Updates from Daphne Boutens RSS Toggle Comment Threads | Keyboard Shortcuts

  • Avatar of Daphne Boutens

    Daphne Boutens 4:08 pm on October 28, 2010 Permalink | Log in to leave a Comment
    Tags:   

    De hypermediacy van Coetzee 

    “The presentation scene itself we skip. It is not a good idea to interrupt the narrative too often, since storytelling works by lulling the reader or listener into a dreamlike state in which the time and space of the real world fade away, superseded by the time and space of the fiction. Breaking into the dream draws attention to the constructedness of the story, and plays havoc with the realist illusion. However, unless certain scenes are skipped over we will be here all afternoon. The skips are not part of the text, they are part of the performance.” (J.M. Coetzee; p. 16)

    In dit essay wil ik door middel van een close-reading van dit citaat uit Elizabeth Costello de begrippen ‘discours’ en ‘praktijk’ bespreken. Het is namelijk een passage die niets met de inhoud van het verhaal over de schrijfster Elizabeth Costello te maken heeft. Zoals uit het citaat duidelijk wordt neemt de auteur hier de tijd om de lezer iets uit te leggen over de kunst van het schrijven. Hij zegt de kijker attent te maken op zijn methode, waardoor hier ook de ‘how-to-do’ van Michel de Certeau duidelijk wordt.

    Coetzee schrijft in zijn roman over de schrijfster Elizabeth Costello die door de hele wereld lezingen geeft over haar visies en haar boeken. Daarbij komen er verschillende personages langs die allemaal weer andere standpunten innemen. Hierdoor laat Coetzee veel verschillende stemmen horen, maar er wordt uiteindelijk geen positie ingenomen. In het voorgaande citaat doet Coetzee precies hetzelfde. Hij zegt de kijker niet te veel uit het verhaal te willen halen door ‘gaps’ in te lassen, want “breaking into the dream draws attention to the constructedness of the story.” In mediastudies noemen we dit ‘hypermediacy’. Hierbij wordt de kijker uit de illusie gehaald en bewust gemaakt van het medium. Dit zorgt ervoor dat de betrokkenheid vermindert, waardoor de lezer zich niet kan identificeren.

    Coetzee zegt dit te willen te voorkomen. Hij had er echter ook voor kunnen kiezen het citaat-gedeelte achterwege te laten. De lezer hoeft niet verteld te worden dat er een stuk overgeslagen wordt. Dat is de ‘know-how’ van de lezer. We weten uit ervaring dat als twee alinea’s niet geheel op elkaar aansluiten er een gat in de tijd zit en dat die informatie blijkbaar niet interessant voor ons is. Coetzee kiest er echter voor om het wel te melden. Het effect dat dit heeft is juist hetgeen Coetzee zegt te willen vermijden. Hij zegt dus het een, maar doet het ander. Door deze performatieve tegenstellingen zou je je kunnen afvragen: ‘Wat is dan zijn standpunt?’.

    Zo zijn er nog meer voorbeelden uit het boek te halen waarin Coetzee iets anders doet, dan dat hij zegt te doen. Elizabeth vertelt bijvoorbeeld veel over filmtheorie in haar speeches, terwijl haar zoon haar voornamelijk als schrijfster omschrijft. Twee verschillende standpunten, waarbij niet duidelijk wordt welke die van Coetzee vertegenwoordigt. Echter, de interventies die Coetzee inlast zijn toch wel de meest duidelijk en letterlijke “contradicties”, die dan ook het meest opvallen.

    Om dit nu te koppelen aan de begrippen ‘discours’ en ‘praktijk’ is niet zo moeilijk. Namelijk, wat Coetzee zegt te doen behoort tot discours. Het is immers discursief en gaat uit van een bepaalde methode. Hij legt ook heel logisch uit waarom je de kijker niet te vaak uit het verhaal moet trekken en welk ongewenst effect dat kan hebben. Dit is ook wel te vergelijken met de ‘how-to-do’ van Michel de Certeau. Het gaat dan om kennis en het volgen van bepaalde logisch beredeneerde stappen. De Certeau vertelt echter dat er nog een laag is waar rekening moet worden gehouden bij de auteur. Er is namelijk ook nog zo iets als een ‘know-how’, waarbij meer aandacht wordt geschonken aan de ervaring van de schrijver. Het mag geen intuitie heten, waarbij geheel zonder motivatie een keuze wordt gemaakt, maar het hangt wel tussen methode en intuitie in. Deze ‘know-how’ behoort dan ook tot de praktijk. De keuze is niet meer gebaseerd op regels binnen het discours, maar is een resultaat van een overlapping tussen twee discoursen. De theorie kan dan losgelaten worden, want wat waar is in het ene discours hoeft dat niet te zijn in het andere. Het komt nu op de auteur zelf aan wat hij gaat doen. Dan komt ook boven tafel wat hij uit beide discoursen mee heeft genomen en wat hij er in de praktijk daadwerkelijk mee doet.

