Updates from sinead RSS Toggle Comment Threads | Keyboard Shortcuts

  • Avatar of sinead

    sinead 6:32 pm on October 28, 2010 Permalink | Log in to leave a Comment
    Tags: ,   

    De verlamming van het subject en de blootstelling aan de wereld 

    Mijn spreekwoordelijke ome Koos vraagt als sinds hij weet wat ik studeer op elk familiefeestje ‘Literatuurwetenschap… wat doe je dan?’, waarbij hij zijn wenkbrauwen optrekt en telkens weer zijn verbazing niet kan verbergen. Deze vraag, die niet alleen míjn ome Koos stelt, hebben we vast allemaal wel eens gehoord maar kunnen we die nu, zo tegen het einde van de bachelor, bevredigend beantwoorden? Wanneer ik voor mijzelf spreek: nee. Het antwoord is nog altijd een zweverig: ‘Boeken lezen, filosofie, dat soort dingen’ waarna ome Koos zijn wenkbrauwen nogmaals optrekt en je hem ziet denken ‘wat zit daar nu voor een toekomst in?’. Drie jaar literatuurwetenschap heeft er niet voor gezorgd dat ik anderen kan overtuigen van de toekomst van onze studie, want die toekomst, tja, wat is die nu precies? Ja, je hebt geleerd kritisch te denken, te deconstrueren, sluiers op te tillen, taboe’s niet te schuwen en vooral heel veel boeken gelezen die je ‘normaal’, wanneer je iets anders was gaan doen na 6 VWO, je buitenlandreis, je eerdere al dan niet mislukte studie, <vul in>, waarschijnlijk niet had aangeraakt. Je legt verbanden die anderen misschien niet hadden gedacht, maar is dat nu zo bijzonder? En wie heeft daar nu wat aan?
    (More …)

     
    • Avatar of thomasvangrol

      thomasvangrol 7:56 pm on October 28, 2010 Permalink | Log in to Reply

      Beste Sinead,

      Ik ben het met je eens dat er geen Groot Doel is in het leven om naartoe te werken, geen Nut die bepaald hoe je je leven moet leiden en vooral dat dit verlammend werkt. Toch is er wel iets van nut of een doel in het leven van iedereen; anders zou je geen motivatie hebben om uit bed te komen, zeg maar. Al is de motivatie, het nut van het leven maar om de verveling te stoppen.
      Ik denk dat het belangrijk is om te kijken waar het nut nu vandaan komt. Nut is belangrijk voor de samenleving als geheel. Jouw spreekwoordelijke ome Koos kijkt je vreemd aan omdat als literatuurwetenschappers er weinig bijdrage verwacht wordt aan de samenleving. Die verwachting komt weer voort uit zijn wereldbeeld. De samenleving heeft gezamenlijk door de jaren heen vastgelegd welke dingen ‘nuttig’ zijn en welke niet. Helaas accepteert de samenleving (een institutie) weinig ‘andersheid’ en een kritische kijk op de samenleving is dan ook niet gewenst. Hierdoor zal literatuurwetenschap als ‘niet nuttig’ worden gezien. Toch is er ook nut voor de literatuurwetenschappers in de samenleving; anders zou er geen studie van zijn.
      Nu we hebben vastgesteld dat ons Nut ligt in de handen van al onze ome Koos-en, kunnen we ook zien dat er verandering mogelijk is. We kunnen ons nuttig maken door ons te gedragen hoe ome Koos wil dat we ons gedragen, of we kunnen proberen het wereldbeeld van ome Koos te veranderen. Dan kunnen we het lijk van Nut misschien opzetten en net doen of het weer leeft (want al die andere mensen met vaststaande wereldbeelden weten toch nog niet dat Nut dood is). Dan denkt in ieder geval de rest van de mensheid dat we nuttig zijn. Dit is nog geen middel tegen de verlamming, maar als we nu eindelijk ons Nut zelf kunnen bepalen, hoeven we ook aan niemand verantwoording af te leggen. We kunnen doen wat we willen, we kunnen onze eigen doelen stellen. We kunnen zelfs God zijn! Als we alledrie schijnbaar tot leven wekken, zodat iedereen met een vast wereldbeeld erin gelooft dat wij doelen voor de samenleving kunnen stellen, is alles mogelijk. De enige vraag die je je af moet vragen is alleen nog maar: Hoe kunnen we het wereldbeeld van Ome Koos veranderen?

      Wat ik eigenlijk wil zeggen is gewoon: Doordat we kritisch zijn, hoeven we ons niet te houden aan de doelen die anderen aan ons opleggen. In plaats van verlamming kan dit ook heel bevrijdend werken. En als we anderen kunnen laten inzien dat wat wij doen heel nuttig is (ofwel voor de samenleving relevant), dan kunnen we ook meer kritische mensen kweken.

    • Avatar of clau

      clau 10:17 am on October 29, 2010 Permalink | Log in to Reply

      Beste Sinead,

      een prachtig stukje dat je hebt geschreven. Als dat het resultaat is van drie jaar Literatuurwetenschap dan is het duidelijk wat het jou heeft opgeleverd.

      Ik ben het met je eens dat je aan het einde van je studie vragen gaat stellen over je toekomst, die (voor mij persoonlijk dan) veel op een wit fel papier lijkt. Nu functioneren we nog binnen het kader van de universiteit: colleges, tentamens, essays, lezen, schrijven, denken, praten, borrelen. Maar als we straks worden losgelaten ‘op de maatschappij’, wat dan? Wat moet de maatschappij met ons en van ons?

      In Berlijn is de studie literatuurwetenschap de kweekvijver voor toekomstige generaties taxichauffeurs. Denkend aan de recente taxioorlog in Amsterdam en het feit dat waarschijnlijk slechts een minderheid van ons een rijbewijs heeft is niet eens dat een optie die we serieus kunnen overwegen. Fietskoerier dan maar?

      Ik zou niet willen stellen dat je door een geesteswetenschappelijke studie een beter mens wordt- we redden geen levens, niet eens in de vorm van dierenactivisme. We koken geen vijfsterren menu’s, hooguit pasta met tomatensaus. Misschien dat ome Koos is een idealistisch momentje nog wel kikkers over straat wil dragen of een poging doet tot coq au vin.

