De verlamming van het subject en de blootstelling aan de wereld
Mijn spreekwoordelijke ome Koos vraagt als sinds hij weet wat ik studeer op elk familiefeestje ‘Literatuurwetenschap… wat doe je dan?’, waarbij hij zijn wenkbrauwen optrekt en telkens weer zijn verbazing niet kan verbergen. Deze vraag, die niet alleen míjn ome Koos stelt, hebben we vast allemaal wel eens gehoord maar kunnen we die nu, zo tegen het einde van de bachelor, bevredigend beantwoorden? Wanneer ik voor mijzelf spreek: nee. Het antwoord is nog altijd een zweverig: ‘Boeken lezen, filosofie, dat soort dingen’ waarna ome Koos zijn wenkbrauwen nogmaals optrekt en je hem ziet denken ‘wat zit daar nu voor een toekomst in?’. Drie jaar literatuurwetenschap heeft er niet voor gezorgd dat ik anderen kan overtuigen van de toekomst van onze studie, want die toekomst, tja, wat is die nu precies? Ja, je hebt geleerd kritisch te denken, te deconstrueren, sluiers op te tillen, taboe’s niet te schuwen en vooral heel veel boeken gelezen die je ‘normaal’, wanneer je iets anders was gaan doen na 6 VWO, je buitenlandreis, je eerdere al dan niet mislukte studie, <vul in>, waarschijnlijk niet had aangeraakt. Je legt verbanden die anderen misschien niet hadden gedacht, maar is dat nu zo bijzonder? En wie heeft daar nu wat aan?
(More …)
thomasvangrol 7:56 pm on October 28, 2010 Permalink | Log in to Reply
Beste Sinead,
Ik ben het met je eens dat er geen Groot Doel is in het leven om naartoe te werken, geen Nut die bepaald hoe je je leven moet leiden en vooral dat dit verlammend werkt. Toch is er wel iets van nut of een doel in het leven van iedereen; anders zou je geen motivatie hebben om uit bed te komen, zeg maar. Al is de motivatie, het nut van het leven maar om de verveling te stoppen.
Ik denk dat het belangrijk is om te kijken waar het nut nu vandaan komt. Nut is belangrijk voor de samenleving als geheel. Jouw spreekwoordelijke ome Koos kijkt je vreemd aan omdat als literatuurwetenschappers er weinig bijdrage verwacht wordt aan de samenleving. Die verwachting komt weer voort uit zijn wereldbeeld. De samenleving heeft gezamenlijk door de jaren heen vastgelegd welke dingen ‘nuttig’ zijn en welke niet. Helaas accepteert de samenleving (een institutie) weinig ‘andersheid’ en een kritische kijk op de samenleving is dan ook niet gewenst. Hierdoor zal literatuurwetenschap als ‘niet nuttig’ worden gezien. Toch is er ook nut voor de literatuurwetenschappers in de samenleving; anders zou er geen studie van zijn.
Nu we hebben vastgesteld dat ons Nut ligt in de handen van al onze ome Koos-en, kunnen we ook zien dat er verandering mogelijk is. We kunnen ons nuttig maken door ons te gedragen hoe ome Koos wil dat we ons gedragen, of we kunnen proberen het wereldbeeld van ome Koos te veranderen. Dan kunnen we het lijk van Nut misschien opzetten en net doen of het weer leeft (want al die andere mensen met vaststaande wereldbeelden weten toch nog niet dat Nut dood is). Dan denkt in ieder geval de rest van de mensheid dat we nuttig zijn. Dit is nog geen middel tegen de verlamming, maar als we nu eindelijk ons Nut zelf kunnen bepalen, hoeven we ook aan niemand verantwoording af te leggen. We kunnen doen wat we willen, we kunnen onze eigen doelen stellen. We kunnen zelfs God zijn! Als we alledrie schijnbaar tot leven wekken, zodat iedereen met een vast wereldbeeld erin gelooft dat wij doelen voor de samenleving kunnen stellen, is alles mogelijk. De enige vraag die je je af moet vragen is alleen nog maar: Hoe kunnen we het wereldbeeld van Ome Koos veranderen?
