Tagged: Coetzee RSS

  • Avatar of geerte

    geerte 7:31 pm on October 29, 2010 Permalink | Log in to leave a Comment
    Tags: African, Coetzee, , literature   

    By Africans for Africans? 

    In Elizabeth Costello hebben Elizabeth en Emmanuel Egudu een discussie over wat de Afrikaanse roman bekent voor Afrika en of het wel voor Afrikaanse mensen bedoeld is. Hierbij worden er verschillende aspecten van de literatuur aangehaald en worden er vergelijkingen gemaakt met de Australische roman. Nu is er geen duidelijke uitkomst van de discussie omdat zij op een gegeven moment genoeg van hem heeft, maar er komen verschillende argumenten naar voren die je aan het denken zetten over de Afrikaanse roman. Nu is het niet mijn intentie om de geschiedenis in twijfel te trekken aangezien ik niet alles erbij kan betrekken en ook niet beweer alles van die geschiedenis af te weten, maar wanneer we kijken naar het boek Elizabeth Costello is er dan sprake van een Afrikaanse roman voor de Afrikaanse bevolking?

    ‘The English Novel’, she says, ‘is written in the first place by English people for English people. That is what makes it the English novel. The Russian novel is written by Russians for Russians. But the African novel is not written by Africans for Africans. African novelists may write about Africa, about African experiences, but they seem to me to be glancing over their shoulders all the time they write, at the foreigners who will read them.’ (Coetzee 2003, p. 51)

    Elizabeth zegt hier dat ze misschien wel over Afrika schrijven, maar niet voor Afrika. Wanneer ze schrijven houden de schrijvers constant het buitenland, vaak de Westerse wereld, wat ik vanaf nu ga aanhouden, in hun achterhoofd. Ze schrijven dus meer voor de Westerse wereld dan voor de Afrikaanse wereld. De quote gaat verder:

    ‘Whether they like it or not, they have accepted the role of the interpreter, interpreting Africa to their readers. Yet how can you explore a world in all its depth if at the same time you are having to explain it to outsiders? It is like a scientist trying to give full, creative attention to his investigations while at the same time explaining what he is doing to a class of ignorant students. It is too much for one person, it can’t be done, not at the deepest level. That, it seems to me, is the root of your problem. Having to perform your Africanness at the same time as you write.’ (Coetzee 2003, p. 51)

    De schrijvers lijken hier vast te zitten tussen twee discoursen. Aan de ene kant willen ze in het Afrikaanse discours blijven, maar aan de andere kant fungeren ze als interpretator van hun land aan de Westerse wereld. Ze zitten niet meer volledig in het Afrikaanse discours en samen met het feit dat ze altijd de Westerse wereld in hun achterhoofd hebben tijdens het schrijven zorgt dit ervoor dat geen romans schrijven puur voor het Afrikaanse volk.

    Niet alleen Elizabeth, maar ook Emmanuel komt met argumenten waarom Afrikaanse schrijvers niet voor het Afrikaanse volk schrijven, ook al bedoelt hij dit in het boek niet zo.

    ‘Reading is not a typically African recreation [...] and particularly not reading fat novels. Reading has always struck us Africans as a strangely solitary business. It makes us uneasy. When we Africans visit great European cities like Paris and London, we notice how people on trains take books out of their bags or their pockets and retreat into solitary worlds. Each time the book comes out it is like a sign help up. Leave me alone, I am ready, says the sign. What I am reading is more interesting than you could possibly be.
    Well, we are not like that in Africa. We do not like to cut ourselves from other people and retreat into private worlds. Nor are we used to our neighbours retreating into private worlds. Africa is a continent where people share. Reading a book by yourself is not sharing. It is like eating alone or talking alone. It is not our way. We find it a bit crazy.’ (Coetzee 2003, p. 40)

    Lezen is niet de Afrikaanse manier. De Afrikaanse bevolking ziet het lezen van een boek als een rare tijdsbesteding. Je bent niet gezellig en alleen maar met jezelf bezig, het is onbeschoft. Zoals hij zegt in het voorbeeld van de trein; mensen denken dat je het boek interessanter vindt dan je medemens. Hij zegt ook dat de echte Afrikaanse roman een gesproken of vertellende roman is, het moet mondeling zijn. Wanneer je het opschrijft leeft het maar half, een roman moet juist door iemand verteld worden. Emmanuel haalt hier ook Cheikh Hamidou Kane aan, die zegt:

