Updates from sverest RSS Toggle Comment Threads | Keyboard Shortcuts

  • Avatar of sverest

    sverest 11:57 pm on October 29, 2010 Permalink | Log in to leave a Comment
    Tags: , organic intellectuals   

    Ongelijkheid als ideaal 

    ‘All men are intellectuals, […] but not all men have in society the function of intellectuals.’ Een prachtig citaat, dat op het eerste gezicht simpel lijkt, maar een hele diepe betekenis in zich draagt dat de essentie van maatschappij en mensheid bloot legt en tegelijkertijd het idee van de gelijke mens als een illusie verwerpt. Gramsci maakt in The Intellectuals duidelijk dat de maatschappij fundamenteel hiërarchisch is.
    Deze hiërarchie komt in de maatschappij simplistisch naar voren in de oppositie bovenbouw, de elite, en de onderbouw, de massa. De bovenbouw bezit in de gemeenschap de functie als intellectueel; de onderbouw niet, zij voeren uit voor de intellectuelen. De onderbouw is letterlijk een grijze massa, een massa die als collectief zijn steen bijdraagt aan de maatschappij, maar waarin de individuen nietszeggend zijn. Het zijn stereotiepen zonder identiteit. Henk en Ingrid.

    Gramsci stelt dat er individuen zijn die opspringen uit deze massa, die zich er tegen afzetten en zich daarbij een identiteit toekennen: de ‘organic intellectuals’. Deze intellectuelen ‘bestaan’ pas op het moment dat ze zich uiten en breken met de onderbouw; het intellectuele zit hem in de emancipatie: het individu breekt met de massa en plaatst zich in een traditie, waardoor het individu zijn identiteit verwerft. Er is sprake van een beweging waarbij de persoon zich van buiten naar binnen beweegt: van buiten de traditie en geschiedenis naar het er middenin staan. Deze beweging is niet alleen een noodzakelijkheid voor het individu om zijn identiteit te bereiken, maar ook een noodzakelijkheid voor de maatschappij vooruit te kunnen. ‘Organic intellectuals’ maken verandering en transformatie mogelijk. Ze maken iets onzichtbaars zichtbaar; zetten iets onbekends op de kaart, omdat ze alleen hierdoor de functie van intellectueel kunnen verkrijgen; als ze iets beweren dat allang bekend is, zullen ze tot de massa blijven behoren.
    De maatschappij kent dus een hiërarchische structuur, waarin de vrije mens niet bestaat. Elk individu is onderdeel van de structuur, een element, dat, samen met alle andere elementen, de maatschappij vormt. De massa is dus niet vrij, maar de intellectuelen eigenlijk ook niet. Ze hebben niet voor niets de functie van intellectueel, het is hun bijdrage aan de maatschappij. Ze zijn een element dat niet los valt te zien van het geheel.
    Dit zou je als een heel sombere kijk op de maatschappij kunnen zien, waarin elk individu eigenlijk niet veel meer dan een machineonderdeel is, maar, buiten het feit dat deze visie volgens mij waar is, is hij ook noodzakelijk geweest om op het punt te komen waar we als mens nu staan. De hiërarchische structuur, met een massa en een elite, maken dit leven mogelijk. Als de hiërarchie zou worden opgedoekt en elk individu de mogelijkheid bezat het intellectuele, dat in hem zit, te gebruiken, dan zou de wereld, en daarbij het leven, één grote chaos zijn. Om producten te maken, daden bij het woord te voegen, heb je een massa nodig die niet hun intellectueel-zijn gebruiken, maar deze uitschakelen en simpelweg uitvoeren wat de intellectuelen hebben bedacht. Het is de noodzakelijkheid om het leven te kunnen leiden, zoals de mens deze nu (in het Westen) leidt. De intellectueel is gebaat bij een massa, maar evenzogoed is de massa gebaat bij een intellectueel.

    Het simpele zinnetje van Gramsci zet dus vraagtekens bij het Verlichtingsideaal van gelijkheid en de vrije, onafhankelijke mens. Is gelijkheid en/of vrijheid voor de massa wel voordelig? Zorgt gelijkheid er niet juist voor dat het fundament van de maatschappij instort en het leven daardoor wordt bemoeilijkt? Ik denk dat ieder mens in onze Westerse maatschappij erbij gebaat is dat er ongelijkheid heerst in rang en functie, ik denk dat het een goed leven mogelijk maakt.

    Literatuur:
    Gramsci, A. The Intellectuals.

     
    • Avatar of milan

      milan 10:10 am on November 1, 2010 Permalink | Log in to Reply

      Hoi,

      Interessante opvatting! Ik ben het met je eens dat te veel vrijheid lijkt te zorgen voor chaos en dat als iedereen ‘intellectueel’ zou zijn er misschien meer conflicten zouden ontstaan.

      Je zegt alleen dat de onderbouw bestaat uit mensen zonder identiteit. Maar heeft niet ieder individu een identiteit? Of die nou uitgesproken is alleen ‘meeloopt’ met de massa. En is die identiteit ook weer niet onderdeel van de ongelijkheid tussen mensen?

      Het zou mooi zijn als ongelijkheid z’n positieve kant heeft, ik vraag me af of mensen van de ‘onderste laag’ er ook baat bij hebben.

      • Avatar of sverest

        sverest 5:12 pm on November 1, 2010 Permalink | Log in to Reply

        Ze hebben geen identiteit in die zin dat ze zich niet onderscheiden van de andere individuen uit de massa. Ze beleven het leven, ze leven het niet; passief laten ze zich leiden door de intellectuelen.

        Identiteit is inderdaad onderdeel van de ongelijkheid tussen mensen en zo bedoel ik dat ook. De massa is dan één homogene groep met dezelfde soort identiteiten; daar is weinig ongelijkheid tussen. Maar de intellectueel bezit een ‘eigen’ identiteit, die hem onderscheid van alle andere identiteiten, die de ongelijkheid tussen mensen vorm geeft. Ik hoop dat het duidelijk is wat ik bedoel, maar besef dat het niet bijster duidelijk is uitgelegd…

        Ik probeer te beargumenteren dat de mensen van de ‘onderste laag’ er in die zin baat bij hebben dat door de ongelijkheid er geen chaos ontstaat en ze dus op een aangename, maar niettemin grijze, manier kunnen leven. De ongelijkheid schept duidelijkheid en zorgt ervoor dat er überhaupt interactie tussen grote groepen mensen mogelijk is, wat voor de ‘vooruitgang’ in de afgelopen eeuwen heeft gezorgd.

