De moraal van het verhaal; de ervaring van water in de alledaagse levenspraktijk
Het loopt niet altijd even lekker tussen mijn leven en mijn studie. Wanneer je jezelf bevindt op het grensgebied van activisme en academie, van schrijven en lezen, van creëren en analyseren, is het soms behoorlijk frustrerend om dag in dag uit ondergedompeld te worden in de literatuurwetenschap. Deze persoonlijke ergernissen schreef ik twee weken geleden hier van me af: ‘Literatuurwetenschappers zijn de mensen die passie zien, niet weten wat ze ermee aan moeten en er daarom maar op in gaan hakken’. Ik verwachtte dat mijn medestudenten verontwaardigd zouden zijn, boos zouden zijn, maar de negatieve reacties bleven uit. Elke reactie bleef uit. Ik hield een staking, helemaal in m’n eentje.
Ik stond in het andere discours, dat van de praktijk, waar ik riep ‘Wat kunnen we leren van literatuur? Niets! Niets! Literatuur moet je ervaren, literatuur moet je leven!’ Maar ik protesteerde vanuit het gebied dat de universiteit vreemd is, dat de geesteswetenschapper niet kan begrijpen, op een website die notabene De plaats van de literatuurwetenschapper heet. Geen wonder dat niemand op kwam dagen. Iedereen stond op een ander plein te praten over Facebook, dat mensen lui maakt en over het activisme, dat dood is, of lijkt. Ze zeiden: ‘Jammer dat ik er zelf ook aan mee doe’, ze zeiden: ‘Ik weet zeker dat er een dag komt dat ik iets met de kennis ga doen.’

San Francisco: Protest tegen de oorlog in Afghanistan
Ik weet dat niet zo zeker. Activisme is een praktijk, een know-how, een intuïtie, een praktijk, een oefenen, een doen. Het vloeit niet voort uit een vorm van kennis, maar uit een vorm van emotie. In zijn ethiek benadrukt Adorno het belang van de eerste spontane reactie op menselijk lijden – niet de logische redenering, niet het rationele oordeel of de utilistische afweging, maar het simpele emotionele antwoord op andermans lijden. Hij erkent de rol die kennis en rationele analyse in de moraliteit spelen, maar zegt dat pure rede simpelweg niet praktisch kan zijn. (Dews 204) Het enige wat praktisch is, is de spontane reactie: het is geen Kantiaans weten, dat als rationele how-to-do is opgebouwd uit premissen en imperatieven, maar een zintuiglijk, a priori weten: ‘They know it somewhere.’ (De Certeau 71) De spontante reactie onttrekt zich aan de afweging. Als je een mens ziet lijden, stelt Adorno, is de vraag of je hem moet helpen één vraag te veel. (Hartle) De enige juiste reactie op kwaad is zintuiglijk.

Parijs: Protest tegen de pensioenhervormingen, 21 oktober 2010.
De demonstratie is ook fysiek: men ervaart zowel het protest in haar eigen lichaam, als dat hij haar eigen lichaam inzet om het protest tot uiting te brengen. Wij leven echter in een maatschappij die (tot Adorno’s grote geluk) niet meer demonstreert. Moraliteit is veelal een kwestie van how-to-do geworden. Betekent dit dat we weer de straat op moeten? In tegendeel. Het protest is immers ook een situatie van uitzonderlijkheid, een spektakel – en de know-how is juist alledaags en praktiserend.
‘All men are intellectuals, one could therefore say; but not all men have in society the function of intellectuals’ schreef Gramsci. Hetzelfde geldt voor activisme: iedereen is een activist, maar niet iedereen heeft een activistische functie. De activistische functie wordt bekleed door de spandoekschilders en tomatenwerpers van deze wereld. De alledaagse activist onderscheidt zich hiervan, denkt ‘Ik maak me niet zo druk om dat soort dingen’ en gaat verder met de studie, het werk en de boodschappen. Wat zij zich echter niet beseft, is dat hij een activist is: elke handeling die zij doet heeft gevolgen voor zijn omgeving en is beïnvloed door haar eigen overtuigingen en instellingen. Het persoonlijke is politiek: van de dingen die je consumeert tot de kleren die je draagt tot de gesprekken die je met je vrienden voert tot de manier waarop je door de stad gaat: lopend, fietsend, met het ov of de auto – en belangrijker nog: hoe je door de stad gaat: blaf je tegenliggers af, gebruik je je fietsbel of verontschuldig je je voor iets dat misschien niet jouw fout was? Zoals David Foster Wallace in zijn bekende speech This is Water uiteenzet: goed leven ligt niet in de grote beslissingen, maar in de houding ten opzichte van de alledaagse wereld; The practice of everyday life.
