‘All men are intellectuals’
Het bovenstaande citaat is van de Italiaanse filosoof Antonio Gramsci uit zijn tekst de The Intellectuals. Volgens Gramsci kan men spreken van ‘intellectueel’ maar daarentegen kan men niet spreken van een ‘niet-intellectueel’. Als er wordt gesproken over intellectuelen en niet-intellectuelen wijst men volgens Gramsci uitsluitend naar de sociale functie van de beroepsintellectuelen. Hiermee bedoelt hij de kant waar de professionele activiteit heen gaat; die van intellectuele of fysieke inspanning.[1]In The Intellectuals beweert Gramsci dat elke sociale groep een eigen ‘intellectueel’ heeft. Deze persoon neemt de sociale functie van intellectueel in groep in en heeft technische capaciteiten tot zijn beschikking; ‘he must be an organiser of masses of men, he must be an organiser of the confidence of investors in his business’. Deze persoon wordt ook wel ‘organische intellectueel’ genoemd. Ze geven de groep homogeniteit en maken de groep bewust van de economische, sociale en politiek functie. De nieuwe sociale groep die organische intellectueel leidt, wordt geconfronteerd met bestaande groepen die de ‘status-quo’ vertegenwoordigen. Kan er nog in de hedendaagse maatschappij nog wel worden gesproken van sociale groepen ?
Als we kijken naar het aspect van de ‘social group’ die Gramsci in zijn betoog meerdere malen noemt, lijkt de filosoof het te hebben over een sociale klasse. Hij heeft het over elke sociale groep ‘die een functie vervult op het gebied van economische productie’. Elke sociale groep heeft een intellectueel die de groep bewust maakt op sociale, politieke en economische gebieden. Toch is het moeilijk om concreet een sociale groep aan te wijzen. Een voorbeeld hiervan is de zwarte gemeenschap. In het college hadden we het over de ‘zwarte gemeenschap’, die in de tekst van Cornel West voorkwam, als sociale groep. Als we kijken naar de definitie die Gramsci gebruikt, is de zwarte gemeenschap geen sociale groep. De zwarte gemeenschap is niet per definitie een homogene groep mensen, die allemaal deel uit maken van de onderlaag van de samenleving en op economische gebied in hetzelfde parket zitten. Natuurlijk zijn er wel vergelijkingen tussen verschillende gekleurde mensen te trekken maar over het algemeen is huidskleur het enige wat overeenkomt.
In de tijd van de verzuiling kon er duidelijk worden gesproken van sociale groepen met ieder zijn eigen intellectuelen. Toch zijn we al ruime tijd voorbij deze ontwikkeling en leven we in een multiculturele en gemengd sociale samenleving. Nu zitten de kinderen van de zoon van de Turkse gastarbeider naast de zoon van de bankdirecteur. Kunnen we in de moderne samenleving nog spreken van sociale groepen met een eigen organische intellectueel ? De politieke partijen en hun stemmers kunnen we misschien als een sociale groep mensen zien maar ook hier is er geen sprake van een homogene klasse mensen. De groep die bijvoorbeeld op Geert Wilders stemmen kan niet worden gezien als een sociale groep. De stemmers bestaan uit intellectuelen, laaggeschoolden, jongeren, ouderen etc. Als hier het idee van discoursen van Foucault aan wordt gekoppeld, kan er worden gesproken van een overlapping in discoursen. Deze heterogene groep heeft een discours wat ze allemaal delen, de ideeën van Geert Wilders.
Kortom kunnen we zeggen dat het ideeën van Gramsci niet meer past in de hedendaagse maatschappij. Op papier lijken ze logisch voor een echte klassensamenleving maar in de moderne praktijk kan men niet meer spreken van sociale groepen. Waarom spreken we überhaupt van groepen in een moderne samenleving ? Elk individu hoort bij zoveel verschillende discoursen. Natuurlijk kunnen er altijd groepen worden gezien in een maatschappij; zigeuners, christenen, allochtonen, campers, hippies etc. Toch trekken deze groepen geen organische intellectuelen aan die de groep bewust maken van hun economische, sociale en politieke functie.
