Updates from ellenswart RSS Toggle Comment Threads | Keyboard Shortcuts

  • Avatar of ellenswart

    ellenswart 7:42 pm on October 29, 2010 Permalink | Log in to leave a Comment
    Tags:   

    Scheidslijn tussen narratief en theorie 

    In het laatste college is de karakterisering van Coetzee’s roman Elizabeth Costello aan de orde gekomen; is het een roman of iets anders? Uitgeverij Vintage Books rekent het in ieder geval tot de categorie ‘fiction’. Daarnaast is de ondertitel van het boek Eight Lessons en tevens zijn verscheidene speeches van Elizabeth lezingen die Coetzee zelf gehouden heeft. Hierbij rees onmiddellijk de vraag of Elizabeth wellicht Coetzee’s alterego is. Maar wat mij betreft speelt dat geen rol bij het beantwoorden van de vraag of het boek een roman is of niet. Het boek is om één simpele reden een roman: er is een verteller. En deze verteller is niet Elizabeth Costello zelf maar staat buiten de wereld die wordt beschreven.
    In het college kwam naar voren dat de interventies van de verteller in Elizabeth Costello ervoor zorgen dat je op de literaire status van het boek wordt gewezen; de compositie wordt zichtbaar. Het boek is dan immers niet langer een optelsom van theorieën maar wordt een narratief omdat de nadruk komt te liggen op zijn eigen temporaliteit. Dat neemt niet weg dat de interventies een ontspannen leeservaring in de weg staan.
    De verteller in Elizabeth Costello zegt hierover zelf op een gegeven moment het volgende:

    It is not a good idea to interrupt the narrative too often, since storytelling works by lulling the reader or listener into a dreamlike state in which the time and space of the real world fade away, superseded by the time and space of the fiction. Breaking into the dream draws attention to the constructedness of the story, and plays havoc with the realist illusion. However, unless certain scenes are skipped over we will be here all afternoon. The skips are not part of the text, they are part of the performance. (16)

    De laatste zin is wat mij betreft interessant; de verteller maakt hier een onderscheid tussen de tekst en de leeservaring. Maar wat houdt dit onderscheid eigenlijk in? Is de tekst objectief en de leeservaring subjectief? Als literatuurwetenschapper dien je je op de tekst te richten dus zouden we volgens deze verteller de onderbrekingen eigenlijk buiten beschouwing moeten laten. Dit doet mij denken aan de spanning tussen discours en praktijk; de verteller zegt ons wel dat de onderbrekingen geen onderdeel uitmaken van de tekst, maar zijn woorden staan wel op het papier. Daarnaast heeft hij het over de tijd en ruimte van de fictie die de plaats inneemt van de tijd en ruimte van ‘the real world’. Hier wordt aangenomen dat de fictie een andere tijdsconstructie kent dan de werkelijkheid en de lezer in de constructie van de fictie wordt opgenomen. Maar zijn de interventies van de auteur dan niet juist onderdeel van deze constructie? Eigenlijk zou de verteller de lezer dus juist in ‘slaap’ kunnen sussen door de constructie van de fictie naar voren te laten komen.
    In zekere zin denk ik dat Elizabeth Costello exemplarisch is voor de roman in het algemeen; in iedere roman zit wel een ‘theorie’ verscholen, wat vervolgens de scheidslijn tussen narratief en theorie flinterdun maakt. Het feit dat we in deze collegereeks zowel de primaire als secundaire teksten hebben benaderd met de vraag ‘wat wordt er gezegd en wat wordt er gedaan?’, geeft al wel aan dat ook theoretische teksten interessante objecten zijn voor de literatuurwetenschapper. Deze teksten dienen dus niet meer alleen als gereedschap om narratieve teksten mee te lijf te gaan, maar zijn zelf ook onderwerp van bestudering. Een belangrijk aspect van theoretische en narratieve teksten zorgt er echter toch voor dat de scheidslijn tussen beide weliswaar flinterdun is, maar toch nog bestaat: de rol van de auteur. Bij narratieve teksten maken we een onderscheid tussen de auteur en de verteller maar bij theoretische teksten is dit niet aan de orde omdat er geen personages zijn. En zoals ik in het begin al zei: dat criterium is voldoende om Elizabeth Costello te typeren als roman…

    Bibliografie:
    Coetzee, J.M. Elizabeth Costello. London: Vintage Books, 2004.

