Updates from thomasvangrol RSS Toggle Comment Threads | Keyboard Shortcuts

  • Avatar of thomasvangrol

    thomasvangrol 10:03 pm on October 28, 2010 Permalink | Log in to leave a Comment
    Tags: de Certea,   

    Een vijf-stappenplan tot het zijn van een ‘Black Intellectual’ 

    Volgens Foucault zijn er een oneindig aantal discoursen mogelijk in de wereld. Hij verbaast zich erover dat niet alles wordt gezegd en dat er dus geen oneindig aantal discoursen zijn. Toch legt hij ook aan een discours een beperking op: er moet een machtsstructuur zijn, waarin een discours kan functioneren; ‘discourse is the power which is to be seized’ (Foucault 53). Daardoor is er eigenlijk al geen oneindig aantal discoursen mogelijk in de wereld. Er zijn oneindig veel variaties mogelijk, maar slechts enkelen kunnen werkelijkheid worden. Dat komt, doordat er maar een bepaald aantal machtstructuren mogelijk zijn in de wereld, het zijn er veel en ontelbaar, maar ze zijn eindig. Voor het gemak wil ik er hier ook even vanuit gaan dat er oneindig veel discoursen zijn.

    Cornel West heeft het over de ‘black intellectual.’ In zijn essay The Dilemma of the Black intellectual wil hij voornamelijk zeggen dat de Afro-Amerikaanse intellectueel tussen twee discoursen staat. In de overlapping van beide discoursen moet hij/zij een weg vinden. Iedereen kan een ‘black intellectual’ zijn, als je je maar bevindt tussen meerdere discoursen. Deze overlapping, het vinden van je eigen weg hierin, zorgt voor het ontstaan van een nieuw discours: die van de ‘black intellectual.’ Niet langer staat de ‘black intellectual’ op de overlapping, nee, hij heeft nu zijn eigen discours. Een groot gewin, want dit betekent dat hij macht kan uitoefenen op anderen.
    Bij Michel de Certeau zien we in dat we praktisch moeten zijn. We moeten niet de theorie volgen (discours), maar met een mengsel van intuïtie en methode kunnen we een ‘know-how’ worden, een intellectueel. Ook de praktijk, waar de ‘know-how’ in staat, is de overlapping tussen meerdere discoursen. De overlapping is het niet-discursieve.
    Wat hebben we nu? Niet iedereen kan blijkbaar intellectueel worden volgens Cornel West, of ‘know-how’ volgens de Certeau. Maar schijn bedriegt, want eigenlijk staan we allemaal in vele overlappingen van discoursen. Niemand staat in één discours alleen. Wij hebben allemaal de mogelijkheid ‘black intellectuals’ te zijn, die ook nog een kans hebben om een ‘know-how’ te worden. Wat moeten wij doen om ons eigen discours te krijgen? Het antwoord ligt bij Foucault: we moeten een machtstructuur creëren. Hoe doen we dat dan?
    Volgens Gramsci is een organische intellectueel een persoon die het onzichtbare zichtbaar maakt. Dit kunnen we allemaal zijn, omdat we allemaal op de overlapping staan. Iedereen ziet wel dingen die voor anderen onzichtbaar zijn, je moet alleen uitvinden wát dat precies is. Juist doordat iedereen een aparte en originele mix is van verschillende discoursen, krijgt iedereen hier de kans voor. Na deze, toch wel moeilijke, stap, komt de belangrijke stap voor een machtstructuur: plaats jezelf in de traditie van belangrijke voorgangers. Dit is eigenlijk de stap van de macht grijpen. Door jezelf een ‘genealogie,’ een stamboom, te geven, zorg je ervoor dat je als belangrijk wordt gezien. Dat je wordt gewaardeerd. Daarna kan je de grenzen van je traditie beschermen, om jezelf meer macht te geven. Vanaf het moment dat iemand zich legitimeert met zijn traditie, is deze volgens Gramsci een traditionele intellectueel.
    Door het onzichtbare zichtbaar te maken en een traditionele intellectueel te worden, in plaats van een rebel, is er een eigen discours geschapen. De ‘black intellectual’ is geboren. De praktijk, de overlapping, is een nieuw discours geworden. De ‘know-how’ heeft zijn methode en intuïtie gebruikt om het onzichtbare zichtbaar te maken.
    Waar laat ons dit? Uiteindelijk zijn we weer terug bij het begin. Er zijn nog steeds ontelbaar veel discoursen, alleen nu één meer, die van de ‘black intellectual.’ Iedereen staat nog steeds op een overlapping, waaruit ze proberen weer meer discoursen te maken, waar ze proberen de macht te grijpen en intellectueel te worden. Uiteindelijk is het steeds hetzelfde cirkeltje dat herhaalt wordt, en nooit zal er een oplossing komen. Waar de één aan macht wint, verliest de ander aan macht.

    Checklist:
    *In een overlapping tussen discoursen staan.
    *Het onzichtbare vinden.
    *Door middel van methode en intuïtie het onzichtbare zichtbaar maken.
    *Jezelf legitimeren doormiddel van een traditie-stamboom
    Gefeliciteerd, je hebt nu macht en bent een ‘black intellectual!’
    *De grenzen verdedigen van het discours en de traditie zodat niemand de macht van je afneemt.

    Bronnen:
    De Certeau, Michel. The Art of Theory.
    Foucault, Michel. The Order of Discourse.
    Gramsci, Antonio. The Intellectuals.
    West, Cornel. The Dilemma of the Black intellectual.

