Updates from FlorisPieterse RSS Toggle Comment Threads | Keyboard Shortcuts

  • Avatar of FlorisPieterse

    FlorisPieterse 12:45 am on October 30, 2010 Permalink | Log in to leave a Comment
    Tags:   

    Verdwaald in het literair niemandsland 

    De afgelopen week was ik in gesprek met een hbo-student die, nadat ik haar verteld had welke studie ik volgde, bewust of onbewust een zeer rake opmerking over de literatuurwetenschap maakte. Ze zei dat het bestuderen van literatuur niets voor haar zou zijn omdat ze door de overvloed van beschikbare teksten uiteindelijk zou “verdwalen”. Het is het idee van verdwalen dat ik in dit korte essay wil bespreken. Hoe kunnen wij verdwalen in onze discipline? En hoe proberen we dit te voorkomen? Is het wel mogelijk om niet te verdwalen als je uiteindelijke bestemming altijd onduidelijk is?

    Laat ik beginnen met een visuele metafoor die bovenal mijn persoonlijke ervaring als student tot nu toe uitbeeldt Een zwerver (de literatuurwetenschapper) staat tussen twee flatgebouwen in. Op het ene flatgebouw staat een bord met het woord ‘theorie’ en op het andere een bord met het woord ‘literatuur’. Ik beeld de literatuurwetenschapper als zwerver uit omdat alhoewel hij vrije toegang heeft tot allebei de gebouwen, hij in geen van beiden woont. Voor het beoefenen van zijn discipline neemt de literatuurwetenschapper uit ieder gebouw datgene wat hij denkt nodig te hebben en keert terug naar zijn plaats op straat om aan het werk te gaan.

    De eerste vraag die gesteld moet worden is: waarom zijn er überhaupt twee aparte gebouwen? In The Practice of Everyday Life geeft Michel de Certeau commentaar op de discursieve tweedeling van theorie en praktijk en identificeert kunst als ‘a kind of knowledge that operates outside the enlightened discourse which it lacks.’ (66). De Certeau geeft kritiek op het proces op discursieve uitsluiting als universalistisch “trucje”, maar lijkt er zelf ook met moeite aan te ontkomen wanneer hij literatuur beschrijft als ‘a repertory of these practices that have no technological copyright’ (70). Alles wat echt betekenisvol is neemt volgens De Certeau misschien wel plaats buiten het discursieve, maar dit maakt het discursieve toch niet meteen tot iets negatiefs? Dat wat betekenisvol is wordt uiteindelijk toch wel geproduceerd door middel van deze discursieve uitsluiting? Is de discursieve uitsluiting dan niet gewoon een proces dat gebruikt wordt bij duidelijk gebrek aan beter? Waarom zijn er twee gebouwen? Omdat één gebouw te groot zou zijn en de zwerver erin zou verdwalen.

    Maar hoe weet de zwerver eigenlijk waar hij naar moet zoeken in de gebouwen? Gaat hij met een voorbedacht plan naar binnen of pakt hij willekeurig wat hij maar pakken kan? En welke van de twee methodes levert het beste resultaat op? Literaire vaardigheid wordt door De Certeau duidelijk gedefinieerd als een “kennis die niet erkend wordt als kennis” en alleen op onbewust niveau wordt ervaren als kennis ‘there is knowledge, but it is unconscious; reciprocally, it is the unconscious that knows.’ (71). Ten eerste moet aangeduid worden dat De Certeau tijdens zijn betoog een beroep doet op de Freudiaanse psychoanalyse die vandaag de dag toch bekend staat als beruchte pseudo-wetenschap. Ten tweede, als de literatuur doordrenkt is met “verborgen kennis”, is het dan niet de logische taak van de literatuurwetenschapper om deze kennis in kaart te brengen met behulp van de middelen waarmee de twee bovengenoemde gebouwen hem voorzien? Om een concreet voorbeeld te geven: voor het schrijven van dit essay gebruik ik de tekst van De Certeau die afkomstig is uit een bepaald discours en pas die toe op mijn ervaring als student literatuurwetenschappen in de afgelopen tweeënhalf jaar, oftewel: het soort non-discursieve kennis die de literatuur volgens De Certeau hoort te bezitten.

    En wat kan ik hieruit concluderen? Ik heb mij buiten het traditionele discours gewaagd en alles lijkt nog vager dan voorheen. Ik sta op straat tussen de twee flatgebouwen zonder enig idee waar ik heen moet of waarom ik erheen zou moeten. Ik ben verdwaald, maar dat is volgens De Certeau juist de bedoeling. Uiteindelijk zal ik een richting moeten kiezen, niet om daar te gaan wonen, maar om te nemen wat ik nodig heb en daarna verder te gaan.

     
    • Avatar of lanabroekaert

      lanabroekaert 12:20 pm on October 30, 2010 Permalink | Log in to Reply

      He Floris,

      ik vind dat je een mooie metafoor hebt gevonden, al zie ik het meer als een overlapping van de twee discoursen, en niet zozeer dat je er echt tussenin staat. Jij besluit jouw betoog met: “Uiteindelijk zal ik een richting moeten kiezen, niet om daar te gaan wonen, maar om te nemen wat ik nodig heb en daarna verder te gaan”. Ik denk dat bij deze keuze de know-how die de Certeau introduceert van belang is. Door oefening en herhaling van onderhandelingen tussen beide discoursen, leert iemand over deze know-how beschikken. En zodra je hierover beschikt, zal de keuze die je maakt goed zijn (zo heb ik het opgevat). Dus de weg die jij aflegt tijdens je studie is een vorm van deze oefening en herhaling, waarmee je klaargestoomd wordt met een portie know-how om op jouw manier een bijdrage te leveren aan de literatuur.