    Zo blijkt dat Coetzee zich aan de ene kant wel laat identificeren met Elizabeth door veel overeenkomsten te creeren, maar aan de andere kant door bijvoorbeeld zichzelf steeds weer te laten horen tijdens ‘gaps’, doet hij ook weer veel dingen waardoor de identificatie moeizaam wordt en de afstand tussen Elizabeth en Coetzee weer groter wordt.

    Waar het bij andere auteurs even zoeken is naar de praktijk, is Coetzee een goed voorbeeld van een verrader van zijn eigen leugens.

    Coetzee, J.M. Elizabeth Costello. London: Vintage Books, 1999.

    De Certeau, Michel. The Practice of Everyday Life. Los Angeles: Berkeley: University of California Press, 1984.

     
    • Avatar of daneshvar

      daneshvar 3:54 am on October 29, 2010 Permalink | Log in to Reply

      Daphne,
      Leuke analyse van Coetzee, maar ik wil het begrip discours anders benaderen dan je in je stuk hebt gedaan. Wanneer je de discours van een personage in een boek analyseert, is het volgens mij belangrijk om hierbij de discours van de schrijver zo min mogelijk bij te betrekken. Hierdoor bestaat er minder kans dat een personage de stem van de auteur wordt doordat hij zich dan in dezelfde discours bevindt als de auteur. Een personage kan zich in een discours bevinden die verschilt van andere personages en zelfs van de discours van het boek (goede voorbeelden zijn Dostejevski’s personages). Een boek is ook naar mijn idee een prima medium waarin men zelf discoursen met elkaar in aanraking kan laten komen.

      Coetzee’s boek is goed in verband te brengen met Michel de Certeau’s theorie omdat de implied author zich expliciet kenbaar laat maken in het boek. Toch brengt Certeau’s model van de discours beperkingen met zich mee die men in acht moet nemen. Zijn model van de overlappingen en de plekken die hij toewijst aan de zogenaamde “how-to-do” en “know-how” en intuïtie, brengen volgens mij een bepaalde scheiding tussen deze termen en de discours aan, die niet hoeft te kloppen. Intuïtie is niet het tegenovergestelde van discours en wordt volgens mij niet alleen beïnvloed door discours maar is er onderdeel van. Hierdoor zie ik Certeau’s know-how niet als een soort aparte ruimte tussen discoursen in, maar juist als een discours binnenin een discours, aangezien naar mijn idee alle discoursen andere discoursen overlappen en er dus een constante staat van conflict aanwezig is tussen de verschillende discoursen, aangezien wat in een discours waarheid is, onwaar kan zijn in een andere discours, zoals jij het zegt.

      De personages (en de implied author) hebben allen hun eigen discoursen die weer overlapt wordt door algemenere discoursen, bijvoorbeeld die van het boek, terwijl ze ook met elkaar in conflict zijn. Hierdoor is er niet echt sprake van een afzonderlijk gebied zoals de “know-how”, onafhankelijk van de discours, maar is dit gebied zelf een ander discours. Zoals jij terecht zegt, bestaat er een verschil tussen wat de implied author van Coetzee’s boek zegt en wat hij doet, maar dit komt doordat hij zich constant moet zien aan te passen aan zijn discours. Dit geldt ook voor de personages. Voor mij is er dan ook geen duidelijke grens tussen discours en praktijk, aangezien deze twee begrippen zonder elkaar niet kunnen bestaan. Praktijk vormt discours en discours vormt praktijk.

    • Avatar of winonah

      winonah 11:09 pm on November 5, 2010 Permalink | Log in to Reply

      Wat ik ook een interessante passage vond in het boek en bij jouw essay vind passen is op p.10 “For her thoughts would be, he suspects, as uninteresting as most people’s. A writer, not a thinker. Writers and thinkers: chalk and cheese”
      Bij “a writer, not a thinker” gaat het ook duidelijk om een contradictie, vooral aangezien de lezingen in het boek en de overeenkomsten tussen Elizabeth en Coetzee.