        Ik plaats ‘vooruitgang’ tussen aanhalingstekens, omdat ik er helemaal niet van overtuigd ben dat er sprake van vooruitgang is geweest. Ik zeg (en vind) niet dat het hiërarchische systeem goed is, maar constateer dat het wel de enige manier is om te kunnen leven op de manier waarop de mens dat nu doet, van alle gemakken voorzien.

        • Avatar of jwhiah

          jwhiah 8:01 pm on November 1, 2010 Permalink | Log in to Reply

          Beste Sverest,

          Je stelt: ‘Ik zeg (en vind) niet dat het hiërarchische systeem goed is, maar constateer dat het wel de enige manier is om te kunnen leven op de manier waarop de mens dat nu doet, van alle gemakken voorzien.’

          Ik vroeg mij dan af, als jij jezelf zou plaatsen, met deze opvatting, tussen/in/onder/boven/naast de verschillende discoursen… waar jij je bevind? Ik heb namelijk het idee dat je niet gelooft in iets buiten het hiërarchische systeem. Maar is dat misschien niet omdat een bepaald discours zo sterk op jou doorwerkt, dat je hetgeen, de hiërarchie (Waar jij niet totaal tevreden mee bent) accepteert? Is dit ook niet precies waar Certeau om de hoek komt kijken, wanneer hij spreekt over actie… het tussen de vertogen staan. Dat je als het ware ook de discoursen kunnen ombuigen.

          Ik pretendeer verder niet dat ik zelf een oplossing heb, maar als ik terugkijk naar de (geregistreerde) geschiedenis, zie ik toch verandering/ omslag en ontwikkeling…

    • Avatar of Gerda

      Gerda 8:22 pm on November 1, 2010 Permalink | Log in to Reply

      Beste Sverest ,

      Als theorie leest jouw essay ‘lekker weg’.
      Toch blijft er iets knagen. Ik ben onder andere blijven hakgen bij het volgende citaat:

      “Dit zou je als een heel sombere kijk op de maatschappij kunnen zien, waarin elk individu eigenlijk niet veel meer dan een machineonderdeel is, maar, buiten het feit dat deze visie volgens mij waar is, is hij ook noodzakelijk geweest om op het punt te komen waar we als mens nu staan. De hiërarchische structuur, met een massa en een elite, maken dit leven mogelijk.”

      Ik vraag mij af of dit niet te ver van de praktijk af staat. De laatste woorden uit dit citaat: “maken dit leven mogelijk”. Dan moet ik toch even denken aan de opkomst van Wilders. Heeft Wilders misschien zoveel stemmen gekregen omdat de ‘grijze massa’ eindelijk wel eens gehoord wil worden? Juist omdat ‘ze’ het gevoel hebben dat ze geen eigen gezicht hebben? Het is volgens mij te sterk uitgedrukt. Evenals jouw laatste zin :
      “Ik zeg (en vind) niet dat het hiërarchische systeem goed is, maar constateer dat het wel de enige manier is om te kunnen leven op de manier waarop de mens dat nu doet, van alle gemakken voorzien.”
      Volgens mij is duidelijk dat “een leven van alle gemakken voorzien” niet het leven zoals iedereen dat voelt.

    • Avatar of FlorisPieterse

      FlorisPieterse 12:12 pm on November 2, 2010 Permalink | Log in to Reply

      Beste Sverest,

      Voor zover als ik het begrijp gaat jouw essay helemaal over de maatschappelijke relatie tussen de “denker” en de “doener” en ik ben het grotendeels met je eens in zoverre dat de twee elkaar nodig hebben. Als je immers teveel nadenkt wordt er niets gedaan en als je dingen doet zonder erbij na te denken krijg je eveneens problemen.

      Waar je me een beetje kwijtraakt is je uitspraak dat niemand “vrij” is van deze polarisering. Impliceert de emancipatorische daad waar de intellectueel door gedifinieerd wordt niet juist een wat meer ambigue situatie in plaats van een stricte tweedeling? Ieder mens heeft toch denker en doener in zich? Één kant is alleen wat sterker dan de ander.

      Is het ook niet een beetje kort door de bocht om dit linea recta als “goed” te bestempelen? Voor mij is het meer een gepast systeem bij duidelijk gebrek aan beter, maar dat kan ook te persoonlijk liggen.

    • Avatar of clau

      clau 6:02 pm on November 2, 2010 Permalink | Log in to Reply

      Beste Sverest,

      Heel mooi dat je Henk en Ingrid in marxistische termen definieert. Ik denk echter niet dat Gramsci het op die manier bedoelde. Gramsci analyseert de wording van een intellectueel en maakt daarbij onderscheid tussen verschillende soorten intellectuelen. En is niet juist het feit dat hij stelt dat ‘all men are intellectuals’ een argument voor het marxistische ideaal van gelijkheid, die helaas door het heersende systeem genegeerd wordt?
      Je stelt ook dat ‘wij’ de grijze massa nodig hebben en dus baat hebben bij hun voortbestaan, want als iedereen opeens een intellectueel zij zijn verzinkt de wereld in chaos. Je veronderstelt dus een dialectische relatie tussen intellectueel en massa. Ik denk dat dit onderwerp ook op dit moment speelt, in de discussie rondom het afschaffen/beperken van de kunstsubsidies, bezuinigingen op onderwijs etc. Henk en Ingrid ontkennen dus dat zij als grijze massa de intellectuele elite nodig hebben…
      Jouw stelling dat het voortbestaan van een strikte scheiding tussen onderbouw en bovenbouw onze manier van leven mogelijk en aangenaam maakt zou Gramsci waarschijnlijk in zijn graf doen omdraaien, maar goed.
      De vraag is natuurlijk hoe je ‘de’ intellectuele definieert- kan intellectualisme niet ook een levenshouding zijn? In dat licht is het niet noodzakelijk dat de sociale functie die iemand inneemt strookt met de levenshouding van diegene. We doen tenslotte allemaal dingen die niet stroken met onze opvattingen over het leven, gewoon, omdat het moet. Maar juist het feit dat in iedereen de mogelijkheid tot intellectueel schuilt, is de essentie van gelijkheid binnen het marxistische model.
      Met andere woorden: ik vind jouw essay heel interessant, hoewel ik het absoluut niet met je eens ben. Want ongelijkheid mag in mijn ogen nooit een ideaal worden, want daarvan hebben we in ‘de echte wereld’ al genoeg.

