Verdwaald in het literair niemandsland
De afgelopen week was ik in gesprek met een hbo-student die, nadat ik haar verteld had welke studie ik volgde, bewust of onbewust een zeer rake opmerking over de literatuurwetenschap maakte. Ze zei dat het bestuderen van literatuur niets voor haar zou zijn omdat ze door de overvloed van beschikbare teksten uiteindelijk zou “verdwalen”. Het is het idee van verdwalen dat ik in dit korte essay wil bespreken. Hoe kunnen wij verdwalen in onze discipline? En hoe proberen we dit te voorkomen? Is het wel mogelijk om niet te verdwalen als je uiteindelijke bestemming altijd onduidelijk is?
Laat ik beginnen met een visuele metafoor die bovenal mijn persoonlijke ervaring als student tot nu toe uitbeeldt Een zwerver (de literatuurwetenschapper) staat tussen twee flatgebouwen in. Op het ene flatgebouw staat een bord met het woord ‘theorie’ en op het andere een bord met het woord ‘literatuur’. Ik beeld de literatuurwetenschapper als zwerver uit omdat alhoewel hij vrije toegang heeft tot allebei de gebouwen, hij in geen van beiden woont. Voor het beoefenen van zijn discipline neemt de literatuurwetenschapper uit ieder gebouw datgene wat hij denkt nodig te hebben en keert terug naar zijn plaats op straat om aan het werk te gaan.
De eerste vraag die gesteld moet worden is: waarom zijn er überhaupt twee aparte gebouwen? In The Practice of Everyday Life geeft Michel de Certeau commentaar op de discursieve tweedeling van theorie en praktijk en identificeert kunst als ‘a kind of knowledge that operates outside the enlightened discourse which it lacks.’ (66). De Certeau geeft kritiek op het proces op discursieve uitsluiting als universalistisch “trucje”, maar lijkt er zelf ook met moeite aan te ontkomen wanneer hij literatuur beschrijft als ‘a repertory of these practices that have no technological copyright’ (70). Alles wat echt betekenisvol is neemt volgens De Certeau misschien wel plaats buiten het discursieve, maar dit maakt het discursieve toch niet meteen tot iets negatiefs? Dat wat betekenisvol is wordt uiteindelijk toch wel geproduceerd door middel van deze discursieve uitsluiting? Is de discursieve uitsluiting dan niet gewoon een proces dat gebruikt wordt bij duidelijk gebrek aan beter? Waarom zijn er twee gebouwen? Omdat één gebouw te groot zou zijn en de zwerver erin zou verdwalen.
Maar hoe weet de zwerver eigenlijk waar hij naar moet zoeken in de gebouwen? Gaat hij met een voorbedacht plan naar binnen of pakt hij willekeurig wat hij maar pakken kan? En welke van de twee methodes levert het beste resultaat op? Literaire vaardigheid wordt door De Certeau duidelijk gedefinieerd als een “kennis die niet erkend wordt als kennis” en alleen op onbewust niveau wordt ervaren als kennis ‘there is knowledge, but it is unconscious; reciprocally, it is the unconscious that knows.’ (71). Ten eerste moet aangeduid worden dat De Certeau tijdens zijn betoog een beroep doet op de Freudiaanse psychoanalyse die vandaag de dag toch bekend staat als beruchte pseudo-wetenschap. Ten tweede, als de literatuur doordrenkt is met “verborgen kennis”, is het dan niet de logische taak van de literatuurwetenschapper om deze kennis in kaart te brengen met behulp van de middelen waarmee de twee bovengenoemde gebouwen hem voorzien? Om een concreet voorbeeld te geven: voor het schrijven van dit essay gebruik ik de tekst van De Certeau die afkomstig is uit een bepaald discours en pas die toe op mijn ervaring als student literatuurwetenschappen in de afgelopen tweeënhalf jaar, oftewel: het soort non-discursieve kennis die de literatuur volgens De Certeau hoort te bezitten.