    ‘The writers I speak of are truly African because they are born in Africa, they live in Africa, their sensibility is African … What distinguishes them lies in experience, in sensitivities, in rhythm, in style.” He goes on: “A French or English writer has thousands of years of written tradition behind him … We on the other hand are heirs to an oral tradition.’ (Coetzee 2003, p. 44)

    Dit zou je als argument voor kunnen zeggen, maar is dit wel zo? De echte Afrikaanse schrijvers leven in Afrika en ademen ook Afrika, maar zoals Kane al zegt, het is wel een mondelinge traditie. Het feit dat zowel Emmanuel als Kane beiden de Afrikaanse traditie als een mondelinge traditie zien geeft al weer hoe belangrijk dit is voor Afrika.

    Na alle argumenten te hebben bekeken lijkt het er op dat de geschreven Afrikaanse roman meer gericht is op de Westerse samenleving en niet zozeer op de Afrikaanse. Hoewel het goed is voor het saamhorigheidsgevoel in Afrika is de geschreven roman misschien wel niet eens zo nodig. Afrika heeft een sterke traditie van samen zijn in plaats van alleen, zoals het geval is wanneer je een boek leest, en van mondeling verhalen vertellen in plaats van schriftelijk. Ook kan lang niet iedereen lezen of hebben ze een manier om banden te luisteren, zoals de vrouw in Elizabeth Costello voorstelde om de boeken mondeling op te nemen. De Afrikaanse traditie van verhalen vertellen past goed in de samenleving en ook al komt de schriftelijke roman steeds meer op, ik hoop dat ze de mondelinge traditie ook houden.

    Coetzee, J.M. Elizabeth Costello. London: Vintage, 2003.

     
    • Avatar of lanabroekaert

      lanabroekaert 12:59 pm on October 30, 2010 Permalink | Log in to Reply

      Ik quote 2 alinea’s uit jouw tekst:

      “The writers I speak of are truly African because they are born in Africa, they live in Africa, their sensibility is African … What distinguishes them lies in experience, in sensitivities, in rhythm, in style.” He goes on: “A French or English writer has thousands of years of written tradition behind him … We on the other hand are heirs to an oral tradition.’ (Coetzee 2003, p. 44)

      “Dit zou je als argument voor kunnen zeggen, maar is dit wel zo? De echte Afrikaanse schrijvers leven in Afrika en ademen ook Afrika, maar zoals Kane al zegt, het is wel een mondelinge traditie. Het feit dat zowel Emmanuel als Kane beiden de Afrikaanse traditie als een mondelinge traditie zien geeft al weer hoe belangrijk dit is voor Afrika”.

      Emmanuel vertelt (op p. 42-43) waarom hij in de Verenigde Staten woont en werkt nu, hij is dus na zijn succes in de Westerse wereld, hierheen verhuisd om dit succes voort te zetten (hij geeft les aan de universiteit, houdt lezingen enz). Dit succes had hij niet in Afrika. Hij leeft dus niet in Afrika, dus ik trek in twijfel of hij wel als een ‘truly African writer’ gezien kan worden. Daarbij komt dat hij Afrika bewust, volgens hem heeft hij geen keus, als “the other” neerzet in zijn romans. Ik ben het eens met je conclusie, maar denk dat dit wel een belangrijk argument is wat ook genoemd mag worden.

    • Avatar of crispiness

      crispiness 10:08 pm on November 2, 2010 Permalink | Log in to Reply

      Wellicht is het probleem ook dat de roman grotendeels een Westerse uitvinding is – enkele uitzonderingen daargelaten, wellicht – een genre dat uit een specifiek Westerse constellatie ontsproten is. Als je in een gesproken traditie staat in plaats van een geschreven, is het dan ook veel lastiger om het genre van de roman toe te eigenen en je eigen verhalen daarin plaats te geven. Verhalen vertellen is anders dan verhalen schrijven en het is lastig om (naar beide kanten) die vertaalslag te maken. Echter, door deze vertaalslag pertinent niet te maken sluit het Afrikaanse continent zichzelf uit het discourse van de wereldliteratuur. Misschien heeft heeft de bevolking van dit massieve continent hier geen problemen mee, maar het is wel jammer dat ze geen tegengas kunnen geven op het discourse dat het Westen via Westers-Afrikaanse literatuur op het werelddeel Afrika uitvoert.