    • Avatar of

      khnilka 10:34 am on November 4, 2010 Permalink | Log in to Reply

      Beste Sverest, denk je niet dat er individuen zijn in de ‘onderbouw’ die niet intellectueel zijn, maar die de grijze massa aanzetten tot iets? Nu weet ik niet of ik heb goed begrepen heb, maar waarom is deze rol alleen weggelegd voor intellectuelen van de ‘bovenbouw’?

    • Avatar of maartje

      maartje 12:41 pm on November 4, 2010 Permalink | Log in to Reply

      Beste Sverest,
      Naar mijn mening kwamen de intellectuelen uit het prolitariaat en niet uit de bovenbouw. Om intellectueel te zijn, kunnen ze echter niet meer bij het prolitariaat horen, zoals je zei, maar ondanks dat ligt wel de oorsprong daar. Je hebt het over vrij zijn en over gelijkheid, maar wat versta je daar onder? Wanneer er wellicht zo wordt gekeken dat alles systematisch geordent is, kan men ook niet buiten dat systeem handelen, net zoals Gramsci dat volgens mij vermeldt. Dit is een kwestie van perspectief. Wanneer je Foucault hierop betrekt kan er misschien een ander licht worden geworpen op deze situatie.

      Wat betreft gelijkheid: Dit is een problematiek in de hedendaagse maatschappij een grote rol speelt. Het lijkt zo te zijn dat iedereen gelijken rechten heeft, en er is dan ook een grote aanslag op deze gelijke rechten aan de gang. Enigzins een illusie naar mijn idee, maar schijnbaar heeft Iedereen ergens recht op. Dat hoor je ook vaak in wat voor situatie dan ook. Is dit een slecht gegeven? en wanneer het werkelijk zo is, wat betekend dat voor Gramsci’s beredening? Bestaat het prolitariaat nog wel of is iedereen gladgetrokken? Hoe denk jij hierover?
      gr.

    • Avatar of liespeeters

      liespeeters 3:16 pm on November 4, 2010 Permalink | Log in to Reply

      Beste Sverest,
      Leuk essay en een mooi standpunt. Het idee van een ”grijze massa” komt bekend voor… volgens mij was het Plato die zei ‘de massa is dom”. Plato had ook een beeld van een wenselijkheid hiërarchische maatschappelijke ordening. Jouw standpunt komt in de buurt van dit citaat (wat ik op internet vond in een stuk over Plato) van paus Pius X (in de encycliek Vehementer (1906 ):
      ”De kerk is van nature een ongelijke gemeenschap. Zij omvat twee categorieën van personen: de herders en de kudde. De massa heeft geen ander recht dan te aanvaarden, geleid te worden en met onderwerping de bevelen te volgen van wie haar leiden”
      Je zou dus de ‘grijze massa” de kudde kunnen noemen en de herders de intellectuelen of de elite. Misschien ga ik met deze bewering wel een verkeerde zijstraat in maar dit citaat is toch sterk vergelijkend met jouw standpunt. Alleen heeft Pius het over de kerk en heb jij het over de maatschappij.
      groetjes, lies

  • Avatar of sverest

    sverest 5:07 pm on October 24, 2010 Permalink | Log in to leave a Comment
    Tags: arts, ,   

    Art is thus a kind of knowledge that operates outside the enlightened discourse which it lacks. More importantly, this know-how surpasses, in its complexity, enlightened science.

    Certeau, The Arts of Theory – p. 66
     
  • Avatar of sverest

    sverest 4:45 pm on October 17, 2010 Permalink | Log in to leave a Comment
    Tags: Gamsci, intellectual   

    All men are intellectuals, one could therefor say: but not all men have in society the function of intellectuals. When one distinguishes between intellectuals and non-intellectuals, one is referring in reality only to the immediate social function of the professional category of the intellectuals.

    Antonio Gramsci – The Intellectuals
     
  • Avatar of sverest

    sverest 10:43 pm on October 15, 2010 Permalink | Log in to leave a Comment
    Tags: , rede,   

    Het afzweren van de demagogie 

    Kant constateert in The Conflict of the Faculties dat de universiteit ingedeeld is in drie ‘hogere’ faculteiten en één ‘lagere’ faculteit. In de hogere faculteiten wordt het belang van de staat gediend: ze staan onder het bestuur van de staat en moeten zodoende ook verantwoording afleggen tegenover de staat; er is totaal geen vrijheid van kritisch denken. Hieronder staat de lagere faculteit: die van de filosofie. Deze is vrij, heeft zijn eigen autoriteit en kent de mogelijkheid van het uiten van kritiek: ‘One in which reason is authoirzed to speak out publicly’. (Kant: 28)
    En juist dit publiekelijk spreken, waaronder natuurlijk ook kritiek moet worden verstaan, acht Kant van essentieel belang voor de mensheid en de staat. Het is belangrijk dat de staat beoordeeld mag worden, omdat dit voor redelijkheid zorgt. En de staat is erbij gebaat redelijk te zijn, omdat dit – in de geest van het Verlichtingsideaal – voor vooruitgang zorgt. Kortom: Kant ziet een belangrijke rol voor de rede weggelegd en betoogt dat de indeling in hogere en lagere faculteiten dan eigenlijk ook omgedraaid zou moeten worden, zodat de filosofie de hoogste rang bezit en de rede het belangrijkste goed wordt.
    De rede houdt onvermijdelijk volledige vrijheid in. Vrijheid de rede te gebruiken en niet klakkeloos na te volgen en dus de vrijheid een kritische houding aan te nemen en deze te uiten. Het gebruik van de rede en de daaruit voortvloeiende vrijheid voorkomt demagogie, omdat intellectuelen dan de mogelijkheid bezitten het volk te informeren of zelfs te waarschuwen over zaken die naar hun idee niet redelijk verlopen.