En wat kan ik hieruit concluderen? Ik heb mij buiten het traditionele discours gewaagd en alles lijkt nog vager dan voorheen. Ik sta op straat tussen de twee flatgebouwen zonder enig idee waar ik heen moet of waarom ik erheen zou moeten. Ik ben verdwaald, maar dat is volgens De Certeau juist de bedoeling. Uiteindelijk zal ik een richting moeten kiezen, niet om daar te gaan wonen, maar om te nemen wat ik nodig heb en daarna verder te gaan.
lanabroekaert 12:20 pm on October 30, 2010 Permalink | Log in to Reply
He Floris,
ik vind dat je een mooie metafoor hebt gevonden, al zie ik het meer als een overlapping van de twee discoursen, en niet zozeer dat je er echt tussenin staat. Jij besluit jouw betoog met: “Uiteindelijk zal ik een richting moeten kiezen, niet om daar te gaan wonen, maar om te nemen wat ik nodig heb en daarna verder te gaan”. Ik denk dat bij deze keuze de know-how die de Certeau introduceert van belang is. Door oefening en herhaling van onderhandelingen tussen beide discoursen, leert iemand over deze know-how beschikken. En zodra je hierover beschikt, zal de keuze die je maakt goed zijn (zo heb ik het opgevat). Dus de weg die jij aflegt tijdens je studie is een vorm van deze oefening en herhaling, waarmee je klaargestoomd wordt met een portie know-how om op jouw manier een bijdrage te leveren aan de literatuur.
Léonie 1:34 pm on October 30, 2010 Permalink | Log in to Reply
Ha Floris,
Mooi essay. Ik vraag me echter een paar dingen af:
-Ten eerste, waarom is verdwalen tussen literaire teksten, dus bij Literatuurwetenschap, gemakkelijker dan bij andere studies? Als we bijvoorbeeld naar de studie Geschiedenis kijken, is de kans om te verdwalen daar dan niet even groot? En bij Geneeskunde? Scheikunde? Natuurkunde? Psychologie? Al deze studies moeten gebruik maken van teksten, theorieën, stoffen, praktijken, aannnames. Waarom zou dat bij ons lastiger zijn dan bij andere studies?
-Ten tweede vraag ik mij af waarom je een zo sterke grens tussen ‘literatuur’ en ‘theorie’ ziet. Je zei bijvoorbeeld tijdens college dat je Elisabeth Costello niet ‘als roman’ kon lezen, maar misschien gemakkelijker als ‘theoretische tekst’. Maar: wat is dat, iets lezen als een roman? Misschien ben ik naïef of wat dat betreft een slechte literatuurwetenschapper (haha), maar als ik lees, dan… ‘lees’ ik. Ik kan me net zo makkelijk met theorie identificeren bij een theoretische tekst, als bij een roman. Maar misschien hebben het we hier over verschillende manieren van identificeren: ik vind “de persoon” hierbij namelijk niet zo belangrijk, maar “het idee” (ik kan me daarom ook makkelijker identificeren met een tekst van Nietzsche dan een chicklit over een jonge vrouw in Amsterdam, terwijl ik qua personage meer gelijkenissen (nu ja, ik hoop het niet, maar even voor de vorm) met de tweede tekst). Begrijp je? Hoe denk jij daarobver?
Léonie
FlorisPieterse 11:25 pm on November 1, 2010 Permalink | Log in to Reply
Hé Leonie,
- Ik denk dat literatuurwetenschap verschilt van de andere studies die je noemt in het feit dat wij literatuurwetenschappers enkel en alleen teksten bestuderen. Geneeskunde, scheikunde, natuurkunde en psychologie hebben ieder één of andere fysieke manifestatie om hun theorieen op lost te laten (natuurlijke verschijnselen, het menselijk lichaam, het gedrag van patïenten etc.)