    • Avatar of Léonie

      Léonie 1:34 pm on October 30, 2010 Permalink | Log in to Reply

      Ha Floris,

      Mooi essay. Ik vraag me echter een paar dingen af:

      -Ten eerste, waarom is verdwalen tussen literaire teksten, dus bij Literatuurwetenschap, gemakkelijker dan bij andere studies? Als we bijvoorbeeld naar de studie Geschiedenis kijken, is de kans om te verdwalen daar dan niet even groot? En bij Geneeskunde? Scheikunde? Natuurkunde? Psychologie? Al deze studies moeten gebruik maken van teksten, theorieën, stoffen, praktijken, aannnames. Waarom zou dat bij ons lastiger zijn dan bij andere studies?

      -Ten tweede vraag ik mij af waarom je een zo sterke grens tussen ‘literatuur’ en ‘theorie’ ziet. Je zei bijvoorbeeld tijdens college dat je Elisabeth Costello niet ‘als roman’ kon lezen, maar misschien gemakkelijker als ‘theoretische tekst’. Maar: wat is dat, iets lezen als een roman? Misschien ben ik naïef of wat dat betreft een slechte literatuurwetenschapper (haha), maar als ik lees, dan… ‘lees’ ik. Ik kan me net zo makkelijk met theorie identificeren bij een theoretische tekst, als bij een roman. Maar misschien hebben het we hier over verschillende manieren van identificeren: ik vind “de persoon” hierbij namelijk niet zo belangrijk, maar “het idee” (ik kan me daarom ook makkelijker identificeren met een tekst van Nietzsche dan een chicklit over een jonge vrouw in Amsterdam, terwijl ik qua personage meer gelijkenissen (nu ja, ik hoop het niet, maar even voor de vorm) met de tweede tekst). Begrijp je? Hoe denk jij daarobver?

      Léonie

      • Avatar of FlorisPieterse

        FlorisPieterse 11:25 pm on November 1, 2010 Permalink | Log in to Reply

        Hé Leonie,

        - Ik denk dat literatuurwetenschap verschilt van de andere studies die je noemt in het feit dat wij literatuurwetenschappers enkel en alleen teksten bestuderen. Geneeskunde, scheikunde, natuurkunde en psychologie hebben ieder één of andere fysieke manifestatie om hun theorieen op lost te laten (natuurlijke verschijnselen, het menselijk lichaam, het gedrag van patïenten etc.)

        - De narratologische trucjes die Coetzee uithaalde maakten het lezen van Elizabeth Costello een erg desorïenterende ervaring voor mij, maar dat heeft niet zozeer met identificatie te maken. Net zoals jij kan ik me ook met een theoretische tekst net zoveel identificeren als een roman. Maar voor mij moet een roman mij op meer niveau’s aanspreken dan een theoretische tekst. Bij een roman moet in mijn mening altijd enige ‘suspension of disbelief’ aanwezig zijn en het feit dat Coetzee actief die ‘suspension of disbelief’ probeert te vermijden maakt Elizabeth Costello voor mij tot de uitzondering die de regel bevestigt. Waarom zou Coetzee anders zulke trucjes gebruiken als hij er niet van uitging dat mensen zijn roman op een bepaalde manier zouden lezen?

    • Avatar of yvonne

      yvonne 2:45 pm on October 30, 2010 Permalink | Log in to Reply

      Hoi Floris,

      Jouw essay deed me aan de tekst van Jaspers denken, pagina’s 39/40:
      ‘Perhaps the student never had been quite clear about what he wanted, what he was doing. At any rate, he becomes disillusioned, confused. He ceases striving and loses himself in blind alleys. [...] If he is lucky, the individual student makes his own way, a way that leads to development and purpose, guided only by his personal intuition. Ultimately, he who does not know where he is going goes the farthest.’

      Je schrijft: ‘Ik heb mij buiten het discours gewaagd en alles lijkt nog vager dan voorheen.’ Correct me if I’m wrong, maar ik proef daar een negatieve waardering in. Ik zie het juist als een fantastische mogelijkheid om je eigen route te bepalen, daar ligt de vrijheid om je eigen ding te doen. Beter dan opgesloten te zitten in een van de twee flatgebouwen: dat lijkt veiliger, maar daarvoor geef je wel een deel van je vrijheid op.

      Mijn vraag aan jou: blijf je (als literatuurwetenschapper) altijd zwerver, of zie je dat als voorbehouden aan de periode van student? Of om in jouw metafoor te blijven: ga je bijvoorbeeld ooit een huis bouwen tussen de flats?

      • Avatar of FlorisPieterse

        FlorisPieterse 11:41 pm on November 1, 2010 Permalink | Log in to Reply

        Ik denk dat ik misschien iets te melancholiek overkwam in het laatste gedeelte van mijn essay. Om heel eerlijk te zijn zie ik het niet als iets negatiefs of positiefs. Het is simpelweg wat het is en wat ervan gemaakt wordt ligt aan het individu.

        Maar om je vraag te beantwoorden: Hoe meer ik over dit onderwerp nadenk, hoe meer ik eigenlijk tot de conclusie kom dat specialisatie de meest wenselijke optie is. Dus ja: ik zie de periode als student vooral als een kans om het landschap van de literatuur goed te verkennen zodat je uiteindelijk een gechikte plaats voor jezelf kan vinden. Natuurlijk betekent dit niet dat je gebieden buiten je specialisatie uit moet sluiten, maar het hoofdpunt blijft dat je moet vermijden een “Jack of all trades / Master of none” te worden. Je moet jezelf niet te dun uitsmeren.