    • Avatar of margareth

      margareth 12:18 am on November 3, 2010 Permalink | Log in to Reply

      Gebruikt Coetzee het personage Emmanuel niet als een soort van ‘alterego’ om Costello te bekritiseren? Net als Emmanuel is Coetzee zelf ook een ex -Zuid-Afrikaanse schrijver en criticus. Vind hij niet dat Costello haar Australische identiteit gebruikt om Emmanuel (en Coetzee dus) te kleineren?

  • Avatar of Daphne Boutens

    Daphne Boutens 4:08 pm on October 28, 2010 Permalink | Log in to leave a Comment
    Tags: Coetzee   

    De hypermediacy van Coetzee 

    “The presentation scene itself we skip. It is not a good idea to interrupt the narrative too often, since storytelling works by lulling the reader or listener into a dreamlike state in which the time and space of the real world fade away, superseded by the time and space of the fiction. Breaking into the dream draws attention to the constructedness of the story, and plays havoc with the realist illusion. However, unless certain scenes are skipped over we will be here all afternoon. The skips are not part of the text, they are part of the performance.” (J.M. Coetzee; p. 16)

    In dit essay wil ik door middel van een close-reading van dit citaat uit Elizabeth Costello de begrippen ‘discours’ en ‘praktijk’ bespreken. Het is namelijk een passage die niets met de inhoud van het verhaal over de schrijfster Elizabeth Costello te maken heeft. Zoals uit het citaat duidelijk wordt neemt de auteur hier de tijd om de lezer iets uit te leggen over de kunst van het schrijven. Hij zegt de kijker attent te maken op zijn methode, waardoor hier ook de ‘how-to-do’ van Michel de Certeau duidelijk wordt.

    Coetzee schrijft in zijn roman over de schrijfster Elizabeth Costello die door de hele wereld lezingen geeft over haar visies en haar boeken. Daarbij komen er verschillende personages langs die allemaal weer andere standpunten innemen. Hierdoor laat Coetzee veel verschillende stemmen horen, maar er wordt uiteindelijk geen positie ingenomen. In het voorgaande citaat doet Coetzee precies hetzelfde. Hij zegt de kijker niet te veel uit het verhaal te willen halen door ‘gaps’ in te lassen, want “breaking into the dream draws attention to the constructedness of the story.” In mediastudies noemen we dit ‘hypermediacy’. Hierbij wordt de kijker uit de illusie gehaald en bewust gemaakt van het medium. Dit zorgt ervoor dat de betrokkenheid vermindert, waardoor de lezer zich niet kan identificeren.

    Coetzee zegt dit te willen te voorkomen. Hij had er echter ook voor kunnen kiezen het citaat-gedeelte achterwege te laten. De lezer hoeft niet verteld te worden dat er een stuk overgeslagen wordt. Dat is de ‘know-how’ van de lezer. We weten uit ervaring dat als twee alinea’s niet geheel op elkaar aansluiten er een gat in de tijd zit en dat die informatie blijkbaar niet interessant voor ons is. Coetzee kiest er echter voor om het wel te melden. Het effect dat dit heeft is juist hetgeen Coetzee zegt te willen vermijden. Hij zegt dus het een, maar doet het ander. Door deze performatieve tegenstellingen zou je je kunnen afvragen: ‘Wat is dan zijn standpunt?’.

    Zo zijn er nog meer voorbeelden uit het boek te halen waarin Coetzee iets anders doet, dan dat hij zegt te doen. Elizabeth vertelt bijvoorbeeld veel over filmtheorie in haar speeches, terwijl haar zoon haar voornamelijk als schrijfster omschrijft. Twee verschillende standpunten, waarbij niet duidelijk wordt welke die van Coetzee vertegenwoordigt. Echter, de interventies die Coetzee inlast zijn toch wel de meest duidelijk en letterlijke “contradicties”, die dan ook het meest opvallen.