“Learning how to think” really means learning how to exercise some control over how and what you think. It means being conscious and aware enough to choose what you pay attention to and to choose how you construct meaning from experience. (Wallace)
Moraliteit is overal; ook in de literatuurwetenschap. Als we de artikelen die we lezen (over de onderwaardering van ‘Andere’ literatuur, de positie van de ‘Zwarte’ intellectueel, het ‘Trucje’ van de geesteswetenschapper) alleen bezien vanuit het how-to-do van onze literatuurwetenschap, hebben we er als mens niets aan. Het is niet waar dat de literatuurwetenschapper geen passie kent, maar hij houdt zich er nog te ver van, durft geen rekenschap te geven van persoonlijke omstandigheden, emotionele overtuigingen en pre-academische intuïtie. Het grensgebied waarin wij ons begeven is geen conceptueel gegeven, maar een reële levenssitenliggers af, gebruik je je fietsbel of verontschuldig je je voor iets dat misschien niet jouw fout was? Zoals David Foster Wallace in zijn bekende speech This is Water uiteenzet: goed leven ligt niet in de grote beslissingen, maar in de houding ten opzichte van de alledaagse wereld; The practice of everyday life.
Referenties
De Certeau, Michel, The Practice of Everyday Life. Berkeley: University of California Press
Dews, Peter, The Idea of Evil. Oxford: Blackwell Publishing, 2008.
Gramsci, Antonio, The Intellectuals in Prison Notebooks of Antonio Gramsci.
Hartle, Johan, Adorno’s Concepts of Evil in collegereeks Het kwaad in de filosofie en literatuur, samenstelling Prof. Dr. Beate Roessler.
Hannah 3:11 pm on October 28, 2010 Permalink | Log in to Reply
He Nikki,
Interessant essay heb je geschreven (leuke foto’s ook trouwens!).
Ik zit wel met enige twijfel met je stelling over waar activisme vandaan komt:
“Activisme is een praktijk, een know-how, een intuïtie, een praktijk, een oefenen, een doen. Het vloeit niet voort uit een vorm van kennis, maar uit een vorm van emotie.”
Ik denk namelijk dat activisme wel degelijk voortvloeit uit kennis (en dan heb ik het niet over protest-acties als die 15.000 scholieren die in 2007 even lekker gingen rellen op het museumplein). Om daadwerkelijk als activist een serieus protest te leveren is een hoop kennis überhaupt nodig om je te raken, geemotioneerd te worden, zodat je vervolgens dat oude hoeslaken bekladdert met teksten als ‘I can’t believe we still have to protest this crap’.
Dit is misschien ook de reden waarom we in Nederland relatief weinig grote protesten zien, men beschikt niet (of wil hier simpelweg niet) genoeg over informatie om tot dit punt te komen. Als men bijvoorbeeld zich meer zou verdiepen in de kwestie rondom de klimaatverandering en tot inzicht zou komen door het opdoen van kennis dat oom Gore gelijk heeft en half Nederland over een paar decennia onder water loopt, hadden we misschien ook wel een protest-crisis zoals die zich afgelopen weken in Frankrijk heeft voorgedaan. Helaas mist men in Nederland de passie OM zich op die manier te verdiepen in kwesties en de nodige kennis op te doen OM te gaan protesteren.