floork 9:24 pm on October 31, 2010 Permalink | Log in to Reply
Dat het lastig is om van een homogene sociale groep zoals jij die definieert aan te wijzen ben ik met je eens. Maar het valt me op dat je een aantal voorbeelden noemt die volgens mij niet helemaal met elkaar te vergelijken zijn. Zwarte, of allochtone intellectuelen hebben er niet voor gekozen om deel uit te maken van de sociale groep waar ze bij horen, terwijl hippies of christenen wel een bewuste keuze maken voor een bepaalde levensstijl waardoor ze in een sociale groep ingedeeld worden. Moet hier geen onderscheid in gemaakt worden?
jwhiah 11:11 pm on October 31, 2010 Permalink | Log in to Reply
Hoi Lies!
om nog verder door te gaan op Floor hierboven, wil ik eigenlijk aanvullend zeggen dat ik ook de mening deel dat er inderdaad geen homogene groepen bestaan. Maar is een groep ooit wél homogeen? Individuele verschillen blijven altijd tussen de verschillende groepsleden bestaan, maar dit betekent niet dat er geen (sociologische) factoren aan de grondslag staan van een bepaalde groep, of dat de leden binnen deze groep niet bepaalde kenmerken met elkaar delen. Ook het beleid van een rechtsstaat is op een bepaalde manier ingericht dat er beleid wordt gevoerd op groeperingen/ sociale groepen.
Je stelt ‘Waarom spreken we überhaupt van groepen in een moderne samenleving’?
Door slechts uit te gaan van het individuele ga je voorbij aan fenomenen die wel op een macro niveau te duiden zijn.
Rowan 2:16 pm on November 1, 2010 Permalink | Log in to Reply
Hee Lies!
Ik sluit me aan bij de bovenstaande reacties, dat volgens de definitie die jij stelt dat er geen homogene groepen bestaan. Maar ik vraag me af waarom we de samenleving in moeten delen in groepen? En als we het in groepen indelen er problemen ontstaan? Zoals in Coetzee’s boek ook naar voren komt in een passage van Elizabeth Costello, waarom moeten we kiezen, waarom zijn verschillen slecht en moeten we als gelijk worden gezien. We worden in hokjes gestopt, er wordt een label op ons geplakt, en afgezien van onze individuele eigenschappen worden we onder een noemer van een bepaalde groep gezet. Zoals zwarten, islamitische mensen, rappers enz. Floor heeft echter een goed punt, omdat het ook draait om een keuze. Zwarte mensen hebben er niet voor gekozen om zwart te zijn, maar kunnen er wel voor kiezen om als rappende christen door het leven te gaan.
Keuze en het indelen van groepen horen naar mijn mening bij elkaar, maar verschillen daarnaast ook zo veel van elkaar dat het een lastig vraagstuk blijft. Aan de ene kant willen christenen ook bestempeld worden als christenen, omdat ze ervoor hebben gekozen. Zwarten zijn bijvoorbeeld ook vaak er trots op om zwart te zijn, alhoewel ze er niet voor gekozen hebben. Het probleem wat dan echter naar boven komt is dat als zwarten of islamieten worden ingedeeld in groepen en er een label op wordt geplakt, ze direct worden bekritiseerd of zelfs (zoals de geschiedenis heeft laten zien) worden gediscrimineerd.
Ik denk dat het een combinatie blijft, we zijn een individu, maar horen altijd bij een groep. Wij zijn bijvoorbeeld studenten en Nederlanders. Maar daarnaast blijven we individuele eigenschappen hebben die kunnen afwijken van de overheersende groep.
Daphne Boutens 11:21 pm on November 11, 2010 Permalink | Log in to Reply
Rowan, die laatste paar zinnen maken precies duidelijk wat ik ook al dacht tijdens het lezen van dit essay en alle reacties erop. Aan de ene kant heb je dus de sociale klasse of groep waartoe je behoort, en aan de andere kant wil je niet dat er een label op je geplakt wordt, je gestereotypeerd of gediscrimineerd wordt.