      Nog even wat gedachten over de zogenaamde nutteloosheid van onze studie: God is dood, de auteur is dood, en nu is ook de weg kwijt. De absurditeit van het bestaan is iets dat een vaste plek in ons achterhoofd heeft gekregen. Literatuurwetenschap is gewoon geen studie met een utilitaristisch doel.
      Misschien dat ik met de volgende opmerking de mist in ga, maar literatuur en filosofie hebben wel degelijk een functie: een functie van beschaving. Je leert tolerantie, empathie, en kritisch denken. Je leert hoe je op familiefeestjes ongemakkelijke stiltes vult. Je vindt de opmerking ‘eigen uniek talent’ van Rutte grappig.
      Dat betekent echter niet dat we allemaal in fanatieke bekeerlingen moeten veranderen die van ome Koos eisen dat hij Shakespeare moet lezen, of Beckett, of een uitgesproken mening over Foucault hoort te hebben.

      Thomas begaat trouwens een prachtige drogreden met het stellen dat het bestaan van de studie literatuurwetenschap het bewijs is voor het nut van literatuurwetenschappers in de maatschappij. Literatuurwetenschap is een fantastische studie, maar haar bestaan is geen bewijs voor haar nut. Het is echter wel een argument voor het bestaan van mensen met een passie voor dit vak, anders was onze studie al lang wegbezuinigd. Literatuur en literatuurwetenschap geeft ons een plek, en vanuit die positie kunnen we roepen: Leve het leven!

    • Avatar of yvonne

      yvonne 7:38 pm on October 30, 2010 Permalink | Log in to Reply

      Hoi Sinead,

      Je roert hier een goed punt aan. Mijn ome Koos bestaat met name uit de moeders die ik op school en langs de voetballijn spreek en mijn schoonvader. De eersten vinden het onvoorstelbaar dat mijn kinderen 2 keer 2 uur naar de naschoolse opvang terwijl ik toch studeer en thuis zit. De laatste bleef mijn studie altijd benaderen vanuit geldelijk motief, tot vervelens toe, tot ik zijn vragen over de studie alleen nog met ‘het gaat uitstekend’ beantwoordde en over een ander onderwerp begon.

      Via Facebook (zogenaamd niet erg nutig) leerde ik Peter Venmans kennen. Hij schreef een boek genaamd ‘Over de zin van nut’. Dit gaat over het nutsdenken, de maatschappelijk nadruk op het denken in termen van efficiëntie. Dat is waar je als student literatuurwetenschap op stuit lees ik in je essay. Venmans beschrijft de (filosofische) geschiedenis van het nutsdenken. Een mooi stukje gaat over Mills. De depressie van 1826 liet hem inzien dat het nutsprincipe alleen niet zaligmakend is en zelfs het meest waardevolle in de mens kan vernietigen, maar tegelijkertijd dat je er niet zonder kunt. Venmans pleit voor weer een koppeling van nut aan geluk, waarbij geluk zo breed en zo specifiek mogelijk gedefinieerd moet worden inclusief alle vormen van zelfrealisatie, met inbegrip van hogere genietingen, etc.

      Volgens mij komt de mens steeds verder in het nauw en van zichzelf af te staan door alle efficientie-normen (Adorno). Hij weet donders goed dat wat daadwerkelijk van waarde is niet altijd in nut valt uit te drukken, maar doet toch mee aan de malle molen, en stelt zijn medemens efficientie-vragen.
      Door onze studie hebben we geleerd na te denken over processen en systemen waar mensen in meedraaien, kritisch te zijn, dingen te doorzien. Wij kunnen onze ‘Ome Koos’ een vraag stellen naar aanleiding daarvan. Zeg Ome Koos, we zijn nu bezig met …., vertelt u eens gaat dat ook zo bij U? Ik voer inmiddels de meest vreemde discussies langs de voetballijn met de moeders. En weet je wat, ze storten stuk voor stuk hun frustraties uit op het kunstgras uit en komen zelf met stukken/boeken waarover ze gelezen hebben en blijken maar wat graag te willen discussieren. Ik laat inmiddels zo zien waar ik mee bezig ben als antwoord op de Ome Koos-vraag. Mijn schoonvader durft inmiddels ook niet meer over geld- en carrierekansen te beginnen, dan krijgt hij een discussie over feminisme aan de broek.

      Nuttig zo’n studie – en bovendien hartstikke leuk – alleen straks iemand zien te vinden die me ook wil betalen voor wat ik geleerd heb.

    • Avatar of merelsijbrant

      merelsijbrant 12:51 pm on October 31, 2010 Permalink | Log in to Reply

      Dag allen,

      Wat een mooi discussie. Sinead, wat mij betreft hebben we vanaf nu in onze maatschappij niet meer alleen Henk en Ingrid maar ook Ome Koos: de nut-tige man. En Yvonne, ik herken een heel stuk van je verhaal. Dankzij de studie Literatuurwetenschappen kan je met leuke ‘kroeg’- en kennelijk ‘kunstgras’- wijsheden op de proppen komen maar, inderdaad, wat verdien je er meer aan dan her of der een biertje en een carpooldeal?

      Thomas, misschien is het nog niet zo’n gek idee om het lijk van Nut als vogelverschrikker op het dorpsplein te zetten. Het idee om ‘nuttig’ te zijn, het idee dat je leven zin heeft op welke schaal dan ook, redt volgens mij mensenlevens. Men moet het idee hebben nuttig te zijn. Daarmee wil ik absoluut niet zeggen dat ‘nut’ op enige schaal te vatten is. Van een aantal individuen kunnen we stellen dat ze de werels veel goeds hebben gebracht (ik denk dan aan Mandela, Newton) maar dat is lang niet altijd zo eenduidig. Jezus? ‘Hij’ (of hij daadwerkelijk heeft bestaan laat ik hier even in het midden) heeft veel troost maar ook veel leed teweeg gebracht. Harry Mülisch? Helaas is hij gisteren overleden. De verscheidenheid aan reacties zegt al genoeg: van ‘prachtige, roerende verhalen’ tot ‘een verschikkelijk arrogante man’ (gek toch dat zoveel mensen niet lijken te kunnen accepteren dat die twee samen kunnen gaan).

