“The distinction no longer refers essentially to the traditional binominal set of “Theory”and “Practice”, specified by a further distinction between “speculation” aimed at deciphering the book of the cosmos and concrete ‘applications’; rather the distinction concerns two operations, one discursive (in and through language) and the other without discourse.” (p65) “This ‘cognitive operation’ is supposed not to be accompanied by that self-consciousness that would give mastery through reduplication or internal ‘reflection’. Between practice and theory it occupies a ‘third position’, no longer discurive but primitive. It is secluded, originary, like a ‘source’of something that will later differentiate and elucidate itself.”(p 70)
Michel de Certeau “The practice of everyday life”
Updates from marleen RSS Toggle Comment Threads | Keyboard Shortcuts
-
marleen
-
marleen
“The richness, diversity and vitality of the traditions of black preaching and black music stand in strong contrast with the paucity, even poverty, of black literate intellectual production. There simply have been no black literate intellectuals who have mastered their craft commensurate with the achievements of luis armstong, Charlie Parker or Rev. Manuel Scott – just as there are no black literate intellectuals today comparable to Miles Davis, Sarah Vaughan or Rev. Gardner Taylor. This is not so because there have been or are no first-rate, black literate intellectuals today but rather because without strong institutional channels to sustain traditions, great achievement is impossible”
Cornell West -
marleen
De Macht van Taal
Wanneer je in het van Dale woordenboek het woord discipline opzoekt, worden er twee betekenissen gegeven. De eerste betekenis van ‘discipline’ is ‘een regime van strenge gedragsregels; tucht’, de tweede betekenis is ‘ studierichting, wetenschap’. Nu zal je op het eerste gezicht wellicht zeggen dat dit twee geheel verschillende betekenissen zijn en verbaasd zijn over de zo verschillende connotaties met het woord discipline. Maar als we de beide betekenissen nader bekijken, lijken we in de kern op dezelfde praktijk uit te komen; de disciplinerende praktijk. Een praktijk die in handen is van en gebaseerd is op de taal.
De eerste betekenis van discipline is een regime van strenge gedragsregels; tucht, oftewel een tuchtschool. Het woord jeugdgevangenis is in 1901 vervangen door het woord tuchtschool met de volgende definitie: “Eene inrichting waar een gedurende betrekkelijk korten tijd van zijn vrijheid beroofd kind onder voortdurend toezicht en leiding door gestrenge tucht, als onderdeel eener menschkundige, aan den persoon en de omstandigheden zich aanpassende opvoeding, tot het besef der noodzakelijkheid van onderwerping aan de zedelijke en maatschappelijke orde moet worden gebracht”. De school in Dead Poets Society lijkt, mijns inziens, geheel aan deze definitie te voldoen Vooral ‘het besef der noodzakelijk van onderwerping aan de maatschappelijke orde’ lijkt bij de overgebleven studenten aan het einde van de film te zijn doordrongen. Hoewel er nog een kleine revolte (staan op de bureaus) ontstaat om de ontslagen Keating te salueren, zijn de studenten doordrongen van het feit dat ze zich moeten onderwerpen. Deze onderwerping komt het meest duidelijk naar voren in het feit dat ze allen hun handtekening onder het contract zetten, waarin ze Keating beschuldigen. Interessant vind ik hieraan dat de onderwerping uiteindelijk door middel van taal gebeurd. De taal van het contract creëert de gewenste werkelijkheid. Keating wordt uitgesloten, de studenten weer ingesloten.