     
    • Avatar of lanabroekaert

      lanabroekaert 12:41 pm on October 30, 2010 Permalink | Log in to Reply

      He Ellen,
      na het lezen van jouw post moest ik denken aan het essay van Kafka, ‘A report for an academy’.
      Dit verhaal wordt verteld door de aap, hij schrijft vanuit zijn eigen ervaring. Is deze aap een personage, of is deze aap Kafka? In de tekst speelt theorie ook een rol (wij hebben deze tekst ook behandeld als theoretische tekst in de lessen). Nu vraag ik me af: omdat je jouw conclusie trekt naar aanleiding van de vraag of er een verteller is, hoe zou jij deze tekst dan definiëren, als theorie of narratief?

      • Avatar of ellenswart

        ellenswart 6:51 pm on November 5, 2010 Permalink | Log in to Reply

        Hoi Lana,

        Ja grappig, die tekst is inderdaad discutabel en als ik aan mezelf trouw wil blijven, moet ik natuurlijk wel zeggen dat ik dat verhaal als een theoretische tekst zie. Het is immers een monoloog; er is geen verteller aanwezig die over personages vertelt. Maar toch……….. we zouden de door ons zo aanbeden Kafka toch ook niet graag als een aap op willen vatten! Hier deel ik wel de mening van Elizabeth Costello; zij zegt dat we niet kunnen weten of het Kafka is die spreekt, en of het überhaupt een aap is die spreekt – misschien is het wel een mens die over zichzelf als aap spreekt… En zo gaat ze nog even door. In ieder geval zou je de tekst daardoor dus ook op verschillende manieren op kunnen vatten; als het een mens is die voor een menselijke publiek spreekt, hebben we de tekst in het college op de juiste manier behandeld. Al zou het dan zo kunnen zijn dat het een theoretische speech is, door Kafka gebracht als een fictie! De opties zijn eindeloos……. :)
        (Je kunt de passage uit Elizabeth Costello nog eens nalezen als je dat leuk vindt, op pagina 18-19 van de Vintage Books uitgave)

    • Avatar of FlorisPieterse

      FlorisPieterse 5:27 pm on November 2, 2010 Permalink | Log in to Reply

      Hé Ellen,

      Goed essay, maar ik heb wel wat opmerkingen. Alhoewel ik kan begrijpen dat in iedere roman een zekere theorie aanwezig is, denk ik toch dat die theorie in het geval van een narratief een secondaire functie opneemt in vergelijking met een primair theoretische tekst als een essay of artikel.

      Je zegt ook dat theoretische teksten op zichzelf ook objecten van studie zijn en niet alleen dienen als gereedschap om narratieve teksten mee te ontleden, maar is het hele punt van theoretische teksten bestuderen niet om ze beter te begrijpen zodat we ze effectiever kunnen gebruiken in een literaire analyse? Ik denk gewoon dat de scheidslijn tussen narratief en theorie niet zo dun is als je hem uitmaakt.

    • Avatar of margareth

      margareth 11:36 am on November 3, 2010 Permalink | Log in to Reply

      Essays werden lang gezien als secundaire teksten;in de functie van hulpmiddel om literatuur te begrijpen. Het had geen literaire status, wortels liggen in de wetenschap. Ze beïnvloeden elkaar echter wel. Maar leven we nu niet in een andere tijd? Maatschappij verandert, literatuur verandert en ook de wetenschap waardoor het essay wellicht anders bekeken kan worden. Vindt er geen vermenging plaats van vertelling en beschouwing? Probeert Coetzee niet te bewijzen dat essays wel literaire waarde hebben door ze niet echt in te bedden in het verhaal maar juist er naast waardoor hij zijn ongezouten mening kan spuwen?

      • Avatar of winonah

        winonah 11:51 pm on November 5, 2010 Permalink | Log in to Reply

        Margareth, je schrijft “Probeert Coetzee niet te bewijzen dat essays wel literaire waarde hebben door ze niet echt in te bedden in het verhaal maar juist er naast waardoor hij zijn ongezouten mening kan spuwen?” Ik weet niet of dit is wat Coetzee probeert te bewijzen maar ik denk zeker dat je gelijk hebt dat Essays, in ieder geval tegenwoordig, als primaire literatuur gezien worden. Er zijn er ook genoeg die volgens mij literaire status hebben, maar misschien ligt het aan de persoon die ze geschreven heeft. Hebben de essays van iemand als Virginia Woolf niet sneller een literaire status als die van iemand die geen romas op zijn of haar naam heeft staan?