    Theoretisch klinkt dit allemaal mooi in de oren, maar werkt het allemaal zo mooi in de praktijk? Het Duitse, en daarmee ook Nederlandse, universiteitsmodel zijn gebaseerd op het ideaal van Kant om de ‘hogere’ faculteiten en de ‘lage’ faculteit om te draaien, waardoor filosofie ‘boven’ theologie, geneeskunde en rechten komt te staan. Wat heeft deze wisseling van de wacht ons gebracht?

    Niets. Althans niet hetgeen Kant voor ogen stond. Een kleine drie eeuwen later is het begrip ‘vrijheid’ ontmanteld als een machtsmiddel, als een excuus te mogen doen en laten, te mogen zeggen wat je wilt. Geert Wilders is in die zin dan ook een kind van Kants ideaal. Kant dacht dat door redelijkheid en de daarbij behorende vrijheid demagogie werd voorkomen, maar het tegendeel is waar geworden: vrijheid heeft (voor een belangrijk deel) bijgedragen aan de demagogie in de wereld. Het begrip ‘vrijheid’ is te vrij.
    Geert Wilders stelt zich op als een kritische denker, iemand die niet zomaar aanneemt wat de staat hem vertelt of doet geloven en die zijn vrijheid gebruikt om daartegen in te gaan. De manier van presentatie geeft hem het beeld van iemand die zijn redelijkheid gebruikt om het volk te beschermen tegen demagogie: de kritische opstelling en de vrijheid nemen kritiek te leveren op het doen en laten van de staat is in wezen precies zoals Kant het voor ogen zag. Wilders laat zien dat Kants ideaal voortreffelijk werkt in de praktijk en tot hier is daar ook niets mis mee. Het probleem is alleen de bijwerking die de vrijheid van de rede met zich meebrengt. De vrijheid gaan zelf als een machtsmiddel dienen; het legt een waarheid op.
    Door de opkomst van de Verlichting werd het geloof in de rede steeds groter. Ik zeg hier bewust ‘geloof’, omdat de Verlichting eigenlijk precies hetzelfde deed als de instituties waarop het een reactie vormde. Waar de dogmatische geloofsleer van het Christendom werd bekritiseerd, had de Verlichting zelf een naar het dogma neigend geloof in de rede. De rede werd precies hetzelfde als waar het zich tegen had proberen af te zetten: een geloof. En dit is precies het probleem van de rede: het gelooft ontzettend in zichzelf.
    Als Wilders zijn rede gebruikt en daardoor de vrijheid neemt kritiek te leveren op de staat, dan is daar zoals gezegd niets mis mee. Het feit dat Wilders kritiek uit houdt echter in dat hij ook een standpunt bezit. Dit standpunt is een product van de rede en wordt daardoor, alleen al door deze status, als waarheid verkondigd. Het geloof in de rede is zo groot dat elke kritiek op deze ‘waarheid’ als een bedreiging wordt gezien, als een poging om de vrijheid van de rede in te perken. Elke kritiek op het standpunt, dat nota bene voortkomt uit kritiek, wordt gezien als een jaloerse daad, als een poging van een naar macht hunkerend individu. De waarheid voortkomend uit de vrijheid kritisch te denken wordt opgelegd als dé waarheid en dient daardoor als een machtsmiddel. Het is niets minder dan de eis deze waarheid na te volgen. De vrijheid met zijn kritische denken leidt dus tot niets minder dan demagogie.

    Een omkering van de ‘hoge’ faculteiten met de ‘lage’ faculteit heeft dus geen zin. Niet tenminste als je de demagogie wilt af(z)weren. Maar is er dan misschien een andere oplossing? Ik denk het wel.
    Zowel het Franse universiteitsmodel als Kants reactie daarop gaan uit van hiërarchie tussen de ‘hoge’ faculteiten en de ‘lage’ faculteiten. Daar ligt volgens mij de kern van dit probleem, want hiërarchie creëert per definitie al machtstructuren. Mijn inziens weerhouden de disciplines bij de ideale vormgeving van de universiteit zich dan ook gelijkwaardig tot elkaar en is daarbij uitwisseling tussen de verschillende disciplines eerder regel dan uitzondering. Ik denk dat dan het ideale milieu is gekweekt om de rede tot zijn recht te laten komen.
    In dit verband is het interessant Spivak erbij te betrekken. Zij betoogt dat de disciplines van de vergelijkende literatuurwetenschap en de zogenoemde Area Studies de handen ineen moeten slaan om tot een beter begrip van buitenlandse literatuur te komen. De cultuur van een gebied is namelijk van essentieel belang om de literatuur daaruit afkomstig te kunnen begrijpen. De grens tussen de twee disciplines moet dus worden weggenomen om tot een beter begrip van buitenlandse literatuur te komen. Als dit opschorten van de grenzen op de hele universiteit wordt toegepast en disciplines elkaars kennis kunnen uitwisselen of gebruiken, dan wordt een ideale omgeving gekweekt voor de rede en komt deze het beste tot zijn recht. De verdwenen hiërarchie zorgt er bovendien voor dat de rede (of een andere instantie) niet meer de macht heeft om mensen een waarheid op te leggen. En dat zou weleens het einde van demagogie kunnen betekenen!

    Bronnen:
    Kant, I. The Conflict of the Faculties
    Spivak, G.C. Death of a Discipline

     
    • Avatar of brittdebruyn

      brittdebruyn 6:39 pm on October 16, 2010 Permalink | Log in to Reply

      sverest,

      volgens mij vergeet je een van de meest essentiële aspecten van Kant’s opvatting; hij zegt namelijk dat Iedereen kritisch zou moeten denken – en kritisch nadenken is het tegenovergestelde van gemanipuleerd worden. Wanneer Wilders daadwerkelijk een kind van Kant’s ideaal zou zijn, zou hij willen dat er ook over zijn uitspraken kritisch werd nagedacht – maar dat is niet wat Wilders wil. Je zegt zelf al dat Wilders ‘zich opstelt als’ een kritisch denker, dat zijn manier van presentatie hem het beeld geeft van iemand die zijn redelijkheid gebruikt om het volk te beschermen tegen demagogie – dit zegt niet dat het zo is, hij doet zich inderdaad slechts voor als een kritisch denker.