    Om dit nu te koppelen aan de begrippen ‘discours’ en ‘praktijk’ is niet zo moeilijk. Namelijk, wat Coetzee zegt te doen behoort tot discours. Het is immers discursief en gaat uit van een bepaalde methode. Hij legt ook heel logisch uit waarom je de kijker niet te vaak uit het verhaal moet trekken en welk ongewenst effect dat kan hebben. Dit is ook wel te vergelijken met de ‘how-to-do’ van Michel de Certeau. Het gaat dan om kennis en het volgen van bepaalde logisch beredeneerde stappen. De Certeau vertelt echter dat er nog een laag is waar rekening moet worden gehouden bij de auteur. Er is namelijk ook nog zo iets als een ‘know-how’, waarbij meer aandacht wordt geschonken aan de ervaring van de schrijver. Het mag geen intuitie heten, waarbij geheel zonder motivatie een keuze wordt gemaakt, maar het hangt wel tussen methode en intuitie in. Deze ‘know-how’ behoort dan ook tot de praktijk. De keuze is niet meer gebaseerd op regels binnen het discours, maar is een resultaat van een overlapping tussen twee discoursen. De theorie kan dan losgelaten worden, want wat waar is in het ene discours hoeft dat niet te zijn in het andere. Het komt nu op de auteur zelf aan wat hij gaat doen. Dan komt ook boven tafel wat hij uit beide discoursen mee heeft genomen en wat hij er in de praktijk daadwerkelijk mee doet.

    Zo blijkt dat Coetzee zich aan de ene kant wel laat identificeren met Elizabeth door veel overeenkomsten te creeren, maar aan de andere kant door bijvoorbeeld zichzelf steeds weer te laten horen tijdens ‘gaps’, doet hij ook weer veel dingen waardoor de identificatie moeizaam wordt en de afstand tussen Elizabeth en Coetzee weer groter wordt.

    Waar het bij andere auteurs even zoeken is naar de praktijk, is Coetzee een goed voorbeeld van een verrader van zijn eigen leugens.

    Coetzee, J.M. Elizabeth Costello. London: Vintage Books, 1999.

    De Certeau, Michel. The Practice of Everyday Life. Los Angeles: Berkeley: University of California Press, 1984.

     
    • Avatar of daneshvar

      daneshvar 3:54 am on October 29, 2010 Permalink | Log in to Reply

      Daphne,
      Leuke analyse van Coetzee, maar ik wil het begrip discours anders benaderen dan je in je stuk hebt gedaan. Wanneer je de discours van een personage in een boek analyseert, is het volgens mij belangrijk om hierbij de discours van de schrijver zo min mogelijk bij te betrekken. Hierdoor bestaat er minder kans dat een personage de stem van de auteur wordt doordat hij zich dan in dezelfde discours bevindt als de auteur. Een personage kan zich in een discours bevinden die verschilt van andere personages en zelfs van de discours van het boek (goede voorbeelden zijn Dostejevski’s personages). Een boek is ook naar mijn idee een prima medium waarin men zelf discoursen met elkaar in aanraking kan laten komen.

      Coetzee’s boek is goed in verband te brengen met Michel de Certeau’s theorie omdat de implied author zich expliciet kenbaar laat maken in het boek. Toch brengt Certeau’s model van de discours beperkingen met zich mee die men in acht moet nemen. Zijn model van de overlappingen en de plekken die hij toewijst aan de zogenaamde “how-to-do” en “know-how” en intuïtie, brengen volgens mij een bepaalde scheiding tussen deze termen en de discours aan, die niet hoeft te kloppen. Intuïtie is niet het tegenovergestelde van discours en wordt volgens mij niet alleen beïnvloed door discours maar is er onderdeel van. Hierdoor zie ik Certeau’s know-how niet als een soort aparte ruimte tussen discoursen in, maar juist als een discours binnenin een discours, aangezien naar mijn idee alle discoursen andere discoursen overlappen en er dus een constante staat van conflict aanwezig is tussen de verschillende discoursen, aangezien wat in een discours waarheid is, onwaar kan zijn in een andere discours, zoals jij het zegt.

      De personages (en de implied author) hebben allen hun eigen discoursen die weer overlapt wordt door algemenere discoursen, bijvoorbeeld die van het boek, terwijl ze ook met elkaar in conflict zijn. Hierdoor is er niet echt sprake van een afzonderlijk gebied zoals de “know-how”, onafhankelijk van de discours, maar is dit gebied zelf een ander discours. Zoals jij terecht zegt, bestaat er een verschil tussen wat de implied author van Coetzee’s boek zegt en wat hij doet, maar dit komt doordat hij zich constant moet zien aan te passen aan zijn discours. Dit geldt ook voor de personages. Voor mij is er dan ook geen duidelijke grens tussen discours en praktijk, aangezien deze twee begrippen zonder elkaar niet kunnen bestaan. Praktijk vormt discours en discours vormt praktijk.