- De narratologische trucjes die Coetzee uithaalde maakten het lezen van Elizabeth Costello een erg desorïenterende ervaring voor mij, maar dat heeft niet zozeer met identificatie te maken. Net zoals jij kan ik me ook met een theoretische tekst net zoveel identificeren als een roman. Maar voor mij moet een roman mij op meer niveau’s aanspreken dan een theoretische tekst. Bij een roman moet in mijn mening altijd enige ‘suspension of disbelief’ aanwezig zijn en het feit dat Coetzee actief die ‘suspension of disbelief’ probeert te vermijden maakt Elizabeth Costello voor mij tot de uitzondering die de regel bevestigt. Waarom zou Coetzee anders zulke trucjes gebruiken als hij er niet van uitging dat mensen zijn roman op een bepaalde manier zouden lezen?
yvonne 2:45 pm on October 30, 2010 Permalink | Log in to Reply
Hoi Floris,
Jouw essay deed me aan de tekst van Jaspers denken, pagina’s 39/40:
‘Perhaps the student never had been quite clear about what he wanted, what he was doing. At any rate, he becomes disillusioned, confused. He ceases striving and loses himself in blind alleys. [...] If he is lucky, the individual student makes his own way, a way that leads to development and purpose, guided only by his personal intuition. Ultimately, he who does not know where he is going goes the farthest.’
Je schrijft: ‘Ik heb mij buiten het discours gewaagd en alles lijkt nog vager dan voorheen.’ Correct me if I’m wrong, maar ik proef daar een negatieve waardering in. Ik zie het juist als een fantastische mogelijkheid om je eigen route te bepalen, daar ligt de vrijheid om je eigen ding te doen. Beter dan opgesloten te zitten in een van de twee flatgebouwen: dat lijkt veiliger, maar daarvoor geef je wel een deel van je vrijheid op.
Mijn vraag aan jou: blijf je (als literatuurwetenschapper) altijd zwerver, of zie je dat als voorbehouden aan de periode van student? Of om in jouw metafoor te blijven: ga je bijvoorbeeld ooit een huis bouwen tussen de flats?
FlorisPieterse 11:41 pm on November 1, 2010 Permalink | Log in to Reply
Ik denk dat ik misschien iets te melancholiek overkwam in het laatste gedeelte van mijn essay. Om heel eerlijk te zijn zie ik het niet als iets negatiefs of positiefs. Het is simpelweg wat het is en wat ervan gemaakt wordt ligt aan het individu.
Maar om je vraag te beantwoorden: Hoe meer ik over dit onderwerp nadenk, hoe meer ik eigenlijk tot de conclusie kom dat specialisatie de meest wenselijke optie is. Dus ja: ik zie de periode als student vooral als een kans om het landschap van de literatuur goed te verkennen zodat je uiteindelijk een gechikte plaats voor jezelf kan vinden. Natuurlijk betekent dit niet dat je gebieden buiten je specialisatie uit moet sluiten, maar het hoofdpunt blijft dat je moet vermijden een “Jack of all trades / Master of none” te worden. Je moet jezelf niet te dun uitsmeren.
merelsijbrant 6:02 pm on October 31, 2010 Permalink | Log in to Reply
Hai Floris,
Jouw metafoor doet mij gelijk denken aan de tekst die wij eerder van de Certeau lazen: ‘Walking the City’ (toch?). Ik denk dat Léonie een goed punt aandraagd: misschien is het niet meer de bedoeling om theorie en literatuur zo scherp gescheiden te blijven zien. Volgens mij was dat ook het idee waar Certeau zich tegen af zette: je hoeft niet altijd alles maar in afzonderlijke hokjes (of cirkeltjes of discoursen) in te delen. Je kunt ook (zoals hij in het eerdere (lees: eerder gelezen) artikel deed) de stadsindeling als een literair werk benaderen. Je komt dan tot heel andere inzichten. Ik moet eerlijk bekennen dat ik geen idee heb hoe je daaraan moet beginnen (ook ik ben netjes geïndoctrineerd met het ‘Foucault for President’- complex). Misschien moeten we allereerst is jouw twee gebouwen met de grond gelijk te maken (dan halen we de inhoud er eerst even uit) en dan een leuk tentenkampje te bouwen waar Sjakie Theorie en Henkie Praktijk willekeurig naast elkaar liggen. Vervolgens gaan we kijken welke combinaties we dan treffen zonder ze in hun oorspronkelijke hokjes te plaatsen.
