteit in Nederland totaal anders ingericht is dan andere instituten in het buitenland. Nederland is héél erg gefocust op het theorie in de Universiteit en ik merk dat dit best bijzonder is in vergelijking. In Engeland zijn ze alsnog veel bezig met praktijk op de Universiteit (zoals we eigenlijk ook aantreffen in Amerika) en wanneer ik mijn vrienden spreek over wat ik allemaal aan het uitspoken ben bij de studie zijn ze behoorlijk onder de indruk. Wij blijken gewoon goed te weten over het vak te spreken. Je wordt opgeleid om iets te doorgronden niet iets te doen en dit vergt respect van anderen terwijl je dit niet meteen zou denken. Toch ben ik het wel eens dat de meeste culturen wel veel waarde hechten aan praktijk. Maar misschien is omdat zij gewoon weg niet snappen wat ons vak inhoud en waar het voor nodig is. Zoals ik hierboven ergens heb gereageerd (bij Wat Studeer Je? geloof ik) is het voor de meeste mensen belangrijk wat nut een studie heeft als toevoegende waarde aan het maatschappij. Als men deze niet inziet, wordt je gelijk afgerekend. Ik zelf heb heel veel problemen gehad bij het kiezen van een studie vanwege dit blijkbare psychologische dwang tot praktijk. Toch Media en Cultuur gekozen!
sinead 2:28 pm on October 31, 2010 Permalink | Log in to Reply
Jing,
een helder essay maar ik vraag me één ding af:
Wil je dit probleem van het rechtvaardigen van een studie binnen de geesteswetenschappen puur op de zogenaamde allochtoon betrekken (ik zeg zogenaamd, omdat die definitie die je van het CBS overneemt ook maar een definitie is, zoals je zelf ook de vraag stelt wie dan nog allochtoon is en wie niet: ‘De tweede generatie, en wellicht nu ook een groep van derde generatie (ben je dan nog allochtoon?) ‘) of kan je dit probleem ook breder zien? Ik denk dat ik begrijp waar de nadruk op het allochtoon/autochtoon zijn vandaan komt, maar stoot me een beetje aan dit hokjesdenken en zou het graag in een breder perspectief zien. Hoe sta jij hier tegenover?
Daphne Boutens 4:34 pm on October 31, 2010 Permalink | Log in to Reply
Ik denk dat de hiërarchie van behoeftes een hele grote verklaring is voor de meeste studiekeuzes. Ik kan merk aan de allochtonen die ik zelf ken dat ze inderdaad voor studies kiezen als tandheelkunde, geneeskunde of rechten, wat hen een gerespecteerde goedbetaalde baan oplevert. Dit zit misschien in de cultuur, maar uiteindelijk komt dit volgens mij wel voort uit de strijdlustigheid en overlevingsdrang die ze van hun ouders hebben meegekregen. Omdat ik zelf veel minder ervaar dat ik moet overleven, heb ik de vrijheid om me met geesteswetenschappen bezig te houden. Echter, ik merk wel dat ik naarmate het einde van mijn studie in zicht komt, me zorgen begin te maken over mijn financiële situatie. Zal ik straks genoeg verdienen? Ik begin aan het leven op mezelf te wennen en zie steeds hogere rekeningen in mijn brievenbus verschijnen. Dan denk ik soms wel eens ‘had ik niet ook tandheelkunde moeten gaan studeren?’
Rowan 2:57 pm on November 1, 2010 Permalink | Log in to Reply
Ik ben het met je eens Daphne. Ik denk ook dat allochtonen het gevoel hebben dat ze zich moeten bewijzen, ze zijn al anders, de vreemden in een nieuw land. Door het kiezen van ‘n ‘praktische studie’, zoals geneeskunde of iets dergelijks, kunnen ze zich bewijzen dat ze iets kunnen. Dat ze de samenleving kunnen dienen. Daarnaast denk ik dat concrete beroepen een bepaalde status hebben. Je weet wat er precies meebedoelt wordt, de taak is duidelijk. Heeft deze status van beroepen echter alleen betrekking op de culturen van de allochtonen of heeft deze status ook betrekking op de Nederlandse cultuur? Zien niet de meeste mensen binnen Nederland een dokter als hoger dan een filosoof of schrijver?