      Concluderend: de illusie van een nuttig bestaan is voor veel mensen een groot goed in het leven. Ik weet zeker dat ook iedereen binnen onze studie een bepaald gevoel van ‘nut’ heeft in zijn leven/voor zijn omgeving. Laat duidelijk zijn dat dit ‘nut’ niet altijd aardverschuivend en ‘dienstbaar’ moet zijn. Laat Ome Koos zich vooral nuttig voelen, dan kan jij het helpen door die illusie hoog te houden (maak jij je ook gelijk weer nuttig).

      Groet,
      Merel.

    • Avatar of Léonie

      Léonie 2:26 pm on October 31, 2010 Permalink | Log in to Reply

      Ik kwam een toepasselijk citaat tegen:

      ‘ “Wat ik eenmaal gezegd heb, dat doe ik’ – deze denkwijze geldt als karaktervol. Hoeveel handelingen worden niet verricht, niet omdat ze als de verstandigste gekozen zijn, maar omdat ze, toen ze ons invielen, op de een of andere manier onze eerzucht en ijdelheid geprikkeld hebben, zodat we erbij blijven en ze blindelings doorzetten! Zo vermeerderen we bij onszelf het geloof aan ons karakter en ons goede gweten, dus, over het geheel genomen, onze kracht: terwijl het kiezen van het zo verstandig mogelijke, de scepsis jegens onszelf en dus een gevoel van zwakte in ons instandhoudt’ (Nietzsche, Morgenrood, paragraaf 301 ‘Karaktervol’).

      Alweer een citaat van Nietzsche, jawel.

      Wanneer we hiervan uitgaat, dan:
      -kiezen we de zaken louter toevallig en heeft het ook geen zin om onophoudelijk te gaan reflecteren op “Waarom, waarom”, aangezien de zaken nu eenmaal zo gelopen zijn (en nog wel “omdat ze zo gelopen zijn” en nergens anders om)
      -Iets in onze keuzes, namelijk dat wat ons die keuze heeft laten maken, zorgt ervoor dat we doorgaan in die keuze. En dat is maar goed ook, want:
      -Teveel twijfel maakt zwak

      Terwijl ik dit schrijf, voel ik me behoorlijk paradoxaal. Want ja, ook ik studeer Literatuurwetenschap en voel me inmiddels behoorlijk beroepsgedeformeerd (ik reflecteer om het zo te zeggen 24/7, vind inderdaad “een eigen, uniek talent” als uitspraak grappig, net als “de excellente student” en zaken als “studiesucces verhoogt studierendement” (al word ik daar nog eerder misselijk van). We deconstrueren, filosoferen en reflecteren er op los, en ik doe vrolijk mee. Om het zo te zeggen: onze twijfel, of ons vermogen tot twijfelen lijkt hier onze kracht.

      Kunnen we dan toch meer kracht ontlenen aan scepsis dan Nietzsche dacht? We worden in ieder geval grondig tegengewerkt door alle ome-Koos-en oftewel “efficiency-denkers” (en dat lijken er soms steeds meer te worden) in deze wereld, en misschien ook wel door onszelf. Wij zijn immers begonnen met die twijfel – en ondanks dat de Literatuurwetenschap-manier-van-denken om het lekker (onbedoeld) essentialistisch uit te drukken er één is die ik niet zou willen missen en me behoorlijk veel heeft bijgebracht en dat ook blijft doen, word ik er soms behoorlijk wanhopig van. Weten we dan helemaal Niets?

      Nee, ik denk het niet, eigenlijk. Maar misschien hebben we onderhand geen God meer nodig (of kunnen we er ons niet meer toezetten) en moeten we ons dan maar richten op het tijdelijke “vergeten” van Nietzsche om te handelen (alleen is het dan weer de vraag hoe je dat doet – al is die misschien makkelijker te beantwoorden dan ik aanvankelijk dacht. Wanneer ik een essay schrijft vergéét ik – dat er al duizenden essays voor het mijne zijn geschreven, door mensen met meer ervaring, kennis, schrijftalent misschien? Maar toch schrijf ik – en denk ik dat dat zin heeft, of is het in ieder geval leuk genoeg om te doen en ermee door te gaan.

      Af en toe wat zware zondaggedachten, maar het is dan ook herfst.

      Fijn weekend!

      Léonie

    • Avatar of sinead

      sinead 3:10 pm on October 31, 2010 Permalink | Log in to Reply

      De door ome Koos opgetrokken donkere wolk van het Nut vervaagt door alle mooie reactie die jullie hier hebben geschreven. Ja, af en toe word ik behoorlijk moedeloos van onze studie, een frustratie die ik dus met meerderen deel.

      Claudia, ik vind dat je een prachtige uiteenzetting hebt gegeven over het bestaansrecht van literatuurwetenschap (om er maar even zo’n zware term op te plakken) en nee, we moeten vooral ome Koos niet bekeren tot de Heilige Wereld van de Literatuurwetenschap. Ik ben heel erg blij met die wereld, hoe ontoegankelijk (en nutteloos) ze soms ook lijkt en hoe we kunnen uitroepen: ja, en wat na de studie dan? Om vervolgens de schouders op te trekken en te zeggen ‘Nuttig zo’n studie – en bovendien hartstikke leuk – alleen straks iemand zien te vinden die me ook wil betalen voor wat ik geleerd heb.’ om Yvonnes antwoord op deze vraag te herhalen.
      Merel, ik ben het met je eens dat je de illusie van nut voor jezelf misschien wel hoog moet houden, en natuurlijk, ik heb ook ergens het idee nuttig te zijn en daarom kom ik ‘s ochtends toch uit bed. Het mooie van LW is natuurlijk dat we de illusie van nut zien, maar laten we eerlijk zijn, een wereld louter bevolkt door literatuurwetenschappers zou waarschijnlijk niet bijzonder productief zijn, want wat zou er gebeuren wanneer iedereen de illusie ziet? Thomas, ik zou er dus ook niet voor pleiten het wereldbeeld van Ome Koos te veranderen.
      Léonie, jouw citaat van Nietzsche deed mij denken aan het essay van Floris: in zijn essay lees ik een pleidooi voor het kiezen van een weg binnen LW om deze vervolgens te blijven volgen. Ik denk zelf niet dat dit de manier is, omdat je dan vast komt te zitten in een discours en er niet meer buiten kunt en wilt kijken (mijn referentie aan het feminsime). Ik denk dat je wel een route voor jezelf moet bedenken om aan de verlamming te ontkomen, maar die route moet niet een vastomlijnd kader worden waarbinnen je werkt en waarbuiten je op een gegeven moment niet meer kunt denken. Je moet ook af kunnen wijken van wat je doet, jezelf kritisch gadeslaan en dan weer verder. De weg die je moet kiezen, kan dit dus niet, zoals jij stelt, hoofdzakelijk de weg van het vergeten, de weg van het vragen en de weg van het kritiseren zijn?