      • Avatar of Daphne Boutens

        Daphne Boutens 2:15 pm on November 7, 2010 Permalink | Log in to Reply

        Dat is inderdaad ook iets wat in het college/werkgroep aan bod kwam. Dat die zoon zegt dat ze een schrijver is en geen denker, terwijl haar lezingen vooral gaan over wat zij denkt in plaats van wat zij schrijft. Dat is inderdaad een mooi voorbeeld van wanneer Coetzee zegt het een te doen, maar in werkelijkheid het andere doet.

  • Avatar of Daphne Boutens

    Daphne Boutens 5:15 pm on October 23, 2010 Permalink | Log in to leave a Comment
    Tags: Certeau Arts of Theory   

    “Every art has its speculative and its practical aspect: its speculation, which is merely the inoperative knowledge of the rules of the art; its practice, which is merely the habitual and non-reflective use of these same rules.” Art is thus a kind of knowledge that operates outside the enlightened discourse which it lacks. More importantly, this know-how surpasses, in its complexity, enlightened science.

    Michel de Certeau – The Arts of Theory
     
  • Avatar of Daphne Boutens

    Daphne Boutens 3:44 pm on October 15, 2010 Permalink | Log in to leave a Comment
    Tags: Dead Poets Society Keating Spivak Kant Foucault   

    Een lesje Keating over Spivak en Kant 

    In Dead Poets Society (Peter Weir, 1989) probeert Mr. Keating zijn leerlingen op een zeer onconventionele wijze een begrip van vrijheid mee te geven. Dit in de context van een zeer traditionele school, waar de leerlingen streng gedisciplineerd worden en waar geen plek is voor ‘het andere’. Keating’s opvattingen komen meerdere malen overeen met de theorieen van Gayatri Chakravorty Spivak en Immanuel Kant. In dit essay wil ik dan ook een vergelijking maken tussen Kant en Spivak en de opvattingen van Keating over vrijheid en literatuur.

    Spivak heeft in haar boek Death of a Discipline kritiek op de huidige Vergelijkende Literatuurwetenschappen. Zij ziet een vergelijking van twee teksten vervangen worden door vertaling, waardoor de geest van het originele werk verloren gaat. Of in elk geval nooit in pure vorm het vertaalde werk zal bereiken. Zo bestaan er bijvoorbeeld woorden of begrippen in de ene taal, die niet in een andere taal kunnen worden uitgedrukt. Hoe kunnen we dan wel meer over een andere taal en cultuur te weten komen? Hoe kunnen we dan wel tot wederzijds begrip en dus uiteindelijk tot wereldvrede komen? Spivak zegt dat dit mogelijk is door een lossere, vrijere of andere vertaling te geven en deze vertaling vervolgens toe te lichten.

    In Dead Poets Society maakt Mr. Keating een zelfde punt. Hij zegt namelijk tegen zijn leerlingen: “I stand upon my desk to remind myself that we must constantly look at things in a different way. (…) Just when you think you know something, you have to look at it in another way.” Deze andere manier van bekijken kan vergeleken worden met de vrije vertaling die Spivak voorstelt. Door twee varianten, namelijk de originele tekst en de vrije vertaling, ofwel twee verschillende manieren om vorm te geven aan een verbeelding, met elkaar te vergelijken kunnen we dichter bij de essentie van die verbeelding komen. Die wereldvrede kunnen we bij Keating vervolgens terugvinden in de overtuiging dat woorden en denkbeelden de wereld volgens hem wel degelijk kunnen veranderen.

    Deze verschuiving van de rede naar de romantiek, die ook bij Spivak een rol speelt, wordt door Keating in nog een aantal formuleringen geherproduceerd. Hij heeft het namelijk over het niet meer meten van poezie, maar het proeven van woorden en taal. Poezie is niet iets dat je langs een meetlat kan leggen om te bepalen wat de kwaliteit ervan is. De betekenis ontstaat door de verbeelding. Dit zegt Spivak in feite ook. Zij ergert zich aan het slechts vertalen van een tekst. Zo wordt namelijk de geest, of de verbeelding ervan, ontkend.

