The black intellectual in Coetzee’s Elizabeth Costello
Cornel West beschrijft in zijn artikel ‘The dilemma of the Black Intellectual’ waarom de ‘black intellectual’ in getale achterblijft in verhouding tot de blanke intellectueel. Redenen hiervoor zijn dat het in de moderne tijden [hiermee bedoel ik 1985, toen het artikel uitkwam] lastiger was voor de ‘black student’ om serieus genomen te worden als potentiële wetenschapper of intellectueel. Ook staan de literaire subculturen, denk aan literaire tijdschriften, minder open voor ‘black writers’, omdat de politieke kwesties die spelen een scheiding en afstand hebben gecreëerd tussen de donkere en blanke intellectuelen. Bovendien staat het algemene intellectuele leven, mede vanwege de idealen van de politiek die meer richting rechts en conservatief leunen, in de Verenigde Staten vijandig tegenover donkere intellectuelen. Zodoende moet de donkere student met intellectuele ambities zwaar terugvallen op de eigen hulpmiddelen. Met eigen hulpmiddelen worden ‘zwarte’ instanties, tijdschriften enzovoort bedoeld. Dit is lastig want “…the black institutional support for such activity is in shambles.” (West p. 304).
De weg die een donkere jongeman of -vrouw moet afleggen om in de intellectuele kringen te worden opgenomen wordt bovendien bemoeilijkt doordat hij of zij zich op een overlappend punt bevindt van twee discoursen. Namelijk het discours van de Afro-Amerikaanse cultuur en het discours van de traditionele intellectuelen. De Afro-Amerikaanse cultuur staat argwanend tegenover de ‘black intellectual’. “The life of the mind is viewed as neither possessing intrinsic virtues nor harboring emancipatory possibilities – solely short term political gain and social status.” (West p. 305).
Als we West moeten geloven is het niet gek dat zij deze argwanende positie innemen, aangezien veel ‘black intellectuals’ voornamelijk aan materiële groei en cultureel aanzien proberen te winnen. In het discours van de traditionele (dus blanke) intellectueel is helaas nog altijd sprake van racisme, waardoor het lastig is voor de ‘black intellectual’ toe te treden.
Volgens West zal er dus een verandering in beide discoursen moeten plaatsvinden om deze situatie en de toekomst van de ‘black intellectual’ te veranderen. West stelt vervolgens vier modellen voor die de kwaliteit en kwantiteit van de black intellectual activity zouden kunnen vergroten; the bourgeois model, the Marxist model, the Foucaultian model en the insurgency model. Binnen alle vier de modellen staat de onderhandeling tussen beide discoursen centraal.
In Elizabeth Costello wordt een ontmoeting beschreven tussen Elizabeth en een collega-schrijver van haar, Emmanuel Egudu, op het cruiseship waar beide schrijvers aanwezig zijn om lezingen te geven.
Deze Emmanuel is van Nigeriaanse afkomst en ik lees in zijn personage een goed voorbeeld van ‘the black intellectual’ van West.
In zijn lezing over de Afrikaanse roman komt duidelijk naar voren dat Emmanuel zich ook bevindt op het punt van overlapping tussen twee discoursen, namelijk het discours van zijn Afrikaanse afkomst en die van de traditionele Westerse (in dit geval specifiek literaire) intellectueel. Ten eerste spreekt Emmanuel over ‘we’ wanneer hij het over het Afrikaanse volk heeft, hij representeert zodoende de Afrikaanse man. Hij noemt zijn publiek “wealthy folk, or at least comfortable”. Hiermee wordt de scheiding en de verschillen tussen de discoursen onderstreept. Vervolgens vertelt Emmanuel hoe hij functioneert in het andere discours. Volgens hem is hij gedwongen zijn vak in de Verenigde Staten uit te oefenen aangezien hij niet welkom is in eigen land: “…he is what is called a dissident intellectual, and dissident intellectuals must tread carefully, even in the new Nigeria.” (Coetzee p. 42).