     
    • Avatar of AudreyMussoni

      AudreyMussoni 5:23 pm on November 4, 2010 Permalink | Log in to Reply

      Hoi Thomas.

      Je zegt dat iedereen eigenlijk in staat is een ‘black intellectual’ te zijn. Maar is dat wel zo? Ik ben het met je eens dat iedereen zich tussen verschillende discoursen bevind. Maar die zijn niet allemaal altijd zo moeilijk te combineren als die van de afro-amerikaanse gemeenschap en de intellectuele gemeenschap.

      En op het einde zeg je dat uiteindelijk steeds hetzelfde cirkeltje herhaald wordt: “en nooit zal er een oplossing komen. Waar de één aan macht win, verliest de ander aan macht.” Maar ik denk niet echt dat het een cirkelbeweging is. Dat er bij een willekeurige groep wat macht af gaat en bij de andere er wat bij komt. Er is altijd een bepaald dominant discours, en hoe meer discoursen er bij komen hoe minder de macht van dat dominante discours wordt (en niet van de kleinere discoursen denk ik). Ik geloof dat macht zich dan fragmenteert, dat het zich verspreid over meerdere discoursen, in plaats van dat het weer terugkomt bij dezelfde groep.

    • Avatar of jorisbrakkee

      jorisbrakkee 11:26 am on November 5, 2010 Permalink | Log in to Reply

      Hoi Thomas, ik ben het voor het grootste gedeelte met je eens, alleen denk ik dat je niet meer een ‘black intellectual’ bent als je je eigen discours hebt geclaimd. Volgens mij kun je alleen een ‘black intellectual’ zijn als je je op die scheidslijn bevindt, tussen twee discoursen in. Volgens mij is het idee meer dat je je moet realiseren dat je je op dat koord bevindt en daarnaar gaan handelen. Proberen vanuit jouw specifieke zichtspunt tot nieuwe oplossingen te komen.

    • Avatar of thomasvangrol

      thomasvangrol 4:47 pm on November 5, 2010 Permalink | Log in to Reply

      Bedankt voor jullie reacties,
      Audrey, ik ben het met je eens dat het afro-amerikaanse discourse en het intellectuele discourse moeilijk te combineren zijn, ze hebben een kleiner overlappingsvlak dan anderen. Dit zorgt ervoor dat er minder ruimte is om het onzichtbare te vinden in de overlapping. Aan de andere kant denk ik dat er daardoor heel veel ruimte is om, als je het eenmaal gevonden hebt, ook echt een ‘black intellectual’ te zijn en je eigen discourse te hebben. Oftewel: je kan een discourse creëren dat van beide kanten veel aanhang krijgt, door het juiste zichtbaar te maken. Wat dit juiste is, weet ik ook niet, maar het moet mogelijk zijn. Dat is mijn hoop.
      Mijn reactie op je tweede deel is dat mensen graag bij een gemeenschap willen horen. Daarom denk ik dat als er meer discoursen komen, ook de kleinere discoursen aan macht verliezen, en niet vooral de grotere en dominantere discoursen. In ieder geval wil ik nu zeggen dat ik niet geloof dat er uiteindelijk vele discoursen zijn die evenveel macht hebben, maar dat er nog steeds grote en kleine discoursen zijn, omdat veel mensen bij een groep willen horen.

      Joris, volgens mij heb je een andere definitie van ‘Black Intellectual’ uit de tekst gehaald dan ik. Ik las inderdaad de definitie van ‘iemand die tussen twee discoursen in staat en daarna zijn eigen discourse heeft ontwikkeld.’ Jij benoemt met de term het stadium daarvoor. In principe zou je ‘Black Intellectual’ ook met een andere term met dezelfde definitie kunnen vervangen, maar ik had begrepen uit de tekst van West dat hij het zo gebruikte, om iemand aan te duiden die zijn eigen discourse heeft gemaakt. Daarom heb ik voor de term gekozen.

  • Avatar of thomasvangrol

    thomasvangrol 3:07 pm on October 23, 2010 Permalink | Log in to leave a Comment
    Tags:   

    Dancing on a tightrope requires that one maintain an equilibrium from one moment to the next by recreating it at every step by means of new adjustments; it requires one to maintain a balance that is never pemanently acquired; contant readjustments renews the balance while giving the impression of “keeping” it.

    Michel de Certeau, 73
     
  • Avatar of thomasvangrol

    thomasvangrol 6:32 pm on October 16, 2010 Permalink | Log in to leave a Comment
    Tags:   

    One further phenomenon in the United States is worth studying, and that is the formation of a surprising number of negro intellectuals who absorb American culture and technology. It is worth bearing in mind the indirect influence that these negro intellectuals could exercise on the backward masses in Africa, and indeed direct influence if one or other of these hypotheses were ever to be verified: 1. that American expansionism should use American negroes as its agents in the conquest of the African market and the extension of American civilisation (something of the kind has already happened, but I don’t know to what extent)

    Gramsci, Antonio. The Intellectuals.
     