    Wanneer we alle kanten hebben bekeken en dus tot de ware essentie van de tekst zijn gekomen hebben we de status bereikt van de Homo Universalis. In theorie is dit een mooi ideaal, maar is het praktisch ook mogelijk om dit ideaal te verwezenlijken? Nee, natuurlijk niet. We kunnen niet al de verschillende disciplines ons eigen maken. We kunnen ook niet alle talen met bijhorende dialecten leren die op de wereld bestaan. Er blijft altijd een manier over om de dingen anders te bekijken en er blijven altijd dingen die niet worden gezegd. Foucault zegt immers dat met alles wat we zeggen, we al het andere automatisch uitsluiten. Dit wil echter niet zeggen dat we dit ideaal niet hoeven na te streven. Immers, ook al zijn we nooit helemaal vrij van beperkingen, elke losse vertaling en elk nieuw perspectief zorgt ervoor dat we dichter bij de ware betekenis zitten dan daarvoor.

    Het antwoord dat Keating geeft op de vraag hoe dit ideaal nagestreefd dient te worden door de institutie legt hij uit aan de hand van het belang dat hij toekent aan literatuur en poezie. Zo legt hij bijna letterlijk Kants hiërarchie van faculteiten uit. Daarin stelt hij de praktische wetenschappen, zoals geneeskunde, rechten, handel en techniek, in dienst van de filosofie. Dat is namelijk waar we voor leven, zegt Keating. Voor poëzie, schoonheid, romantiek en liefde. Die dingen die ons dichter bij het antwoord op onze zingevingsvraag brengen. “Waarom besta ik?” Op deze manier wordt het originele Franse universiteitsmodel net als bij Kant omgedraaid. Niet meer de rede en de staat staan bovenaan, maar de filosofie die de vurige zinsgevingsvraag van de mens tracht te beantwoorden. Hierbij stelt Keating net als Spivak de mens centraal en breekt hij net als Kant met het Verlichtingsideaal. Namelijk, de rede wordt vervangen door de filosofie. De Verlichting maakt plaats voor de Romantiek.

    Dead Poets Society volgt met Keating dus dezelfde lijn als Spivak en Kant. Vooral als het gaat om het vervangen van de rede door de verbeelding. Waar Keating het echter heeft over het individu en de eigen mening, gaat Spivak een stap verder door een wederzijds begrip als doel te stellen. Dit begrip brengt volgens haar eenheid en dus universaliteit, terwijl Keating’s opvatting over wereldvrede ontstaat door de creatieve mening van het individu.

    Dead Poets Society. Reg. Peter Weir. Touchstone, 1989.

    Spivak, G. C. Death of a Discipline. New York: Columbia UP, 2003. P. 1-23.

    Young, Robert, red. The Order of Discourse. London: Routledge, 1981. P. 48-78.

     
    • Avatar of margareth

      margareth 8:46 pm on October 16, 2010 Permalink | Log in to Reply

      Mooi in elkaar gezet Daphne. Prachtige idealen worden hier geopperd die m.i. zeker de moeite waard zijn om voor te strijden. Elkaar helemaal begrijpen lijkt dan wel een utopie maar ik vind het heel bewonderingswaardig dat mensen zich inzetten voor zo’n nobel doel. Denk zeker wel dat literatuur een rol kan spelen in het elkaar beter leren begrijpen en wederzijds respect maar misschien meer als een beginsel. We kunnen niet alle talen zo leren dat we elkaar ook optimaal begrijpen maar we kunnen misschien wel kiezen voor een schoolstelsel waarbij taal en cultuur een grotere rol speelt. Ik heb het dan echt over het prille begin. We weten (vanuit de taalwetenschap) dat baby’s iedere taal kunnen leren, het niet oefenen van bepaalde klanken zorgt ervoor dat we later moeite hebben met bepaalde klanken of ze zelfs helemaal verliezen. Al vanaf de basisschool beginnen met niet alleen Engels en Nederlands maar nog enkele andere talen zou een stap in de richting kunnen zijn. Hoe meer verschillende talen je beheerst hoe makkelijker het wordt om een andere taal te leren (overeenkomsten). Natuurlijk is dan ook noodzakelijk aandacht te besteden aan de cultuur (gebruiken, normen en waarden etc) van andere landen. Misschien dat dit als overkoepelend vak gegeven kan worden ipv geschiedenis, aardrijkskunde en talen als 1 vak aan te bieden. Juist vakoverstijgend werken en ook vooral astdocenten uit het land zelf binnen te halen zou een stap voorwaarts kunnen zijn. Dan nog is het denk ik niet toereikend maar wel zinvol.