Het is overigens jammer dat de literatuurwetenschapper, zoals jij hem beschrijft, zich distantieert van het uiten van passie want, zoals de Amerikaanse succes-guru Anthony Robbins verklaart, “passion is the genesis of genius”.
nikkidekker 6:07 pm on November 1, 2010 Permalink | Log in to Reply
Hallo Hannah,
dankje! Ik wilde er eens een echte blog post van maken met echte foto’s. Mooi citaat van jou, dat zal ik nog eens ergens op mijn badkamermuur schrijven.
In eerste instantie dacht ik dat wij het volledig met elkaar oneens zouden zijn; ik geloof namelijk helemaal niet dat activisme voortvloeit uit kennis, en ik denk dat Nederland ook zeker genoeg kennis heeft van de misstanden in de wereld. De film van Al Gore is hier toch ook gewoon alom bekend? We weten toch dat de zeeën worden leeggevist? Dat al onze spullen uit China komen? Dat Wilders een racistische hater is?
Maar toen las ik je zin “Helaas mist men in Nederland de passie OM zich op die manier te verdiepen in kwesties en de nodige kennis op te doen OM te gaan protesteren.” en begreep ik: wij zijn het helemaal eens. Nederland mist geen kennis, maar passie.
Spandoek maken? Doe maar gewoon, doe je al gek genoeg.
khnilka 3:55 pm on October 28, 2010 Permalink | Log in to Reply
Nikki, ik vind dit een inspirerend essay. Je hebt zeker een heel andere kijk op activisme dan ik.
“Activisme is een praktijk, een know-how, een intuïtie, een praktijk, een oefenen, een doen. Het vloeit niet voort uit een vorm van kennis, maar uit een vorm van emotie. In zijn ethiek benadrukt Adorno het belang van de eerste spontane reactie op menselijk lijden – niet de logische redenering, niet het rationele oordeel of de utilistische afweging, maar het simpele emotionele antwoord op andermans lijden.”
Maar zou dit niet alleen opgaan als je ook daadwerkelijk het lijden ziet? In het hier en nu. De impact van een gebeurtenis op afstand is toch niet hetzelfde, waardoor ook de emotie wegblijft of minder hefig is? Of mis ik nu het hele punt?
jwhiah 4:46 pm on October 28, 2010 Permalink | Log in to Reply
Mooi Essay Nikki!
Ik ben het sterk eens met Hannah eens dat kennis een sleutel is tot actie. Want hoe wordt het affect, de empathie bij mensen opgewekt, hoe creëer je betrokkenheid? Ik denk dat de literatuurwetenschapper hier een belangrijke plek inneemt, of zou moeten innemen.
Om nog verder te gaan op Khnilka. Ik denk dat niet alleen het daadwerkelijk getuigen zijn van lijden nodig is om over te gaan tot actie. Wellicht ben ik een pessimist, maar ik denk dat men vaak het lijden niet wilt aanschouwen. Heel praktisch gesproken: wie wilt er op vakantie gaan naar een land waar je dan lekker in je hotelletje vertoefd en een blokje om, daar vind je leed, pijn en armoede? Bovendien laat het nieuws ons genoeg beelden zien van (geobjectiveerde) medemensen die lijden. Natuurlijk zijn nuances hier op zijn plaats, maar ik probeer hier een punt mee duidelijk te maken. Door het lijden alleen wordt je niet verleid tot actie.
Hoe spijker je dan aan de weg om een bewustzijnsomslag te maken? Dat is inderdaad de praktijk. Maar de praktijk sluit de theorie voor mij niet uit.
daya 5:24 pm on October 29, 2010 Permalink | Log in to Reply
Ik vind eigenlijk dat jullie allemaal een beetje gelijk hebben. Nikki zegt dat emotie het belangrijkst is, en Hannah zegt dat kennis juist de trigger is. Ik denk dat beiden even belangrijk is, en dat absoluut, zoals Khnilka zegt, het getuigen zijn ook een belangrijk punt is. Een voorbeeld: het getuigen zijn van mensen die dood liggen te gaan op de straten in Calcutta, zonder dat iemand zich er ook maar iets van aan trekt, heeft mij wel aangezet tot zoeken naar organisaties die daar iets tegen doen, of in ieder geval de mensen daarbij helpen. Het blijkt dat er een Moeder Teresa huis zich gevestigd heeft in Calcutta, en zodra ik mijn bachelor gehaald heb en genoeg geld gespaard heb, ga ik naar India oa om vrijwilligerswerk te doen.