    • Avatar of merelsijbrant

      merelsijbrant 6:02 pm on October 31, 2010 Permalink | Log in to Reply

      Hai Floris,

      Jouw metafoor doet mij gelijk denken aan de tekst die wij eerder van de Certeau lazen: ‘Walking the City’ (toch?). Ik denk dat Léonie een goed punt aandraagd: misschien is het niet meer de bedoeling om theorie en literatuur zo scherp gescheiden te blijven zien. Volgens mij was dat ook het idee waar Certeau zich tegen af zette: je hoeft niet altijd alles maar in afzonderlijke hokjes (of cirkeltjes of discoursen) in te delen. Je kunt ook (zoals hij in het eerdere (lees: eerder gelezen) artikel deed) de stadsindeling als een literair werk benaderen. Je komt dan tot heel andere inzichten. Ik moet eerlijk bekennen dat ik geen idee heb hoe je daaraan moet beginnen (ook ik ben netjes geïndoctrineerd met het ‘Foucault for President’- complex). Misschien moeten we allereerst is jouw twee gebouwen met de grond gelijk te maken (dan halen we de inhoud er eerst even uit) en dan een leuk tentenkampje te bouwen waar Sjakie Theorie en Henkie Praktijk willekeurig naast elkaar liggen. Vervolgens gaan we kijken welke combinaties we dan treffen zonder ze in hun oorspronkelijke hokjes te plaatsen.
      Waarneer beginnen we?

      Merel.

      • Avatar of thomasvangrol

        thomasvangrol 9:40 am on November 1, 2010 Permalink | Log in to Reply

        Ik vraag me af: zou je wel de inhoud uit de twee gebouwen kunnen halen zonder dat je er schade aandoet? Ik denk het niet, en ze met de grond gelijk maken lijkt me ook geen goed idee. Het lijkt mij een beter idee om een nieuwe flat te bouwen, juist er tussenin, zodat het uiteindelijk één geheel wordt. Dus ik pleit toch, in tegenstelling tot Floris, om liever te verdwalen in een flat, dan buiten de flat.
        Oftewel: Met één groot gebouw van Literatuur, praktijk en theorie verdwaal je misschien, maar je komt ook in kamers die je anders waarschijnlijk niet had ontdekt. En je zit droog en warm. Ik ben er dan ook helemaal voor om een vak zoals Creatief Schrijven te geven op de UvA, omdat ik denk dat het heel veel inzicht kan bieden in theorie, maar ook in literatuur.

    • Avatar of Rowan

      Rowan 3:15 pm on November 1, 2010 Permalink | Log in to Reply

      Hee Floris,

      Wat een apart interessant metafoor, om ons studenten als zwervers te zien. Zoekend tot wat we willen worden. Qua dat aspect vind ik het woord zwerver er prima bij passen, verdwalend in een stad met geen thuis. Maar ik heb echter ook deels ‘n probleem met het woord zwerver, omdat een zwerver alles probeert om te overleven, constant op zoek naar eten .. Bedoel je met dit gedeelte dan zoiets als dat wij, als studenten, constant op zoek zijn naar theorieën, nieuwe informatie, het zoeken naar oplossingen binnen de gevonden problemen? Ik denk dat ik meer kan vinden in het woord nomaden, of backpackers.. we zijn aan het reizen in het land van de filosofie, van de literatuur, van de theorie. We ‘snuiven de cultuur op’ binnen verschillende studies (doordat we ondere andere keuzenvakken en minors volgen). Als student zijnde denk ik dat je nog bezig bent met het vinden/creëren van je ‘roeping’, je ‘einddoel’. Je bent nog niet klaar om te ‘settelen’ binnen een studie of zelfs groter in de maatschappij.

      • Avatar of Anne van der Klift

        Anne van der Klift 7:56 pm on November 1, 2010 Permalink | Log in to Reply

        Ik denk dat Floris dat niet zo bewust heeft overwogen, die nood aan theorie en literatuur om te overleven. Maar op jouw reactie vraag ik me af: wanneer zijn wij ‘klaar’? Zijn we ooit ‘af’? Ik denk niet dat iemand de illusie heeft dat we ooit af zijn. Ik denk dat we altijd moeten blijven (uit)bouwen aan ons huisje en dat we dat vooral niet moeten vergeten. Wellicht zijn we als student dan inderdaad meer op zoek naar de locatie van ons ‘huis’, zodat we het kunnen combineren met de andere waarden in ons leven. Nou, wat een metaforen toch, haha!

      • Avatar of FlorisPieterse

        FlorisPieterse 8:16 pm on November 3, 2010 Permalink | Log in to Reply

        Rowan,

        “Alles proberen om te overleven en constant op zoek naar eten” heeft geen betrekking op studenten? Echt? Ik weet niet hoe het met jou zit, maar het bedrag op mijn bankrekening kan mij niet bepaald wekelijkse etentjes bij Chez Pierre garanderen.

        Maar even serieus, ik doelde met de term “zwerver” vooral op “iemand die zwerft” dus als je beter kan slapen door daar “nomade” of “backpacker” van te maken moet je dat vooral doen. Het leek me alleen een passende term met betrekking tot de twee flatgebouwen.

        Ik denk overigens ook niet echt dat wij ooit “af” zijn op de ideale manier. Ik denk wel dat we op een gegeven moment een keuze moeten maken, of we er nu klaar voor zijn of niet. Er zal altijd wel een gevoel van twijfel of het incomplete aanwezig zijn, ik denk niet dat daar aan te ontkomen valt.

        • Avatar of Rowan

          Rowan 9:43 pm on November 5, 2010 Permalink | Log in to Reply

          Ik kan me vinden in het idee dat we eigenlijk allemaal nooit ‘af’ zijn. We kunnen er inderdaad zoals je zegt niet aan ontkomen om wel keuzes te maken, al zouden we soms het gevoel hebben dat we er niet klaar voor zijn.