Waarneer beginnen we?
Merel.
thomasvangrol 9:40 am on November 1, 2010 Permalink | Log in to Reply
Ik vraag me af: zou je wel de inhoud uit de twee gebouwen kunnen halen zonder dat je er schade aandoet? Ik denk het niet, en ze met de grond gelijk maken lijkt me ook geen goed idee. Het lijkt mij een beter idee om een nieuwe flat te bouwen, juist er tussenin, zodat het uiteindelijk één geheel wordt. Dus ik pleit toch, in tegenstelling tot Floris, om liever te verdwalen in een flat, dan buiten de flat.
Oftewel: Met één groot gebouw van Literatuur, praktijk en theorie verdwaal je misschien, maar je komt ook in kamers die je anders waarschijnlijk niet had ontdekt. En je zit droog en warm. Ik ben er dan ook helemaal voor om een vak zoals Creatief Schrijven te geven op de UvA, omdat ik denk dat het heel veel inzicht kan bieden in theorie, maar ook in literatuur.
Rowan 3:15 pm on November 1, 2010 Permalink | Log in to Reply
Hee Floris,
Wat een apart interessant metafoor, om ons studenten als zwervers te zien. Zoekend tot wat we willen worden. Qua dat aspect vind ik het woord zwerver er prima bij passen, verdwalend in een stad met geen thuis. Maar ik heb echter ook deels ‘n probleem met het woord zwerver, omdat een zwerver alles probeert om te overleven, constant op zoek naar eten .. Bedoel je met dit gedeelte dan zoiets als dat wij, als studenten, constant op zoek zijn naar theorieën, nieuwe informatie, het zoeken naar oplossingen binnen de gevonden problemen? Ik denk dat ik meer kan vinden in het woord nomaden, of backpackers.. we zijn aan het reizen in het land van de filosofie, van de literatuur, van de theorie. We ‘snuiven de cultuur op’ binnen verschillende studies (doordat we ondere andere keuzenvakken en minors volgen). Als student zijnde denk ik dat je nog bezig bent met het vinden/creëren van je ‘roeping’, je ‘einddoel’. Je bent nog niet klaar om te ‘settelen’ binnen een studie of zelfs groter in de maatschappij.
Anne van der Klift 7:56 pm on November 1, 2010 Permalink | Log in to Reply
Ik denk dat Floris dat niet zo bewust heeft overwogen, die nood aan theorie en literatuur om te overleven. Maar op jouw reactie vraag ik me af: wanneer zijn wij ‘klaar’? Zijn we ooit ‘af’? Ik denk niet dat iemand de illusie heeft dat we ooit af zijn. Ik denk dat we altijd moeten blijven (uit)bouwen aan ons huisje en dat we dat vooral niet moeten vergeten. Wellicht zijn we als student dan inderdaad meer op zoek naar de locatie van ons ‘huis’, zodat we het kunnen combineren met de andere waarden in ons leven. Nou, wat een metaforen toch, haha!
FlorisPieterse 8:16 pm on November 3, 2010 Permalink | Log in to Reply
Rowan,
“Alles proberen om te overleven en constant op zoek naar eten” heeft geen betrekking op studenten? Echt? Ik weet niet hoe het met jou zit, maar het bedrag op mijn bankrekening kan mij niet bepaald wekelijkse etentjes bij Chez Pierre garanderen.
Maar even serieus, ik doelde met de term “zwerver” vooral op “iemand die zwerft” dus als je beter kan slapen door daar “nomade” of “backpacker” van te maken moet je dat vooral doen. Het leek me alleen een passende term met betrekking tot de twee flatgebouwen.