Ook ik zelf krijg soms vragen van wat kan je doen met deze studie (ik doe zelf Media&Cultuur) en dan denk ik bij mezelf, ja, wat kan ik eigenlijk met deze studie. Ik weet hoe ik film, televisie en nieuwe media moet analyseren aan de hand van theorieën. Ik ken filosofen bij naam en hun theorieën, maar voeg ik na deze opleiding dan iets toe aan de samenleving. Het draait om wat jezelf leuk vind, waar jezelf je passie in kan leggen. En of dit nu een praktische studie of theoretische studie is.
De vraag die ook Sinead naar voren brengt is of je als derde generatie nog wel ‘n allochtoon bent. Mijn moeder is officieel een allochtoon, omdat haar vader Indisch is, maar ben ik dan ook nog deels een allochtoon, officieel niet.. Waar ligt de grens.. Ligt mijn roots dan gewoon deels in Indonesië en ben ik verder dan gewoon ‘n rasNederlander?
Jing, een erg interessant essay. Door de vragen die je stelt, heb je interessante stof gecreëerd om over na te denken.
Ilika Polderman 10:53 am on November 2, 2010 Permalink | Log in to Reply
Ook ik denk dat een financiële zekerheid ervoor zorgt dat allochtone studenten eerder kiezen voor een praktische studie dan voor een studie binnen de geesteswetenschappen.
“Om nu terug te komen op ‘allochtone studenten’: kiezen zij niet voor een studie waarvan de praktische waarde duidelijker is? Waar zij zichzelf eerst trachten te bevredigen in de basale, wellicht, economische behoeften?”
Ik denk dat het antwoord daarop “ja” is. als autochtoon kan ik moeilijk praten voor de allochtonen. Maar in mijn omgeving zie ik wel dat het verdienen van geld en ook het krijgen van steun uit de familie belangrijk is. Voor mij zijn deze waarden ook van belang, maar volgens mij toch minder. Maar ik kan niet spreken voor anderen. Dus mijn uitspraken zijn alleen gebaseerd op eigen ervaringen.
Wel moet ik zeggen dat ik het soms mis binnen de geesteswetenschappen om de mening van een allochtoon te horen. Juist omdat in veel werkgroepen onderwerpen als integratie en discriminatie worden aangekaart. En ik die discussie vaak heb moeten voeren met vrijwel alleen maar autochtonen. Terwijl juist de mening van ook een allochtoon daar veel aan toevoegt. Maar dit zal binnen de geesteswetenschappen ook verschillen tussen de verschillende disciplines.
Maar daarom vind ik het goed dat met dit essay het probleem ook benoemd wordt.
jwhiah 5:52 pm on November 3, 2010 Permalink | Log in to Reply
Hoi Sinead,
Ik stoot mij ook heel erg aan het idee van autochtoon versus allochtoon, voornamelijk wanneer er wordt gesproken over integratie. De term integratie zet al een hele grote groep mensen buiten de samenleving, alsof ze geen deel uitmaken van de samenleving… Dus als je moet integreren betekent dit dat je nog niet geïntegreerd ben in de samenleving: je maakt geen deel uit van (Zie Willem Schinkel, de gedroomde samenleving).
De tegenstelling tussen allochtoon en autochtoon in het integratie discourse verscherpt deze notie alleen maar, een meer ‘wij versus zij’ gevoel ontstaat er.
Maar wat ik anderzijds wel weer belangrijk vind, is dat het onderscheid ons op het spoor kan brengen van bepaalde problemen die spelen in de samenleving, die niet alleen op het micro, maar ook op het macro niveau te duiden zijn; de sociologische duiding van fenomenen, van culturen/ subculturen/ groeperingen. Er is altijd iets dat het individu overstijgt; bepaalde processen die invloed uitoefenen op het individu. Hiermee speel ik geen advocaat voor de houding ‘boeeeeehoeeee… ik heb al deze problemen en daar kan ik niks aan doen en dat komt door de boze, onaardige wereld’, maar het betekent wel dat er ook met deze, macro processen rekening gehouden moet worden. Het woord ‘allochtoon’ in de probleemstelling ‘afwezigheid van allochtone studenten in de geesteswetenschappen’ duidt een bepaald proces/ fenomeen/ ontwikkeling aan. Hierbij ben ik het sterk eens dat je altijd kritisch moet blijven kijken naar labels. Daarom stel ik zelf ook bepaalde vraagtekens bij de ingewikkeldheid van de term. Maar die term helpt ons wel een probleem onder de aandacht te brengen… Het duidt iets aan. De afwezigheid van ‘allochtone’ studenten in de geesteswetenschappen is naar mijns inziens niet toeval, maar heeft te maken met andere processen die spelen aan de basis hiervan.