          Ik begrijp dat je iemand bedoelt die zwerft, maar toch vind ik nomade/backpacker dan inderdaad prettiger. Misschien kan ik met deze kleine verandering dan beter slapen ;)

    • Avatar of margareth

      margareth 11:10 pm on November 2, 2010 Permalink | Log in to Reply

      Mooi Floris hoe je hier met taal speelt, ik houd persoonlijk van metaforen. Die kunnen zoveel meer uit drukken dan ’gewone’ taal. Ik vind de term zwerver nog niet zo gek; de literatuurwetenschapper als een soort van globetrotter, die verschillende rollen aanneemt (methoden) om inzicht te verwerven uit de cultuur (uitgedrukt in de vorm van een tekst cq literatuur). Juist die methodiek als ondersteuning is essentieel in een wereld die vandaag de dag nog complexer en groter lijkt. Is de mens ook niet een soort van zwerver? De zoekende mens die richting probeert te geven aan zijn leven? Die ook over de wereld zwerft en misschien niet altijd zoekt naar 1 plekje maar juist geniet van de afwisseling en vrijheid die het zwerven biedt?

      • Avatar of FlorisPieterse

        FlorisPieterse 8:37 pm on November 3, 2010 Permalink | Log in to Reply

        Hallo Margareth,

        Om mijn metafoor meteen op het leven in het algemeen te gaan toepassen is misschien een beetje voorbarig. Terwijl ik als student wel op zoek ben naar een soort doel of uiteindelijke bestemming die op dit moment onzeker is, stuiven ik mijn hele leven al af op een bestemming die zeer duidelijk, maar niet bepaald wenselijk is.

        Misschien een beetje lugubere manier om het te stellen, maar ik wil wel duidelijk maken dat mijn studentenervaring niet bepaald overeenkomt met mijn ervaring van het leven in het algemeen.

    • Avatar of yvonne

      yvonne 9:34 pm on November 3, 2010 Permalink | Log in to Reply

      Hoi Floris,

      Ik probeer om de metaforen heen te gaan, want die dingen gaan een eigen leven leiden.
      Je schreef in jouw reactie van 1 november al meer tot de conclusie te zijn gekomen dat specialisatie de meest wenselijke optie is en je klinkt vrij uitgesproken wanneer je schrijft dat je moet vermijden een “Jack of all trades / Master of none” te worden, oftewel ‘Je moet jezelf niet te dun uitsmeren.
      Hoe zie je in dat kader de beweging binnen de universitaire wereld en subsidie-verstrekkende instanties om de nadruk te gaan leggen op interdisciplinair onderzoek? Zie je jezelf (t.z.t.) aan een tweede studie beginnen, om binnen jouw specialisatie voordeel te halen uit een Master of Two. Als we naar onze docenten bij de bachelor LWS kijken zien we bijna bij velen dat zij een andere studie dan LWS als voorgeschiedenis hebben: we hebben bijvoorbeeld Engels, 2 x Frans, 2 x Filosofie – denk ik. (Wie meer biedt, kan roepen). Is dat in jouw ogen een voordeel of juist niet/een toevalligheid?

      • Avatar of FlorisPieterse

        FlorisPieterse 10:43 pm on November 3, 2010 Permalink | Log in to Reply

        Hé Yvonne,

        Laat me duidelijk zijn: ik zie de studententijd zelf (of in ieder geval het merendeel ervan) niet als een periode waarin gespecialiseerd moet worden. De student moet juist goed kunnen rondkijken en verkennen zodat hij later een geïnformeerd besluit kan nemen met betrekking tot zijn specialisatie en als dat mensen ertoe leidt een tweede studie te volgen, zo zij het.

        Dit zijn natuurlijk allemaal individuele besluiten en af en toe moet men buiten de universiteit of de oplleiding stappen voor inspiratie (denk aan Besser en zijn tropicalisme-onderzoek). Er zijn voor- en nadelen aan lang door blijven studeren en wie ben ik om die allemaal over één kam te scheren?

    • Avatar of nikkidekker

      nikkidekker 10:42 pm on November 3, 2010 Permalink | Log in to Reply

      “Dat wat betekenisvol is wordt uiteindelijk toch wel geproduceerd door middel van deze discursieve uitsluiting?”

      Hoewel ik de metafoor van de zwerver en de twee gebouwen niet al te sterk vindt (ik denk wel zeker dat de literatuurwetenschapper zijn eigen huis heeft; het huis van de literatuurwetenschap, en dat dat wellicht uit verschillende verdiepingen bestaat, maar dat allemaal terzijde) en het ook niet echt eens ben met je stelling dat we ons moeten specialiseren/een bepaalde richting moeten kiezen en op moeten gaan (ik denk dat als ik iets geleerd heb van deze studie, het wel is dat plannen machteloos zijn tegenover het lot, de kansen en de domme dingen die we zelf doen) wil ik wel even zeggen dat ik bovenstaand citaat een geweldige gedachte vind. Zo had ik er zelf nog niet over gedacht; als er geen theorie was, kon de kunst niet theorieloos zijn, en misschien betekende kunst dan ook wel minder. Bravo! Ik ga er nog eens wat meer over nadenken.

    • Avatar of maartje

      maartje 1:17 pm on November 4, 2010 Permalink | Log in to Reply

      Hey Floris,
      Te gek gezegd! Wat mijn eerste gedachte was na het lezen van je tekst is of er niet inderdaad altijd 1 gebouw is, omdat vaak literatuur en theorie samenkomen? Dit suggereer jij ook enigszins, maar vervolgens meld je dat je er dan in verdwaalt. Wat een mooi ideaal zou zijn en om het nog wat ingewikkelder te maken: zou je dat ene gebouw niet kunnen opsplitsen in verschillende [overlappende] discoursen? Hierdoor creeer je een orde binnen de door jou beschreven chaos. Ook is daarin de mogeiljheid tot praktijk te vinden omdat de discoursen binnen het gebouw overlappen en daar zit volgens de Certeau de praktijk. Hoe denk je hierover?
      gr.