We willen zelf graag bij een groep horen, omdat we dat fijn vinden. We zijn kudde dieren. Dan kies je ervoor naar de Katholieke kerk te gaan of je voelt je verbonden met je mede Nederlanders. Wat het tot een groep maakt, is dat iedereen in ieder geval 1 ding gemeen heeft. Katholiek zijn, of Nederlander, of allebei.
Daarnaast willen we ook als individu gezien en gekend worden. We zijn niet alleen Nederlander, we zijn nog veel meer. Die homogeniteit willen we dus eigenlijk helemaal niet. En die is er ook niet.
Anne van der Klift 7:24 pm on November 1, 2010 Permalink | Log in to Reply
Ik sluit me ook bij de bovenstaande reacties aan. Mensen in hokjes stoppen/in groepen indelen, het is een heel menselijke en natuurlijke gewoonte. Hoe spreek je anders over andere mensen. Hoe duid je studenten aan zonder ze ‘de studenten’ te noemen? Hoe kun je praten over immigranten als we ze niet allemaal in één groep kunnen indelen? We zijn het er dus over eens dat deze groepen wel moeten blijven bestaan, ook in de moderne samenleving.
Maar ik vraag me inderdaad af: is het ooit anders geweest? En wat zegt dit dan over Gramsci’s tekst? Dat hij het niet zo nauw nam met zijn idee van een sociale groep? Of dat het misschien verkeerd geïnterpreteerd wordt?
FlorisPieterse 12:25 am on November 2, 2010 Permalink | Log in to Reply
Hallo Lies,
Ik sluit me eveneens aan bij de bovenstaande reacties, maar denk dat je Gramsci’s identiteit als rechttoe rechtaan Marxist niet genoeg laat meetellen in je definitie van ‘sociale groepen’. Daarmee bedoel ik dat bij het Marxisme (of tenminste voor zover als ik het Marxisme begrijp) een sociale groep of klasse meer gedefinieerd wordt door het inkomen dan ras of religie. En als dit het geval is valt onze maatschappij zeker nog in te delen in groepen of categoriëen, cijfers liegen uiteindelijk niet. Alleen omdat ze geen wekelijkse vergaderingen rond een tafel houden betekent niet dat iedereen die voltijd minimumloon verdient niet tot dezelfde categorie behoort.
Het is wel zo dat hoe zwaar klasseverschillen meetellen erg verschilt per land of cultuur. Een goed voorbeel is Engeland, waar het klasseverschil toch nog erg merkbaar is (alhoewel het een eeuw geleden vanzelfsprekend een hoop erger was)
nikkidekker 2:30 pm on November 3, 2010 Permalink | Log in to Reply
Hallo Lies,
ik geloof dat je gelijk hebt dat geen enkele groep homogeen is, en ik geloof dat de andere reactoren (reacteuren? mensen die hebben gereageerd) gelijk hebben in hun stelling dat ‘hokjesdenken’ zowel menselijk als destructief is, en het leidt tot een wij-zij denken. Ik wil graag weer eens verwijzen naar Gloria Wekker (http://www.caleidoscopia.nl/page25.php);
“Hebben we het over klasse, tenslotte, dan dient opgemerkt te worden dat dit een categorie is die in het algemeen in de laatste jaren niet de aandacht gekregen heeft die noodzakelijk is. De samenleving bestaat uit verschillende klassen, -welk criterium men daarbij ook hanteert, opleiding, inkomen, afkomst of een combinatie van deze factoren – maar in weinig statistieken zien we die werkelijkheid terug.”
Ik ben het absoluut niet met je eens als je schrijft dat we ruime tijd voorbij de sociale groepen zijn, dat we ons in een gemengde sociale samenleving bevinden. Het is heel Nederlands om aan te nemen dat we geen verschillen zien, dat er bij ons geen klassen zijn, maar er zijn wel degelijk grote economische en statusverschillen tussen bepaalde groepen in de Nederlandse bevolking. Dat zowel hoger als lager opgeleiden op Wilders stemmen, maakt hun opleidingsniveau nog niet onbelangrijk. Ik heb hier al eerder over geschreven met betrekking tot zwart-wit denken, en veel mensen vinden dat ik binaire opposities vaststel, maar ik geloof echt dat de tijd nog niet daar is om voorbij te gaan aan zulke grote verschillen als de Nederlandse families die twee auto’s en een flatscreen hebben (die vaak ook al hun kinderen naar de HBO/universiteit sturen) en die waar beide ouders werken (als postbode en overblijfjuf) en de eindjes maar net aan elkaar kunnen knopen. Als je weet dat zulke verschillen in Nederland bestaan, kun je niet eerlijk zeggen dat sociale klassen geen rol meer spelen in de hedendaagse maatschappij.