Natuurlijk snap ik jwhiah’s punt dat niet iedereen het lijden wil aanschouwen, maar in ieder geval bij de mensen die werken voor het Moeder Teresa huis (en bij mij) heeft het al geholpen, en dat is ongetwijfeld beter dan niets.
nikkidekker 6:14 pm on November 1, 2010 Permalink | Log in to Reply
khnilka, ik denk dat je een goed punt hebt: het lijden heeft inderdaad veel meer invloed als je het in real life ziet – maar dat betekent niet dat het beeld van lijdende mensen machteloos is; ook dat werkt in op je mogelijkheid tot empathie en (zou aan moeten) zet(ten) aan tot handelen.
jwiah, ik ben het met je eens dat veel mensen het lijden niet willen aanschouwen. Daarom heb ik in mijn essay ook geprobeerd de nadruk te leggen bij de mensen die niet lijden: zij moeten zich instellen op andermans gevoelens, meelevender worden, empathischer worden, hun best doen om eerlijk bij zichzelf te rade te gaan wat ze kunnen veranderen om de wereld beter te maken – ik denk dat dat activisme is.
Ik moet bij zowel het essay als mijn reacties erop natuurlijk wel aanmerken dat dit voor mij ook een leerproces is en dat ik zeker niet weet hoe het allemaal werkt of zou moeten werken. Maar dit is wel hoe ik er momenteel over denk.
Léonie 4:40 pm on October 28, 2010 Permalink | Log in to Reply
Ha Nikki,
Je schrijft onder andere:
“Ik verwachtte dat mijn medestudenten verontwaardigd zouden zijn, boos zouden zijn, maar de negatieve reacties bleven uit. Elke reactie bleef uit. Ik hield een staking, helemaal in m’n eentje.”
En:
“De activistische functie wordt bekleed door de spandoekschilders en tomatenwerpers van deze wereld. De alledaagse activist onderscheidt zich hiervan, denkt ‘Ik maak me niet zo druk om dat soort dingen’ en gaat verder met de studie, het werk en de boodschappen. Wat zij zich echter niet beseft, is dat hij een activist is: elke handeling die zij doet heeft gevolgen voor zijn omgeving en is beïnvloed door haar eigen overtuigingen en instellingen. Het persoonlijke is politiek: van de dingen die je consumeert tot de kleren die je draagt tot de gesprekken die je met je vrienden voert tot de manier waarop je door de stad gaat: lopend, fietsend, met het ov of de auto – en belangrijker nog: hoe je door de stad gaat: blaf je tegenliggers af, gebruik je je fietsbel of verontschuldig je je voor iets dat misschien niet jouw fout was?”
Ik begrijp niet helemaal wat je bedoelt. Enerzijds lijk je te pleiten voor een meer activistische houding, anderzijds lijkt het door je stelling “het persoonlijke is politiek” belangrijker te zijn hoe je iets doet, dan wat je doet. Zo zouden we activisme wel heel makkelijk kunnen vermommen onder een bepaald soort vorm, en wel, simpel gedrag dat niet gepaard gaat met keiharde actie (of “onalledaags activisme”). Pleit jij nu meer voor de eerste of voor de tweede houding? Totale devotie, of kleine, persoonlijker “know-how” als het ware?
Daarbij vraag ik me ook af, waarom je “de literatuurwetenschappers hier” zo duidelijk lijkt af te schrijven als mensen van louter de theorie. Of kun je je niet met theorie bezighouden en tegelijkertijd literatuur “ervaren”, waar jij voor pleit?
Ben benieuwd!