  • Avatar of thomasvangrol

    thomasvangrol 2:04 am on October 12, 2010 Permalink | Log in to leave a Comment
    Tags: , ,   

    “In het Woord was leven”; Spivak en ervaringen (Opdracht blok 2) 

    Taal is nodig om de wereld om ons heen te definiëren. Met taal kunnen we dingen een naam geven. Maar andersom werkt het ook: door dingen een naam te geven kunnen we verschillen zien. Om een voorbeeld te geven: Inuït hebben meerdere namen voor de fasen van jeugd van jonge zeehondjes (heb ik ooit geleerd, weet niet of het echt klopt). Nederlands heeft maar één naam voor jonge zeehondjes: Huilers. Daardoor, als wij een jong zeehondje zien, noemen wij het een huiler, terwijl de Inuït het onderscheid zien in de leeftijd van de zeehond. Zo heeft het Nederlands weer meerdere woorden voor molens, terwijl als een Inuït een molen zou zien, hij gewoon zou denken: dat is een molen.

    Nu we hebben vastgesteld dat taal zorgt dat we kunnen onderscheiden en dat talen hierin ook weer verschillen, dat de ene taal andere verschillen ziet, dan de andere taal, afhankelijk van de omstandigheden en geschiedenis, kunnen we ook stellen dat taal voor ‘ervaringen’ zorgt. Door verschillen te zien, door dingen te definiëren, een naam te geven, kunnen we ervaren. We kunnen zeggen: ‘dit vond ik fijn/onprettig’ en we kunnen er bij stil staan. In wat voor taal we dat zeggen, maakt niet uit. Zelfs al kunnen we het niet zeggen, maar alleen in onze ‘gedachtentaal’ het bedenken. Het blijft een taal.

    Spivak heeft het erover dat we andere talen en culturen (area studies) moeten leren, om teksten in context te plaatsen, om andere culturen te begrijpen, eigenlijk om te kunnen vertalen (“Death of a dscipline” 18-20). Door dit vertalen ziet ze de wereld dichter bij elkaar komen. Ze geeft het vertalen een politiek doel: wereldvrede. Ik ben het hier deels mee eens, en deels ook niet. Ik wil graag een andere (onmogelijke) mogelijkheid geven.

    Het punt waar ik het mee eens ben, is dat we andere talen moeten leren. In andere talen zijn nieuwe, andere ervaringen te leren. Doordat ze in het Swahili geen definitie/geen begrip hebben voor het woord ‘gezelligheid,’ kunnen ze het begrip ‘gezelligheid’ van ons leren (als dat wensbaar is voor ze). Zo kunnen wij zeker ook definities uit het swahili overnemen, waar wij geen woord voor hebben (ik ben niet zo thuis in het Swahili, dus ik kan geen voorbeeld noemen). Omdat we begrippen dan uitwisselen leren we nieuwe ervaringen. Opeens kunnen we iets heel nieuws begrijpen. En zo begrijpen we ook onze medemens beter. Door meer verschillen aan te geven, zijn we meer met elkaar verbonden.

    Het probleem met de vertaling, waar Spivak het over heeft, is dat in mijn oogpunt alleen de vertaler er baat bij heeft en dichter bij de ander komt. De lezer zal er weinig van merken. Om de ervaringen te kunnen beleven moet je de taal kennen. Als lezer ken je de taal niet goed genoeg, zelfs al legt de vertaler het uit. Hierdoor komt de wereld dus bijna niet dichter bij elkaar. Wereldvrede is nog ver te zoeken.

    Waar ik aan zit te denken als idee om die wereldvrede wel te behalen (sowieso, is wereldvrede wenselijk?) is, waar Spivak volgens mij van gruwelt, een globale taal. Een taal met leenwoorden uit zoveel landen, dat er voor elke ervaring een woord is. Het probleem is voornamelijk dat mensen ten eerste de taal in elkaar moeten zetten, waardoor je sprekers van alle talen nodig hebt om de meest precieze ervaringen in taal om te zetten. Ten tweede moeten mensen het dan gaan spreken. Ten derde, het belangrijkste, moeten mensen erin gaan denken. Iedereen op de wereld. Dan pas kan er echt een begrip komen voor andere culturen. En zelfs dan heb je nog grote problemen. Ik denk dus dat wereldvrede onmogelijk is.

    Om dit te verbinden aan literatuurwetenschap: Als er een globale taal zou zijn, zouden er geen vertalingen meer nodig zijn. Wij kunnen dan alles begrijpen wat er staat. Maar cultuurverschillen blijven er wel. Je moet je dan nog steeds verdiepen in een cultuur om de context te kunnen begrijpen. Als literatuurwetenschappers komen we dus geen stap verder. Ik denk dus ook niet dat het de taak is van literatuurwetenschap wereldvrede te behalen (en ook niet van iemand anders).

    Thomas van Grol

    Bron: Spivak, Gayatri. Death of a Discipline.

     
    • Avatar of milan

      milan 2:21 pm on October 14, 2010 Permalink | Log in to Reply

      Hoi Thomas,

      Leuk geschreven! Jou idee over een globale taal is interessant, maar denk ik niet de oplossing, evenmin een ideaal. Taal neemt een belangrijke plek in binnen een cultuur, zonder verschillende talen wordt een cultuur denk ik ook vager. Hoewel Cultuur vaak zorgt voor onbegrip, denk ik dat we cultuur zoveel mogelijk moeten behouden. Hoe saai zou de wereld zijn als we allemaal hetzelfde dachten en dezelfde taal spraken. Een betere oplossing voor het vertalen heb ik ook niet, maar zoals jij al zegt, wereldvrede komt er toch niet, helemaal niet door middel van het begrijpen van een tekst.