      Een antwoord op de vraag ‘wat word je dan?’ zal een literatuurwetenschapper waarschijnlijk nooit concreet kunnen formuleren. Nee, we worden geen dokter, we worden geen automonteur, we leren ook niet meubels maken of computersystemen ontwerpen en beheren. We leren kritisch denken, we confronteren mensen met ideeën die ze zelf misschien nooit hadden gedacht, we stellen vragen die anders misschien niet waren gesteld maar die toch behoorlijk -tja, hoe kan ik het anders zeggen- nuttig blijken te zijn.

  • Avatar of sinead

    sinead 5:43 pm on October 15, 2010 Permalink | Log in to leave a Comment
    Tags: , slaven, , wit,   

    “All I gotta say [...] is that if we listen to the white man’s words, we will nevah be naything but slaves”. [...] “It’s not the white man,” Wai Tai, the slender Chinese, said. “It is any man or woman who teaches history or reports the news.”

    (Robert Mosley The Right Mistake 86 – 87)
     
  • Avatar of sinead

    sinead 7:55 pm on October 12, 2010 Permalink | Log in to leave a Comment
    Tags: auteur, , , , praktijk, , theorie   

    Literatuur en wetenschap 

    De spanning tussen de literatuurwetenschappelijke theorie en de dagelijkse praktijk

    Vorige week bezocht ik een lezing over Lenz van Georg Büchner . Na afloop van de lezing kwamen er vanuit het publiek met name vragen naar de bedoeling of de boodschap van de auteur. Nu had de lezing zelf een sterk biografische inslag, maar toch verbaasde het mij enorm dat er louter met betrekking tot de auteur vragen werden gesteld. Sindsdien zoek ik naar een antwoord op de vraag; ‘waarom vindt men de auteur zo belangrijk?’.
    (More …)

     
    • Avatar of nikkidekker

      nikkidekker 9:33 pm on October 12, 2010 Permalink | Log in to Reply

      Hallo Sinead,

      ik vind het heel leuk dat je dit hebt geschreven, het is een kwestie die denk ik altijd wel relevant blijft. Ik ben zelf een van die weinige academici die zelfs na drie jaar literatuurwetenschap nog steeds niet aan de dood van de auteur wil – God is dood, zoveel is zeker, maar de auteur? Nooit! Lang leve de auteur!

      De vraag: ‘waarom vindt men de auteur zo belangrijk?’ is snel beantwoord: omdat hij het werk heeft gemaakt. De literatuurwetenschapper geeft er weliswaar betekenis aan, de lezer ziet er weliswaar zichzelf in weerspiegeld, alle andere literatuur bestaat er weliswaar in relatie toe en ja, het is weliswaar opgebouwd uit een bepaalde taal die beperkingen oplegt, maar het is nog steeds gemaakt door de auteur. De auteur is misschien niet de oorsprong, maar wel de machine, degene die alle input heeft verwerkt tot een boek. En als je oog in oog komt met de machine die jouw boek heeft voortgebracht, het boek wat zoveel indruk op je heeft gemaakt, dan wil je erachter proberen te komen hoe die machine werkt. Toch?

      “De tendens om werken (auto)biografisch te lezen is niet te ontkennen”. Hoe kom je precies tot deze stelling? In het voorbeeld van Maria Mosterd kan ik het niet vinden; immers, dit boek werd impliciet gepresenteerd als memoir. Enkele zinnen van haar website: “Zes jaar later schrijft Maria dit bloedstollende verslag van haar jaren met Manou.” “Wat Maria heeft meegemaakt is schokkend; hoe ze erop terugkijkt is buitengewoon ontroerend.” Het lijkt mij toch echt een uitnodiging om het boek als autobiografie te lezen: de namen verwijzen naar echte personen, Maria kijkt terug op wat ze heeft meegemaakt… Kijk, we kunnen natuurlijk discussiëren over de zin “Ze heeft er een authentiek en onthullend verhaal over geschreven”, maar zelfs als je wilt beweren dat een “verhaal” altijd fictie is, moet je nog toegeven dat het in het geval van dit boek niet gaat om een publieke tendens om autobiografisch te lezen, maar een redactionele tendens om dramatische verhalen als autobiografisch op de markt te brengen.

      En daar is een reden voor, zoals je zelf al zegt: “het is direct verbonden aan de werkelijkheid”. Ik denk zelf dat het mensen vooral aanspreekt omdat het is als een gesprek voeren met de schrijver – ik zou zelf graag gesprekken voeren met Stephen Fry, daarom lees ik al zijn interviews en memoirs – omdat ik niet willen weten wat de verbeelding is van de mensen die ik bewonder, maar wat hun gedachten en emoties zijn. Omdat ik, wederom, wil weten hoe de machine werkt.

      Jij lijkt hier een heel andere mening over te hebben, maar die wordt nog niet expliciet in je stuk. Misschien in de reacties wel? Kun je me vertellen waarom je autonomie van literatuur een ideaal vindt, waarom je het überhaupt zou willen bereiken?

      • Avatar of sinead

        sinead 9:09 pm on October 14, 2010 Permalink | Log in to Reply

        Hé Nikki,

        je snijdt veel punten aan maar ik zou nu alleen willen ingaan op de rol van de “auteur” en mijn idee van autonomie.

        Dat er een persoon is die het werk heeft gemaakt, is zeker niet te ontkennen. Maar om dan direct autoriteit toe te schrijven aan deze persoon, daar trek ik aan de noodrem. Als je spreekt over het ontdekken hoe de machine werkt, ontwaakt in mij toch stiekem het idee dat de schrijver wel iets belangrijker is voor jou dan voor mij. Een boek lijkt voor jou toch vooral een product te zijn van een ‘machine’ (al zou ik die machine toch creatieve geest o.i.d. willen noemen wanneer je hier het zwaartepunt op legt) en jouw interesse ligt dan ook primair bij de creator. Voor mij is een boek een zelfstandig artefact, weliswaar gecreërd door een persoon maar bestaand op zichzelf en ik interesseer mij dan ook niet bijzonder in de processen die aan het boek vooraf gaan, maar ik wat er gebeurt wanneer het boek gelezen wordt. Dat is een andere benaderingswijze en dat zorgt ook voor een andere rol voor of belang van de schrijver.