De tweede betekenis van ‘discipline’ is studierichting, wetenschap. Zoals het woord studierichting al aangeeft is dit ook in zekere zin een inrichting, een gebied dat is ingericht om specifieke dingen te leren. Ook in dit gebied bestaan gedragscodes, is er toezicht en leiding en worden de volgelingen (in dit geval studenten en geen kinderen) opgeleid om op een succesvolle manier mee te doen aan de maatschappelijke orde. Dit gebeurt weliswaar niet door middel van ‘gestrenge tucht’ maar door middel van taal. Specifieke taal die bij de discipline hoort; vaktaal. Ook de taal van een discipline (studierichting) creëert uitsluiting en insluiting. Foucault betoogt dat uitspraken de kaders bepalen van wetenschappelijke discoursen, ze bepalen zogezegd wat er buiten en binnen valt. Binnen een discipline moet je in ‘the true’ zijn, zoals Foucault schrijft. Taal is het middel om in ‘the true’ te komen. Nu betoogt Keating eigenlijk hetzelfde in Dead Poets Society, wanneer hij de literatuur als discipline aandraagt om te leren leven, te zijn. Andermans taal (Whitman, Faulkner) zou de jongens moeten omvormen tot kritische (?) mensen. In werkelijkheid lijken ze slechts te herhalen wat Keating heeft ingezet. Een orde van dode dichters, die insluit en uitsluit.
Taal is de bestaanvoorwaarde van discipline en disciplinering, in beide betekenissen. Zonder taal geen fundament waarop men kan baseren wie naar de tuchtschool moet; zonder taal geen mogelijkheid tot uitsluiten en insluiten; zonder taal geen afgebakende discipline, geen studierichting. Taal is macht. In dit licht lijkt Spivak een krachtig ideaal na te streven, waarbij er meerdere talen toegankelijk moeten worden, meer talen geleerd moeten worden om zo meer begrip en gelijkheid te creëren tussen culturen. Maar, evenals het kennisideaal van globalisering en in het bijzonder van internet (voor iedereen toegang tot kennis) bestaat er juist een groot gevaar van sterke ongelijkheid. Want wie leren deze talen? De universitair geschoolde mensen, zij hebben toegang tot andere culturen, zij kunnen ‘vertalen’, zij hebben de taal in handen, zij kunnen de regels bepalen. Hoe humanistisch het idee van wederzijds begrip door middel van taal van Spivak ook is, in praktijk is deze wederkerigheid onmogelijk. Ik heb meer mogelijkheid Shona (een dialect in Zimbabwe) te leren aan de universiteit, dan dat een Zimbabwaan mogelijkheid heeft Fries te leren. Ik krijg wellicht een ingang in de Zimbabwaanse cultuur door mijn kennis van Shona, maar dit creëert nog geen reciprociteit. Een Zimbabwaan zonder kennis van mijn taal heeft weinig ingang in mijn cultuur. Ik krijg meer mogelijkheid de kaders te bepalen, om in te sluiten en uit te sluiten. Ik kan disciplinerend optreden. Ik heb immers meerdere talen in handen.
In plaats van het ideaal van Spivak na te streven met dien verstande dat het nooit werkelijkheid zou kunnen worden en in praktijk nog meer ongelijkheid creëert, zou Spivak haar ideaal wellicht moeten herformuleren tot een meer realistisch humanistische visie.
-
marleen
“For it is, after all, these relations between original and translation which are most expressive of the relations of one nation to another, and which should be evaluated and known above all for the benefit of the dominant general weltliteratur”
Goethe pag. 6 -
marleen
‘In short, we may suspect that there is in all societies, with great consistency a kind of gradation among discourses: those which are said in in the ordinary course of days and exchanges (…) and those which give rise to a certain new number of speech-acts which take them up, transform them or speak of them, in short those discourses which, over and above their formulation, are said indefinitely, remain said and are to be said again. We know them in our own cultural system: they are religious or juridical texts, but also those texts which are called ‘literary’; and to a certain extent, scientific texts.”
Michel foucault, the order of discourse (56) -
marleen
‘The ultimate possible attitudes toward life are irreconcilable, and hence their struggle can never brought to a final conclusion. Thus it is necessary to make a decisive choice’
maartje 2:23 pm on October 27, 2010 Permalink | Log in to Reply
Hey hoi Marleen! (zie je de grap?)