    • Avatar of thomashvv

      thomashvv 10:37 pm on October 14, 2010 Permalink | Log in to Reply

      Onlangs verscheen “Wat We Missen Kunnen”, een bundel met dertig columns ‘voor een betere toekomst’. Eén advies voor die betere toekomst was: het afschaffen van de Esperanto-taal. Daar ben ik het roerend mee eens.

      De Esperanto-taal is de bekendste lingua franca die er is, een eind 19e eeuw door de Poolse Lejzer Zamenhof ontworpen wereldtaal – met een makkelijk te leren grammatica en woordenschat (Tolstoj beweerde het in één middag geleerd te hebben). Het doel van het Esperanto was simpel: de politiek neutrale taal moest ervoor zorgen dat culturen elkaar wereldwijd zouden verstaan en dus begrijpen, en daaruit voortvloeiend zou de oorlogszucht vanzelf afnemen (en uiteindelijk een nulpunt bereiken). Esperanto zou, aldus Zamenhof (merkwaardig genoeg oogarts van beroep), uiteindelijk moeten leiden tot wereldvrede.

      Los van de vraag of dit wel wenselijk is, is deze gedachte uiterst discutabel. Neem bijvoorbeeld Zwitserland, het land met de meeste verschillende talen per vierkante meter: dat leeft al jaren in harmonie. Daartegenover staan tig volkeren die wel dezelfde taal spreken – ik noem er een paar: Hutu’s-Tutsi’s, Ieren-Ieren, Serven-Kroaten – en die elkaar tegelijkertijd het liefst de hersens in willen slaan. Dit geeft mijns inziens duidelijk aan: taalproblemen oplossen is niet automatisch hetzelfde als andere problemen oplossen. Dat is een kortzichtige gedachte. Dus mocht er ooit een lingua franca kopen, dan zijn vertalingen inderdaad niet meer nodig, maar de wapenindustrie zal nog steeds floreren – daar zal niet het kleinste beetje verandering in komen.

    • Avatar of daneshvar

      daneshvar 12:38 am on October 16, 2010 Permalink | Log in to Reply

      Thomas,
      Ik ben van mening dat taal niet alleen een belangrijke rol speelt in ons vakgebied, maar ook een cruciale rol speelt in de discoursen van het dagelijks leven. Waarheid wordt gemaakt in taal en ook tegelijkertijd gelegitimeerd. Taal kan worden gezien als een discursief aspect van een bepaalde cultuur en kan invulling geven aan de cultuur en is er dus direct mee verbonden. Het is dus ook niet gek dat vele mensen denken dat de oplossing van vele problemen in de taal gevonden kan worden. Een talige analyse kan voor veel probleemstellingen een interessante interpretatie opleveren, aangezien taal en discours naar mijn mening direct met elkaar in contact staan en elkaar constant beïnvloeden. Ik ben het wel met je eens wanneer je schrijft dat de beheersing van een taal niet het antwoord is voor onze conflicten. Dit heeft volgens mij een aantal redenen. Ten eerste is taal niet statisch en vaststaand is en verandert het constant. Hierdoor is het zo dat mensen in een bepaalde cultuur dezelfde officiële taal spreken en tegelijkertijd een compleet verschillende (jargon is hier een voorbeeld van). Dus is het onmogelijk om een cultuur te “begrijpen” door een taal ervan te leren, omdat er niet zoiets bestaat als één taal die verbonden is met één cultuur. Ten tweede is het zo dat iemand een vreemde taal niet geheel kan begrijpen, aangezien taal binnen een discours andere betekenissen kan hebben dan buiten een discours. Je geeft zelf hier een voorbeeld van: de reden waarom wij maar één woord hebben voor jonge zeehonden is te vinden in onze discours, wij hebben er namelijk geen belang bij om meerdere fases van het leven van een zeehond te benoemen, terwijl het voor een Inuit anders is. Voornamelijk door deze twee reden ben ik het met je eens wanneer je zegt dat een universele taal niet voor vrede zal zorgen, ik ben zelfs van mening dat dit niet mogelijk is.

    • Avatar of nadja

      nadja 10:45 am on October 21, 2010 Permalink | Log in to Reply

      Hoi Thomas,

      echt een heel interessant stuk! Ik denk ook niet dat wij door een gezamenlijke taal dichter bij de wereldvrede kunnen komen en dat wij elkaar dan beter zouden begrijpen.
      Ik denk echter wel dat een vertaling iemand wel dichter bij een andere cultuur kan brengen. Ik moet zeggen, dat i zelf niet zo dol op vertalingen ben en probeer zoveel mogelijk in de originele taal te lezen. Helaas kan ik ook niet alle talen die ik zou willen kunnen…een vertaling is dan natuurlijk heel handig en dat bedoel ik meer inhoudelijk. In andere culturen wordt anders over bepaalde onderwerpen nagedacht en over de onderwerpen geschreven. Als een vertaler heel dicht bij de andere cultuur staat, dan kan hij deze verschillen inhoudelijk toch naar zijn eigen taal transporteren? En dan komen wij als lezer toch ook dichter bij de andere cultuur en hebben er wel baat bij?