Misschien dat we anders een nieuw en ‘vriendelijker’ woord moeten introduceren? Maar then again, je blijft labelen, want aan dat woord zijn bepaalde kenmerken en processen verbonden die niet kleven aan een ander woord, of aan het woord dat daar tegenover staat.
merelsijbrant 2:43 pm on October 31, 2010 Permalink | Log in to Reply
Beste Jing,
Het is een interessant punt dat relatief weinig allochtone studenten kiezen voor een studie bij de Faculteit Geesteswetenschappen. Ik denk dat bovengenoemde reacties al een aantal redenen hiervoor aankaarten. Het lijkt mij goed om een afspiegeling van onze multiculturele maatschappij bij Geesteswetenschappen terug te zien. Voor mij is het echter, in het kader van het ‘bruggen bouwen’ van nog groter belang dat de allochtone (inderdaad: moeilijk, generaliserend woord) studenten zich mengen in de zorg, psychologie en sociologie. Op deze vlakken is men in staat een directere reactie op ontwikkelingen in de maatschappij te geven dan bij de Geesteswetenschappen meestal het geval is. Daar heeft onze samenleving, mijns inziens, op dit moment veel behoefte aan! Gelukkig is ook te zien dat allochtone studenten zich interesseren in deze studies en beroepsgroepen. Mogelijk heeft men het idee in deze hoek meer en sneller veranderingen teweeg te kunnen brengen. En geef ze eens ongelijk!
Nee, ik begrijp je zorg omtrent allochtone studenten aan de Geesteswetenschappen maar misschien voelt de betrokken allochtone student in deze tubulente multiculturele samenleving meer behoefte (zie Maslow) om grote, hoge en solide bruggen te bouwen via andere faculteiten.
Groetjes,
Merel.
sverest 4:51 pm on November 1, 2010 Permalink | Log in to Reply
Ik denk dat de reden enerzijds voor een deel ligt aan de eigen cultuur, waar vooral praktische studies een hoog aanzien genieten, maar daarnaast ook zeker aan de manier waarop in Nederland met de “niet-Westerse” allochtoon wordt omgegaan.
Het woord “allochtoon” kent, zeker de laatste jaren, een heel negatieve lading en wordt vrijwel alleen maar gebruikt om naar Marokkanen, Turken, etc. te verwijzen. Ze worden in een kwaad daglicht gezet en hierdoor kiezen ze sneller voor een praktische opleiding waarbij het duidelijk is wat er later kan worden verdiend en er een duidelijk beeld van de toekomst is. “Allochtonen” zijn op zoek naar zekerheid, ze willen een garantie voor succes, omdat ze het gevoel hebben dat Nederland ze als tweederangs burgers beschouwt. Afgelopen vrijdag zat in Pauw & Witteman een Turkse columniste van De Telegraaf die in dit verband een mooi citaat uitte: “Ja, ik ben ingeburgerd, ondanks Nederland.”