    • Avatar of nadja

      nadja 2:17 pm on November 8, 2010 Permalink | Log in to Reply

      Hoi Ellen,

      jouw essay en vooral de vraag: “Is de tekst objectief en de leeservaring subjectief?” Deze vraag deed mij denken aan de tekst van Iser die wij nu voor wetenschapsfilosofie aan het lezen zijn (volgens ij hebben wij hem ook vorig jaar gelezen). Heel kort samengevat: de interactie tussen lezer en tekst is van belang. De lezer vult de gaten in en daardoor ontstaat de leeservaring. Hoe de tekst ervaren wordt heeft dus ook heel veel met de lezer zelf te maken en kan natuurlijk niet zonder de tekst.
      Zou je dan niet kunnen zeggen dat jij, of de lezer. de roman als roman ervaart? Een theoretische tekst kan toch ook een verteller hebben of heel literair zijn geschreven? Is het label roman niet eigenlijk heel subjectief?
      Aan de andere kant denk ik wel weer dat er bepaalde richtlijnen moeten zijn om het overzicht te houden. Anders kan je elk stukje geschreven tekst als roman zien…maar wie en vooral waar trek je die lijn?

      Groetjes, Nadja

      • Avatar of ellenswart

        ellenswart 4:07 pm on November 10, 2010 Permalink | Log in to Reply

        Hoi Nadja,

        Iser! Ik had bij dat citaat uit Coetzee al een vaag gevoel van herkenning maar nu weet ik het weer :) Die tekst hebben wij inderdaad ook gelezen, ik heb er zelfs nog een presentatie over gehouden! Ik heb het net weer even opgezocht en hij maakt inderdaad een onderscheid tussen de tekst die door de auteur is gecreëerd en de realisatie van de tekst door de lezer. En het literaire werk is vervolgens geen van beide, maar ligt er tussenin.
        Maar Iser zegt dus wel indirect dat de roman als roman kan worden ervaren omdat het die kenmerken al in zich draagt. De lezer zal dus niet snel een theoretische tekst als een roman opvatten, dat is misschien wat te radicaal.. (ik wilde in mijn essay vooral een duidelijke stelling nemen, zodat daar goed op gereageerd kon worden, misschien had ik het toch wat meer moeten nuanceren)
        Maar ik denk wel dat er een grote mate van overlapping tussen de twee ‘genres’ is. En doordat deze genres wel enkele elementen met elkaar delen, zie ik de theoretische tekst dus ook als goed object voor bestudering.

  • Avatar of ellenswart

    ellenswart 5:13 pm on October 24, 2010 Permalink | Log in to leave a Comment
    Tags:   

    Today, these practices bearing the secret of our rationality no longer look so remote. With time, they are coming closer. It is pointless now to look for this ethnological reality in Australia or at the beginning of history. It resides in our system (the panoptic procedures), or next door to it, if not inside our cities (the strategies of Béarn or Kabylia), than still nearer (the “unconscious”). But however proximate the content may be, it’s “ethnological” form remains. The form given to these practices located far away from knowledge and yet possessing its secret poses a problem from the outset.

    de Certeau, p. 64
     
  • Avatar of ellenswart

    ellenswart 10:18 pm on October 23, 2010 Permalink | Log in to leave a Comment
    Tags:   

    The first move cuts out certain practices from an undefined fabric, in such a way as to treat them as a separate population, forming a coherent whole but foreign to the place in which the theory is produced. (…) a part (which is observable because it is circumscribed) is supposed to represent the totality (itself undefinable) of practices.

    de Certeau, p. 62
     
  • Avatar of ellenswart

    ellenswart 10:51 pm on October 16, 2010 Permalink | Log in to leave a Comment
    Tags: , televisieseries   

    The Wire: http://www.youtube.com/watch?v=Q5VxvF7DaCw
    Breaking Bad: http://www.youtube.com/watch?v=ffnKNfHuWN0

    (geen idee hoe ik de URL moet opslaan..)