    • Avatar of clau

      clau 6:24 pm on November 4, 2010 Permalink | Log in to Reply

      Hoi Floris,

      Echt een mooie metafoor, zowel die van de flatgebouwen als ook die van de literatuurwetenschapper als zwerver. Juist jouw vraag of je eigenlijk wel kunt verdwalen wanneer je geen doel hebt raakt me. Als je een doel hebt dan kun je de weg kwijt raken, maar wanneer je zonder bestemming zomaar wat ronddwaalt dan is de weg zelf kwijt. Als literatuurwetenschapper zou je dan kunnen stellen dat de weg de volgende instantie is die dood moet worden verklaard. Of dat de weg simpelweg ophoudt te bestaan.
      Over de opmerking van de hbo-studente: ik vraag me af of je in literatuur überhaupt kunt verdwalen. Misschien wel, maar dan niet meer dan in het ‘gewone leven’. Volgens Barthes staat de wereld vol met tekens die we interpreteren en waar we betekenis aan toe kennen. Leven is eigenlijk ook een manier van lezen, van de tekens om ons heen interpreteren en er betekenis aan te geven.
      En is het niet ook zo dat een zwever niet nergens thuis is, maar overal? Dat hij in staat is om zijn eigen plek te creëren, maar ook niet bang is om verder te gaan, te zoeken, te dwalen?

    • Avatar of simonevs

      simonevs 10:01 pm on November 4, 2010 Permalink | Log in to Reply

      Ha Floris,

      Uit jouw essay citeer ik: ‘Het is het idee van verdwalen dat ik in dit korte essay wil bespreken. Hoe kunnen wij verdwalen in onze discipline? En hoe proberen we dit te voorkomen? Is het wel mogelijk om niet te verdwalen als je uiteindelijke bestemming altijd onduidelijk is?’

      Ik stel er tegenover:
      Is het wel mogelijk om te verdwalen als je geen uiteindelijke bestemming hebt? Hoe kun je immers verdwalen als je geen bestemming hebt? Dan is elk pad en elke weg die je inslaat toch een evenwaardige optie? Je bent niet op zoek naar een eindbestemming dus kun je ook niet verkeerd terecht komen.

      Zodoende staan er geen twee fysiek afgebakende gebouwen voor de literatuurwetenschapper (de zwerver), maar alleen één grote brij van informatie, theorieën, ideeën en ficties (met het internet als materiële vertaling hiervan). Of het beter is geen idee, toch stemt het hoopvol dat iemand zonder bestemming ook niet verdwalen kan..

    • Avatar of ellenswart

      ellenswart 11:15 am on November 5, 2010 Permalink | Log in to Reply

      Ik vind het zo grappig dat je deze metaforen van flatgebouwen hebt gekozen Floris, omdat dit me zo ontzettend doet denken aan die andere tekst van de Certeau (die Merel ook al even aanhaalde), die we bij inleiding cultuuranalyse hebben gelezen.. Daar stond het idee centraal dat als je overzicht hebt, je niet kunt handelen en als je handelt, je geen overzicht hebt.

      “Voor het beoefenen van zijn discipline neemt de literatuurwetenschapper uit ieder gebouw datgene wat hij denkt nodig te hebben en keert terug naar zijn plaats op straat om aan het werk te gaan.”

      Hier zeg je het eigenlijk al: de literatuurwetenschapper kan nou eenmaal niet aan het werk gaan met alleen maar de theorie of alleen maar de praktijk. Het is altijd een samenwerking en dus lijkt het mij dat die notie van verdwalen ook onontkoombaar is. Het samenwerken moet op straat gebeuren; daar waar je geen overzicht hebt.. Maar misschien kunnen we er met de tijd wel beter in worden de paden te herkennen. En dan kunnen we, vanaf het balkon van het flatgebouw, aanwijzen welke wegen we wel en niet willen begaan.

      • Avatar of mickeypotthoff

        mickeypotthoff 12:06 pm on November 5, 2010 Permalink | Log in to Reply

        Wat een prachtmetafoor weet je te gebruiken om dit zo complexe onderwerp een beetje te duiden. Hoewel ik het misschien wel eens ben met een van de voorgaande reacties dat literatuurwetenschap een gebouw heeft meerdere verdiepingen is jouw beeldspraak ook zeer bruikbaar. Buiten de metaforen om komen er goed uitgedachte punten naar voren over het wetenschaps discours die mij dan weer aan het denken zetten hierover. Vooral een van je laatste alinea’s waarin je aangeeft buiten dat discours te zijn gegaan spreek me erg aan.

    • Avatar of nadja

      nadja 1:59 pm on November 8, 2010 Permalink | Log in to Reply

      Hoi Floris,

      heel mooi essay en hele mooie metafoor. Het doet mij een beetje denken aan een vraag die mij tijdens het schrijven van mijn stukje bezighield. Waarom zijn het twee gebouwen. Om literatuur te begrijpen is natuurlijk theorie nodig, Dat geldt ook als je literatuur als wetenschap wil bestuderen. Je moet toch bepaalde regels hebben om de literatuur binnen het wetenschappelijke kader te plaatsen. En om literatuur op deze manier te bestuderen moet je denk ik een weg door beide gebouwen vinden. Om misschien ook een metafoor in die richting te gebruiken: ik denk dat je de twee gebouwen door bruggen met elkaar moet verbinden om minder verdwaald te raken.