Wat ik eigenlijk wil zeggen is gewoon: Doordat we kritisch zijn, hoeven we ons niet te houden aan de doelen die anderen aan ons opleggen. In plaats van verlamming kan dit ook heel bevrijdend werken. En als we anderen kunnen laten inzien dat wat wij doen heel nuttig is (ofwel voor de samenleving relevant), dan kunnen we ook meer kritische mensen kweken.
clau 10:17 am on October 29, 2010 Permalink | Log in to Reply
Beste Sinead,
een prachtig stukje dat je hebt geschreven. Als dat het resultaat is van drie jaar Literatuurwetenschap dan is het duidelijk wat het jou heeft opgeleverd.
Ik ben het met je eens dat je aan het einde van je studie vragen gaat stellen over je toekomst, die (voor mij persoonlijk dan) veel op een wit fel papier lijkt. Nu functioneren we nog binnen het kader van de universiteit: colleges, tentamens, essays, lezen, schrijven, denken, praten, borrelen. Maar als we straks worden losgelaten ‘op de maatschappij’, wat dan? Wat moet de maatschappij met ons en van ons?
In Berlijn is de studie literatuurwetenschap de kweekvijver voor toekomstige generaties taxichauffeurs. Denkend aan de recente taxioorlog in Amsterdam en het feit dat waarschijnlijk slechts een minderheid van ons een rijbewijs heeft is niet eens dat een optie die we serieus kunnen overwegen. Fietskoerier dan maar?
Ik zou niet willen stellen dat je door een geesteswetenschappelijke studie een beter mens wordt- we redden geen levens, niet eens in de vorm van dierenactivisme. We koken geen vijfsterren menu’s, hooguit pasta met tomatensaus. Misschien dat ome Koos is een idealistisch momentje nog wel kikkers over straat wil dragen of een poging doet tot coq au vin.
Nog even wat gedachten over de zogenaamde nutteloosheid van onze studie: God is dood, de auteur is dood, en nu is ook de weg kwijt. De absurditeit van het bestaan is iets dat een vaste plek in ons achterhoofd heeft gekregen. Literatuurwetenschap is gewoon geen studie met een utilitaristisch doel.
Misschien dat ik met de volgende opmerking de mist in ga, maar literatuur en filosofie hebben wel degelijk een functie: een functie van beschaving. Je leert tolerantie, empathie, en kritisch denken. Je leert hoe je op familiefeestjes ongemakkelijke stiltes vult. Je vindt de opmerking ‘eigen uniek talent’ van Rutte grappig.
Dat betekent echter niet dat we allemaal in fanatieke bekeerlingen moeten veranderen die van ome Koos eisen dat hij Shakespeare moet lezen, of Beckett, of een uitgesproken mening over Foucault hoort te hebben.
Thomas begaat trouwens een prachtige drogreden met het stellen dat het bestaan van de studie literatuurwetenschap het bewijs is voor het nut van literatuurwetenschappers in de maatschappij. Literatuurwetenschap is een fantastische studie, maar haar bestaan is geen bewijs voor haar nut. Het is echter wel een argument voor het bestaan van mensen met een passie voor dit vak, anders was onze studie al lang wegbezuinigd. Literatuur en literatuurwetenschap geeft ons een plek, en vanuit die positie kunnen we roepen: Leve het leven!
yvonne 7:38 pm on October 30, 2010 Permalink | Log in to Reply
Hoi Sinead,
Je roert hier een goed punt aan. Mijn ome Koos bestaat met name uit de moeders die ik op school en langs de voetballijn spreek en mijn schoonvader. De eersten vinden het onvoorstelbaar dat mijn kinderen 2 keer 2 uur naar de naschoolse opvang terwijl ik toch studeer en thuis zit. De laatste bleef mijn studie altijd benaderen vanuit geldelijk motief, tot vervelens toe, tot ik zijn vragen over de studie alleen nog met ‘het gaat uitstekend’ beantwoordde en over een ander onderwerp begon.