     
  • Avatar of ellenswart

    ellenswart 10:18 pm on October 16, 2010 Permalink | Log in to leave a Comment
    Tags: black infrastructure,   

    Black academic legitimation and placement can provide a foothold in American intellectual life so that black infrastructures for intellectual activity can be created. (…) It should be noted that such a black infrastructure for intellectual activity should attract persons of whatever hue or color.

    Cornel West, The Dilemma of the Black Intellectual, p. 309
     
  • Avatar of ellenswart

    ellenswart 12:11 am on October 16, 2010 Permalink | Log in to leave a Comment
    Tags: , ,   

    Brug tussen verbeelding en cultuur 

    “Kan de verbeelding de wereld veranderen? En heeft literatuur de literatuurwetenschap hiervoor nodig?” Dit waren de vragen waar ons afgelopen college mee eindigde. Als ik een antwoord op de eerste vraag zou moeten geven, zou ik heel hard “JA!” willen roepen. Maar als iemand me de tweede vraag zou stellen, zou ik eerder “mmmnnmnnouu…” mompelen.

    Laat ik allereerst ingaan op mijn enthousiaste uitroep. Verbeelding kan mijn perspectief veranderen; zo kan ik veel leren van mijn eigen verbeelding maar ook van andermans verbeelding. Een van de taken van de literatuurwetenschap is uiteraard het laatste; het afleiden van ‘iets’ vanuit een literair werk. Dat ‘iets’ kan sterk variëren; van de menselijke psyche (waarbij de psychoanalytische methode ons kan helpen), tot aan culturele aspecten. Ik sluit me hier dus bij Spivak aan, wanneer zij zegt dat een literair werk een cultuur geraffineerd kan verbeelden. De verbeelding van de auteur gaat hier over in de beeldvorming door de lezer. En aangezien het beeld dat we van een onderwerp hebben bepaalt hoe we ermee omgaan, zou ik zeggen dat de verbeelding inderdaad iets kan veranderen.
    Maar heeft literatuur de literatuurwetenschap daar dan ook voor nodig? Enerzijds ben ik wel verplicht te zeggen dat alleen de literatuurwetenschapper met zijn getrainde leeshouding in staat is de zogenaamd verborgen elementen uit een tekst te halen. Immers, als ik zou beweren dat de ‘gewone lezer’ net zo goed in staat is deze elementen te herkennen, zou ik mijn toekomstige beroep als vrij overbodig bestempelen. Maar om de door de literatuurwetenschapper behaalde resultaten iets toe te laten voegen aan het globale maatschappelijke debat, is de hulp van instituties nodig. En deze instituties hebben weer economische belangen, waardoor de wereldvrede die Goethe voor ogen stond, onder vrij grote druk komt te staan… Ik zal hier toch ook een wat meer hoopvolle benadering tegenover zetten: zodra een bepaald onderzoeksresultaat is gepubliceerd, krijgt het wat bekendheid in de academische kringen. Deze academische kringen zouden weer in contact kunnen staan met publieke kringen, waardoor tevens het publieke debat in aanraking zou kunnen komen met de grote lijnen van de onderzoeksresultaten. De literatuurwetenschapper als een vlinder die met zijn vleugelslag een aardbeving in de maatschappelijke orde teweegbrengt! Maar zou het niet nog beter zijn als de wetenschapper een wat meer publieke functie zou krijgen? Ik denk hierbij bijvoorbeeld aan Robbert Dijkgraaf, die regelmatig aan de tafel van de Wereld Draait Door aanschuift en daarmee verschillende onderzoeken bekendheid geeft.
    Met de area studies van Spivak in het achterhoofd heb ik mezelf tevens de vraag gesteld of de literatuurwetenschap zoals we die vandaag de dag (aan de UvA) beoefenen, wel toereikend genoeg is om iets over een cultuur te zeggen. Is die taak niet meer weggelegd voor de verschillende taal- en cultuurstudies? De kennis van de literatuurwetenschapper over de betreffende cultuur steekt immers schril af tegen deze potentiële spionnen. Want kunnen we niet pas werkelijk iets over een werk zeggen als we de context waarin het geschreven is én waarover het handelt optimaal kennen? Als we deze specifieke taak aan de taal- en cultuurstudies over zouden dragen, komen daar natuurlijk nog wel wat meer hervormingen bij kijken. Op dit moment is alleen het college ‘Inleiding literatuurwetenschap’ verplicht bij de taal- en cultuurstudies, en tellen ze daarnaast nog twee of drie letterkundevakken. Deze ‘inleiding’ in de literatuurwetenschap zou op zijn minst uitgebreid moeten worden met een vak als ‘Literatuur en wetenschap’ zodat de taal- en cultuurstudenten op hun beurt weer kunnen reflecteren op het vraagstuk dat ik hier behandel en zich bewust worden van hun functie in het maatschappelijk debat.
    Maar dan blijft het natuurlijk de vraag welke taak er voor ons literatuurwetenschappers overblijft… Wanneer wordt onze theoretische kennis dan nog benut? En hoe voorkom je dan bovendien dat de bachelor Engelse taal en cultuur zes jaar duurt? Mijn wat meer realistische voorstel is dan ook een nauwe samenwerking te creëren met de taal- en cultuurstudies zodat bruggen kunnen worden gebouwd en het pad naar Goethe’s wereldvrede daarmee langzaam toegankelijker wordt…