      Groetjes, Nadja

  • Avatar of FlorisPieterse

    FlorisPieterse 3:00 pm on October 23, 2010 Permalink | Log in to leave a Comment
    Tags: ,   

    http://www.islandmag.com/96/review.html

     
  • Avatar of FlorisPieterse

    FlorisPieterse 5:18 pm on October 16, 2010 Permalink | Log in to leave a Comment
    Tags:   

    An élite consisting of some of the most active, energetic, enterprising and discipline members of the society emigrates abroad and assimilates the culture and historical experiences of the most advanced countries of the West, without however losing the most essential characteristics of its own nationality, that is to say without breaking its sentimental and historical links with its own people. Having thus performed its intellectual apprenticeship it returns to its own country and compels the people to an enforced awakening, skipping historical stages in the process.

    Gramsci
     
  • Avatar of FlorisPieterse

    FlorisPieterse 12:18 am on October 16, 2010 Permalink | Log in to leave a Comment
    Tags:   

    De grens van de literatuur 

    Waarom kon ik toch geen genoegen nemen met een beroep als timmerman of loodgieter? Wanneer een timmerman ergens voor wordt ingehuurd weet hij precies welke dienst hij moet uitvoeren en voor wie hij deze dienst uitvoert. Binnen de literatuurwetenschappen zijn wij er nog niet eens uit of we überhaupt iemand van dienst zijn met onze dubieuze vaardigheden. Het is vooral de kwestie van invloed waar mijn aandacht naar uitgaat. In de volgende tekst zal ik aan de hand van Death of a Discipline van Gayatri Chakravorty Spivak een aantal vragen stellen met betrekking tot het bereik van de invloed van literatuurwetenschappen (als die er in de eerste plaats al is).

    In haar tekst beargumenteert Spivak haar voorstel om de disciplines ‘Area Studies’ en ‘Comparative Literature’ samen te voegen met als doel het proces van vertalen te perfectioneren en zo wederzijds begrip tussen verscheidene culturen te bevorderen. Er zijn twee angsten die als logisch gevolg hiervan binnen ‘Comparative Literature’ opduiken. Ten eerste is er de ‘disciplinary fear’ (20) en ten tweede de ‘fear of the loss of quality control’(21). In een poging zich te verdedigen doet Spivak een beroep op een literaire analyse van een segment uit de roman Waiting for the Barbarians van de Zuid-Afrikaanse auteur J.M. Coetzee.

    Mijn interesse hier ligt niet zozeer in de analyse zelf als het feit dat Spivak juist een literaire analyse gebruikt om haar argument over te brengen. De analyse van Spivak voldoet eigenlijk volkomen aan de normen van onderzoek binnen de literatuurwetenschap en lijkt zelfs een beetje basaal in haar gebruik van het personage ‘the Magistrate’ (22) als symbool staande voor ‘the characteristics of empire’ (22) en het barbaarse meisje als de ‘barbarian other’ (23). Is hier niet sprake van een enigszins incestueuze of op zijn minst eigenaardige logica? Spivak lijkt juist gebruik te maken van de discipline die ze aan het bekritiseren is. En nog belangrijker: ze gebruikt een enkele interpretatie van een enkele roman als argument voor het aanbrengen van een behoorlijk significante verandering in een universitaire discipline. Het verschil in schaal hier is iets dat aan me blijft knagen. Ik ben me wel bewust dat deze analyse niet Spivak’s hoofdargument uitmaakt maar ze gebruikt het toch als enige tegenargument voor twee heel logische klachten over haar voorstel.

    Maar het is toch het idee van “schaal” wat hier centraal staat. Spivak’s voorstel maakt het vrijwel “ongepast” om literatuur op het niveau van een individuele ervaring te analyseren. De literatuurwetenschapper moet volgens haar immers altijd het gewicht van een culturele verantwoordelijkheid met zich meedragen. Ik vraag mij af hoe dit de vertaling van Nederlandse boeken zou beïnvloeden. Zou een cultureel verantwoorde Amerikaanse vertaling van Harry Mulisch of Willem Frederik Hermans enige invloed hebben op hoe de Nederlandse cultuur door Amerikanen gezien wordt? Misschien is dit een ongepast voorbeeld omdat het over twee (relatief) welvarende landen gaat en Spivak wil immers vooral de kloof tussen arme en rijke landen verkleinen.

    Laat mij een hypothetisch scenario schetsen: de gehele mensheid wordt over een half uur vernietigd. Er is ruimte voor vier mensen in de bunker. Vijf mensen staan kandidaat: een timmerman, een dokter, een kok, een schrijver en een literatuurwetenschapper. Wie blijft achter? De literatuurwetenschapper. Waarom? Omdat hij uit zichzelf niets kan creëren. Zijn rol in de maatschappij (die na onze hypothetische Apocalyps niet meer bestaat) is puur reactionair. Dit staat in ieder geval vast. Wat voor invloed wij als literatuurwetenschappers ook hebben vloeit voort uit het werk van anderen, net zoals Spivak Coetzee nodig heeft om haar punt te maken. Maakt dit ons niet volkomen parasitair? Vallen wij zelf ook ten prooi aan een incestueuze vorm van logica?

    Om heel eerlijk te zijn maakt het idee dat de literatuurwetenschapper een politieke last op zijn schouders moet nemen me een beetje bang en dit komt zeker niet door mijn eigen neiging om verantwoordelijkheid uit de weg te gaan. Het ligt niet alleen aan de onzekerheden binnen de discipline zelf maar ook de chaotische aard van de literatuur als onderzoeksobject. Literatuur komt voort uit specifieke individuen, dus hoe verstandig is het om een roman tot meetellend onderdeel in de identiteitsvorming van een hele cultuur te maken?