Ondanks dat je punt betreffende discipline en disciplinering zeer gevat wordt geformuleerd, was ik toch benieuwd hoe je vervolgens komt op het gegeven dat taal macht is, vanuit het gegeven dat taal een mogelijkheid tot in en uitsluiting te weeg brengt. (het brengt tenslotte ook insluiting te weeg)
En wat betreft je centrale punt: Wanneer Spivak het realistisch humanisme zou aanhangen, zal ze dan nog niet enkel vanuit het westerse perspectief handelen, omdat deze classificeringen afkomstig zijn en gebasseerd zijn op westerse idealen?
Gr.
liespeeters 5:33 pm on October 27, 2010 Permalink | Log in to Reply
Hoi Marleen,
Interessant voorbeeld van een dialect in Zimbabwe. Dit is ook gelijk een van de punten waar ik moeite mee heb bij Spivak. Ze gaat uit van een zeer selecte groep intelligente mensen. (een ander essay ging hier ook over). Het creeert inderdaad een ongelijkheid. Toch vraag ik me af hoe deze ongelijkheid kan worden opgelost met een realistisch humanistische visie.
En maartje, het idee wat jij hebt over dit westerse perspectief komt dichtbij wat ik als commentaar heb gegeven bij het essay van Britt over Wereldliteratuur; dat spivak en andere literatuurwetenschappers dicht in de buurt komen van het idee van orientalisme van Edward Said. Het beeld wat het westen heeft van andere culturen wordt gebaseerd op het beeld wat het westen van zichzelf heeft.
Groetjes
Lies
rene 10:06 pm on November 3, 2010 Permalink | Log in to Reply
Hoi,
Wat voor kaders zou jij bepalen voor de Zimbabwaan, zodra je hun taal beheerst? Ik ben het ook niet eens met de notie dat taal macht is. Daarom zie ik ook niet waarom universitair geschoolde mensen de regels kunnen bepalen zodra ze meerdere talen spreken. Een andere cultuur ‘kennen’ betekent nog niet dat je er verandering in teweeg kan brengen.
Je schrijft, ‘Zonder taal geen fundament waarop men kan baseren wie naar de tuchtschool moet; zonder taal geen mogelijkheid tot uitsluiten en insluiten; zonder taal geen afgebakende discipline, geen studierichting’. Uiteraard, allemaal waar. Maar hieruit volgt niet dat taal macht is. Het doet mij aan als te makkelijk om taal als fundament van disciplinering te nemen. Natuurlijk, we zouden niet eens nadenken zonder taal.
Wat betreft de macht die de wetenschappelijke discoursen uitoefenen op onze werkelijkheid en de wereld, ben ik het eens. In dat geval is taal een belangrijke schakel in de machtsuitoefening.
mickeypotthoff 2:42 pm on November 5, 2010 Permalink | Log in to Reply
In tegenstelling tot de vorige reactie ben ik het er in zekere zin wel mee eens dat taal macht is. Taal als fundament van disciplinering is een punt wat controversieel is en waar zeker geen concencus over bestaat. wat mij betreft echter is discipline bijna niet mogelijk zonder taal
rebeccadrees 3:43 pm on November 5, 2010 Permalink | Log in to Reply
Taal is wel degelijk macht maar dan op een andere manier. Ik ben het met Mickey eens dat we taal als fundament van disciplinering kunnen zien. Maar we kunnen juist taal zien als de fundament van ons bewustzijn. Taal zal ons altijd wel opsluiten omdat we nooit aan dingen kunnen denken zonder woorden. Of beter we kunnen nooit begrip aan dingen geven zonder woorden eraan vast te binden. Dat we niet eens zouden nadenken zonder taal wil ik wel in twijfel trekken (wij dromen en denken voortdurend in beelden en geven hier later begrip aan in woorden). Zonder taal zou een discipline idd niet bestaan omdat er niets zou zijn als teksten en dergelijke om te bestuderen (samen met allerlei andere dingen). Taal is dus misschien niet het fundament van disciplinering perse maar van het menselijk communicatie met een ander en met de werkelijkheid. Taal is dus machtig omdat het ons manier van omgaan met werkelijk alles bepaalt maar is geen manipuleerbare macht die men uit de weg kan doen.