    • Avatar of winonah

      winonah 11:09 pm on November 5, 2010 Permalink | Log in to Reply

      Wat ik ook een interessante passage vond in het boek en bij jouw essay vind passen is op p.10 “For her thoughts would be, he suspects, as uninteresting as most people’s. A writer, not a thinker. Writers and thinkers: chalk and cheese”
      Bij “a writer, not a thinker” gaat het ook duidelijk om een contradictie, vooral aangezien de lezingen in het boek en de overeenkomsten tussen Elizabeth en Coetzee.

      • Avatar of Daphne Boutens

        Daphne Boutens 2:15 pm on November 7, 2010 Permalink | Log in to Reply

        Dat is inderdaad ook iets wat in het college/werkgroep aan bod kwam. Dat die zoon zegt dat ze een schrijver is en geen denker, terwijl haar lezingen vooral gaan over wat zij denkt in plaats van wat zij schrijft. Dat is inderdaad een mooi voorbeeld van wanneer Coetzee zegt het een te doen, maar in werkelijkheid het andere doet.

  • Avatar of lanabroekaert

    lanabroekaert 5:07 pm on October 27, 2010 Permalink | Log in to leave a Comment
    Tags: , Coetzee, ,   

    The black intellectual in Coetzee’s Elizabeth Costello

    Cornel West beschrijft in zijn artikel ‘The dilemma of the Black Intellectual’ waarom de ‘black intellectual’ in getale achterblijft in verhouding tot de blanke intellectueel. Redenen hiervoor zijn dat het in de moderne tijden [hiermee bedoel ik 1985, toen het artikel uitkwam] lastiger was voor de ‘black student’ om serieus genomen te worden als potentiële wetenschapper of intellectueel. Ook staan de literaire subculturen, denk aan literaire tijdschriften, minder open voor ‘black writers’, omdat de politieke kwesties die spelen een scheiding en afstand hebben gecreëerd tussen de donkere en blanke intellectuelen. Bovendien staat het algemene intellectuele leven, mede vanwege de idealen van de politiek die meer richting rechts en conservatief leunen, in de Verenigde Staten vijandig tegenover donkere intellectuelen. Zodoende moet de donkere student met intellectuele ambities zwaar terugvallen op de eigen hulpmiddelen. Met eigen hulpmiddelen worden ‘zwarte’ instanties, tijdschriften enzovoort bedoeld. Dit is lastig want “…the black institutional support for such activity is in shambles.” (West p. 304).

    De weg die een donkere jongeman of -vrouw moet afleggen om in de intellectuele kringen te worden opgenomen wordt bovendien bemoeilijkt doordat hij of zij zich op een overlappend punt bevindt van twee discoursen. Namelijk het discours van de Afro-Amerikaanse cultuur en het discours van de traditionele intellectuelen. De Afro-Amerikaanse cultuur staat argwanend tegenover de ‘black intellectual’. “The life of the mind is viewed as neither possessing intrinsic virtues nor harboring emancipatory possibilities – solely short term political gain and social status.” (West p. 305).
    Als we West moeten geloven is het niet gek dat zij deze argwanende positie innemen, aangezien veel ‘black intellectuals’ voornamelijk aan materiële groei en cultureel aanzien proberen te winnen. In het discours van de traditionele (dus blanke) intellectueel is helaas nog altijd sprake van racisme, waardoor het lastig is voor de ‘black intellectual’ toe te treden.
    Volgens West zal er dus een verandering in beide discoursen moeten plaatsvinden om deze situatie en de toekomst van de ‘black intellectual’ te veranderen. West stelt vervolgens vier modellen voor die de kwaliteit en kwantiteit van de black intellectual activity zouden kunnen vergroten; the bourgeois model, the Marxist model, the Foucaultian model en the insurgency model. Binnen alle vier de modellen staat de onderhandeling tussen beide discoursen centraal.
    In Elizabeth Costello wordt een ontmoeting beschreven tussen Elizabeth en een collega-schrijver van haar, Emmanuel Egudu, op het cruiseship waar beide schrijvers aanwezig zijn om lezingen te geven.
    Deze Emmanuel is van Nigeriaanse afkomst en ik lees in zijn personage een goed voorbeeld van ‘the black intellectual’ van West.
    In zijn lezing over de Afrikaanse roman komt duidelijk naar voren dat Emmanuel zich ook bevindt op het punt van overlapping tussen twee discoursen, namelijk het discours van zijn Afrikaanse afkomst en die van de traditionele Westerse (in dit geval specifiek literaire) intellectueel. Ten eerste spreekt Emmanuel over ‘we’ wanneer hij het over het Afrikaanse volk heeft, hij representeert zodoende de Afrikaanse man. Hij noemt zijn publiek “wealthy folk, or at least comfortable”. Hiermee wordt de scheiding en de verschillen tussen de discoursen onderstreept. Vervolgens vertelt Emmanuel hoe hij functioneert in het andere discours. Volgens hem is hij gedwongen zijn vak in de Verenigde Staten uit te oefenen aangezien hij niet welkom is in eigen land: “…he is what is called a dissident intellectual, and dissident intellectuals must tread carefully, even in the new Nigeria.” (Coetzee p. 42).