     
    • Avatar of brittdebruyn

      brittdebruyn 12:45 am on October 16, 2010 Permalink | Log in to Reply

      Ellen,

      ik quote: “Want kunnen we niet pas werkelijk iets over een werk zeggen als we de context waarin het geschreven is én waarover het handelt optimaal kennen?”

      Persoonlijk denk ik dat het hier juist niet over gaat. Laat ik dit nuanceren, ik denk dat het soms van belang kan zijn om inderdaad zoiets als de context van het werk mee te nemen in een analyse/bespreking, maar vaker wel dan niet zouden we dit los moeten koppelen. Ten eerste hoeft een werk zijn cultuur niet te weerspiegelen. Daarnaast ga je er met dit citaat ervan uit dat er in een tekst maar 1 waarheid zit, namelijk de cultuur waarvan het vandaan komt. Dit terwijl een andere, compleet van de cultuur losstaande interpretatie even waar kan zijn en niet minderwaardig is. Tot slot ga je ervan uit dat een tekst een bepaalde boodschap bevat – dit hoeft echter niet zo te zijn. Een goed voorbeeld hierbij vinden we terug in de deconstructie, wanneer een tekst zichzelf tegenspreekt.

      Een ander punt waar ik met je van mening verschil vind ik terug in je laatste zin: “Mijn wat meer realistische voorstel is dan ook een nauwe samenwerking te creëren met de taal- en cultuurstudies zodat bruggen kunnen worden gebouwd en het pad naar Goethe’s wereldvrede daarmee langzaam toegankelijker wordt…”

      Met name wil ik ingaan op het toegankelijkere pas naar Goethe’s wereldvrede. Ik denk dat als we uberhaupt meer begrip krijgen in en van elkaars culturen, dat dat vrijwel los staat van de vrede – of sterker nog, de wereldvrede. Ik denk niet dat conflicten gebaseerd zijn op onbegrip, maar op macht en uitsluiting.

      • Avatar of ellenswart

        ellenswart 7:44 pm on November 5, 2010 Permalink | Log in to Reply

        Hoi Britt,

        Oei ik was even vergeten dat mijn tekst door literatuurwetenschappers gelezen wordt; de woorden gaan alweer een eigen leven leiden :) Ik ben bang dat ik mezelf niet goed genoeg heb uitgedrukt. Ik ben namelijk helemaal niet van mening dat een literair werk alleen maar kan worden begrepen als de context ervan bekend is.. Ik heb mijn tekst alleen geschreven vanuit een bepaald uitgangspunt; het gebruiken van teksten voor cultuurgerelateerde doeleinden. En als je literatuurwetenschap dus wilt zien als de discipline die meer begrip voor culturen teweeg kan brengen, ben ik van mening dat we daar de taal- en cultuurstudies bij nodig hebben.
        Overigens geloof ik wel dat een werk kenmerken van een cultuur bevat omdat deze ontzettend diepgeworteld zitten in de auteur. Daarnaast denk ik niet dat deze culturele elementen elkaar tegen kunnen spreken maar wél dat wat er gezegd wordt, verschilt van de eerste aanname van de lezer. Er is dus wel een mogelijkheid voor subversie. Maar de cultuur behelst zo ontzettend veel, dat deze onvermijdelijk terug te zien is in de tekst.