Léonie
nikkidekker 6:27 pm on November 1, 2010 Permalink | Log in to Reply
Hee Léonie,
zoals ik in mijn inleiding schrijf heb ik een beetje een haat-liefde-verhouding met mijn studie en het daaruit voortvloeiende beeld dat ik heb van De Ware Literatuurwetenschapper (natuurlijk compleet fictioneel, overdreven en gekleurd door mijn eigen vooroordelen van wat ik ben en niet wil zijn). Dat gezegd hebbende, geloof ik wel dat de literatuurwetenschapper binnen zijn discipline geen ruimte laat voor het ervaren en zich louter tot de theorie houdt. Het is mijn persoonlijke wens dat er binnen de discipline meer ruimte komt voor persoonlijkheid – niet noodzakelijk voor meningen en anekdotes, dat is toch vaak meer vorm dan inhoud, maar voor een erkenning van de persoonlijke wetenschappelijke gesitueerdheid. Zie de standpunt epistemologie: http://books.google.com/books?hl=en&lr=&id=Gp9Umi2VEh8C&oi=fnd&pg=PA352&dq=strong+objectivity+donna+haraway+sandra+harding&ots=OED5Vr5P_2&sig=q-tx4gX_EIc-RFfYytZEimdnR_4#v=onepage&q&f=false
Ik heb geen stelling die één van de twee vormen (hoewel er vast meer zijn) van activisme bepleit: ik vind beide vormen goede en slechte kanten hebben. In dit essay wilde ik puur pleiten voor meer gevoel, meer ervaring, meer empathie en beargumenteren dat er iets is wat sterker is dan feiten of meningen: emoties. Maar natuurlijk is kennis ook belangrijk; niet zozeer de kennis over een object, als wel de kennis over het subject: de zelfreflectie.
Ik pleit ook in mijn eigen leven bij vrienden en familie voor een meer activistische houding vanuit het oogpunt dat het persoonlijke politiek is. Wie met spandoeken de straat op wil is daar welkom toe, en ik vind het vaak een gerechtvaardigde en goede manier om je stem te laten gelden. Maar ik vind het minstens zo belangrijk om binnen je eigen leven stil te staan bij de minieme keuzes die je hebt (een flesje water kopen of een bidon bijvullen, kip eten of noten (fairtrade of biologisch), naar college rennen of de deur voor iemand openhouden. Misschien is dat common decency en heeft het niets te maken met activisme – maar als activisme de intentionele actie is om de wereld te verbeteren, denk ik dat zo’n bedachtzame manier van leven wel meer ‘total devotion’ vereist dan een paar keer per jaar de straat op.
yvonne 2:32 am on October 31, 2010 Permalink | Log in to Reply
Hallo allemaal,
In de discussie of kennis of emotie de trigger is, moest ik plots denken aan de ‘kennis’ van de diverse goede doelen/televisie-makers/kranten/overheid (noem maar op) om emoties bij ons op te wekken c.q. propaganda te maken. Wij zijn immers zwaar te sturen als het om onze emoties gaat, en kunnen daardoor acties ondernemen, waarvan we later misschien denken: dat was toch wel erg impulsief/ik ben gemanipuleerd. Denk bijvoorbeeld aan hoe demagogen een publiek kunnen bewerken, maar het kan ook kleiner.
Het stuk van Wallace ga ik opzoeken, ik was er niet mee bekend.
Hannah, je schrijft:
‘Dit is misschien ook de reden waarom we in Nederland relatief weinig grote protesten zien, men beschikt niet (of wil hier simpelweg niet) genoeg over informatie om tot dit punt te komen. Als men bijvoorbeeld zich meer zou verdiepen in de kwestie rondom de klimaatverandering en tot inzicht zou komen door het opdoen van kennis dat oom Gore gelijk heeft en half Nederland over een paar decennia onder water loopt, hadden we misschien ook wel een protest-crisis zoals die zich afgelopen weken in Frankrijk heeft voorgedaan. Helaas mist men in Nederland de passie OM zich op die manier te verdiepen in kwesties en de nodige kennis op te doen OM te gaan protesteren.’