Ik denk overigens ook niet echt dat wij ooit “af” zijn op de ideale manier. Ik denk wel dat we op een gegeven moment een keuze moeten maken, of we er nu klaar voor zijn of niet. Er zal altijd wel een gevoel van twijfel of het incomplete aanwezig zijn, ik denk niet dat daar aan te ontkomen valt.
Rowan 9:43 pm on November 5, 2010 Permalink | Log in to Reply
Ik kan me vinden in het idee dat we eigenlijk allemaal nooit ‘af’ zijn. We kunnen er inderdaad zoals je zegt niet aan ontkomen om wel keuzes te maken, al zouden we soms het gevoel hebben dat we er niet klaar voor zijn.
Ik begrijp dat je iemand bedoelt die zwerft, maar toch vind ik nomade/backpacker dan inderdaad prettiger. Misschien kan ik met deze kleine verandering dan beter slapen ;)
margareth 11:10 pm on November 2, 2010 Permalink | Log in to Reply
Mooi Floris hoe je hier met taal speelt, ik houd persoonlijk van metaforen. Die kunnen zoveel meer uit drukken dan ’gewone’ taal. Ik vind de term zwerver nog niet zo gek; de literatuurwetenschapper als een soort van globetrotter, die verschillende rollen aanneemt (methoden) om inzicht te verwerven uit de cultuur (uitgedrukt in de vorm van een tekst cq literatuur). Juist die methodiek als ondersteuning is essentieel in een wereld die vandaag de dag nog complexer en groter lijkt. Is de mens ook niet een soort van zwerver? De zoekende mens die richting probeert te geven aan zijn leven? Die ook over de wereld zwerft en misschien niet altijd zoekt naar 1 plekje maar juist geniet van de afwisseling en vrijheid die het zwerven biedt?
FlorisPieterse 8:37 pm on November 3, 2010 Permalink | Log in to Reply
Hallo Margareth,
Om mijn metafoor meteen op het leven in het algemeen te gaan toepassen is misschien een beetje voorbarig. Terwijl ik als student wel op zoek ben naar een soort doel of uiteindelijke bestemming die op dit moment onzeker is, stuiven ik mijn hele leven al af op een bestemming die zeer duidelijk, maar niet bepaald wenselijk is.
Misschien een beetje lugubere manier om het te stellen, maar ik wil wel duidelijk maken dat mijn studentenervaring niet bepaald overeenkomt met mijn ervaring van het leven in het algemeen.
yvonne 9:34 pm on November 3, 2010 Permalink | Log in to Reply
Hoi Floris,
Ik probeer om de metaforen heen te gaan, want die dingen gaan een eigen leven leiden.
Je schreef in jouw reactie van 1 november al meer tot de conclusie te zijn gekomen dat specialisatie de meest wenselijke optie is en je klinkt vrij uitgesproken wanneer je schrijft dat je moet vermijden een “Jack of all trades / Master of none” te worden, oftewel ‘Je moet jezelf niet te dun uitsmeren.
Hoe zie je in dat kader de beweging binnen de universitaire wereld en subsidie-verstrekkende instanties om de nadruk te gaan leggen op interdisciplinair onderzoek? Zie je jezelf (t.z.t.) aan een tweede studie beginnen, om binnen jouw specialisatie voordeel te halen uit een Master of Two. Als we naar onze docenten bij de bachelor LWS kijken zien we bijna bij velen dat zij een andere studie dan LWS als voorgeschiedenis hebben: we hebben bijvoorbeeld Engels, 2 x Frans, 2 x Filosofie – denk ik. (Wie meer biedt, kan roepen). Is dat in jouw ogen een voordeel of juist niet/een toevalligheid?