      “De vrijheid met zijn kritische denken leidt dus tot niets minder dan demagogie.” De vrijheid van kritisch denken in open debat gaat juist manipulatie tegen, doordat er kritisch wordt nagedacht, en niet klakkeloos wordt aangenomen – zoals dit gebeurd wanneer mensen Wilders volgen, zonder hier zelf kritische vraagtekens bij te zetten. Kant zegt dat in een publiek debat juist alles zou moeten bekritiseerd worden, wat de manipulatie voorkomt.

      Het volgende; “want hiërarchie creëert per definitie al machtsstructuren”, het werkt juist andersom. De machtsstructuren creëren de hiërarchie. Er kan nooit zoiets als complete gelijkwaardigheid tussen de disciplines bestaan, aangezien er altijd sprake is van een machtsconflict. Dit heeft als reden dat wat in één discours als waarheid geldt, in de ander niet als waarheid hoeft te gelden. Hierdoor zullen de verschillende disciplines altijd in een verhouding van conflict zitten en daardoor zal er altijd een hiërarchie aanwezig zijn.

      • Avatar of sverest

        sverest 11:47 pm on October 18, 2010 Permalink | Log in to Reply

        Oké, ik heb me wat ongelukkig uitgedrukt toen ik zei dat Wilders ‘een kind van Kant’s ideaal is’. Wat ik ermee bedoel te zeggen is dat het gevolg van Kant’s ideaal, waarin de ‘hogere’ faculteiten en de ‘lage’ faculteit met elkaar omwisselen, niet het gewenste effect hebben behaald, maar juist het tegenovergestelde. Want inderdaad vindt Kant dat iedereen kritisch zou moeten denken, maar het bovenaan plaatsen van ‘filosofie’ met zijn rede zorgt hier juist niet voor.
        Dat tweede wat je aankaart in je eerste alinea – dat ik zeg dat Wilders ‘zich opstelt als’ bedoel ik ook op de manier zoals jij dat aankaart – dat hij zich slecht voordoet als kritische denker. Ik zeg niet voor niets: ‘de presentatie geeft hem het beeld’; kortom: de beeldvorming zorgt ervoor dat Wilders als kritische denker wordt neergezet. Ik prik daar doorheen; jij prikt daar doorheen; gelukkig prikken daar nog redelijk wat (- 1,5 miljoen) mensen daar doorheen, maar dat doet niets af aan het feit dat het beeld wel bij redelijk wat mensen aanwezig is, van Wilders als een kritische denker die dingen durft uit te spreken.

        Wat je in je tweede alinea aanstipt bedoel ik anders. De vrijheid van kritisch denken heeft ervoor gezorgd dat bij Wilders en aanhangers een geloof is ontstaan in deze vrijheid. Dat wat door Wilders middels deze vrijheid wordt gezegd, lijkt soms voor waar aangenomen te worden, puur omdat het via de vrijheid van kritisch denken is uitgesproken. Kijk maar eens de reacties na op de site van het rechtse ‘De Telegraaf’ op een nieuwsbericht waarin kritiek of bezwaren worden geuit op Wilders. De reacties zijn lachwekkend, maar ook bijna angstaanjagend. De kritieken van de ‘linkse hobbyisten’ worden door bezoekers verworpen met argumenten als “Ze zijn bang, omdat iemand eens de waarheid durft te spreken”, waarna uitspraken als de ‘vrijheid van meningsuiting’ en ‘we leven in een vrij land’ dit moeten onderstrepen. Nu kunnen uit dit soort reacties niet teveel conclusies worden getrokken, maar als 1,5 miljoen Nederlands hun stem hebben uitgebracht op een (naar mijn mening!) fascistische, one-issue partij dan lijken vrij veel mensen te geloven in Wilders’ opvattingen. Of eigenlijk opvatting. Ze hebben dit als waarheid gezien. Er is eindelijk iemand opgestaan die de waarheid durft bloot te leggen…

        Wat je derde alinea betreft: klopt, heb me verkeerd uitgedrukt. Ik bedoel namelijk het volgende: “want hiërarchie houdt per definitie al machtsstructuren in”. Maar dat er altijd een hiërarchie aanwezig zal zijn, vind ik wat te kort door de bocht. Complete gelijkwaardigheid tussen disciplines is het ideaal en ik ben me er bewust van dat het een (zo goed als) onmogelijk streven is. Maar het ideaal moet de motor zijn achter de inrichting van de institutie. Naar een zo groot mogelijke gelijkwaardigheid streven dus. En dat niet gehaald zal worden is misschien waar, maar daarvoor is het immers een ideaal. Het belangrijkste is, is dat uitwisseling tussen disciplines wordt bevorderd en beter wordt mogelijk gemaakt: dat de grenzen daartussen vervagen. Dit betekent niet dat je daardoor een machtsconflict creëert: je mag over de grens van je eigen discipline heen kijken, maar het hoeft uiteraard niet! Het is puur bedoeld datgene uit andere disciplines te gebruiken wat van hulp kan zijn bij het uitoefenen van de eigen discipline, en dus ook datgene niet te gebruiken dat niet helpt.

    • Avatar of thomashvv

      thomashvv 10:40 pm on October 17, 2010 Permalink | Log in to Reply

      Sverest, bedankt voor je essay, alleen vind ik dat je de casus van Wilders een stuk te exemplarisch afschetst voor je conclusie: “De vrijheid met zijn kritische denken leidt dus tot niets minder dan demagogie.” Wilders is juist een uitzonderlijk, uniek geval, dus zoiets stelligs kan je mijns inziens niet beweren. Maar ook als je had geschreven: “De vrijheid met zijn kritische denken kan tot niets minder dan demagogie leiden”, had ik daar mijn ernstige vraagtekens bij gezet. Want kritische denken is toch het enige waar demagogie mee voorkomen kan worden? Hoe zie jij dat dan voor je? Je conclusie over gelijke macht tussen alle disciplines klinkt weliswaar handig, maar ook, zoals Britte al opmerkt, utopisch: vanwege de onderlinge, soms conflicterende verhoudingen tussen verschillende disciplines kunnen die nooit volledig gelijkwaardig gezien worden. Dus hoe stel je het je dan voor? Mij lijkt kritisch denken de enige oplossing; daardoor volg je immers niet blind wat je krijgt voorgespiegeld, maar creëer je je eigen waarheid. Wilders deed dat ook, alleen houdt hij nu zo steevast vast aan die kritische ideeën die hij jaren geleden heeft bedacht, dat het kritische denken zelf er inmiddels niet meer in zit. Er is alleen nog het restant daarvan, het residu. Dáármee bedrijft hij zijn demagogie. Met kritisch denken heeft dat allang niets meer mee te maken. En het lijkt me evident dat de mensen die hem als demagoog blindelings volgen, ook niet bepaald kritisch denken.