        Wanneer ik van autonomie spreek, denk ik dat ik graag de literatuur los zie van haar creators, en tegelijkertijd zie ik heel goed dat dat misschien een mooi ideaal is, echt hondert procent mogelijk is het niet. Natuurlijk kijk ook ik naar welke naam er op de kaft staat en kies mede op basis daarvan of ik een boek wel of niet ga lezen. Idealiter lees je alles en let je niet op de auteursnaam, de realiteit is echter dat we nauwelijks tijd hebben om te lezen en dus een keuze moeten maken en in die keuze word je begeleid door de bekenheid van de auteur en de plaats in de canon (of juist allemaal niet, maar ook dan word je hierdoor beïnvloed).

        Het echte probleem hier is dus, dat je een mooie theorie hebt (gestoven auteur) en een dagelijkse praktijk, en dat de praktijk de theorie niet helemaal kan waarmaken. Moeten we dan de theorie opgeven? Moeten we de praktijk veranderen? Moeten we hier vrede mee hebben en fluitend onze weg vervolgen?

        • Avatar of nikkidekker

          nikkidekker 11:29 pm on October 14, 2010 Permalink | Log in to Reply

          Ik snap wat je bedoelt, maar zoals je al vreesde; ik vind de rol van de auteur inderdaad een stuk belangrijker. Agree to disagree, lijkt me.

          En ja, de verhouding tussen theorie en praktijk…dat is moeilijk. Het hangt er natuurlijk wel vanaf wat je van de theorie verwacht. Zoals ik in mijn nieuwe blog post schrijf, geloof ik dat de praktijk de theorie helemaal niet nodig heeft – maar de theorie de praktijk wel. Ik denk dat het zeker geen kwaad kan als literatuurwetenschappers reflecteren op hun theorie van de gestorven auteur vanuit het perspectief dat geen enkele leek het me ze eens is – al was het maar om een beetje uit die ivoren toren te klimmen.
          Anderzijds is het belachelijk om een literaire theorie aan te passen op wat het grote publiek, dat toch vooral voor entertainment leest, vindt.

          Maar jij werpt de leukste optie op: de praktijk veranderen! Hoe zie je dat voor je?

          • Avatar of sinead

            sinead 10:10 am on October 15, 2010 Permalink | Log in to Reply

            Wanneer je praat over praktijk, bedoel je dan de praktijk van het schrijven of de praktijk van het lezen? Wanneer je hiervan beweert dat ze de theorie niet nodig heeft, beweer je daarmee dan niet tegelijkertijd dat ze autonoom is?

            Bovendien heb ik mijn twijfels of ze wel echt zo los staat, het gros van de mensen leest waarschijnlijk niet met de invalshoeken die wij bij lw leren, maar bij het schrijven zie je toch wel geregeld het incorpereren van theorie? De kwestie die zich dan opwerpt is wie was er eerder, de kip of het ei, maar ik denk dat theorie en praktijk met elkaar in dialoog gaan en niet dat de theorie na de praktijk komt. Theorie heeft zeker de praktijk nodig, maar is ze daarom altijd secundair?

            Waar ik erg benieuwd naar ben: waarom vind je het belachelijk het grote publiek in aanraking te brengen met een literatuurwetenschappelijke theorie?

            En het veranderen van de praktijk: ik weet niet of dat een oplossing is. Ik zweef zelf tussen de drie opties die ik opperde: theorie opgeven, praktijk veranderen of accepteren dat het zo is en onveranderd doorgaan. Optie één zullen velen niet willen overwegen, optie drie is een soort van je kop in het zand steken en optie twee lijkt dus voor de meeste vooruitgang te zorgen. Is die vooruitgang echter gewenst? Is ze mogelijk? Hoe moeten we de praktijk veranderen? Moeten we niet gewoon blij zijn dat mensen überhaupt nog lezen? Of zouden de schrijvers hier dan weer een rol kunnen spelen, als leiders van het volk?

            • Avatar of nikkidekker

              nikkidekker 5:01 pm on October 26, 2010 Permalink

              Hallo Sinead,

              ik bedoel met praktijk de literatuur, en met theorie de literatuurwetenschap. Ik stel dus dat literatuur de theorie niet nodig heeft, maar literatuurwetenschap wel de praktijk om uit de putten. Dat wil natuurlijk niet zeggen dat er in de praktijk (de lees-, schrijf-, recenseer- en bespreekpraktijk) niet wordt nagedacht over de aard en mogelijkheden van literatuur, maar dat dergelijke overdenkingen niet systematisch, als discipline, worden bedreven.
              Dat ik de praktijk onafhankelijk van theorie noem, wil natuurlijk niet zeggen dat ze autonoom is. Dat is een wel erg extreem standpunt.

              Ik denk zeker dat theorie en praktijk met elkaar in dialoog gaan, maar dat de parktijk hierin primair is: simpelweg omdat er anders niets te theoriseren valt. Dit is een erg persoonlijk (en veelal ongeliefd) standpunt van mij: leven gaat voor de filosofie, lezen voor de literatuurwetenschap. Omdat we mensen zijn, en geen theoriemachines.

              Je hebt me verkeerd gelezen. Ik zei: “Anderzijds is het belachelijk om een literaire theorie aan te passen op wat het grote publiek, dat toch vooral voor entertainment leest, vindt.”

              Ik denk dat optie 3 de enige mogelijkheid is. Het is niet noodzakelijk je kop in het zand steken, maar accepteren dat literatuurwetenschap theoretisch is en als zodanig niet op gelijke voet staat met de realiteit, maar eerder met de filosofie en cultuurkritiek.