Nederland laat in alles blijken de “Niet-Westerse” allochtoon als minderwaardig aan de eigen, Hollandse boerenklungels te beschouwen en de “Niet-Westerse” allochtoon is zich ervan bewust dat hij voor alles harder moet werken dan de zogenaamde blanke, “autochtone” Nederlander, omdat hem niet zomaar kansen worden gegeven. Het lijkt alsof de “autochtone” Nederlander naar de Turk of Marokkaan kijkt als een gevaar, niet als een medeburger, maar als iemand die voor de verloedering van het land zorgt. Ze zijn het gevolg van angst en xenofobie, waardoor de “allochtone” Nederlander de zondebok wordt waarop al het negatieve in dit land wordt afgeschoven.
margareth 8:52 pm on November 2, 2010 Permalink | Log in to Reply
Beste Jing, Je essay gaat diep en geeft veel aanknopingspunten om te reageren. Bedankt voor het triggeren van mijn hersencellen. Mijn bijdrage: Welvaart/ ontwikkeling wordt vaak uitgedrukt in BNP (Bruto Nationaal Product) maar je echt ‘rijk’ voelen is niet alleen iets economisch. De uitdrukking ‘Geld maakt niet gelukkig’ kennen we natuurlijk allemaal, menigeen reageert daarop met ‘maar het is toch wel een handig hulpmiddel’. Daarover alleen kan ik behoorlijk uitweiden, maar dat doe ik hier niet; die richting wil ik nu niet op. Ik wil de kant op van de basisbehoeftes en basisvoorwaarden om tot ontwikkeling te kunnen komen. Ik denk daarbij o.a. aan Martha Nussbaum die zegt dat het begrip armoede door die bril anders gezien kan worden. Indien armoede je mogelijkheden beperkt, begin je met een achterstand die hardnekkig is. De eerste levensbehoeften moeten nu eenmaal eerst gevoed zijn voordat er ruimte is voor iets zoals passie voor een vak. Kom je uit een cultuur – of word je opgevoed met een bepaalde cultuur, waarbij die vervulling van basisbehoeften onveilig aanvoelt, dan draag je denk ik, bewust of onbewust, dat gevoel met je mee. Hier los van komen vraagt aandacht, bewustwording en aanpak. Ieder mens, van welke cultuur dan ook, all over the World, heeft het recht om zichzelf te ontplooien. De weg daarnaar toe is voor de 1 zwaarder, langer, moeilijker dan de ander. Uiteindelijk maak je zelf een keuze waarbij je misschien banden los moet snijden die jou tegen houden. Ik heb het dan niet over persoonlijke banden maar historische banden die niet passen in de wereld waarin jij nu leeft. Niet omdat ze niet waardevol zijn maar omdat ze je beperken. Besef me heus wel dat dit makkelijker gezegd dan gedaan is maar wil je gaan waar je hart je stuurt dan heb je eigenlijk geen keuze. Wat zou het heerlijk zijn als geld en middelen zo verdeeld waren dat iedereen onbelemmerd kon groeien maar misschien zou het dan geen ‘groei’ meer zijn ………….
jwhiah 6:09 pm on November 3, 2010 Permalink | Log in to Reply
Margareth, bedankt voor je mooie reactie! Wat je hebt aangehaald van Martha Nussbaum heeft voor mij veel betekenis en geeft mij nieuwe stof om over na te denken.
Maar aanvullend hierop lijkt mij, dat als je het hebt over het lossnijden van historische banden bij het kiezen van een studie, dat wanneer je juist een vak als literatuurwetenschap kiest, je wellicht juist kunt over geven aan die historische banden, dat je juist op onderzoek gaat naar de cultuur van toen, naar die geschiedenis. Meer dan nog bij die andere, praktische studies…. (ook al lezen we wel veel van de westerse canonieke werken en auteurs.. maargoed, Nederlands en Engels als voertaal zijn ergens ook wel beperkend voor de keuze in literaire werken – dit is misschien weer een ander punt, en geeft ons nog meer stof om over na te denken…..)
lara 10:59 pm on November 7, 2010 Permalink | Log in to Reply
Beste Margareth, ik vind je reactie ook mooi. De stelling ‘geld maakt niet gelukkig’ kan alleen door iemand onderbouwd worden die het geld heeft (gekend) en er niet gelukkig mee was. Ook al ben ik niet rijk, ik heb genoeg financiële zekerheid om me heen (familie, verzorgingstaat) om te voelen dat dit mij niet gelukkig maakt. Alle consumptie die me wordt opgedrongen draagt bij aan een afwijzing ervan.