      Ten slotte wil ik ook nog op een ander punt van je essay reageren; je schrijft: “Waar de dogmatische geloofsleer van het Christendom werd bekritiseerd, had de Verlichting zelf een naar het dogma neigend geloof in de rede. De rede werd precies hetzelfde als waar het zich tegen had proberen af te zetten: een geloof.” Je schrijft het op alsof het een zwakte is van de Verlichting, en dat is misschien in zekere zin ook wel zo, maar ik denk dat het eveneens onoverkomelijk is dat dergelijke stromingen, grondgedachten of hoe je het ook wilt noemen vanzelf uitmonden in een geloof. Dat kan ook gezegd worden van het Marxisme, het nationalisme, integratie – en ga zo maar verder; uiteindelijk wordt het voor de voorstanders altijd tot op zekere hoogte een geloof.

      • Avatar of sverest

        sverest 11:28 am on October 23, 2010 Permalink | Log in to Reply

        Ja, kritisch denken is in principe juist het middel dat demagogie kan voorkomen en dat ideaal draagt Kant ook uit. In feiten is dat ook zo, maar ik heb in mijn essay proberen te schetsen dat juist door het model zoals dat nu het geval is, het tegendeel bewerkstelligd wordt. De vrijheid van het kritisch denken is op zo’n hoog voetstuk geplaatst dat het resultaat van deze vrijheid, de kritiek, als een soort absolute waarheid gezien wordt – iets dat uit de vrijheid van kritisch denken voortkomt, lijkt al op zich de status van waarheid te bezitten.
        Zoals ik al gereageerd heb bij Britte, zie ik de gelijke macht van alle disciplines zeker niet als een utopie. Weliswaar zal het misschien nooit helemaal bereikt worden, maar we kunnen ver komen. Als alle disciplines een gelijke macht hebben, kan je door kritisch denken dat opnemen uit de andere disciplines dat van pas kan komen bij de uitoefening in je eigen vakgebied, maar ook juist datgene niet opnemen dat niet van pas komt.
        Het laatste stuk van je eerste alinea is eigenlijk precies datgene wat ik in dit essay wil zeggen, alleen onze conclusie is anders. Wilders heeft door kritisch denken zijn eigen waarheid gecreëerd en is gaan geloven in die waarheid. Of in zijn ideeën nog een restant van het kritisch denken zit of niet, is niet zo van belang. Maar dat het kritische denken tot een waarheid heeft geleidt en vervolgens tot een dogmatische houding ten opzichte van die waarheid, is het grote probleem. De vrijheid kritisch te denken is in wezen goed, maar de manier waarop dat nu gebeurt niet. Het kritische denken is op een verhoging geplaatst, en oefent daardoor een bepaalde macht uit. Een macht die ervoor zorgt dat je persoonlijke waarheid uit het kritische denken tot dé waarheid wordt gemaakt.

        In de laatste alinea heb je zeker een punt, maar het is natuurlijk paradoxaal dat een stroming die (terecht) kritisch tegenover een dogmatische geloofsleer staat, zelf een dogmatisch geloof in de rede uit. Ik heb dat zo opgeschreven, omdat daar misschien wel het grote probleem ligt: het geloof in de rede en de waarheid die deze voortbrengt is te groot en leidt daardoor uiteindelijk tot demagogie (heel kort door de bocht, ik weet het, maar ik bedoel in feiten hetzelfde als ik hierboven met het kritisch denken dat tot demagogie leidt).

  • Avatar of sverest

    sverest 12:37 pm on October 10, 2010 Permalink | Log in to leave a Comment  

    Keating: “Seize the day, boys. Make your lives extraordinary.”

    Dead Poets Society
     
  • Avatar of sverest

    sverest 9:00 pm on October 2, 2010 Permalink | Log in to leave a Comment
    Tags: , Discours,   

    …that in every society the production of discourse is at once controlled, selected, organised and redistributed by a certain number of procedures whose role is to ward off its powers and dangers, to gain mastery over its chance events, to evade its ponderous, formidable materiality.

    Foucault – The Order of Discourse, p. 52
     
  • Avatar of sverest

    sverest 9:20 pm on October 1, 2010 Permalink | Log in to leave a Comment
    Tags: ,   

    De inrichting van de universiteit 

    Afgelopen maand kwam via verscheidende media het nieuws naar buiten dat Nederland naar de top vijf van kennislanden wil. Vooral een forse toename van de publieke uitgaven zou hier voor moeten zorgen. Maar is enkel extra geld wel de juiste manier? Zou er niet eerst moeten worden bekeken of een institutie als de universiteit op een andere manier moet worden ingericht?

    (More …)

     
    • Avatar of jwhiah

      jwhiah 12:11 am on October 2, 2010 Permalink | Log in to Reply

      Beste Sverest,

      Een erg mooi en helder betoog heb je neergezet! Wel heb ik een vraag.