        Op het punt van de wereldvrede geldt eigenlijk hetzelfde verhaal: ik probeerde in mijn stuk Goethe’s ideaal beter toepasbaar te maken – wat dus niet wil zeggen dat ik geloof dat wereldvrede bereikt zal zijn zodra culturen elkaar hebben leren kennen. Ik denk dat macht hierbij namelijk inderdaad een grote rol speelt (al zie ik het niet als de enige rol)en wereldvrede onbereikbaar is.

        Ik heb dus vooral geprobeerd in het aangereikte straatje te denken, in plaats van de meningen van Spivak en Goethe radicaal omver te werpen.

    • Avatar of margareth

      margareth 11:01 pm on October 16, 2010 Permalink | Log in to Reply

      Dag dames, 2 opmerkingen van mijn kant. Volgens mij kan een tekst die zichzelf tegenspreekt toch zeker ook een boodschap in zich dragen en als tweede kunnen conflicten zo complex in elkaar zitten dat het niet alleen een kwestie hoeft te zijn van macht en uitsluiting maar ook een mate van onbegrip. Het is eerder – + – dan – of – Onbegrip hoeft niet perse bewust plaats te vinden maar vaker juist onbewust omdat mensen ondanks hun gezamenlijke achtergrond toch verschillend opgroeien. Genoemde macht en uitsluiting lijken me vaker meer bewust toegepaste kunstgrepen.

    • Avatar of brittdebruyn

      brittdebruyn 7:32 pm on October 17, 2010 Permalink | Log in to Reply

      Margareth,

      wat ik wilde duidelijk maken is dat een tekst niet persé 1 boodschap hoeft te bevatten. Mijn reactie was ook een reactie op het essay, dat er vanuit gaat dat alleen een tekst met de context van een cultuur begrepen kan worden. Hiermee suggereer je dat er maar 1 juiste benadering/begrip van de tekst mogelijk is. Wanneer een tekst zichzelf tegenspreekt, sluit dit het hebben van 1 interpretatie uit. Daarnaast kan een tekst ook de cultuur waar het vandaan komt zichzelf tegenspreken.

      Een universeel begrip is onmogelijk aangezien waarheden in verschillende discoursen met elkaar botsen. Wat in het ene discours waar is, kan voor het andere discours niet waar zijn. Ze hebben dan beiden andere waarheden. Begrip in de zin van acceptatie is dus onmogelijk. Eventuele tolerantie is niet onmogelijk, maar wel ontzettend moeilijk doordat de macht de tolerantie tegengaat.

    • Avatar of Jeroen

      Jeroen 2:33 pm on October 18, 2010 Permalink | Log in to Reply

      Ik zou graag iets nieuws in willen brengen in de ideeën over het ‘nut’ van literatuurwetenschappen. Het nut is en zal naar mijn idee altijd moeilijk te definiëren zijn. Als het dat niet meer is, verliest het haar eigenheid en dus ook haar kracht. Wat het volgens mij altijd zal moeten en blijven doen is het opleiden van kritische en belezen individuen, die dan op één of andere manier hun nut zullen hebben in de maatschappij en wellicht ook zullen helpen wereldvrede te bewerkstelligen. Op het moment dat het met specifiekere doelen gaat werken zal het haar onschuld verliezen, en dus ook haar kracht.