Vandaag de dag zou ik persoonlijk eerder spreken van het doorsnijden van culturele dan historische banden, hoewel deze niet los van elkaar bestaan natuurlijk. Historie is afgelopen, en cultuur is aan de gang. Cultuur komt voort uit historie. Ik kan actief reageren en ageren tegen cultuur. Het hebben van een dubbele culturele achtergrond geeft me nog een extra kritische kijk op cultuur, op de arbitrariteit ervan. Ben ik 50% het één en 50% het andere?
khnilka 10:24 am on November 4, 2010 Permalink | Log in to Reply
Wat ik mij afvraag, is of het niet ook voor een groot deel samenhangt met het mileu waarin je opgroeit? En dan bedoel ik voornamelijk de mensen om je heen. De mensen waarmee je omgaat hebben een grote invloed op hoe je gevormd wordt. Ik denk dat je je door deze keuze laat leiden, tenzij je van tevoren een vast idee hebt dat je iets wilt worden, maar veel mensen weten dit volgens mij niet en gaan dan mee met wat vrienden doen. En ik denk dat dit geldt voor iedereen, autochtoon of allochtoon. Maar als ik bijvoorbeeld ook kijk naar mijn vwo klas, waren er al om te beginnen maar 2 leerlingen van buitenlandse afkomst. Met het idee van de thuissituatie in het achterhoofd en wat die denken over een goede opleiding, is de kans in mijn ogen klein dat een ‘allochtoon’ kiest voor geesteswetenschappen.
maartje 1:28 pm on November 4, 2010 Permalink | Log in to Reply
Beste jwhiah,
Je hele betoog mist een bepaalde stelling, naast dat het goede punten naar voren brengt.
Wat betreft je hoofdonderwerp: Nederland is een van de weinige landen in de wereld waar mensen met buitenlandse afkomst of buitenlandse ouders, nog steeds ‘allochtoon’ genoemt blijven worden. Ondanks dat ze hier geboren zijn oid. Ik heb voorbeelden gezien van andere landen waar de allochtonen direct inwoners werden van het land waar ze verbleven en niet meer de classificatie van allochtoon op zich kregen. Het lijkt mij ook een stereotypering, terwijl men zo graag wil dat iedereen intergreert in Nederland. Bizar toch? Ook de generalisatie ‘allochtonen kiezen voor een nuttige studie’ van Job Cohen, lijkt enkel een stereotypering die niet helemaal klopt. Dat iemand uit een bepaalde milieu komt heeft voorkeuren, prima, maar sommige Nederlanders kiezen toch ook voor ‘nuttige’ studies? Het steeds afzetten van de buitenlander tegenover de binnenlander is volgens mij slecht voor de samenleving als geheel. Wat denk jij?
Gr.
mickeypotthoff 11:59 am on November 5, 2010 Permalink | Log in to Reply
Zeer helder essay. Je formuleert duidelijk standpunten die voor een groot deel wel uitdrukken wat ik ook had verwacht na het lezen van het citaat van Cohen. Of het slecht is om een autochtoon/allochtoon onderscheid te maken is in mijn ogen niet zo belangrijk, we hebben inmiddels namelijk te accepteren dat mensen dat onderscheid nou eenmaal maken, hoe verkeerd dan ook. Verder zou ik er toch graag achter komen waarom ”alloochtonen” nou voornamelijk praktische studies kiezen. is dit inderdaad omdat het cultuurgebonden is en door het milieu waar iemand opgroeit?
sverest 1:43 pm on November 5, 2010 Permalink | Log in to Reply
Ik denk dat de stereotypering komt omdat de zogenaamde (intellectuele) elite graag in termen van ‘hokjes’ praat. Dat we nog steeds over ‘allochtonen’ spreken en niet over gewoon ‘Nederlanders’, want dat zijn ze per slot van rekening gewoon, komt denk ik voor een groot deel door de angst. Angst van de zogenaamde elite, maar ook van de onderbouw dat iets van buitenaf (letterlijk: ‘een buitenlander’) hun land, cultuur en traditie bedreigt. Het is de starre, conservatieve geest van Nederland die voor deze angst zorgt. We praten over ‘allochtonen’, puur omdat we bang zijn dat deze ‘allochtonen’ “ons” land afpakken, met andere woorden: we zijn bang voor verandering. En niet alleen in Nederland, maar over de hele wereld. Eeuwenlang hebben wij, het Westen, onszelf voorgehouden dat we de wereld moesten beschaven en, bovenal, dat onze normen en waarden, ons denken, superieur was aan dat van andere, niet-Westerse landen. Nu dreigt dat imperialistische denken en handelen omver te worden geworpen, omdat die (van oorsprong) niet-Westerse mensen op “ónze” universiteiten studeert, werkt op plekken waar ook “ónze” Henk had kunnen werken. De ‘mindere’ (zoals wij Westerlingen de niet-Westerse eigenlijk zien) is op gelijke voet met ons gekomen, en dat boezemt ons enorm veel angst in. Vandaar, volgens mij, dat we nog graag over “de allochtoon” praten, om ons zo nog boven de niet-Westerling te plaatsen.