      Groetjes, Nadja

  • Avatar of thomasvangrol

    thomasvangrol 2:14 pm on October 10, 2010 Permalink | Log in to leave a Comment
    Tags: ,   

     
  • Avatar of thomasvangrol

    thomasvangrol 6:32 pm on October 9, 2010 Permalink | Log in to leave a Comment
    Tags:   

    “I am more and more convinced,” he continued, “that poetry is the universal possesion of mankind, revealing itself everywhere and at all times in hundreds and hundreds of men. One makes it a little better than another, and swims on the surface a little longer than another – that is all.”

    Conversations of Goethe with Johann Peter Eckermann, 165
     
  • Avatar of thomasvangrol

    thomasvangrol 8:47 pm on October 2, 2010 Permalink | Log in to leave a Comment
    Tags: Kant (37)   

    But note well that I am here speaking only of the pure (purus, putus) biblical theologian, who is not yet contaminated by the ill-reputed spirit of freedom that belongs to reason and philosophy.
     
  • Avatar of thomasvangrol

    thomasvangrol 1:26 pm on September 25, 2010 Permalink | Log in to leave a Comment
    Tags: Globalisatie, , Staat   

    The three bonds – by the people, to the destiny of the state, in a spiritual mission – are equally primordial to the German essence. The three services that stem from it – Labor service, Armed service, and Knowledge Service – are equally necessary and of equal rank.

    Heidegger, The Self-Assertion of the German University, p 477
     
  • Avatar of thomasvangrol

    thomasvangrol 8:17 pm on September 20, 2010 Permalink | Log in to leave a Comment
    Tags: , Studievereniging, Vriendschap   

    Open brief aan de Universiteit van Amsterdam 

    Mijn lieve UvA,

    Een onheugelijk feit werd laatst aan mij bekend gemaakt. ‘Onheugelijk’ is een eufenisme, het is een ramp, een kwaadaardige zwelling in het onderwijssysteem. Het feit luidde namelijk dat studieverenigingen, die nu samen worden gepropt in twee kleine kamertjes, respectievelijk 1.11 en 1.12 in het P.C. Hoofthuis, geen eigen kamers zullen krijgen. U zult dit feit niet tegenspreken, wel dat dit een ramp is. U zult misschien zeggen: ‘studieverenigingen zijn niet de eerste prioriteit om ons, al verminderde, onderwijsgeld aan te besteden. De eerste prioriteit van ons, als universiteit, is het overbrengen van kennis aan studenten en het onderzoek van onze wetenschappers.’ Maar, mijn lieve UvA, u vergeet! Ik zal u duidelijk maken, waarom de studieverenigingen, die nu geen kamer hebben, deze wél zouden moeten krijgen.

    (More …)

     
    • Avatar of sinead

      sinead 3:12 pm on September 25, 2010 Permalink | Log in to Reply

      Thomas,
      dit betoog voor een eigen ruimte voor studieverenigingen, een eigen plek om in alle vrijheid te kunnen denken en discussieren onderschrijf ik maar al te graag. Ik denk echter dat er een aantal haken en ogen zitten aan dit idealistische plan, om maar te beginnen bij de praktische uitvoering.
      Jaspers schrijft in hoofdstuk 6 van The Idea of the University dat universiteiten instuten zijn waarin het ideaal van de universiteit vorm krijgt en dat dit automatisch impliceert dat er compromissen zijn gedaan omdat geen enkel idee perfect gerealiseerd kan worden (70). De universiteit heeft heel concreet, zoals Jaspers zegt, gebouwen nodig. Gebouwen om onderwijs in te geven, gebouwen om de administratie bij te houden, gebouwen om alle boeken op te bergen en gebouwen om de studenten en docenten mogelijkheid te geven te studeren en onderzoek te doen (70). In deze gebouwen zijn ook de studieverenigingen ondergebracht. In een ideale situatie zou elke vereniging een eigen kamer hebben, waar na de college’s de leden samenkomen om te praten over wat ze zojuist hebben besproken en wat ze daar nu verder van denken. Eén van de compromissen die op de UvA echter heeft moeten sluiten, is dat deze ruimte voor verenigingen er simpelweg niet is. Over de motieven hiervoor kunnen we twisten, voldongen feit is dat er op dit moment geen ruimte is. Het zou waarschijnlijk ontzettend duur zijn om alsnog voor elke vereniging een eigen ruimte te realiseren (en geld is er natuurlijk nooit op de universiteit: een tot op het bot uitgekauwd argument), dus helaas pindakaas: napraten en discussieren doe je maar op eigen initiatief.
      Naast dit praktische probleem, een probleem dat met niet al te ingewikkelde middelen op te lossen valt, zie ik een veel groter probleem, en dat is de mentaliteit onder studenten. Hoeveel studenten blijven er na college nog hangen om met elkaar of de docent te praten over de stof? Of om nog een stapje eerder te beginnen: hoeveel studenten participeren actief in een discussie over de stof? Waarom gebeurt dit niet? Zijn mensen bang? Bang dom gevonden te worden? Bang de stof niet goed te begrijpen en dus hun mond maar te houden? Bang om te spreken in het openbaar? Bang de tijd van de werkgroep te verdoen? Actieve, leergierige studenten zijn bij vele vakken helaas nauwelijks meer te bekennen: hoe komt dit? Zou het samen kunnen hangen met de zesjescultuur die ons telkens wordt verweten? Willen wij niet meer leren, maar zo snel mogelijk ons papiertje halen? Is de passie waar Weber over spreekt verdwenen? Of hebben wij het gewoon veel te druk met andere dingen dan studeren om ons druk te maken over de problemen die we tijdens college’s aangereikt krijgen?
      Waar de mentaliteit van vandaag de dag vandaan komt, ik weet het niet, maar ik weet wel dat deze veranderd moet worden wanneer je zo’n ideale studieverenigingenkamer wilt hebben als waar jij over spreekt. Want wat heb je aan een kamer, als er niemand op komt dagen? Wat heb je aan een ruimte om vrij te denken en te spreken, wanneer die kamer leeg blijft?