FlorisPieterse 10:43 pm on November 3, 2010 Permalink | Log in to Reply
Hé Yvonne,
Laat me duidelijk zijn: ik zie de studententijd zelf (of in ieder geval het merendeel ervan) niet als een periode waarin gespecialiseerd moet worden. De student moet juist goed kunnen rondkijken en verkennen zodat hij later een geïnformeerd besluit kan nemen met betrekking tot zijn specialisatie en als dat mensen ertoe leidt een tweede studie te volgen, zo zij het.
Dit zijn natuurlijk allemaal individuele besluiten en af en toe moet men buiten de universiteit of de oplleiding stappen voor inspiratie (denk aan Besser en zijn tropicalisme-onderzoek). Er zijn voor- en nadelen aan lang door blijven studeren en wie ben ik om die allemaal over één kam te scheren?
nikkidekker 10:42 pm on November 3, 2010 Permalink | Log in to Reply
“Dat wat betekenisvol is wordt uiteindelijk toch wel geproduceerd door middel van deze discursieve uitsluiting?”
Hoewel ik de metafoor van de zwerver en de twee gebouwen niet al te sterk vindt (ik denk wel zeker dat de literatuurwetenschapper zijn eigen huis heeft; het huis van de literatuurwetenschap, en dat dat wellicht uit verschillende verdiepingen bestaat, maar dat allemaal terzijde) en het ook niet echt eens ben met je stelling dat we ons moeten specialiseren/een bepaalde richting moeten kiezen en op moeten gaan (ik denk dat als ik iets geleerd heb van deze studie, het wel is dat plannen machteloos zijn tegenover het lot, de kansen en de domme dingen die we zelf doen) wil ik wel even zeggen dat ik bovenstaand citaat een geweldige gedachte vind. Zo had ik er zelf nog niet over gedacht; als er geen theorie was, kon de kunst niet theorieloos zijn, en misschien betekende kunst dan ook wel minder. Bravo! Ik ga er nog eens wat meer over nadenken.
maartje 1:17 pm on November 4, 2010 Permalink | Log in to Reply
Hey Floris,
Te gek gezegd! Wat mijn eerste gedachte was na het lezen van je tekst is of er niet inderdaad altijd 1 gebouw is, omdat vaak literatuur en theorie samenkomen? Dit suggereer jij ook enigszins, maar vervolgens meld je dat je er dan in verdwaalt. Wat een mooi ideaal zou zijn en om het nog wat ingewikkelder te maken: zou je dat ene gebouw niet kunnen opsplitsen in verschillende [overlappende] discoursen? Hierdoor creeer je een orde binnen de door jou beschreven chaos. Ook is daarin de mogeiljheid tot praktijk te vinden omdat de discoursen binnen het gebouw overlappen en daar zit volgens de Certeau de praktijk. Hoe denk je hierover?
gr.
clau 6:24 pm on November 4, 2010 Permalink | Log in to Reply
Hoi Floris,
Echt een mooie metafoor, zowel die van de flatgebouwen als ook die van de literatuurwetenschapper als zwerver. Juist jouw vraag of je eigenlijk wel kunt verdwalen wanneer je geen doel hebt raakt me. Als je een doel hebt dan kun je de weg kwijt raken, maar wanneer je zonder bestemming zomaar wat ronddwaalt dan is de weg zelf kwijt. Als literatuurwetenschapper zou je dan kunnen stellen dat de weg de volgende instantie is die dood moet worden verklaard. Of dat de weg simpelweg ophoudt te bestaan.
Over de opmerking van de hbo-studente: ik vraag me af of je in literatuur überhaupt kunt verdwalen. Misschien wel, maar dan niet meer dan in het ‘gewone leven’. Volgens Barthes staat de wereld vol met tekens die we interpreteren en waar we betekenis aan toe kennen. Leven is eigenlijk ook een manier van lezen, van de tekens om ons heen interpreteren en er betekenis aan te geven.