jwhiah 6:40 pm on November 3, 2010 Permalink | Log in to Reply
1. P&P (praktijk en persoonlijk) Laatst had ik en gesprek met een bestuurslid van een bepaald overkoepelend studentenorgaan in de geesteswetenschappen. Het onderwerp van de studiefinanciering werd aangesneden. Haar claim was ‘wie heeft nou aanvullende studiefinanciering’. Kennelijk niemand in haar omgeving. ‘In wat voor omgeving bevind zij zich dan?’ Vroeg ik mij af. Ik ken namelijk genoeg studenten die een aanvullende beurs ontvangen en die ook aan de universiteit studeren. Dit kleine bewustzijnsverschil geeft toch al aan dat de persoon in kwestie zich in een bepaald segment bevind waar zij niet in aanmerking komt met studenten die een aanvullende studiebeurs nodig hebben. Dit klinkt pietluttig, maar ik was zo verbaasd door haar uitspraak.
2. Helaas hebben klassenverschillen in deze tijd ook vaak te maken met etnische- culturele verschillen. Als je kijkt naar het gemiddelde inkomen van een ‘witte wijk’ in Rotterdam en vergelijk dit maar eens met een wijk waar 60% (bv: delfshaven, afrikaanderwijk) geregistreerd staat als niet- westerse allochtoon. Vergelijk beide gemiddeldes eens met het algemeen gemiddelde van Rotterdam (waarvan 40% allochtoon is…). Je ziet een aanzienlijk verschil. Kijk je naar andere variabelen (sociaal economische status, mobiliteit, verloedering/ diefstal/ geweld/ aantal alleenstaanden/ drugshandel) in de wijken, dan zie je nog meer verschil!
Doe je dit ook in het onderwijssysteem, kijk je naar de kwaliteit van het onderwijs, dan zul je eenzelfde resultaat vinden. Ongelijkheid bestaat zeker, en is ook zeker niet altijd te reduceren tot etnische achtergrond, ook al geef ik hier weer voorbeelden van.
3. Het fameuze televisie programma Oh- OH Chersoooo.
P.S. Ik profileer mezelf nu echt als iemand die zich bezig houdt met dergelijke kwesties, maar dat komt vast omdat ik tussen bepaalde, verschillende discoursen sta… (culturele clash? clash van disciplines? je ne sais pas!)
nikkidekker 9:51 pm on November 3, 2010 Permalink | Log in to Reply
Hear, hear.
AudreyMussoni 8:23 pm on November 3, 2010 Permalink | Log in to Reply
Hoi Lies,
Om het ten eerste te hebben over de zwarte gemeenschap. Ik denk dat Cornel West, wanneer hij het heeft over “de zwarte gemeenschap”, hij het specifiek heeft over de afro-amerikaanse gemeenschap. Ik heb zelf een zwarte huidskleur, en naar mijn ervaring bestaat er in Nederland echt niet zoiets als één “zwarte gemeenschap”. Ik heb zelf een Afrikaanse achtergrond, en ik kom waarschijnlijk net zoveel of net zo min in contact met bijvoorbeeld een Surinamer (met een zwarte huidskleur) als elk ander persoon met een andere huidskleur. In Amerika zijn de meeste zwarte mensen afro-amerikaans, maar in Nederland hebben niet alle zwarte mensen dezelfde etnische of culturele achtergrond. Naar mijn idee is er dus überhaupt niet eens sprake van een “zwarte gemeenschap”, laat staan dat dit een homogene gemeenschap is. Vanuit deze gedachte, denk ik dat er al hélemaal niet van “een allochtone gemeenschap”gesproken kan worden.