Via Facebook (zogenaamd niet erg nutig) leerde ik Peter Venmans kennen. Hij schreef een boek genaamd ‘Over de zin van nut’. Dit gaat over het nutsdenken, de maatschappelijk nadruk op het denken in termen van efficiëntie. Dat is waar je als student literatuurwetenschap op stuit lees ik in je essay. Venmans beschrijft de (filosofische) geschiedenis van het nutsdenken. Een mooi stukje gaat over Mills. De depressie van 1826 liet hem inzien dat het nutsprincipe alleen niet zaligmakend is en zelfs het meest waardevolle in de mens kan vernietigen, maar tegelijkertijd dat je er niet zonder kunt. Venmans pleit voor weer een koppeling van nut aan geluk, waarbij geluk zo breed en zo specifiek mogelijk gedefinieerd moet worden inclusief alle vormen van zelfrealisatie, met inbegrip van hogere genietingen, etc.
Volgens mij komt de mens steeds verder in het nauw en van zichzelf af te staan door alle efficientie-normen (Adorno). Hij weet donders goed dat wat daadwerkelijk van waarde is niet altijd in nut valt uit te drukken, maar doet toch mee aan de malle molen, en stelt zijn medemens efficientie-vragen.
Door onze studie hebben we geleerd na te denken over processen en systemen waar mensen in meedraaien, kritisch te zijn, dingen te doorzien. Wij kunnen onze ‘Ome Koos’ een vraag stellen naar aanleiding daarvan. Zeg Ome Koos, we zijn nu bezig met …., vertelt u eens gaat dat ook zo bij U? Ik voer inmiddels de meest vreemde discussies langs de voetballijn met de moeders. En weet je wat, ze storten stuk voor stuk hun frustraties uit op het kunstgras uit en komen zelf met stukken/boeken waarover ze gelezen hebben en blijken maar wat graag te willen discussieren. Ik laat inmiddels zo zien waar ik mee bezig ben als antwoord op de Ome Koos-vraag. Mijn schoonvader durft inmiddels ook niet meer over geld- en carrierekansen te beginnen, dan krijgt hij een discussie over feminisme aan de broek.
Nuttig zo’n studie – en bovendien hartstikke leuk – alleen straks iemand zien te vinden die me ook wil betalen voor wat ik geleerd heb.
merelsijbrant 12:51 pm on October 31, 2010 Permalink | Log in to Reply
Dag allen,
Wat een mooi discussie. Sinead, wat mij betreft hebben we vanaf nu in onze maatschappij niet meer alleen Henk en Ingrid maar ook Ome Koos: de nut-tige man. En Yvonne, ik herken een heel stuk van je verhaal. Dankzij de studie Literatuurwetenschappen kan je met leuke ‘kroeg’- en kennelijk ‘kunstgras’- wijsheden op de proppen komen maar, inderdaad, wat verdien je er meer aan dan her of der een biertje en een carpooldeal?
Thomas, misschien is het nog niet zo’n gek idee om het lijk van Nut als vogelverschrikker op het dorpsplein te zetten. Het idee om ‘nuttig’ te zijn, het idee dat je leven zin heeft op welke schaal dan ook, redt volgens mij mensenlevens. Men moet het idee hebben nuttig te zijn. Daarmee wil ik absoluut niet zeggen dat ‘nut’ op enige schaal te vatten is. Van een aantal individuen kunnen we stellen dat ze de werels veel goeds hebben gebracht (ik denk dan aan Mandela, Newton) maar dat is lang niet altijd zo eenduidig. Jezus? ‘Hij’ (of hij daadwerkelijk heeft bestaan laat ik hier even in het midden) heeft veel troost maar ook veel leed teweeg gebracht. Harry Mülisch? Helaas is hij gisteren overleden. De verscheidenheid aan reacties zegt al genoeg: van ‘prachtige, roerende verhalen’ tot ‘een verschikkelijk arrogante man’ (gek toch dat zoveel mensen niet lijken te kunnen accepteren dat die twee samen kunnen gaan).