En is het niet ook zo dat een zwever niet nergens thuis is, maar overal? Dat hij in staat is om zijn eigen plek te creëren, maar ook niet bang is om verder te gaan, te zoeken, te dwalen?
simonevs 10:01 pm on November 4, 2010 Permalink | Log in to Reply
Ha Floris,
Uit jouw essay citeer ik: ‘Het is het idee van verdwalen dat ik in dit korte essay wil bespreken. Hoe kunnen wij verdwalen in onze discipline? En hoe proberen we dit te voorkomen? Is het wel mogelijk om niet te verdwalen als je uiteindelijke bestemming altijd onduidelijk is?’
Ik stel er tegenover:
Is het wel mogelijk om te verdwalen als je geen uiteindelijke bestemming hebt? Hoe kun je immers verdwalen als je geen bestemming hebt? Dan is elk pad en elke weg die je inslaat toch een evenwaardige optie? Je bent niet op zoek naar een eindbestemming dus kun je ook niet verkeerd terecht komen.
Zodoende staan er geen twee fysiek afgebakende gebouwen voor de literatuurwetenschapper (de zwerver), maar alleen één grote brij van informatie, theorieën, ideeën en ficties (met het internet als materiële vertaling hiervan). Of het beter is geen idee, toch stemt het hoopvol dat iemand zonder bestemming ook niet verdwalen kan..
ellenswart 11:15 am on November 5, 2010 Permalink | Log in to Reply
Ik vind het zo grappig dat je deze metaforen van flatgebouwen hebt gekozen Floris, omdat dit me zo ontzettend doet denken aan die andere tekst van de Certeau (die Merel ook al even aanhaalde), die we bij inleiding cultuuranalyse hebben gelezen.. Daar stond het idee centraal dat als je overzicht hebt, je niet kunt handelen en als je handelt, je geen overzicht hebt.
“Voor het beoefenen van zijn discipline neemt de literatuurwetenschapper uit ieder gebouw datgene wat hij denkt nodig te hebben en keert terug naar zijn plaats op straat om aan het werk te gaan.”
Hier zeg je het eigenlijk al: de literatuurwetenschapper kan nou eenmaal niet aan het werk gaan met alleen maar de theorie of alleen maar de praktijk. Het is altijd een samenwerking en dus lijkt het mij dat die notie van verdwalen ook onontkoombaar is. Het samenwerken moet op straat gebeuren; daar waar je geen overzicht hebt.. Maar misschien kunnen we er met de tijd wel beter in worden de paden te herkennen. En dan kunnen we, vanaf het balkon van het flatgebouw, aanwijzen welke wegen we wel en niet willen begaan.
mickeypotthoff 12:06 pm on November 5, 2010 Permalink | Log in to Reply
Wat een prachtmetafoor weet je te gebruiken om dit zo complexe onderwerp een beetje te duiden. Hoewel ik het misschien wel eens ben met een van de voorgaande reacties dat literatuurwetenschap een gebouw heeft meerdere verdiepingen is jouw beeldspraak ook zeer bruikbaar. Buiten de metaforen om komen er goed uitgedachte punten naar voren over het wetenschaps discours die mij dan weer aan het denken zetten hierover. Vooral een van je laatste alinea’s waarin je aangeeft buiten dat discours te zijn gegaan spreek me erg aan.
nadja 1:59 pm on November 8, 2010 Permalink | Log in to Reply
Hoi Floris,
heel mooi essay en hele mooie metafoor. Het doet mij een beetje denken aan een vraag die mij tijdens het schrijven van mijn stukje bezighield. Waarom zijn het twee gebouwen. Om literatuur te begrijpen is natuurlijk theorie nodig, Dat geldt ook als je literatuur als wetenschap wil bestuderen. Je moet toch bepaalde regels hebben om de literatuur binnen het wetenschappelijke kader te plaatsen. En om literatuur op deze manier te bestuderen moet je denk ik een weg door beide gebouwen vinden. Om misschien ook een metafoor in die richting te gebruiken: ik denk dat je de twee gebouwen door bruggen met elkaar moet verbinden om minder verdwaald te raken.
Groetjes, Nadja