In de eerste plaats vind ik dit een wel erg generaliserende opmerking. Ten tweede zijn er inmiddels andere manieren om te protesteren bijgekomen (zie bijvoorbeeld de handtekeningenacties op internet omtrent de geplande afschaffing van het omroeporkest, die verzameld afgelopen dinsdag aan het kabinet zijn aangeboden). Die proteststemmen hoeven niet uitgeschreeuwd te worden op een plein om effectief te kunnen zijn. Inmiddels is gebleken dat de wetenschappelijke (!) rapportages die in het ‘global warming’ discours gebruikt werden grote fouten/misrekeningen bevatten. Dit is enige tijd geleden breeduit in de kranten uitgemeten. Veel zaken hebben meerdere kanten. Zijn er misschien ook minder straatprotesten omdat de mensen zich juist beter laten informeren? Is een protest tegen banken die beleggen in fondsen die in enige zin a-moreel handelen niet effectiever door de daad van (massaal) overstappen op banken die er andere mores op na houden – actie in het kleine/alledaagse zoals ik begrijp dat Nikki het bedoelt? Ik denk het wel.
crispiness 10:52 pm on November 1, 2010 Permalink | Log in to Reply
“Het enige wat praktisch is, is de spontane reactie: het is geen Kantiaans weten, dat als rationele how-to-do is opgebouwd uit premissen en imperatieven, maar een zintuiglijk, a priori weten: ‘They know it somewhere.’ (De Certeau 71) De spontane reactie onttrekt zich aan de afweging. Als je een mens ziet lijden, stelt Adorno, is de vraag of je hem moet helpen één vraag te veel. (Hartle) De enige juiste reactie op kwaad is zintuiglijk.”
‘Kwaad’ is echter een lastige zaak: is een heftige reactie op onrecht minder eerlijk als deze pas een dag nadat het onrecht plaatsgevonden heeft gevoeld wordt? Zijn mensen die wikken en wegen voordat ze iets als slecht of onrecht bestempelen moreel minderwaardig dan mensen die deze aannames in een fractie van een seconde kunnen doen? Het is fijn als je emoties de juiste kant op wijzen wat het kwaad betreft, maar reflecteren over kwaad – je afvragen of je wel echt goed doet voordat je een situatie inspringt – is voor mij even belangrijk. Door het evalueren van kwaad als een zintuiglijk reflex af te schilderen doe je af van de kracht van, bijvoorbeeld, boetedoening en zelfreflectie. Is de hoofdpersoon van The Right Mistake zoals wij hem kennen een slecht individu omdat hij in het verleden iemand vermoord heeft in the passion of the moment?
Reageren op kwaad is niet alleen zintuiglijk. Juist op het niet-zintuiglijke vlak – bij het kneden van meningen, empathie, het ervaren hoe het is om in iemand anders schoenen te staan – juist op dit vlak kan literatuur een grote rol spelen.
nikkidekker 10:43 pm on November 2, 2010 Permalink | Log in to Reply
Hallo crispiness,
Ik vrees dat ik me niet helemaal duidelijk heb gemaakt: ik bedoel niet te zeggen wie moreel minderwaardig is en wie niet – het gaat mij er niet om een oordeel te vellen. Ik pleit er slechts voor meer empathie, zintuiglijkheid, ervaring – hetzelfde als jij dus. En er zijn verschillende soorten empathie, directe en latere, maar empathie is duidelijk zintuiglijk: een lichamelijke, emotionele, neurologische reactie op andermans lijden. En ik ben het met je eens dat literatuur belangrijke gevoelens los maakt.
Dat zintuiglijke reactie de enige juist reactie op kwaad is, is Adorno’s mening. Dat ze een belangrijke rol speelt binnen moraliteit en socialiteit, is mijn mening.
yvonne 9:02 pm on November 3, 2010 Permalink | Log in to Reply
Hallo allemaal,
Nikki, inmiddels heb ik het stuk van Wallace gelezen.