      Je stelt dat ‘een universiteit […] studenten [opleid] tot mensen die op een wetenschappelijk, academisch niveau kunnen denken en handelen […] wetenschappelijke theorie en wetenschappelijke praktijk staan in verbinding met elkaar’

      Maar waar trek jij de grens trekt tussen hetgeen dat als wetenschappelijk en academisch wordt gezien, en hetgeen dat daar niet onder valt? Naar mijn mening zijn er vele niet-wetenschappelijke praktijken waar een afgestudeerde aan de universiteit ook terecht kan. Zoals in het bedrijfsleven en het beleid. Voor een aantal opleidingen is dit zelfs eerder de regel en niet de uitzondering. Denk bijvoorbeeld aan opleidingen zoals fiscaal of Nederlands recht, geneeskunde en bedrijfskunde. Slechts een enkele student zal in dergelijke studies terechtkomen in de wetenschappelijke praktijk van (empirisch) onderzoek doen. Velen zullen een wetenschappelijke carriere ook niet ambiëren, maar ‘voor het geld gaan’. Consultant worden bij een groot internationaal bedrijf, dát is hun wens.

      • Avatar of sverest

        sverest 7:53 pm on October 7, 2010 Permalink | Log in to Reply

        Een goed punt dat je hier maakt. Als wetenschappelijk en academisch zie ik, even heel simplistisch gesteld, een onderwijsorganisatie dat zich als primaire taak stelt om het denkniveau van de student omhoog te krikken en waarin het gaat dat kennis wordt verworven. De student moet zich de kennis toeëigenen, het als het ware in de vingers hebben, zodat hij in zijn vakgebied onderzoek kan doen en het kan uitleggen op zijn eigen manier.
        Bij de opleidingen die jij noemt, zoals fiscaal (recht), ligt het zwaartepunt niet op dit kennis verwerven en het eigen maken van de theorie, maar om het leren van kennis (of eigenlijk veelal zelfs feitjes).
        Het is dan ook de vraag of je de jou genoemde opleidingen wel academisch mag en/of kan noemen, want in mijn optiek doen ze niet datgene waarvoor de universiteit is bedoeld, namelijk het verwerven van kennis en het eigen maken van een vakgebied door op een denkniveau te komen.
        Overigens kun je anderzijds bij opleidingen als geneeskunde en bedrijfskunde veel latere werkzaamheden (als de student zijn opleiding voltooid heeft en is gaan werken) wel tot de praktijk rekenen. Ik bedoel: een chrirurg die iemand opereert is de theorie waarvan hij kennis heeft genomen in de praktijk aan het uitvoeren…

    • Avatar of Gerda

      Gerda 9:40 pm on October 3, 2010 Permalink | Log in to Reply

      Beste Sverest,
      Als ik jouw stuk goed heb begrepen, pleit jij voor een strengere selectie bij de toelating aan de universiteit. JAls motivatatie hiervoor, noem jij het feit dat, volgens jou, te weinig studenten ‘geroepen’ zijn tot de wetenschap. Ik ben het hier niet mee eens. Selectie bij de poort benadeelt de studenten die minder goed voortgezet onderwijs hebben gehad. En daarmee bedoel ik niet alleen de vakken waarin je eindexamen doet, maar ook de wijze waarop leerlingen hun competenties leren ontwikkelen. Iedereen heeft recht op toelating tot de universiteit. Ook na je achtiende, zelfs gedurende je hele universitaire studie, kun je je ontwikkelen en de juiste instelling voor een goede student krijgen. Een saaie eenheidsworst van zogenaamde ‘goede studenten’ die vinden dat alleen zij tot het intellect van de samenleving horen, hebben we ook niet genoeg. Als student ben je verantwoordelijk voor je eigen keuzes. Een selectiecommissie hoeft die niet te maken.

      • Avatar of sinead

        sinead 7:33 pm on October 4, 2010 Permalink | Log in to Reply

        Idealiter zouden studenten ontzettend gemotiveerd in die collegebanken zitten. De realiteit is echter, dat vele mensen wel betere dingen te doen denken te hebben dan studeren en ofwel niet naar college komen, ofwel op komen dagen maar geen idee waar hebben waar de bijeenkomst over gaat. Ik ben het met je eens dat individuen zich kunnen ontpoppen tot toegewijde studenten en dat je een aantal van deze mensen zou kunnen missen door eens strenge selectie aan de poort, maar zonder selectie laat je zo veel ongeïnteresseerden binnen, dat is dan weer het andere uiterste. Iets meer competitie zou niet mis zijn om de liefde voor de wetenschap weer wat op te laten bloeien.

      • Avatar of sverest

        sverest 2:30 pm on October 8, 2010 Permalink | Log in to Reply

        Je hebt gelijk dat iedereen, die de capaciteiten bezit, toegang zou moeten hebben tot de universiteit. Maar dat betoog ik in principe ook. Ik vind dat niet het papiertje met daarop het VWO-diploma een toegangsbewijs zou moeten zijn tot de universiteit, maar je talent en motivatie om op een academisch niveau te kunnen (gaan) denken.
        En als mensen minder goed voortgezet onderwijs hebben gehad en er daardoor wat vraagtekens staan bij hun vermogen om op een academisch niveau te kunnen denken, dan zouden deze mensen de kans moeten krijgen te laten zien dat ze op de universiteit kunnen studeren. Dit zou bijvoorbeeld kunnen door onderwijsprogramma’s van een halfjaar aan te bieden waarin enerzijds de student kennis maakt met de manier van werken op de universiteit en anderzijds de universiteit kan zien of de student zich een academische manier van denken kan verwerven. Na dat half jaar zou dan in overleg gekeken kunnen worden of een academische opleiding iets voor de student is. Want aan ongemotiveerde en/of talentloze (met alle respect) studenten hebben we ook niets. Een universitaire opleiding is iets voor je, of niet.