Concluderend: de illusie van een nuttig bestaan is voor veel mensen een groot goed in het leven. Ik weet zeker dat ook iedereen binnen onze studie een bepaald gevoel van ‘nut’ heeft in zijn leven/voor zijn omgeving. Laat duidelijk zijn dat dit ‘nut’ niet altijd aardverschuivend en ‘dienstbaar’ moet zijn. Laat Ome Koos zich vooral nuttig voelen, dan kan jij het helpen door die illusie hoog te houden (maak jij je ook gelijk weer nuttig).
Groet,
Merel.
Léonie 2:26 pm on October 31, 2010 Permalink | Log in to Reply
Ik kwam een toepasselijk citaat tegen:
‘ “Wat ik eenmaal gezegd heb, dat doe ik’ – deze denkwijze geldt als karaktervol. Hoeveel handelingen worden niet verricht, niet omdat ze als de verstandigste gekozen zijn, maar omdat ze, toen ze ons invielen, op de een of andere manier onze eerzucht en ijdelheid geprikkeld hebben, zodat we erbij blijven en ze blindelings doorzetten! Zo vermeerderen we bij onszelf het geloof aan ons karakter en ons goede gweten, dus, over het geheel genomen, onze kracht: terwijl het kiezen van het zo verstandig mogelijke, de scepsis jegens onszelf en dus een gevoel van zwakte in ons instandhoudt’ (Nietzsche, Morgenrood, paragraaf 301 ‘Karaktervol’).
Alweer een citaat van Nietzsche, jawel.
Wanneer we hiervan uitgaat, dan:
-kiezen we de zaken louter toevallig en heeft het ook geen zin om onophoudelijk te gaan reflecteren op “Waarom, waarom”, aangezien de zaken nu eenmaal zo gelopen zijn (en nog wel “omdat ze zo gelopen zijn” en nergens anders om)
-Iets in onze keuzes, namelijk dat wat ons die keuze heeft laten maken, zorgt ervoor dat we doorgaan in die keuze. En dat is maar goed ook, want:
-Teveel twijfel maakt zwak
Terwijl ik dit schrijf, voel ik me behoorlijk paradoxaal. Want ja, ook ik studeer Literatuurwetenschap en voel me inmiddels behoorlijk beroepsgedeformeerd (ik reflecteer om het zo te zeggen 24/7, vind inderdaad “een eigen, uniek talent” als uitspraak grappig, net als “de excellente student” en zaken als “studiesucces verhoogt studierendement” (al word ik daar nog eerder misselijk van). We deconstrueren, filosoferen en reflecteren er op los, en ik doe vrolijk mee. Om het zo te zeggen: onze twijfel, of ons vermogen tot twijfelen lijkt hier onze kracht.
Kunnen we dan toch meer kracht ontlenen aan scepsis dan Nietzsche dacht? We worden in ieder geval grondig tegengewerkt door alle ome-Koos-en oftewel “efficiency-denkers” (en dat lijken er soms steeds meer te worden) in deze wereld, en misschien ook wel door onszelf. Wij zijn immers begonnen met die twijfel – en ondanks dat de Literatuurwetenschap-manier-van-denken om het lekker (onbedoeld) essentialistisch uit te drukken er één is die ik niet zou willen missen en me behoorlijk veel heeft bijgebracht en dat ook blijft doen, word ik er soms behoorlijk wanhopig van. Weten we dan helemaal Niets?