In het door jou aangehaalde citaat geeft Wallace aan dat leren denken betekent dat je leert hoe je controle over hoe en wat je denkt uitoefent. Het voorbeeld aan de hand waarvan Wallace zijn betoog illustreert (ongeduld op de weg en in de supermarkt) is behalve vermakelijk ook erg duidelijk. Niet alleen denken dat de rest van de mensen een sta in de weg voor ‘mij’ vormen, maar beseffen dat het ook andersom zo kan gelden. Het heeft er alles van weg dat Wallace in feite betoogt dat je je juist NIET door je eerste reactie moet laten leiden, maar dient te reflecteren. cripiness heeft inmiddels ook al op het belang van reflectie gewezen. Wallace geeft echter een zeer curieus voorbeeld in zijn tekst in dit licht, die de zaak weer verwart:
‘if you’re aware enough to give yourself a choice, you can choose to look differently at this fat, dead-eyed, over-made-up lady who just screamed at her kid in the checkout line. Maybe she’s not usually like this. Maybe she’s been up three straight nights holding the hand of a husband who is dying of bone cancer.’
Zie ik het goed, dan hebben we het hier over empathie voor degene die geweld uitoefent, en deze empathie is gewekt door middel van reflectie. Kennelijk is niet elke empathie zintuigelijk en ook niet altijd ‘zaligmakend’. Dit staat haaks op jouw stelling dat empathie duidelijk zintuigelijk is.
Toevallig werd gisteren in het Specialisatievak Literatuurwetenschap ook over empathie gesproken. We hoorden over Martha Nussbaums stellingname tegen de stoicijnse gedachte dat emoties onberedeneerd zijn/dat emoties in de 1e plaats lichamelijk zijn. Op dit punt zullen we ons nog verder inlezen.
Voor nu sta ik op het punt dat empathie kennelijk niet altijd ‘ok’ is – zie voorbeeld Wallace en ik vermoed dat jouw stelling dat empathie duidelijk zintuiglijk is (na Nussbaum) geen stand zal houden. En de literatuur? Ik kan niet anders dan met jou en crispiness instemmen dat literatuur een grote rol kan spelen op het gebied van empathie/gevoelens (zie ook mijn stukje over Rorty in het tweede essay), maar het kan ook anders uitwerken. Zoals Elvira Meijsing schrijft in haar UvA doctoraal-scriptie Wijsbegeert ‘Maakt romans lezen je een beter mens?’ : ‘het is echter helemaal niet ondenkbaar dat de lezer bijvoorbeeld uit het lezen van Lolita inspiratie haalt om zijn identiteit te vormen naar die van Humbert Humbert, en daar meer genoegen in schept dan in het ter harte nemen van de les over wreedheid die Rorty in dit boek wil lezen.’
nikkidekker 10:07 pm on November 3, 2010 Permalink | Log in to Reply
Hee Yvonne,
Ik denk dat er in mijn stuk zeker al aanwijzingen zijn te vinden dat ik niet pleit voor volledige zintuiglijke directe reactie, maar ook voor reflectie – en door de discussie ben ik er ook meer van overtuigd geraakt dat reflectie een belangrijke rol speelt. Ik heb in het stuk natuurlijk ook twee mensen tegenover elkaar gezet die het niet noodzakelijkerwijs met elkaar eens zouden zijn – sterker nog, ik denk dat ze het helemaal niet met elkaar eens zouden zijn. Maar ik heb ze toch samengebracht, omdat ik me kan vinden in Adorno’s nadruk op het affectieve* en Wallace’s nadruk op het alledaagse, en ik het interessant vindt om die meer te betrekken in zowel het activisme als de wetenschap als onze persoonlijke levens.
* tenzij dat affect in het voordeel is van Humbert Humbert, dan neem ik alles terug.
nikkidekker 10:01 pm on November 3, 2010 Permalink | Log in to Reply
Jongens! Ik zie net pas dat de laatste alinea helemaal is verward! Dit zou het moeten zijn:
“Moraliteit is overal; ook in de literatuurwetenschap. Als we de artikelen die we lezen (over de onderwaardering van ‘Andere’ literatuur, de positie van de ‘Zwarte’ intellectueel, het ‘Trucje’ van de geesteswetenschapper) alleen bezien vanuit het how-to-do van onze literatuurwetenschap, hebben we er als mens niets aan. Het is niet waar dat de literatuurwetenschapper geen passie kent, maar hij houdt zich er nog te ver van, durft geen rekenschap te geven van persoonlijke omstandigheden, emotionele overtuigingen en pre-academische intuïtie. Het grensgebied waarin wij ons begeven is geen conceptueel gegeven, maar een reële levenssituatie. Het is de plaats die ons denken, ons leven, beïnvloedt. Als we deze relatie wederkerig maken, en het alledaagse leven toelaten binnen het grensgebied van theorie, praktijk en politiek, zal het ons zowel betere wetenschappers als betere activisten maken.”