    • Avatar of Léonie

      Léonie 3:42 pm on October 13, 2010 Permalink | Log in to Reply

      Ha Nikki en Sinead,

      Ondanks het feit dat ik óók Barthes heb gelezen en de dood van de auteur voor mij zo normaal is geworden als die van God, betwijfel ook ik of de auteur nu werkelijk ‘dood’ is. Buiten de literatuurwetenschappelijke praktijk is dit nog lang niet zo: er worden genoeg debatten, lezingen en interviews georganiseerd waarin een bepaalde schrijver of auteur wordt gevraagd naar zijn/haar ‘inspiratiebronnen’, ervaringen die hebben geleid tot het schrijven van een boek of verhaal, de rol van de naaste omgeving etc…

      Nu moeten we ons afvragen of dit ook enige ‘zin’ heeft. De hermeneutiek, waarbij de interpreet het werk ‘beter moest begrijpen dan de auteur zelf” (ook een interessante benadering, want wat zegt dit over de auteur? Dat die misschien ‘een machine’ (Nikki) is die zichzelf ook niet begrijpt?) wordt bij ons duidelijk onderwezen als een verouderde benadering. Nadat God sneuvelde, ging in de jaren zestig en zeventig ook ‘de waarheid’ eraan (mede mogelijk gemaakt door de postmodernisten!).

      Het sneuvelen van ‘de waarheid’ leidt er echter toe, dat een boek geen juiste betekenis meer toegekend kan krijgen, ook niet, of misschien wel juist niet, door de auteur. Dit heeft weer tot gevolg dat er zoiets ontstaat als ‘polyinterpretabiliteit’ en dat dat zelfs de norm wordt (immers, wie gelooft in ‘de ware betekenis’ is nu ouderwets geworden). Deze polyinterpretabiliteit creëert een grote vrijheid (want minder gebondenheid) – maar bevordert zij ook de autonomie van het werk? En is dit wenselijk?

      We zouden kunnen stellen dat dit zo is, omdat de literatuur zo op meerdere manieren benaderbaar wordt. Aan de andere kant is het maar de vraag of je zo niet verzandt in een groot ‘interpretatiemoeras’ waarin niets meer prevaleert boven het andere. Tegelijkertijd blijkt dit in de praktijk nog niet zo te zijn – anders zouden schrijvers niet gevraagd worden naar hun ‘drijfveren’ om te schrijven (ik bedoel te zeggen, dat er toch nog meer autoriteit aan een schrijver wordt toegedicht dan iemand die iets over een werk zegt of stelt, dat hij niet zelf geschreven heeft).

      Met andere woorden: de autonomie van literatuur is iets dat blijkbaar alleen speelt in wetenschappelijke kringen. Zelf denk ik, dat het een houding is die meer openheid in zich heeft – die dus meerdere opties open laten om te laten zien hoe ‘de machine werkt’, en misschien ook wel betere opties kan aandragen dan wanneer we ons alleen richten op de auteur. Autonomie zou dus een grotere vrijheid tot gevolg kunnen hebben. Aan de andere kant kunnen we ons – ook weer lekker postmodern – afvragen of deze autonomie überhaupt bestaat, aangezien tussen het ontstaan, dus het schrijven, van een boek en het daadwerkelijk op de markt komen van een boek nog oneindig veel tussenstappen vergt.

      Een nieuwe vraag dus, om af te sluiten: is de autonomie van literatuur in den beginne mogelijk, of is het iets dat wij graag willen, als wetenschappers?

      • Avatar of nikkidekker

        nikkidekker 10:57 pm on October 13, 2010 Permalink | Log in to Reply

        Ik ben ervan overtuigd dat literatuur niet autonoom kan zijn. Heeft het zichzelf geschreven? Zichzelf gepubliceerd? Zichzelf gelezen? Voilá, dat is alles wat ik erover kan zeggen.

        En ik denk dat je je eigen vraag ‘is het iets dat wij graag willen, als wetenschappers’ al hebt beantwoord wanneer je zegt dat de autonomie van literatuur alleen in wetenschappelijke kringen speelt, dat ze kan leiden tot een grotere vrijheid: waarschijnlijk speelt de autonomie van literatuur alleen in wetenschappelijke kringen omdat ze kan leiden tot een grotere vrijheid.

        Ik wil hier nog wel uitwijden: ik geloof niet dat we ons ‘alleen [moeten] richten op de auteur’; allesbehalve. Van mij mag literatuurwetenschap alles aangrijpen om een interessante interpretatie/wending/theorie van een werk te maken – het enige wat ze niet moet doen, is die interpretatie/wending/theorie voorstellen als wetenschappelijk, en dus van grotere waarde dan de intentie van de auteur en de receptie van het publiek.

      • Avatar of sinead

        sinead 9:17 pm on October 14, 2010 Permalink | Log in to Reply

        Hee Léonie,

        ik denk dat je beschrijft wat ik heb geprobeerd te zeggen in andere woorden, en we eindigen op hetzelfde punt: wij hebben een theorie, maar die theorie is in de praktijk (nog) niet mogelijk of toepasbaar.

        Wat autonomie is, ik ben benieuwd wat het voor jou, maar tegelijkertijd voor alle anderen op dit forum betekent.

        Of autonomie wenselijk is, dat is een tweede punt waar ik graag over na wil denken. Voor “ons wetenschappers” is autonomie een prettig uitgangspunt want vrijheid blijheid we mogen alles onderzoeken wat we willen want het werk is een losstaand object (terwijl het tegelijkertijd daardoor misschien wel weer volledig ingebed is in alles wat je kunt bedenkent) maar blijkbaar is dat voor “andere lezers” (de hiërarchie die ik hier onbewust schep vind ik alles behalve prettig, maar ik zou niet weten hoe ik het ander moet zeggen) geen prettig idee. Blijkbaar willen mensen leiding, willen ze weten wat iets betekent en het antwoord “alles wat je kunt bedenken en begronden” is niet bevredigend. Moeten we dan maar op zoek naar de psychologische processen die daarmee te maken hebben?

    • Avatar of FlorisPieterse

      FlorisPieterse 9:07 pm on October 13, 2010 Permalink | Log in to Reply

      Hé Sinead,

      Goed essay (alhoewel de rol die Goethe en Spivak erin spelen me niet helemaal duidelijk is). Je stelt heel wat vragen die bij mij ( en alle literatuurwetenschappers waarschijnlijk) de afgelopen twee jaar behoorlijk in het achterhoofd hebben rondgespookt.