    • Avatar of roza

      roza 7:03 pm on September 26, 2010 Permalink | Log in to Reply

      ik citeer een klein stukje uit je betoog: ‘…Dit komt door de macht, die altijd een rol blijft spelen tussen de docent en student. Maar in een kamer van de studievereniging, waar een gesprek tussen vrienden kan worden gehouden, tussen student en student of tussen student en docent, dáár wordt de macht tot het minimum beperkt….’. Je spreekt van een minimum, maar een relatie die in den beginnen berust op een ongelijke machtsverhouding, kan mijns inziens nimmer meer in de buurt komen van een relatie tussen gelijken, vrienden. Ook jou bijzondere kamer kan daar, helaas, niet veel aan veranderen.

    • Avatar of simonevs

      simonevs 12:36 pm on September 29, 2010 Permalink | Log in to Reply

      Als we toch een idealistische toon aannemen; trek het dan breder. Ook de studievereniging is een gesloten groep mensen. Bovendien kun je met deze studenten prima vrienden worden en thuis afspreken op je studentenkamer van 8m2 . Een intellectueel dialoog heeft geenzins een basis van vriendschap nodig, eerder een basis van interesse en nieuwsgierigheid.

      Ik ben het met je eens dat het dialoog terug moet komen. Echter niet in kamers 112 en 111, maar juist in de collegezaal. Is het niet een verarming dat je moet stellen dat je meer hebt geleerd in gesprek met vrienden dan in college? Een docent hoeft naar mijn mening absoluut geen vriend/precieze gelijke te zijn om een inspirerende rol aan te nemen. Juist het leiderschap waar zowel Jaspers als Heidegger het over hebben, is van belang. Wat leert men immers van gelijkgestemden, behalve de confirmatie van het eigen gedachtengoed? Wie daagt de student meer uit dan zijn vrienden dat doen, al was het maar om een goed cijfer te halen of een goede indruk te maken bij iemand waar je tegenop kijkt?

      Het zou juist in de collegezalen moeten zijn, dat het dialoog plaatsvind. Het is op deze plek dat een gevarieerde hoeveelheid mensen samenkomt. De enige selectie die heeft plaatsgevonden is dat zij student zijn (een toch al kleine groep in de maatschappij) en dat zij, gedwongen of uit interesse, een bepaald vak volgen. Dit heeft nog steeds een selectief, maar in ieder geval al een breder publiek ten gevolge dan het de kleine en gescheiden studieverenigingen.

      De aankomende bezuinigingen dwingen ons tot hervorming. Laten we als studenten dan niet collectief over het behoud van twee kamers zeuren, maar ons inzetten om het (Socratische) dialoog in de collegezalen op gang te krijgen.

      Daarnaast de nieuwe media; zie hier het resultaat van de hierboven genoemde ‘individualiserende media als Facebook, twitter etc.’; er is op deze internetwebsite toch al bijna een heuse discussie gaande.
      Het zijn precies deze media die tot dialoog stimuleren. Waar het ideale dialoog van Socrates slechts onder een gelukkig gezind stel mannen bevond, is deze ‘individualiserende media’ een vrijplaats voor discussie: ongeacht geslacht, leeftijd, intellect of sociale klasse. Gevarieerde en inspirerende ‘denktanken’ ontwikkelen zich op internet. Zoals ik al eerder zei: wat voor ’n dialoog valt er immers te voeren met alleen maar gelijkgestemden?
      Mocht je overwegen nogmaals een idealistische open brief naar de UvA te sturen, maar ditmaal om de daadwerkelijke kwaliteit van het onderwijs te verbeter, dan denk ik graag met je mee (om als gelijkgestemden elkaar nog maar eens van ons eigen gelijk te overtuigen)!

    • Avatar of jetvangroningen

      jetvangroningen 11:23 am on October 3, 2010 Permalink | Log in to Reply

      “ Hyves, Facebook, Twitter: allemaal razend populair, maar individualistisch. Uiteindelijk zit je in je eentje achter de computer en deel je gedachten. Vaak komt ook hier een dialoog van. Maar die dialoog, die is toch heel anders, dan wanneer je in een omgeving met studenten en docenten, kan discussiëren, als vrienden.”

      Je zegt dat discussie binnen de sociale media anders is, maar betekent dit ook dat deze van minderen kwaliteit is. Er is ten slotte ook hier sprake van discussie? De medialoperationswebsite waar we gebruik van maken voor Literatuur&Wetenschap, is toch een plek waar gedachtenuitwisseling plaatsvindt? En, wanneer je op vriendschappelijke basis dieper in wil gaan op hetgeen de universiteit ons biedt, volstaat een café dan niet evengoed? Is hier een aparte kamer voor nodig binnen de universiteit?