Nee, ik denk het niet, eigenlijk. Maar misschien hebben we onderhand geen God meer nodig (of kunnen we er ons niet meer toezetten) en moeten we ons dan maar richten op het tijdelijke “vergeten” van Nietzsche om te handelen (alleen is het dan weer de vraag hoe je dat doet – al is die misschien makkelijker te beantwoorden dan ik aanvankelijk dacht. Wanneer ik een essay schrijft vergéét ik – dat er al duizenden essays voor het mijne zijn geschreven, door mensen met meer ervaring, kennis, schrijftalent misschien? Maar toch schrijf ik – en denk ik dat dat zin heeft, of is het in ieder geval leuk genoeg om te doen en ermee door te gaan.
Af en toe wat zware zondaggedachten, maar het is dan ook herfst.
Fijn weekend!
Léonie
sinead 3:10 pm on October 31, 2010 Permalink | Log in to Reply
De door ome Koos opgetrokken donkere wolk van het Nut vervaagt door alle mooie reactie die jullie hier hebben geschreven. Ja, af en toe word ik behoorlijk moedeloos van onze studie, een frustratie die ik dus met meerderen deel.
Claudia, ik vind dat je een prachtige uiteenzetting hebt gegeven over het bestaansrecht van literatuurwetenschap (om er maar even zo’n zware term op te plakken) en nee, we moeten vooral ome Koos niet bekeren tot de Heilige Wereld van de Literatuurwetenschap. Ik ben heel erg blij met die wereld, hoe ontoegankelijk (en nutteloos) ze soms ook lijkt en hoe we kunnen uitroepen: ja, en wat na de studie dan? Om vervolgens de schouders op te trekken en te zeggen ‘Nuttig zo’n studie – en bovendien hartstikke leuk – alleen straks iemand zien te vinden die me ook wil betalen voor wat ik geleerd heb.’ om Yvonnes antwoord op deze vraag te herhalen.
Merel, ik ben het met je eens dat je de illusie van nut voor jezelf misschien wel hoog moet houden, en natuurlijk, ik heb ook ergens het idee nuttig te zijn en daarom kom ik ‘s ochtends toch uit bed. Het mooie van LW is natuurlijk dat we de illusie van nut zien, maar laten we eerlijk zijn, een wereld louter bevolkt door literatuurwetenschappers zou waarschijnlijk niet bijzonder productief zijn, want wat zou er gebeuren wanneer iedereen de illusie ziet? Thomas, ik zou er dus ook niet voor pleiten het wereldbeeld van Ome Koos te veranderen.
Léonie, jouw citaat van Nietzsche deed mij denken aan het essay van Floris: in zijn essay lees ik een pleidooi voor het kiezen van een weg binnen LW om deze vervolgens te blijven volgen. Ik denk zelf niet dat dit de manier is, omdat je dan vast komt te zitten in een discours en er niet meer buiten kunt en wilt kijken (mijn referentie aan het feminsime). Ik denk dat je wel een route voor jezelf moet bedenken om aan de verlamming te ontkomen, maar die route moet niet een vastomlijnd kader worden waarbinnen je werkt en waarbuiten je op een gegeven moment niet meer kunt denken. Je moet ook af kunnen wijken van wat je doet, jezelf kritisch gadeslaan en dan weer verder. De weg die je moet kiezen, kan dit dus niet, zoals jij stelt, hoofdzakelijk de weg van het vergeten, de weg van het vragen en de weg van het kritiseren zijn?
Een antwoord op de vraag ‘wat word je dan?’ zal een literatuurwetenschapper waarschijnlijk nooit concreet kunnen formuleren. Nee, we worden geen dokter, we worden geen automonteur, we leren ook niet meubels maken of computersystemen ontwerpen en beheren. We leren kritisch denken, we confronteren mensen met ideeën die ze zelf misschien nooit hadden gedacht, we stellen vragen die anders misschien niet waren gesteld maar die toch behoorlijk -tja, hoe kan ik het anders zeggen- nuttig blijken te zijn.