      Het meest intrigerende voor mij is eigenlijk de rol van ‘homo universalis’ die Arnon Grunberg die Arnon Grunberg in onze maatschappij heeft opgenomen. Het slaat eigenlijk helemaal nergens op (voor mij in ieder geval niet). Het hele idee dat omdat deze man een mooie roman kan schrijven hij vast en zeker over alles wel iets interessants te melden heeft vind ik gewoon een beetje belachelijk en ik ben ervan overtuigd dat het onvermogen van het algemene publiek om fictie en werkelijkheid uit elkaar te halen een belangrijke rol daarin speelt.

      Ik denk dat met de opkomst van de nieuwe media in de afgelopen eeuw de schrijver (onterecht) een veel enigmatischer en daarmee ook indrukwekkender figuur is geworden. Waar het eigenlijk allemaal op neerkomt is dat mensen veel minder lezen en daardoor is het lezen van een enkele roman opeens een veel gewichtiger iets geworden.

      Een voorbeeld: Iemand die nog nooit een roman heeft gelezen leest een roman en hij vindt het prachtig. Een kennis vertelt diegene dat hij hetzelfde boek gelezen heeft en er niets aan vond, waarop de eerste figuur in stomme verbazing antwoordt: ‘Hoe kan je zeggen dat dit een slecht boek is? Ik lees nooit boeken en ik vond het prachtig!’

      Ik denk niet dat ik de foute logica in het bovenstaande voorbeeld hoef uit te leggen en toch is het me één keer te veel gebeurd dat iemand dit (of iets soortgelijks) in alle ernst tegen me gezegd heeft. Misschien is de rol van de literatuurwetenschapper wel het bewaken van kwaliteit.

      Maar misschien is als literatuurwetenschapper mijn beeld van de leesgewoonten van het algemene publiek vreselijk vertroebeld. In zekere zin hoor ik eigenlijk niet meer tot het algemene publiek wat lezen betreft.

    • Avatar of jetvangroningen

      jetvangroningen 5:39 pm on October 14, 2010 Permalink | Log in to Reply

      Ik loop stage bij de Stichting Literaire Activiteiten Amsterdam, en daar worden regelmatig middagen/avonden georganiseerd waarbij de auteur centraal staat. Afgelopen zondag was er ‘In het hoofd van de dichter’, met ditmaal als gast K. Schippers. Voor de bijeenkomst had hij een gedicht moeten schrijven, wat hij dan zou voorlezen en samen met de presentatoren (Wim Brands en Erik Lindner) zou analyseren.
      In de programmaomschrijving staat: “Zin voor zin, woord voor woord ontrafelen zij de onderkant van het tapijt: Waar komen ideeën vandaan? Welke voorwerpen inspireren de dichters? Wat gebeurt er in het hoofd tijdens het dichten ?” Ik verwacht dat vele literatuurwetenschappers (zoals blijkt uit een deel van bovenstaande betoogjes) een dergelijke omschrijving tegen de borst zal stuiten. Want wat heeft het voor zin om een vergrootglas te houden boven de visies van de auteur?
      Aan het begin van de middag las K. Schippers een passage voor uit een gedicht dat verhaalt over ‘het voor de laatste maal slapen in dat bed’. Uit reacties bleek dat het publiek grotendeels dacht aan overlijden, laatste levensfases en leven na de dood. Schippers’ gedachtes bij het schrijven van het gedicht lagen echter bij de koele schoonheid en de opgeruimdheid die komen kijken bij het verhuizen naar een andere woonplek. Of de visie van het gedicht het gedicht meer schoonheid mee kan geven, weet ik niet. Maar ik ben wel van mening dat de auteur en zijn visie op zijn creatie niet iets is wat zomaar terzijde geschoven kan worden. En ik durf zelfs te beweren dat de visie/achtergrond van de auteur soms een diepere betekenis kan geven aan een werk. Tijdens het lezen van Cahier d’un retour au pays natal van Aime Cesaire of A Room of one’s own van Virginia Woolf heb ik mezelf telkens bezig gehouden met de vraag: wat moet ik weten van de geschiedenis (van de auteur) om dit werk te begrijpen?
      Ik vroeg mij af hoe jullie denken over dergelijke werken, die een sterke boodschap uit trachten te dragen? Is ook hier het literaire werk het beste te benaderen als autonoom zijnde?

    • Avatar of Léonie

      Léonie 5:21 pm on October 16, 2010 Permalink | Log in to Reply

      Veel stof tot nadenken hier!

      Jet: waarom denk je dat de visie en/of de achtergrond van de auteur een diepere betekenis kan geven aan het werk zelf? Het geeft zeker een betekenis, maar een zuivere closereading geeft toch óók een betekenis? Met andere woorden: hoe bepalen we welke betekenis die ergens aan gegeven wordt, “dieper” of “beter” is dan een andere? En als tweede: hoe maken we uit welk werk een sterke boodschap probeert uit te dragen? Zelf denk ik dat elk “goed” (maar wat is goed? O nee) boek een boodschap uitdraagt, of die nou duidelijk politiek voelbaar is (zoals bij Woolf en Césaire dus) of niet. Als je dit anders zou moeten bepalen, kom je toch gevaarlijk dichtbij een soort pamflet-achtige beoordeling van de “boodschap” van een boek?

      Floris: Het zou inderdaad kunnen dat schrijvers teveel autoriteit hebben gekregen. Dat iemand als Grunberg ook over politiek e.d. kan schrijven, betekent niet dat hij hier net zo goed (of slecht) in is als in het schrijven van een roman. Aan de andere kant staat het hem net zo vrij als ieder ander, en ik ben niet geneigd Grunbergs stellingen voor meer “waar” aan te nemen omdat hij Tirza of enig ander boek heeft geschreven (tenminste, dat denk ik zelf. Onbewust spele er vast heel andere dingen mee).
      Maar: wat vind je da algemener van de rol die “intellectuelen” moeten spelen in zoiets als het publieke debat? (Dit ook omdat daar bij vlagen enorme ophef over wordt gemaakt.) We zouden ook kunnen stellen, dat íemand dat toch moet doe (of, dat het fijn is als iemand dat doet) en zou een intellectueel/schrijver/etc daar misschien goed voor te lenen zijn? Of werken we dan teveel toe naar de bewuste creatie van een elite (we moeten immers Gramsci lezen voor aanstaande maandag).