yvonne 11:07 pm on November 3, 2010 Permalink | Log in to Reply
Nikki,
(Je laatste post makes more sense, was er nog niet aan toegekomen te vragen wat
‘maar een reële levenssitenliggers” af’ was…)
Je essay heeft veel discussie uitgelokt: missie geslaagd zou ik zo zeggen. Wallace en Adorno zouden ook veel gemeen kunnen hebben: interessant!
Het vreemde voorbeeld dat Wallace gebruikt zou je kunnen gebruiken om te zeggen dat de eerste reactie van de toeschouwer op het gescheld in de supermarkt empathie voor het directe ‘slachtoffer’ wekt. De reflectie laat hem minder ‘activistisch’ worden, hij zit immers fictieve redenen te verzinnen waarom de agressor agressief is geworden en ook zijn empathie verdient. (Gaat het dan toch weer om de ‘mij’? Kijk mij eens empathisch zien wezen…..)
Ten aanzien van het toegevoegde stuk essay: op dit blog heb ik meer dan ooit mijn persoonlijke omstandigheden ingebracht (met opzet), ik denk jij ook en ik heb bij veel andere posts de persoonlijke twijfel, frustratie of rotsvaste overtuiging gelezen van anderen. Is dat wat je in gedachten hebt met je laatste zinnen, of is dat te persoonlijk en moet het gaan om het alledaagse leven van ‘men’ in het algemeen?
harir 11:08 pm on November 6, 2010 Permalink | Log in to Reply
Hoi Nikki,
Het is eigenlijk al veel te laat. Maar wilde toch even reageren op je essay, een heel leuk essay. Het viel me op dat je het had over ‘alledaagse activisten’ en mensen die de functie hebben van spandoekschilder en tomatengooier in tegenstelling tot de onalledaagse activisten die laten we zeggen ‘kritisch consumeren’. Anderen hebben ook al op dit punt gereageerd maar ik wilde je toch nog even herinneren aan de diverse vormen van activisme die gestoeld zijn op de DIY (Do It Yourself) logica. denk bijvoorbeeld aan de ‘computernerd activisten’ die het Microsoft en Apple behoorlijk lastig maken door dezelfde en betere (opensource ) software en applicaties te schrijven en gratis aan te bieden op het internet. De filosofie hierachter is naast het bestrijden van patentering door grote bedrijven dat kennis delen (iedereen kan zelf meeschrijven en werken aan de betreffende programma’s en apllicaties) tot betere resultaten leidt.Bijkomend pluspunt vind ik dat Linux programma’s inmiddels wereldwijd en in tientallen verschillende talen verkrijgbaar zijn op internet. Dit lijkt me al met al een mooi geval van activisme waar behoorlijk wat ‘Know How’ voor nodig is en waarmee men zich op autodidactische wijze kan scholen.
Eerlijk gezegd stoor ik me juist aan mensen die de ethische, morele en inderdaad ook empathische dus sociale functie van het activisme negeren vanuit een soort leeg intellectualistisch snobisme. Alleen omdat de Michel de Certeau vindt dat handelen en reflecteren niet tegelijkertijd mogelijk is wil niet zeggen dat niemand hiertoe in staat is of dat we er niet naar zouden moeten streven. Alsof navelstaren de mensheid zoveel goeds heeft gebracht.
Net als Léonie, denk ik dat juist de Literatuurwetenschappelijke vorming een kader biedt om ‘ het leven van’ en reflectie te combineren. Juist de Literatuurwetenschap kan met haar tools en kritische houding het bewustzijn vergroten en veranderingen teweeg brengen binnen het domein van de cultuur. Je idee dat er daarbij meer ruimte gecreerd zou kunnen worden voor de rol van emoties vind ik heel boeied. Zeker wanneer dat in balans is met know-how en praxis.
groetjes.