      • Avatar of jorisbrakkee

        jorisbrakkee 2:26 pm on October 19, 2010 Permalink | Log in to Reply

        Een goed punt Jeroen. Bij het lezen van bovenstaand essay was het eerste dat ik dacht dat we best mogen zeggen met zn allen dat literatuurwetenschappen geen nut heeft. Waarom zou een studie nut moeten hebben? Ja, verbeelding kan in mijn ogen ook de wereld veranderen, maar nee, een literatuurwetenschapper is daar niet bij nodig. Mensen lezen boeken, welke boeken ze zelf willen, en hun verbeelding wordt daarbij aan het werk gezet op allerlei manieren, manieren die een literatuurwetenschapper niet kan sturen, veranderen, of wat dan ook. Wij literatuurwetenschappers lezen ook boeken en hebben daar weer hele andere gedachten bij, en hele andere verbeeldingen, maar of wij dan met onze verbeeldingen en gedachten moeten gaan proberen de wereld te veranderen, wereldvrede te stichten, de honger op te lossen, etc, alleen maar omdat wij vier jaar literatuurwetenschappen gestudeerd hebben? Nee. Ieder mens verandert de wereld, en dat komt gedeeltelijk door verbeelding en door de boeken, films, kunstwerken, artikelen etc die we lezen, maar ook voornamelijk door die mensen zelf. Laten wij de mensen zijn die zoals Jeroen zegt kritischer en belezener zijn dan de gemiddelde mens, die hun verbeelding hebben laten werken op heel veel boeken en artikelen over boeken en die daardoor elk hun eigen verbeelding hebben, en die misschien beter in woorden kunnen overbrengen, en daardoor misschien elk op onze eigen manier een nut zullen hebben in de wereld. Maar laten we niet tot doel stellen van de literatuurwetenschap om wereldvrede te bewerkstelligen, of de wereld beter te maken, of dergelijke zaken, dat zijn veel te zware onderwerpen om de verbeelding mee op te zadelen.

    • Avatar of brittdebruyn

      brittdebruyn 10:44 pm on October 20, 2010 Permalink | Log in to Reply

      Joris,

      volgens mij heb je niet goed begrepen wat Jeroen precies zegt. Hij zegt namelijk niet dat de literatuurwetenschap geen nut heeft, hij zegt dat dit zogenaamde nut altijd moeilijk te definieren zal zijn bij lit.wetenschap en dat dit juist ons kenmerkt.

      Echter wil ik nog even op Jeroen’s post ingaan. Jeroen, je zegt dat op het moment dat we met specifiekere doelen gaan werken, we onze kracht zullen verliezen. Ik ben het hier met je oneens. Ik denk niet dat we onze kracht zullen verliezen, ik denk alleen dat we ons niet op 1 bepaald doel moeten richten, maar op meerdere – immers, alleen zo komen we verder.

      Daarnaast, wereldvrede is denk ik niet te bewerkstelligen. Noem het pessimistisch, of misschien eerder realistisch. Wereldvrede heeft minder te maken met dingen zoals begrip, maar juist met macht uitvoeringen. Maar hierover heb ik mijn mening al in enkele posts hierboven laten gelden.

    • Avatar of clau

      clau 1:05 pm on November 4, 2010 Permalink | Log in to Reply

      Beste Ellen,
      ‘Kan de verbeelding de wereld veranderen?’ Zoals je zelf zegt is een eenduidig antwoord op deze vraag nauwelijks mogelijk.
      Het is wel zo dat de literatuur in het verleden steeds opnieuw juist dit heeft geprobeerd. Dit begon- natuurlijk- bij Aristoteles, maar ook tijdens de Verlichting ging men ervan uit dat literatuur een beschavende functie zou kunnen hebben. Ik geloof trouwens nog steeds dat literatuur een beschavende functie heeft, ook al is dat misschien niet langer haar intentie.
      Ook in de Romantiek wilden dichters en kunstenaars de wereld veranderen, uitgaande van de verbeelding en het sublieme. En tenslotte hebben we Sartre en Brecht en geëngageerde literatuur.
      Ik vind dat literatuur bij vlagen best eens geëngageerd mag zijn, maar puur geëngageerde kunst is saai saai saai. Kunst moet verontrusten, grenzen opzoeken, en mag daarbij doelloos rondtollen, provoceren zonder oplossingen aan te dragen, uitdagend of ingetogen zijn…
      Literatuurwetenschappers aan de andere kant zijn in de eerste plaats geen kunstenaars. En ‘gewone’ mensen vinden ons vakgebied toch bij voorbaat al saai saai saai, dus waarom zouden we als literatuurwetenschappers niet nadrukkelijker een plek in het publieke debat opeisen? Geëngageerde literatuurwetenschap, is dat misschien de brug tussen verbeelding en cultuur?
      Jeroen schrijft: ‘Op het moment dat het met specifiekere doelen gaat werken zal het haar onschuld verliezen, en dus ook haar kracht.’ Hmmmm. Dat is wel een mooie poëtische zin waarin onschuld met kracht wordt geassocieerd. Ik vraag me echter af of de literatuurwetenschap wel zo’n onschuldig vakgebied is. Zeker, we zijn allemaal vredelievende mensen, maar is de gemiddelde mens dat niet ook? Is het niet alsnog mogelijk, om al naar gelang de heersende omstandigheden een tijdelijk doel en een tijdelijk nut na te streven en dat op een gegeven moment weer te verwerpen?