     
    • Avatar of daneshvar

      daneshvar 1:16 am on October 16, 2010 Permalink | Log in to Reply

      Floris,
      Ik wil reageren op twee punten uit je essay. Ten eerste schrijf je dat de rol van de literatuurwetenschapper reactionair is en je vergelijkt hem met een parasiet. Ik ben het met je eens wanneer je zegt dat wij onze kennis constant op voorgaande kennis baseren, maar bij mij houdt dit niet op bij de literatuurwetenschapper. Ik ben van mening dat dit geldig is bij alle vormen van kennis. Zelfs mensen die constant beweren met iets nieuws te zijn gekomen, kunnen gekoppeld worden aan eerdere vormen van kennis (denk aan Heidegger en zijn claim dat sinds de presocraten de filosofie en de wetenschap niet is veranderd). De timmerman, de dokter, de kok en de schrijver baseren hun kennis ook op voorgaande vormen van kennis, alleen doen zij misschien alsof ze met iets nieuws komen. Dit brengt me bij mijn tweede punt. Doordat deze vier mensen doen alsof ze een vaste waarde/nut hebben voor de maatschappij, en de literatuurwetenschapper nooit zijn nut kan hard maken, is de literatuurwetenschapper nuttiger dan de anderen. Het nut van de literatuurwetenschapper zit in het feit dat hij geen vaste nut heeft. Laat ik dit duidelijk maken door jouw voorbeeld verder te trekken: wat heb je aan een timmerman als er niks getimmerd hoeft te worden? Wat heb je aan een dokter als iedereen gezond is. Wat heb je aan een kok als niemand honger heeft. Deze zinsconstructie kan je niet toepassen op de literatuurwetenschapper en daar ligt het nut van deze wetenschapper dan ook.

      • Avatar of lara

        lara 2:14 am on October 16, 2010 Permalink | Log in to Reply

        Een literatuurwetenschapper kan hopelijk toch ook gewoon koken en timmeren? En wat heb je eigenlijk aan een kok als je in een bunker vastzit? Een kok heeft toch eten nodig om te creeeren? Een timmerman heeft toch materiaal nodig, en een arts zijn spullen en medicijnen? Die literatuurwetenschapper en schrijver kunnen tenminste nog met literatuur de bunker-sleur te lijf, en de rest zal ze daar erg dankbaar voor zijn.

        • Avatar of daneshvar

          daneshvar 5:51 pm on October 16, 2010 Permalink | Log in to Reply

          Ik bedoelde met mijn voorbeeld (eigenlijk die van Floris) niet dat een kok letterlijk in een bunker een maaltijd klaar moet maken, maar dat nuttigheid van een bepaalde discipline meestal beoordeeld wordt aan de hand van een vaststaand doel. Disciplines zoals geneeskunde, rechten en in het algemeen bijvoorbeeld de natuurwetenschappen hebben meestal één bepaald en vaststaand doel voor ogen. Hun studieobject is dan ook erg duidelijk. Hierdoor LIJKT het alsof ze meer nut hebben voor de maatschappij, aangezien hun doel makkelijk over te brengen en te verdedigen is. De literatuurwetenschapper heeft deze luxe niet. Hij kan niet zijn doelstelling en zijn nut voor de maatschappij aan de massa geheel duidelijk maken, tenminste niet zoals een arts dat bijvoorbeeld kan. Dit komt omdat een literatuurwetenschapper geen vast doel heeft en zijn studieobject nooit hetzelfde is. Zelfs op de vraag wat is literatuur? zal je van iedereen een verschillend antwoord krijgen. Mijn claim is de literatuurwetenschapper zijn nut juist uit verkrijgt uit het feit dat hij geen vaste nuttigheid of doelstelling kan aanwijzen voor zichzelf. Het nut van een literatuurwetenschapper voor een maatschappij, is hierdoor niet statisch, maar dynamisch en kan met de samenleving mee veranderen. Hierdoor is de literatuurwetenschapper niet afhankelijk van zijn nut of van zijn studieobject. Als er niks getimmerd hoeft te worden verliest een timmerman niet alleen zijn nut, maar ook zijn functie en misschien ook zijn identiteit (als timmerman zijnde). Dit zal de literatuurwetenschapper niet overkomen, aangezien hij niet geheel afhankelijk is van zijn functie.

          • Avatar of Jeroen

            Jeroen 1:45 pm on October 18, 2010 Permalink | Log in to Reply

            ‘Mijn claim is de literatuurwetenschapper zijn nut juist uit verkrijgt uit het feit dat hij geen vaste nuttigheid of doelstelling kan aanwijzen voor zichzelf. Het nut van een literatuurwetenschapper voor een maatschappij, is hierdoor niet statisch, maar dynamisch en kan met de samenleving mee veranderen.’

            Ik zou hier verder op willen gaan en stellen dat dit argument ook de stelling over het gevaar van de politieke belasting op de literatuurwetenschap. neutraliseert. Juist omdat het nut van de literatuurwetenschap zo moeilijk te definiëren is, ontsnapt het aan het gevaar van politieke belasting, en zal het Spivak’s plannen niet in de war schoppen.

            In het kort komt het erop neer dat de literatuurwetenschap politieke invloed zal hebben als dat een keer zo uitkomt doordat het structureel werk levert dat politiek van nut kan zijn (en des te sterker als het Spivak’s ideeën uitvoert volgens haar), niet omdat het vanuit een specifieke politieke opdracht werkt of op bestelling. Het is te ondefinieerbaar om voor één politiek karretje te spannen, en zal zich dus nooit laten vangen en in een keurslijf laten dwingen.