Dit gebrek aan erkenning komt ook naar voren bij het geval van de schrijver Tutuola, waarover een vraag wordt gesteld aan Emmanuel. Tutuola was succesvol in het buitenland, maar niet in zijn thuisland Nigeria. Deze schrijver schreef zijn boeken in matig Engels, waardoor de hoogopgeleide Nigerianen niet met hem geïdentificeerd wilde worden. Juist door zijn speciale (exotische) gebruik van de Engelse taal hebben zijn boeken een waarde gekregen voor de buitenlandse markt. Hier is wederom te zien dat de Afrikaans-Amerikaanse gemeenschap wantrouwend staat tegenover de ‘black intellectual’, of tegenover iemand die een ‘black intellectual’ in wording is.
Aan de andere kant is het succes van de Afrikaanse schrijver in de Westerse landen veelal te danken aan de representatie van ‘het andere’, ‘het exotische’ in de boeken, waardoor zij als anders gezien blijven worden en nooit volledig tot het discours van de traditionele intellectueel zullen behoren.
Zo blijft deze tweestrijd waarin de ‘black intellectual’ zich bevindt, voortbestaan.
Dit is ook terug te zien in het feit dat Elizabeth Emmanuel juist bekritiseerd op het feit dat hij (en zijn mede Afrikaanse schrijvers) niet voor het eigen volk schrijven, maar voor de Westerse wereld, en zodoende beroep doen op hun exotische identiteit en zich bewust als ‘anders’ neerzetten. Je zou kunnen zeggen dat Elizabeth als traditionele intellectueel de Afrikaanse schrijvers verwerpt, omdat deze niet aan de criteria van de traditionele literatuur voldoen.
Bronnen:
Coetzee, J.M. Elizabeth Costello. , London: Vintage Books, 2004.
West, Cornel. ‘The Dilemma of the Black Intellectual’. In: Breaking Bread: Insurgent black
Intellectual Life. Cambridge: South End Press, 1991. p. 131-146.
jwhiah 5:51 pm on October 28, 2010 Permalink | Log in to Reply
Hoi Lana,
Ik denk dat de botsing tussen de figuur van Emmanuel en Elisabeth een verwijzing is van de manier waarop de Afrikaanse literatuur een problematische positie inneemt ten opzichte van de Westerse literatuur (en vice versa). Afrika wilt niet conformeren aan de manier waarop het Westen ze neerzet, ze willen zelf een eigen literaire traditie neerzetten? Maar door dit niet- reageren, wordt er toch gereageerd? (net als het afwezige vader complex dat wordt beschreven in de psychoanalyse) Het is voor mij een lastige zaak. Want je wilt niet altijd afgetekend worden ten opzicht van het andere, waardoor jijzelf het andere wordt. Maar die verhouding bestaat wel, en de problemen die hierdoor kunnen ontstaan, bestaan ook. Vooral als het in Afrika ontbreekt aan geldstromen om hun (jonge) schrijvers te financieren, om boeken uit te brengen.
De reactie die Elizabeth hierop geeft kan ook een ironische manier zijn waarop Coetzee naar het Afrikaanse literatuur versus de westerse literatuur debat kijkt. Waarin niet alleen Emmanuel een ‘typische’ positie inneemt, maar ook Elizabeth.
crispiness 10:22 pm on November 1, 2010 Permalink | Log in to Reply
Hoi Lana,
een scherpe analyse van de positie van Emmanuel binnen het Westerse schrijversdiscourse. Ik heb alleen moeite met je laatste alinea: ik kreeg juist het idee dat Elizabeth Emmanuel verwerpt als Afrikaanse schrijver om hij, in haar ogen, geen Afrikaanse schrijver is. Hij is een schrijver uit Nigeria die wel in de Westerse wereld aansluiting vindt, maar niet in de Afrikaanse wereld. Daarom lijkt ze op hem neer te kijken: net zoals een roman over vrouwen niet automatisch een vrouwenroman is, is een roman geschreven door iemand uit het Afrikaanse continent niet gelijk een Afrikaanse roman. Volgens mij verwijt ze Emmanuel dat hij zich wel als Afrikaanse auteur presenteert, maar eerder een Westerse auteur uit Afrika is.