    • Avatar of nadja

      nadja 3:15 pm on October 7, 2010 Permalink | Log in to Reply

      Hoi Thomas,

      hier dan eindelijk mijn reactie:

      Ik denk dat je een heel belangrijk punt te pakken hebt. Door de moderne media is de communicatie zeker sterk veranderd en communiceren wij veel meer door middel van sociale netwerken, email en andere digitale communicatiemiddelen. De communicatie op een persoonlijk vlak leidt daar zeker onder. Dat is zeker ook het geval aan de universiteit met weinig contacturen en te weinig tijd om onderwerpen uitgebreid te kunnen bespreken.
      Aan de andere kant denk ik, dat meerdere studieverenigingen in een kamer ook juist een bron van communicatie kunnen zijn. Mij lijkt het juist fijner en handiger om met meerdere studieverenigingen een ruimte te delen. Ik kan mij wel voorstellen dat het niet fijn is omdat de ruimte heel klein en beperkt is en dat het lastig is om zo te werken. Maar op deze manier heb je wel contact met studenten van andere studierichtingen en kan in principe over verschillende onderwerpen praten en onderwerpen uit verschillende invalshoeken belichten, lijkt mij.

      Groetjes, Nadja

    • Avatar of thomasvangrol

      thomasvangrol 2:10 pm on October 10, 2010 Permalink | Log in to Reply

      Beste allemaal,
      Ten eerste wil ik jullie bedanken voor het reageren op mijn brief. Ik kon zelf door een fout op de website niet reageren op jullie reacties, nu hopelijk wel.

      Sinead zegt dat er geen ruimte en geen geld is voor kamers voor de studieverenigingen. Ik denk dat dit vooral ligt aan de plek waar we zijn gesitueerd. We zitten met de faculteit in het hart van Amsterdam. Je kan je afvragen waarom we daar zitten. Is het de bedoeling dat we ‘tussen de mensen zijn’? Dan stel ik jou de vraag: hoeveel mensen spreek je dagelijks op straat op weg naar de universiteit over onderwerpen van de studie, die niet bij de universiteit horen? Ik geen een, maar misschien ligt dat aan mij. Ik zou liever niet wegwillen uit het hart van Amsterdam, ik vind het heel prettig om hier te studeren, maar misschien met de universiteit zich afvragen in hoeverre hun ideale universiteit, als doorgeefluik van kennis, wordt tegengesproken door hun geld- en plaatsnood door daar te zitten. Op een campusuniversiteit zou er waarschijnlijk wél plaats zijn voor een kamer van een studievereniging (zoals in Twente en in Utrecht) en dat zou, naar mijn inziens het kwaliteit van het onderwijs verbeteren. Daarbij zou de universiteit dan minder last hebben van ruimtegebrek. Het is een afweging die je moet maken.

      Maar, verder, je ziet een groter probleem. Ik ook. De mentaliteit die onder veel studenten heerst is, zou ik de ‘luisteren en wegwezen’-mentaliteit willen noemen. Het is een mentaliteit waarbij de student alleen luistert naar wat er te zeggen valt in college en na het college opeens spoorloos verdwenen is. Ik denk dat die mentaliteit vaker voorkomt in populaire studies als psychologie en rechten, waar er weinig plaats is voor vragen en veel hoorcolleges. Dat weet ik niet uit ervaring en dit is slechts een vermoeden. Ik ben het met je eens dat dit een groot probleem is voor het idee van de kamers voor studieverenigingen. Want hoe zou er een discussie moeten komen als er niemand is om discussie mee te voeren? Er zijn twee fouten: ik schreef over vriendschap, de discussies moeten geen angst aanjagen bij de student, ze moeten elkaar in hun waarde laten en elkaar helpen. En verder, laten we niet té pessimistisch zijn: er zijn ook studenten die wel discussiëren en graag praten over de stof die ze moeten leren. Zoals ik het voor me zie, moet je juist de welwillende student niet straffen, maar belonen. Als de andere studenten dan zien hoe goed het werkt en hoe fijn het is om in een vriendschappelijk verband discussie te voeren, zullen ze meedoen. Misschien is het een té idealistisch wereldbeeld dat ik voor ogen heb. Ik hoop dat de ‘luisteren en wegwezen’-mentaliteit zal veranderen in de toekomst, vooral door het gebruik van zulke kamers. Er is zoveel kennis te vinden als je maar met elkaar praat!

      Ik denk dus niet dat de mentaliteit veranderd moet worden voor zo’n kamer, maar dat de kamer de mentaliteit verandert. Want er zijn altijd wel studenten die graag discussiëren, die met een andere mentaliteit, die om te leren. Ik denk dat het inderdaad wel te maken heeft met de passie van Weber, dat die in sommigen is verdwenen. Maar vergis je niet, hij is er nog steeds en moet misschien aangewakkerd worden!

      Simone, jij vindt dat de discussie in de collegezalen moet plaatsvinden. Ik zou dit probleem ook betrekken op de huidige mentaliteit. Ik zou zeggen dat als mensen meer gaan zeggen in een vriendschappelijke kring, ze ook sneller geneigd zijn om hun mond open te trekken in een atmosfeer waar dit minder gemakkelijk is, zoals in de collegezaal. Ik ben er trouwens ook helemaal voor om de dialoog in collegezalen op gang te krijgen, maar je moet ergens beginnen en ik vind dit wel een mooi begin.