    • Avatar of Daphne Boutens

      Daphne Boutens 10:50 am on October 22, 2010 Permalink | Log in to Reply

      Ik denk dat het leren van meerdere talen al vroeg in de jeugd een erg goed idee is. Inderdaad wat jij zegt, hoe jonger je bent hoe meer je nog kunt opnemen en leren. Ik heb zelf Latijn en Grieks gehad op de middelbare school en merk dat veel andere talen daardoor makkelijker zijn om te leren. Het herkennen van woorden en snappen waar het vandaan komt zorgt voor begrip en maakt het denk ik ook dat je het woord voelt zoals het in essentie is. Of in elk geval komt het erg dicht in de buurt.
      Het aanvoelen van de andere cultuur wordt natuurlijk wat moeilijker. Je hebt op middelbare scholen wel vakken als Godsdienst, waardoor je bekend wordt gemaakt met het Hindoeisme of de Islam. Dat zijn natuurlijk al culturen op zich. Maar misschien zou er vooral in de wat meer kunstzinnige vakken meer kunnen worden ingegaan op andere culturen. Wel vraag ik me af of er genoeg tijd is in zo’n overkoepelend vak om veel verschillende talen aan te leren. Er moet naar gestreefd worden, maar we willen ook niet achteruit gaan. Dat kinderen die nu een aardig woordje Frans of Duits spreken straks maar een paar woordjes van elke taal kennen. Dat heeft niet zoveel zin.

      En wat me al de hele tijd een beetje dwarszit: Is het wel gewenst om een Homo Universalis te worden? Ik heb het idee dat we op deze manier bezig zijn alle culturen uit te vlakken en uiteindelijk allemaal een en dezelfde worden. Dat we door alles te willen leren allemaal tot de middelmaat behoren. Zoals het voorbeeld waarbij we van elke taal wat woordjes kennen, maar niets meer vloeiend spreken, omdat we niet willen of durven te kiezen. Hoe vind je de balans tussen het begrijpen van een andere cultuur en een globale cultuur die een mengelmoes is met van alle culturen een beetje?

    • Avatar of winonah

      winonah 8:55 pm on November 5, 2010 Permalink | Log in to Reply

      Erg interessant stuk, vooral de link die je legt naar Kant. Ik herinner me meteen het stuk waar hij zegt: “And medicine, law, business, engineering, these are noble pursuits and necessary to sustain life. But poetry, beauty, romance, love, these are what we stay alive for”. De link was me eerder nog niet opgevallen.

  • Avatar of Daphne Boutens

    Daphne Boutens 10:11 pm on October 9, 2010 Permalink | Log in to leave a Comment
    Tags:   

    “Why do I stand up here? Anybody?” “To feel taller.” “No! Thank you for playing, Mr. Dalton. I stand upon my desk to remind myself that we must constantly look at things in a different way. You see, the world looks very different from up here. You don’t believe me? Come see for yourselves. Come on. Just when you think you know something, you have to look at it in another way. Even though it may seem silly or wrong, you must try. Now, when you read, don’t just consider what the author thinks, consider what you think. Boys, you must strive to find your own voice.”

    Dead Poets Society. Reg. Peter Weir. Touchstone, 1989.
     
  • Avatar of Daphne Boutens

    Daphne Boutens 10:31 pm on October 2, 2010 Permalink | Log in to leave a Comment
    Tags: ,   

    The suburbs, where girls, safe from the dangers of the city, didn’t have to be kept under tight wraps, where parents weren’t too concerned on a moment-by-moment basis, the suburbs were her American finishing school. The suburbs created the agora for this education in the unsanctioned to flourish. The lessoning of surveillance, the gradual giving over of space to all these kids who had been endowed by Dr. Spock with the tools of disobedience – and it flourished, all right. It grew out of control.

    The Dying Animal – Philip Roth
     
  • Avatar of Daphne Boutens

    Daphne Boutens 8:07 pm on September 11, 2010 Permalink | Log in to leave a Comment  

    “And I learned, gentlemen. Alas, one learns when one has to. One learns when one wants a way out.”

    Kafka – A Report to an Academy
     
c
compose new post
j
next post/next comment
k
previous post/previous comment
r
reply
e
edit
o
show/hide comments
t
go to top
l
go to login
h
show/hide help
esc
cancel