Want als we over Amerikanen of Duitsers praten die Nederlander zijn geworden, spreken we dan over “allochtonen”? Nee, volgens mij niet. Want zij zijn één van ons, hebben net als ons dat imperialistische denken eeuwenlang tegen beter weten in gerechtvaardigd.
Overigens vraag ik me af of wij Nederlanders alleen zo denigrerend over niet-Westerlingen praten, ik denk dat – mede door wat ik hierboven heb betoogd – dat in meerdere landen zo is.
thomashvv 3:20 pm on November 5, 2010 Permalink | Log in to Reply
Een belangrijke vraag hierbij lijkt me: zien mensen in ‘allochtone’ landen ons, Westerlingen, als wij daarheen gaan ook als allochtonen? Ik weet het antwoord niet, maar mijn gevoel zegt me van wel; en dan, sverest, vervalt toch een deel van wat jij zei – in elk geval het deel van het superioriteitsgevoel. Ik denk dat dat begrip minder belangrijk is hierbij dan de ‘Andersheid’ – en dat om die reden ‘allochtone landen’ Westerlingen min of meer hetzelfde behandelen als die daarheen emigreren. Natuurlijk niet precies hetzelfde, want in het Westen is nu eenmaal meer welvaart, en waar welvaart is zijn er mensen om daarvan te genieten, maar toch denk ik dat je het zo kunt bekijken: als fundamenteel verschillende leefwerelden (‘autochtoon’ en ‘allochtoon’) met andere gebruiken, gedachten en geloven. Een mens is nu eenmaal bang voor dat onbekende, niet in de eerste plaats omdat het hem gevaar aanricht, maar eenvoudigweg omdat hij het niet kent. Hierbij moet ik denken aan de literatuurwetenschapper Saïd, die in zijn werk ook heeft aangegeven dat Westerlingen en Oosterlingen fundamenteel verschillen en dat er daarom bij het beschrijven van ‘de ander’ vanzelf wordt uitgegaan van het omgekeerde van waar je jezelf voor houdt. Hiermee praat ik het gebruiken van de term ‘allochtoon’ overigens allerminst goed – ik ben er zelf om evidente redenen ook tegen -, ik probeer het alleen in een iets anders perspectief te plaatsen.
sverest 7:01 pm on November 5, 2010 Permalink | Log in to Reply
Natuurlijk heb je hierin gelijk, maar niet in dat je zegt dat het superioriteitsgevoel voor een deel vervalt. Dat is namelijk de manier waarop wij Westerlingen onszelf zien t.o.v. het niet-Westen. Dit heeft inderdaad met ‘andersheid’ te maken, zoals Saïd dat in “The Orientalism” blootlegt. Het Westen geeft van het oosten een bepaald beeld, een beeld zoals wij – in onze gedachten – het oosten zien. Dit beeld is precies tegenovergesteld aan de manier waarop wij onszelf zien. Waar de oosterling als primitief en niet-beschaafd wordt beschouwd, wordt indirect gezegd dat de Westerling het tegenovergestelde is én dus superieur is aan de oosterling. We hebben ons dus voor eeuwen graag boven de ‘andere’ geplaatst, maar worden nu geconfronteerd met het feit dat deze ‘andere’ dezelfde rechten heeft en niet meer ondergeschikt aan ons is. Daar komt denk ik dat ‘allochtoon’ noemen vandaan: de angst om de superioriteitspositie te moeten afstaan.