      Sinead: Ik denk zeker dat “de zoektocht naar autoriteit” te maken heeft met het belangrijk of onbelangrijk maken van de auteur. Wij dichten autoriteit toe aan het werk, als wetenschappers: “andere lezers” (idem, (?)) doen dit bij de auteur. Ik denk dat dit inderdaad een makkelijker weg is en ook een logische stap – de auteur heeft het werk immers geschreven, dus “hij zal het beste weten”. Hiermee kom ik meteen bij Nikki’s punt: ja, het is wel de auteur die een boek geschreven heeft, maar waarom zou hij dan het meest of het beste uit zijn eigen boek kunnen halen? Ten tweede is het boek met al zoveel andere hulpmiddelen tot stand gekomen, dat we misschien wel kunnen betwijfelen of de auteur nog wel zo belangrijk is (en of niet de media, de uitgever of de boekwinkel het boek maken).

      Benieuwd naar het verdere verloop!

      Léonie

  • Avatar of sinead

    sinead 12:14 pm on October 9, 2010 Permalink | Log in to leave a Comment
    Tags: excellentie,   

    But one does not have to be in agreement with excellent people to feel affection and admiration for them.

    (Goethe 9)
     
  • Avatar of sinead

    sinead 5:19 pm on October 2, 2010 Permalink | Log in to leave a Comment
    Tags: conventie, jeugd, ouderdom,   

    Not too many years ago, there was a ready-made way to be old, just as there was a ready-made way to be young. Neither obtains any longer.

    (Philip Roth The Dying Animal 36)
     
  • Avatar of sinead

    sinead 12:05 pm on September 30, 2010 Permalink | Log in to leave a Comment
    Tags: , middelmaat, ,   

    Einde van de universiteit 

    ‘Do you in all conscience believe that you can stand seeing mediocrity after mediocrity, year after year, climb beyond you, without becoming embittered and without coming to grief?’ (Weber “Science as a Vocation” 4). Max Weber signaleert in “Science as a Vocation” het volgende: de universiteit draait niet om excellentie, zij draait om middenmoot. Wanneer het gaat om het krijgen van een baan aan de universiteit, zo stelt Weber, hoef je geen uitzonderlijke prestaties te hebben geleverd, sterker nog, het is een soort universele regel dat niet nummer één wordt verkozen, maar nummer twee of nummer drie. Dit is een fenomeen dat Weber ook bij de verkiezing van de volgende paus of de volgende president van Amerika signaleert. Een reden voor dit verschijnsel geeft hij niet, maar wel stelt hij ‘The predominance of mediocrity is rather due to the laws of human co-operation’; door menselijke samenwerking treedt middelmaat zo naar de voorgrond (3).

    (More …)

     
    • Avatar of myrthe

      myrthe 8:19 pm on October 1, 2010 Permalink | Log in to Reply

      Het is een pijnlijk probleem. Iedereen beseft dat hij of zij de mogelijkheid heeft om te studeren mede dankzij de overheid. De overheid werkt echter ook de middelmatigheid in de hand. Maar bij de overheid ligt ook de kracht tot verandering. Het is misschien een krom voorbeeld maar ik las in de krant dat de overheid miljoenen pompt in stoppen-met-roken programma. Waar blijft al dat geld, vraag ik me af? Rokende mensen kiezen bewust voor een ongezonde gewoonte. Als student kies je ook bewust, maar dan juist voor een studie om er van te groeien, maar op het onderwijs wordt bezuinigd. Nu ben ik van mening dat wij bij de studie Literatuurwetenschap, persoonlijke en toegewijde docenten hebben. Maar hoe zit dat bij andere studies? Kunnen massale studies zoals rechten hun onderwijs garanderen wanneer er zwaar bezuinigd wordt? Ik denk het niet.

      • Avatar of sinead

        sinead 5:34 pm on October 2, 2010 Permalink | Log in to Reply

        Een extra vraag die we hierbij moeten stellen: in hoeverre zijn de leerstoelgroepen onafhankelijk en kunnen zij zelf de inhoud van hun programma bepalen? Door de insitutionalisering van het onderwijs is er natuurlijk maar een beperkt budget en worden er ook eisen gesteld aan de leerstoelgroep. In hoeverre moet een opleiding buigen voor de wensen van het CvB en wanneer moeten docenten (en studenten) in opstand komen om de kwaliteit van het onderwijs te bewaken? Wat is het belang dat een leerstoelgroep wil behartigen: kwalitatief goed onderwijs verzorgen, ook als dit betekent dat je een zeker vorm van selectie hanteert, of buigen voor de wetten van de maatschappij en zorgen dat je studenten binnenhoudt om als opleiding vooral te mogen blijven bestaan?

    • Avatar of Léonie

      Léonie 2:09 pm on October 2, 2010 Permalink | Log in to Reply

      Ha Myrthe en Sinead,

      Het is inderdaad droef dat op het onderwijs wordt bezuinigd en er kennelijk wel geld is voor een stoppen-met-roken programma (al is dat ook een vorm van betutteling). Bij Literatuurwetenschap hebben we wat de docenten betreft zeker geluk, maar bij massale studies, maar ook andere kleine studies aan onze faculteit, is dat een ander verhaal (ik vind het verschil tussen LW en de talenstudies bijvoorbeeld enorm groot). De vraag is echter: hoe lossen we dit op? Als we ons actief willen verzetten tegen de middelmatigheid, moeten de universiteit dan meer gaan “selecteren” (kan wegens de politiek incorrecte bijsmaak nauwelijks gezegd worden) of moeten we wachten op een “cultuuromslag” van binnenuit (wat Sinead omschreef als “de studenten inprenten harder te werken”)? Het eerste gaat waarschijnlijk niet gebeuren, maar is het tweede wel te realiseren? En hoe?

  • Avatar of sinead

    sinead 2:31 pm on September 25, 2010 Permalink | Log in to leave a Comment
    Tags: , , ,   

    The ultimate problem posed by the institutional structure of the university is the place of human beings in it.

    Jaspers (77)
     
  • Avatar of sinead

    sinead 10:57 am on September 11, 2010 Permalink | Log in to leave a Comment  

    University education is meant for a number of selected people who are filled with a very special intellectual zeal and have sufficient mental equipment to do the work. In effect, the people who attend the university are an average group of people who have been able to acquire the necessary preparation. The weeding-out process is therefore up to the university. (Jaspers 59)
     
c
compose new post
j
next post/next comment
k
previous post/previous comment
r
reply
e
edit
o
show/hide comments
t
go to top
l
go to login
h
show/hide help
esc
cancel