Toch denk ik wel dat er sprake is van het concept “gemeenschap”. Met de tijd is iedereen dan wel meer individualistisch gaan leven, en zich gaan interesseren in meerdere en verschillende discoursen. Ik denk echter dat gemeenschappen er nogsteeds zijn, maar dat mensen zich steeds meer in meerdere gemeenschappen bevinden. Je kan christen én hippie én kampeerder zijn.
Vroeger waren gemeenschappen meer allesomvattend: Als je katholiek was had dat niet alleen betrekking op je geloofsovertuiging, maar ook op welke krant je las, welke radiozender je luisterde en naar welke televisieomroep je keek. Tegenwoordig is dat niet meer zo sterk. Het is niet meer zo dat iedereen in de katholieke gemeenschap ‘s avonds hetzelfde programma kijkt
Gemeenschappen bestaan er naar mijn idee dus nog wel, maar ze sluiten elkaar niet meer zo uit als vroeger.
Ilika Polderman 10:34 am on November 4, 2010 Permalink | Log in to Reply
Hoi Audry,
Ik vind het interessant dat je wijst op het verschil tussen de “zwarte” gemeenschap in Amerika en de “zwarte” gemeenschap (hoewel we het inderdaad niet zo kunnen noemen, zoals jij al betoogd.) in Nederland. Dat in Amerika mensen dezelfde achtergrond hebben heeft er door o.a. de media blijkbaar voor gezorgd dat wij in Nederland ook zo zijn gaan denken. In bijvoorbeeld Amerikaanse films wordt vaak gesproken over een “zwarte” gemeenschap. (Malibu’s most wanted, Undecover brother) waar “blanken” niet tussen passen. Maar dit geld niet gelijk voor Nederland. Het is goed dat we ons daar van bewust blijven.
maartje 1:42 pm on November 4, 2010 Permalink | Log in to Reply
Hey Lies,
Goed punt maak je. Toch zou ik er op willen reageren omdat mij enkele punten opvielen. Volgens jou is de vraag of er nog wel sociale groepen bestaan een zeer belangrijke vraag. Dit is zo inderdaad, maar de letterlijke vertaling van de eis van Gramsci ligt misschien ingewikkelder. Het bestaan van prolitariaat kan inderdaad in twijfel worden getrokken, maar ondanks dat was het enige wat ze volgens gramsci gemeen hadden de sociale, economische factoren. Dit wil echter niet zeggen dat alle groepen die niet gelijkmatig zijn in sociaal economische omstandigheden geen sociale groep meer zijn. Volgens mij doelde Gramsci slechts op het prolitariaat vanuit het Marxisme maar dit kan ook op andere groepen worden toegepast. Die toepassing geld echter volgens mij niet voor bijvoorbeeld subculturen. Het gaat hier namelijk om een macht die men wil verkregen. Wanneer de intellectueel opstaat is dat om de situatie te verbeteren van de groep/het prolitariaat. Net als wilders dat doet met zijn aanhangers. Het prolitariaat en zijn bestaan is verandert door populaire media en toegangsprincipes, dus dat onderscheid is verandert, maar dan nog is er sprake van een prolitariaat. Ze zijn alleen niet meer zo behoeftig voor een revolutie. Anderen wel, en de situatie die Gramsci schetst kan ook op deze groepen worden toegepast naar mijn idee. Wat denk jij?
liespeeters 4:00 pm on November 4, 2010 Permalink | Log in to Reply
Maartje, ik wilde inderdaad eerst een essay schrijven over de ”henk en ingrid”-groep waar Wilders het vaak over heeft. Hierbij wilde ik Wilders betrekken als organisch intellectueel van deze ”henk en ingrid”-groep. Toch heb ik dit niet gebruikt omdat ik het idee had dat Wilders-stemmers geen sociale groep zijn omdat het gaat om verschillende lagen in de bevolking. (zowel intellectuelen als ‘henken en ingrids’ stemmen op Wilders..toch denk ik dat de laatste groep groter is dan de eerste maar dit terzijde). Ik denk dus dat je de aanhangers van Wilders ziet als een sociale groep is dus verkeerd. Daarnaast heb ik niet het idee (als we uit gaan van Gramsci’s organische intellectueel) dat Wilders is opgestaan uit een discours van traditionele intellectuelen. Hij heeft zich aangepast aan de tijd. Volgens mij zei Wilders voor de aanslagen in New York nog ”er is niks mis met de Islam”.