        • Avatar of thomashvv

          thomashvv 7:38 pm on October 10, 2010 Permalink | Log in to Reply

          Sverest, naar aanleiding van jouw – overigens uitstekende – betoog kamp ik met enkele vragen. Je noemt studeren een roeping, en je schrijft dat mensen die die roeping niet hebben geweigerd moeten worden. Maar hoe kun je in hemelsnaam iemands roeping bepalen? Dat valt tenslotte pas te bepalen als iemand eenmaal bezig is met studeren, en jij schetst dat als iets heel exclusiefs; dus moet er, zoals jij voorstelt, eerst een testperiode van zes maanden zijn. Maar hoe zie je dat precies voor je? Iedereen met een VWO-diploma wordt toegelaten, en dan wordt nog geen jaar later meer dan de helft van die groep weggestuurd omdat ze de ‘roeping’ missen? Dat lijkt me en nogal extreem, en bovendien volkomen onmeetbaar. Een goed essay of een goed cijfer staat namelijk niet in direct verband met iemands roeping.
          Jijzelf legt dit uit met het voorbeeld van een profvoetballer, maar die vergelijking loopt mijns inziens mank. Voetballen is een teamsport, studeren is een eenmanszaak. En in dit verband belangrijker: voetballen is iets waarbij alle handelingen zichtbaar zijn, studeren niet. Door dit laatste is het fundamenteel verschillend. Je kan iemands gedachten niet zien, je kan iemands intellectuele talent niet zien, laat staan iemands roeping – ja, je kan kijken naar de resultaten ervan, maar zoals ik al zei: volgens mij lopen iemands resultaten allerminst parallel met zijn intellectuele vermogen.
          Daarom zet ik mijn vraagtekens bij de uitvoerbaarheid van jouw voorsteel. Het theoretische idee is duidelijk, maar in de praktijk lijkt het me niet te doen; je wilt namelijk iets fundamenteel onmeetbaars (want onzichtbaars) meten, en bovendien, stel iemands intellectuele vermogen is wel meetbaar op grond van zijn prestaties. maak je zo de scheiding tussen de (universitaire) elite en de rest van het land, waar toch al zo veel aandacht naar uitgaat tegenwoordig, niet alleen maar groter? Zorg je dan juist niet voor nog minder eenheid in het land? Volgens mij wel.

        • Avatar of Ilika Polderman

          Ilika Polderman 4:13 pm on October 26, 2010 Permalink | Log in to Reply

          Hoi sverest
          De testperiode beschrijft zie ik als het propedeuse jaar. Veel studenten beginnen met een studie, maar stoppen al snel omdat de studie ‘niets voor hun is’. De redenen lopen uiteen, maar uiteindelijk komt het er op neer dat de niet gemotiveerde studenten vaak na een half jaar al weg zijn. De andere groep minder gemotiveerde studenten, of niet geschikte studenten, zullen na het eerste jaar afvallen, of in ieder geval in het eerste jaar blijven haken.
          Het tweede en derde jaar zal daardoor minder studenten bevatten die ‘de capaciteiten’ niet bezit.
          Zelf ben ik niet in het bezit van een vwo diploma, maar kom ik van de Havo. Ik ben via een propedeuse op hbo niveau naar de universiteit gekomen, omdat ik merkte dat academisch onderwijs beter bij mij paste.
          Als de selectie aan de deur strenger zou worden, dan zouden mensen als ik minder kans krijgen om aan de universiteit te studeren. Ik heb in de loop van mijn studie geleerd om academisch te denken en af en toe harder moeten werken dan iemand van het vwo, omdat ik niet ben opgeleid voor wetenschappelijk onderwijs.
          Ik heb ontdekt dat ook veel vwo leerlingen overstappen naar de havo, omdat dit meer bij ze past. De universiteit helpt studenten hierbij door in het eerste jaar gesprekken met een tutor en studieadviseur aan te bieden. Sommige studies hebben ook een bindend studieadvies. De selectie/proefperiode aan de universiteit nu zit volgens mij verweven in het propedeuse jaar.
          En eerlijk gezegd heb ik met als uitzondering de eerstejaars vakken van mijn minor, weinig te maken met ongemotiveerde studenten in het tweede en derde jaar. Daarnaast zouden de mensen di niet de capaciteiten bezitten voor universitair onderwijs ook niet de bachelor moeten kunnen halen.

    • Avatar of merelsijbrant

      merelsijbrant 3:31 pm on October 6, 2010 Permalink | Log in to Reply

      Hoi Sverest,
      Wat leuk dat jij aankaart dat ‘Nederland naar de top vijf van kennislanden wil’. Toevallig was ik afgelopen vrijdag (1 oktober) bij de presentatie van de ‘Kenniseconomie Monitor 2010′, welke de huidige stand van zaken in de kenniseconomie in kaart brengt en aanbevelingen doet voor de verbeteringen daarvan. Nederland staat als kennisland momenteel op de 8ste plaats. Er is afgelopen vrijdag uitvoerig gedebatteerd (met o.a. de politici Boris v/d Ham en Mariëtte Hamer) over hoe we die positie kunnen verbeteren. De Kennismonitor waarschuwd dat de tegenstellingen in de maatschappij (tussen jong-oud en hoog-laag opgeleid) de komende jaren zullen toenemen als we niet handelen. Een van de interventies die werd voorgesteld was ‘een leven lang leren’ een methode via welke de werkende populatie in Nederland gemotiveerd wordt zich te blijven ontwikkelen en te blijven studeren. Het geld daarvoor zal juist niet uit de belastingen, maar uit het werkveld zelf komen, de praktijk zal zichzelf op die manier blijven innoveren (en dus financieren).
      Als je het interessant vindt om meer innovatieve oplossingen te zien voor het ‘boosten’ van de kenniseconomie, kijk dan even op http://www.kennisland.nl. Je kunt daar de Kenniseconomie Monitor 2010 gratis inzien.
      Merel.

  • Avatar of sverest

    sverest 2:39 pm on September 19, 2010 Permalink | Log in to leave a Comment
    Tags: ,   

    For if indeed this primordial Greek science is something great, then the beginning of this great thing remains what is greatest about it. The essence of science could not even be emptied out and used up, as is happening today despite all its results and “international organizations,” if the greatness of the beginning did not still endure. The beginning still is. It does not lie behind us, as something that was long ago, but stands before us. As what is greatest, the beginning has passed in advance beyond all that is to come and thus also beyond us. The beginning has invaded our future.

    - Heidegger, The Self-Assertion of the German University, p. 473
     
  • Avatar of sverest

    sverest 4:54 pm on September 11, 2010 Permalink | Log in to leave a Comment
    Tags: Idea of the University,   

    Research and professional schooling have an educative effect precisely because they do not just transmit facts and knowledge, but awaken ideas of unity and develop a scientific attitude.

    Jaspers, p. 52
     
c
compose new post
j
next post/next comment
k
previous post/previous comment
r
reply
e
edit
o
show/hide comments
t
go to top
l
go to login
h
show/hide help
esc
cancel