            • Avatar of jorisbrakkee

              jorisbrakkee 2:16 pm on October 19, 2010 Permalink

              Als de literatuurwetenschapper zijn nut ‘juist verkrijgt uit het feit dat hij geen vaste nuttigheid of doelstelling kan aanwijzen voor zichzelf’ (daneshvar) dan heeft hij in mijn ogen nog steeds geen nut. Dat hij niet ‘afhankelijk’ is van zijn nut of studieobject en dus langer een functie zal houden dan de timmerman, maakt hem niet nuttiger, alleen maar lastiger om van hem af te komen. Als een timmerman niets te timmeren heeft zal hij een ander beroep moeten zoeken, de literatuurwetenschapper heeft altijd wel wat te onderzoeken zeg je, dus die zal altijd een beroep hebben. Joehoe voor ons, we hebben altijd een beroep. Maar wie wil er ons voor betalen? Iemand die wel degelijk een nut wil zien. Zolang wij dat niet kunnen aanwijzen zitten we dus zonder baan en zonder functie (en dus ook zonder identiteit?). Het feit dat we geen nut kunnen aanwijzen voor onszelf lijkt me dus geen reden van juichen, maar een reden om heel hard op zoek te gaan naar een nut.

    • Avatar of jasperdonkers

      jasperdonkers 12:57 pm on October 20, 2010 Permalink | Log in to Reply

      Ik begrijp wat je bedoel Joris, ook al denk ik dat je @daneshvar zijn claim iets te letterlijk neemt. Wat hij volgens mij probeert te zeggen heb je er in eerste instantie goed uitgehaald. Het nut van de literatuurwetenschapper laat zich niet definiëren in een letterlijk te omschrijven ‘nut’ aan de hand van zijn studieobject, zoals de meer praktische beroepen dit wel toelaten.

      Het probleem zit denk ik in het verschil tussen ‘nut’ en onze ‘maatschappelijke functie’ of ‘ toekomstig beroep’. De literatuurwetenschapper heeft inderdaad geen vast beroep of functie binnen de maatschappij waar zij aanspraak op kan maken, behalve misschien een baan aan de universiteit zelf voor de uitverkorenen onder ons. Dit zegt echter niet perse dat zij geen nut heeft. Het nut van de literatuurwetenschapper is, juist door de dynamiek, een reactionair nut. Ons object van studie is constant in verandering en dus zullen wij, en het nut van onze taken altijd in verandering blijven. Ik denk dat het nut van onze studie dus inderdaad ligt in de beweging. Het is een ‘dynamisch nut’ dat zich aanpast aan de altijd blijvende dynamiek van datgene wat wij bestuderen. Een studie en een taak zonder eindresultaat. De timmerman kan zich verheugen over het einde van zijn timmerproject, wij kunnen ons verheugen omdat ons project nooit af is en dat het denken nooit eindig is of zal zijn.

      Een flinke vaste maandloon is inderdaad geen zekerheid, maar dat hoeft volgens mij niks te zeggen over onze identiteit of het plezier wat we hebben aan onze reactionaire houding ten opzichte van de wereld.

    • Avatar of myrthe

      myrthe 12:21 pm on October 21, 2010 Permalink | Log in to Reply

      Op intellectuele wijze reflecteren op wat er zich zowel buiten als binnen de bunker afspeelt is ook heel belangrijk dat ben ik met Lara eens.Leve de literatuurwetenschap en dood aan de praktijk…toch?
      Floris, ik begrijp je angst om als literatuurwetenschapper achter te blijven in het praktisch nut van de maatschappij, of zoals in college aangehaald werd dat Heideggers visie is dat je moet accepteren dat de wetenschap op zich een grote drijfzand toestand is.
      Zoals hierboven gesteld is de literatuur een vak wat altijd in beweging is, net als de maatschappij zelf. Daarnaast neemt de literatuur in al zijn facetten een groot deel van onze samenleving in beslag, kijk om je heen, het is echt overal. Ik denk dat wanneer je je deze vraag stelt je mogelijk een bewustzijn en een drive creeert om zingeving te zoeken in je werk!

      • Avatar of mickeypotthoff

        mickeypotthoff 2:54 pm on November 5, 2010 Permalink | Log in to Reply

        Hoewel je een goed essay geschreven hebt denk ik dat je de situatie wat te negatief inschat, literatuurwetenschappers zijn niet immers alleen maar parasieten die alleen maar andermans kennis gebruiken maar voegen aan die kennis iets toe waardoor voorgaande kennsi weer verandert. De metafoor over het ruimteschip kan ik inkomen maar is misschien ook wat pessimistisch.

  • Avatar of FlorisPieterse

    FlorisPieterse 4:50 pm on October 9, 2010 Permalink | Log in to leave a Comment
    Tags:   

     
  • Avatar of FlorisPieterse

    FlorisPieterse 5:25 pm on October 2, 2010 Permalink | Log in to leave a Comment
    Tags:   

    One of the innumerable jokes: a man of forty-two, adjoined to the thirteen-year-old boy’s existence and tormented by it still. Perhaps it’s just as it was at the ballgame. He’s dying to break out. He’s dying to get away from his mother, he’s dying to go off with his father, and all he can do is vomit his heart out.

    (Philip Roth The Dying Animal 91)
     
  • Avatar of FlorisPieterse

    FlorisPieterse 3:02 pm on September 25, 2010 Permalink | Log in to leave a Comment
    Tags:   

    The two wills must confront one another, ready for battle. All faculties of will and thought, all strengths of the heart and all skills of the body, must be unfolded through battle, heightened in battle, and preserved as battle.

    479 Heidegger
     
  • Avatar of FlorisPieterse

    FlorisPieterse 5:23 pm on September 11, 2010 Permalink | Log in to leave a Comment
    Tags:   

    Floris Pieterse: ‘In the field of science he who is devoted solely to the work at hand has personality. And this holds not only for the field of science; we know of no great artist who has ever done anything but serve his work and only his work.’
     
c
compose new post
j
next post/next comment
k
previous post/previous comment
r
reply
e
edit
o
show/hide comments
t
go to top
l
go to login
h
show/hide help
esc
cancel