    Dit gebrek aan erkenning komt ook naar voren bij het geval van de schrijver Tutuola, waarover een vraag wordt gesteld aan Emmanuel. Tutuola was succesvol in het buitenland, maar niet in zijn thuisland Nigeria. Deze schrijver schreef zijn boeken in matig Engels, waardoor de hoogopgeleide Nigerianen niet met hem geïdentificeerd wilde worden. Juist door zijn speciale (exotische) gebruik van de Engelse taal hebben zijn boeken een waarde gekregen voor de buitenlandse markt. Hier is wederom te zien dat de Afrikaans-Amerikaanse gemeenschap wantrouwend staat tegenover de ‘black intellectual’, of tegenover iemand die een ‘black intellectual’ in wording is.
    Aan de andere kant is het succes van de Afrikaanse schrijver in de Westerse landen veelal te danken aan de representatie van ‘het andere’, ‘het exotische’ in de boeken, waardoor zij als anders gezien blijven worden en nooit volledig tot het discours van de traditionele intellectueel zullen behoren.
    Zo blijft deze tweestrijd waarin de ‘black intellectual’ zich bevindt, voortbestaan.
    Dit is ook terug te zien in het feit dat Elizabeth Emmanuel juist bekritiseerd op het feit dat hij (en zijn mede Afrikaanse schrijvers) niet voor het eigen volk schrijven, maar voor de Westerse wereld, en zodoende beroep doen op hun exotische identiteit en zich bewust als ‘anders’ neerzetten. Je zou kunnen zeggen dat Elizabeth als traditionele intellectueel de Afrikaanse schrijvers verwerpt, omdat deze niet aan de criteria van de traditionele literatuur voldoen.

    Bronnen:
    Coetzee, J.M. Elizabeth Costello. , London: Vintage Books, 2004.
    West, Cornel. ‘The Dilemma of the Black Intellectual’. In: Breaking Bread: Insurgent black
    Intellectual Life. Cambridge: South End Press, 1991. p. 131-146.

     
    • Avatar of jwhiah

      jwhiah 5:51 pm on October 28, 2010 Permalink | Log in to Reply

      Hoi Lana,

      Ik denk dat de botsing tussen de figuur van Emmanuel en Elisabeth een verwijzing is van de manier waarop de Afrikaanse literatuur een problematische positie inneemt ten opzichte van de Westerse literatuur (en vice versa). Afrika wilt niet conformeren aan de manier waarop het Westen ze neerzet, ze willen zelf een eigen literaire traditie neerzetten? Maar door dit niet- reageren, wordt er toch gereageerd? (net als het afwezige vader complex dat wordt beschreven in de psychoanalyse) Het is voor mij een lastige zaak. Want je wilt niet altijd afgetekend worden ten opzicht van het andere, waardoor jijzelf het andere wordt. Maar die verhouding bestaat wel, en de problemen die hierdoor kunnen ontstaan, bestaan ook. Vooral als het in Afrika ontbreekt aan geldstromen om hun (jonge) schrijvers te financieren, om boeken uit te brengen.

      De reactie die Elizabeth hierop geeft kan ook een ironische manier zijn waarop Coetzee naar het Afrikaanse literatuur versus de westerse literatuur debat kijkt. Waarin niet alleen Emmanuel een ‘typische’ positie inneemt, maar ook Elizabeth.