      Je zegt ook dat een kamer voor een studievereniging, een dialoog tussen vrienden, zorgt voor confirmatie van het eigen gedachtengoed. Ik ben het hier niet mee eens, waar ik op doel is een dialoog waarbij men elkaar niet afkraakt, waarbij men gelijk blijft en ‘netjes’ blijft. Dat betekent niet dat men dezelfde mening moet hebben. Ook tussen vrienden kunnen grote verschillen in visie kunnen zijn. Ik wil ook meer stellen dat er buiten de collegezalen ook veel te leren is van docenten en dat een gesprek, verschillende visies over de stof, ook zouden kunnen worden besproken in zo’n kamer. Ik denk dat we volwassen genoeg zijn, om op Roza in te gaan, om te kunnen praten met een docent op een niveau waar we onze meningen kunnen delen zonder dat er minachtend op ons neer word gekeken. Waar ook wij een mening mogen hebben.

      Dan wil ik het hebben over de media. Ik denk dat er sowieso misschien een verschil moet worden gemaakt tussen de media. Er zijn die waar je de mensen kent (Facebook, deze site), en waar je ze niet kent (Youtube, twitter). Op de eerste heb ik eigenlijk weinig tegen, behalve dat ze misschien beperkend zijn. De tweede vind ik zelf verschrikkelijke platformen voor discussie. Het is de anonimiteit van het internet die zorgt dat mensen zich verschrikkelijk gaan gedragen en gaan schelden. Daaruit kan nooit een gelijkwaardige discussie komen. Op een site als deze kan je discussie voeren, maar het is bijvoorbeeld zo dat niet iedereen zich kan aanmelden. Niet iedereen kan meedoen. Ik zou graag willen zien bij een kamer voor de studievereniging dat er geen uitsluiting is. Dat iedereen die geïnteresseerd is mee kan praten.

      Wat ik heb tegen een café is op de eerste plaats dat je moet betalen om er te zitten, en op de tweede plaats vind ik gewoon dat de universiteit, als leeromgeving, zoiets zou moeten aanbieden.

      Nadja, het probleem van meerdere studieverenigingen in één kamer, zoals dat nu het geval is, is dat er alleen plaats is voor het bestuur van de verenigingen en geen plaats voor een discussie. Iedereen is daar druk bezig en niemand zal tijd hebben om over onderwerpen van studie te praten. Als er een discussie tussen verschillende studies was, waarbij je ook kan kijken naar de meningen van andere studies op een object, zou ik dat ook van harte toejuichen. Maar dat is er niet.

      Thomas
      (PS, de blog staat nu onder een andere dan mijn naam, ik weet niet hoe dat komt…)

    • Avatar of yvonne

      yvonne 4:19 pm on October 12, 2010 Permalink | Log in to Reply

      Hallo Thomas en alle anderen,

      Een van de eerste zinnen die me te binnen viel bij jouw pleidooi voor een eigen kamer voor de studievereniging was: ‘Ask not what your university can do for you, but what you can do for your university’. Je kleedt je betoog naar het schijnt handig in door te verwijzen naar een win-win situatie: als u ons een kamer geeft, zullen wij beter presteren en kunt u meer geld aantrekken. Er zit ook een keerzijde aan het voorgestelde plaatje: als u deze faciliteit niet verstrekt zullen wij niet beter presteren en kost u dat geld. Met een dergelijk beeld heb ik moeite. Naar aanleiding van jouw essay en de reacties daarop kwam bij mij de vraag naar voren waar de universiteit zich eigenlijk bevindt. Heeft zij haar grens letterlijk bij de muren van het instituut? Ik denk het niet. De universiteit, dat ben jij. Waar je ook in discussie wenst te gaan met medestudenten (of wie dan ook) over wat je gelezen en gehoord hebt, daar is de universiteit ook – deze virtuele ruimte incluis.
      Ik geef graag een voorbeeld mee uit mijn eerste studie (Rechten). In het eerste jaar werden de studenten verdeeld over zogeheten ‘bijenkorfgroepen’ – ik geef direct toe, het klinkt behoorlijk lullig, maar toch… Deze groepen bestonden uit circa 8 studenten en een derdejaars tutor. Wij kwamen als groep bij toerbeurt bij elkaar in huis, aten samen en bogen ons daarna over een aantal studiegerelateerde vragen die de tutor had opgesteld, wetboek op schoot en al. Al na een aantal bijeenkomsten werden de vragen van de tutor overgeslagen en spraken we over van alles en nog wat waar we inhoudelijk in de studie tegenaan liepen. Ik kan niet anders zeggen dan dat dit zeer inspirerend werkte en dat de groep bij elkaar bleef komen –inclusief tutor – nadat zij haar extra credits al lang had verzilvert. Is zoiets wellicht een idee om de idealen waar je naar streeft te realiseren? Of brengt het je misschien op een ander idee? Facebook?

      groetjes, Yvonne

    • Avatar of litwet

      litwet 2:28 am on November 29, 2010 Permalink | Log in to Reply

      Nu wel echt opsturen he, Thomas! Ik ben namelijk ook de UvA niet. Folia lijkt me wel een geschikt medium voor deze brief.

  • Avatar of thomasvangrol

    thomasvangrol 1:18 pm on September 11, 2010 Permalink | Log in to leave a Comment
    Tags:   

    And academic prophecy, finally, will create only fanatical sects but never a genuine community

    Weber. Science as a Vocation
     
c
compose new post
j
next post/next comment
k
previous post/previous comment
r
reply
e
edit
o
show/hide comments
t
go to top
l
go to login
h
show/hide help
esc
cancel