    • Avatar of jwhiah

      jwhiah 9:13 pm on November 4, 2010 Permalink | Log in to Reply

      1. Clau schrijft dat Jeroen schrijft: ‘Op het moment dat het [literatuurwetenschap] met specifiekere doelen gaat werken zal het haar onschuld verliezen, en dus ook haar kracht’.

      Met deze zin heb ik erg veel moeite en zet ik dan ook zo mijn vraagtekens bij. Als ik het goed interpreteer ga je hier uit van het niet hebben van een specifiek doel in de opleiding literatuurwetenschap.
      Maar is de manier waarop wij, studenten, opgeleid worden ook al niet een specifiek doel op zich? We krijgen bepaalde verplichte vakken die we moeten volgen, we worden op een bepaalde manier klaargestoomd voor toetreding tot de ‘grote mensen wereld’. Ik sluit mij hierbij aan bij Clau: ik denk niet dat literatuurwetenschap een onschuldig vak is. Waarom pretenderen we überhaupt dat literatuurwetenschap zo een onschuldig vak is. Door iets aan te merken als doelloos, onzichtbaar en dus onschuldig gaat er bij mij juist een alarm rinkelen. Ook in de literatuurwetenschap is er sprake van uitsluiting; waarom lezen we bijvoorbeeld Coetzee en niet Ronal Giphart? Juist specifiek zijn, naar buiten treden met een bepaald doel, en dit doel ook als zodanig erkennen. Dat is belangrijk.

      2. Literatuurwetenschap, kampt, net zoals veel andere wetenschappen, met een kloof tussen het publiek, de burgers, en de wetenschap zelf. Het claimen van een positie in het publiek debat, zoals Clau voorstelt, dat vind ik een erg belangrijk punt. De wetenschapper zou ook naar mij smaak meer geëngageerd te werk mogen gaan. Politiek en Literatuurwetenschap, dat klinkt toch niet erg buitenaards als je bedenkt dat een discipline als de retorica al eeuwenoud is. Bovendien denk ik ook dat deze geëngageerdheid ook het punt is waar de Certeau op duidt. Wij zijn als literatuurwetenschappers niet beperkt tot het literatuurwetenschappelijk discours en daar zou gebruik van gemaakt moeten worden. Of wereldvrede haalbaar is? Ik denk het niet, maar de kloof is niet onoverbrugbaar.

      • Avatar of mickeypotthoff

        mickeypotthoff 3:01 pm on November 5, 2010 Permalink | Log in to Reply

        De definitie van literatuurwetenschap zal, net als haar ´nut´, altijd lastig blijven. Ik denk echter wel dat er een rol is wegelegd voor de literatuurwetenschap. is het immers niet ook belangrijk om de duiding die in principe iedere lezer kan distilleren ook historisch wordt geplaatst in een context. hier zie ik de grootste taak van de lit wetenschap omdat door een historische combinatie van teksten er overeenkomsten kunnen worden gevonden.

  • Avatar of ellenswart

    ellenswart 1:43 pm on September 25, 2010 Permalink | Log in to leave a Comment
    Tags: Greek essence of science, , p. 472   

    Greek essence of science

    “Knowing, however, is far weaker than necessity.” This is to say: all knowing about things has always already been delivered up to overpowering fate and fails before it. Just because of this, knowing must develop its hightest defiance; called forth by such defiance, all the power of the hiddenness of what is must first arise for knowing really to fail. Just in this way, what is opens itself in its unfathomable inalterability and lends knowing its truth.”
     
c
compose new post
j
next post/next comment
k
previous post/previous comment
r
reply
e
edit
o
show/hide comments
t
go to top
l
go to login
h
show/hide help
esc
cancel