    • Avatar of crispiness

      crispiness 10:22 pm on November 1, 2010 Permalink | Log in to Reply

      Hoi Lana,

      een scherpe analyse van de positie van Emmanuel binnen het Westerse schrijversdiscourse. Ik heb alleen moeite met je laatste alinea: ik kreeg juist het idee dat Elizabeth Emmanuel verwerpt als Afrikaanse schrijver om hij, in haar ogen, geen Afrikaanse schrijver is. Hij is een schrijver uit Nigeria die wel in de Westerse wereld aansluiting vindt, maar niet in de Afrikaanse wereld. Daarom lijkt ze op hem neer te kijken: net zoals een roman over vrouwen niet automatisch een vrouwenroman is, is een roman geschreven door iemand uit het Afrikaanse continent niet gelijk een Afrikaanse roman. Volgens mij verwijt ze Emmanuel dat hij zich wel als Afrikaanse auteur presenteert, maar eerder een Westerse auteur uit Afrika is.

  • Avatar of liespeeters

    liespeeters 11:16 pm on October 24, 2010 Permalink | Log in to leave a Comment
    Tags: Coetzee,   

    What is future, after all, but structure of hopes and expectations ? Its residence is in the mind; it has no reality.(…)

    Citation
     
  • Avatar of thomashvv

    thomashvv 12:29 am on October 24, 2010 Permalink | Log in to leave a Comment
    Tags: Coetzee   

    What is miraculous about the past is that we have succeeded–God knows how–in making thousands and millions of individual human beings, lock well enought into one another to give us what looks like a common past, a shared story.

    Elizabeth Costello
     
  • Avatar of Gerda

    Gerda 7:42 pm on October 23, 2010 Permalink | Log in to leave a Comment
    Tags: Coetzee, ,   

    “De schrijvers over wie ik spreek zijn echte Afrikanen omdat ze geboren werden in Afrika en in Afrika leven en omdat hun bewustzijn typisch Afrikaans is…Wat hen onderscheidt heeft te maken met levenservaring, met gevoeligheden, met ritme, met stijl.”En dan vervolgt hij: “Een Franse of Engelse schrijver heeft een schrijftraditie van duizenden jaren achter zich…Wij daarentegen staan vaak in een orale traditie.” Cheikh Hamidou’s reactie heeft niets mystieks, niets metafysisch, niets racistisch. Hij legt alleen de juiste nadruk op ongrijpbare aspecten van de cultuur die, omdat ze niet zo gemakkelijk in woorden te vatten zijn, vaak maar een beetje in het vage gelaten worden. Hoe mensen thuis zijn in hun lichaam. Hoe ze hun handen bewegen. Hoe ze lopen. Hoe ze glimlachen of fronsen. De melodie in hun taal. Hoe ze zingen. Het timbre van hun stem. Het aanraken, hoe hun vingers aanvoelen. Hoe ze vrijen. Hoe ze blijven liggen na het vrijen . Hoe ze denken. Hoe ze slapen. Wij Afrikaanse romanschrijvers kunnen deze aspecten belichamen in onze manier van schrijven […] De Afrikaanse roman, de echte Afrikaanse roman, is een orale roman. Op papier is hij krachteloos, leeft hij maar half: hij wordt pas wakker wanneer de stem van diep uit het lichaam de woorden leven in blaast, ze hardop uitspreekt. De Afrikaanse roman, wil ik beweren, is dus als zodanig en nog voordat er een woord van op papier staat een kritiek op de westerse roman […]”

    Elizabeth Costello / J.M. Coetzee, p. 57-58
     
  • Avatar of lara

    lara 1:50 pm on October 22, 2010 Permalink | Log in to leave a Comment
    Tags: Coetzee   

    ‘Ze hebben geen bewustzijn, dus.. Dus wat? Dus staat het ons vrij ze voor onze eigen doeleinden te gebruiken? Dus staat het ons vrij ze af te maken? Waarom? Wat is er zo bijzonder aan de vorm van bewustzijn die we erkennen, dat het doden van iemand die deze bezit een misdaad wordt, terwijl het afmaken van een dier onbestraft blijft? Er zijn momenten…’ ‘Om maar te zwijgen van baby’s,’ valt Wunderlich haar in de rede. Iedereen draait zich naar hem om. ‘Baby’s hebben geen zelfbewustzijn, toch vinden we het een gruwelijker misdaad om een baby te vermoorden dan een volwassene.’

    John Coetzee, ‘Elizabeth Costello’
     
c
compose new post
j
next post/next comment
k
previous post/previous comment
r
reply
e
edit
o
show/hide comments
t
go to top
l
go to login
h
show/hide help
esc
cancel