jasperdonkers 6:30 pm on November 5, 2010 Permalink | Log in to Reply
Ik denk dat de discussie rond het bestaan of het niet-bestaan van sociale groepen een vrij vruchteloze discussie is. Homogeniteit is onmogelijk wanneer je bepaalde groepen mensen als sociale groep categoriseert. Een perfecte vorm van inductie is simpelweg onmogelijk, dit zegt echter niet dat zij onnodig is. Als wij iets over een bepaalde groep mensen willen zeggen, of informatie willen achterhalen over deze groep is de inductie nou eenmaal nodig. Zonder deze houvast in de categorisering van groepen is discussie en onderzoek moeilijk of zelfs onmogelijk. De term ‘sociale groep’ is daarom ontzettend breed, deze grote speling in betekenis is denk ik ook nodig willen wij iets zeggen. Wat mij betreft is de groep Wilders-stemmers dan ook bruikbaar als sociale groep om onderzoek naar te doen, onafhankelijk van de onderlinge verschillen die zij hebben in inkomen of culturele bagage.
sverest 10:56 pm on November 5, 2010 Permalink | Log in to Reply
Je zegt: “daarnaast heb ik niet het idee [...] dat Wilders is opgestaan uit een discours van traditionele intellectuelen.” Dat denk ik ook niet. Ik denk dat Wilders, in Gramsci’s woorden, een zogenoemde ‘organic intellectual’ is. Hij is altijd een beetje op de achtergrond gebleven en maakte toen opeens zichtbaar wat altijd onzichtbaar was geweest: de islam als bedreiging voor de Nederlandse staat (Ik ben het hier dus absoluut niet mee eens, maar zo zagen (en zien!) mensen Wilders wel, als degene die dat heeft durven uitspreken, zichtbaar heeft durven maken). Wilders heeft eigenlijk Gramsci’s ideeën in tegenovergestelde richting nagevolgd. Hij heeft zich hierin alleen niet afgezet tegen de massa, maar tegen de elite. Weg met de linkse hobby’s en zorgen voor Henk & Ingrid. Hij heeft dus gebroken met de traditie en probeert de band met ‘het gewone volk’ te verbeteren. Maar in wezen doet hij wel datgene dat Gramsci de ‘organic intellectual’ toeschrijft. Hij vindt zijn eigen identiteit: de eigen agenda, ideeën (oftewel: afzetten tegen moslims); maakt zichtbaar wat altijd onzichtbaar is geweest (moslims zijn een bedreiging voor Nederland) en ‘voegt’ die ideeën ‘toe’ aan de al heersende intellectuele traditie (de VVD begint nu ook al racistische neigingen te vertonen). In die zin zou ik Wilders dus als ‘organic intellectual’ willen bestempelen.
nadja 1:53 pm on November 8, 2010 Permalink | Log in to Reply
Hoi,
ik sluit mij ook aan bij de eerste reacties op jouw tekst. Mensen in groepen indelen is iets heel menselijks en hoe wil je inderdaad over een bepaald deel van de samenleving spreken. Je moet er op een of andere manier wel een labeltje opplakken. Daarnaast is er nog steeds spraken van discriminatie, dus zijn er groepen.
Aan de andere kant vraag ik mij ook af of in onze samenleving (daar gaan we al met de labeltjes) niet zoveel culturen al met elkaar verbonden en vermengd zijn, dat het in grepen indelen wel lastig is geworden. Ook in inze studie zijn zoveel studenten met een andere achtergrond dan de “gewone nederlandse” achtergrond. En deze kunnen toch wel weer nieuwe invloeden brengen. Andersheid of het buitenvallen uit een discours, dat is er toch altijd?
Groetjes, Nadja