Tagged: Cornel West RSS

  • Avatar of AudreyMussoni

    AudreyMussoni 11:17 pm on October 29, 2010 Permalink | Log in to leave a Comment
    Tags: Cornel West   

    The Dilemma of the Black Intellectual 

    In de tekst ‘The Dilemma of the Black Intellectual’ bespreekt Cornel West het dilemma van de Afro-Amerikaanse intellectueel. Dezeintellectueel bevindt zich tussen twee gemeenschappen met twee verschillende discoursen, de Afro-Amerikaanse gemeenschap en de intellectuele gemeenschap: “The negro intellectual must deal intimately with the White power structure and cultural apparatus, and the inner realities of the Black world at one and the same time. […] The functional role of the negro intellectual demands the he cannot be absolutely separated from either the Black or White world” (West 1985, p.302).
    Volgens West is het voor de Afro-Amerikaanse intellectueel lastig een succesvolle carrière op te bouwen, omdat er weerstand is vanuit beide gemeenschappen. De intellectuele gemeenschap staat niet open voor de Afro-Amerikaan, maar tegelijkertijd is er ook weerstand vanuit de Afro-Amerikaanse gemeenschap: “ [the intellectual community] is the very culture and society that degrade and devalue the black community” (West 1985, p.305)
    Met deze tekst geeft West verschillende wijzen aan waarop de Afro-Amerikaanse intellectueel om kan gaan met dit dilemma, in de hoop dat er op deze manier een nieuwe intellectuele gemeenschap voor Afro-Amerikanen ontstaat.
    In het hoorcollege werd aangegeven dat deze tekst niet alleen betrekking heeft op de Afro-Amerikaanse intellectueel. Dat deze tekst gaat over hoe men kan onderhandelen tussen verschillende discoursen. Dat iedereen die zich op het snijvlak van twee verschillende gemeenschappen bevindt in principe een “black intellectual” is.
    Ik denk echter dat deze tekst juist wel specifiek gericht is op de Afro-Amerikaanse intellectueel, en dat de problemen en oplossingen die besproken worden op weinig anderen betrekking hebben. Het probleem met de Afro-Amerikaanse intellectueel is namelijk dat er weerstand is vanuit béide gemeenschappen.
    Vanuit intellectuele gemeenschappen zal er vast sprake zijn van discriminatie en geslotenheid, maar het ik vind het moeilijk voor te stellen dat er vele gemeenschappen zijn die (net zoals de Afro-Amerikaanse gemeenschap) niet open staan voor aansluiting bij een intellectuele gemeenschap.
    De afkeer vanuit de Afro-Amerikaanse gemeenschap voor het intellectuele discours heeft zijn oorsprong in de spanningen tussen de Afro-Amerikanen en blanke Amerikanen, dit komt voort uit een geschiedenis van slavernij en onderdrukking. Dit zijn specifieke omstandigheden en naar mijn idee zijn er niet veel andere gemeenschappen die zo’n spanning ervaren met de intellectuele gemeenschap. Het lijkt mij namelijk dat de meesten geen weerstand zouden bieden aan een persoon die een intellectuele carrière ambieert, want intellectuelen hebben, naar mijn idee, toch een gerespecteerde positie in de maatschappij.
    Hoewel ik dus kan voorstellen dat iemand zich bevind tussen twee discoursen die normaal gesproken niet met elkaar in aanraking komen, denk ik dat dit in de meeste gevallen geen problematische botsing zou veroorzaken, of dat er in ieder geval geen bezwaar zou zijn om in aanraking te komen met de intellectuele gemeenschap. De problemen en oplossingen die in deze tekst besproken worden lijken mij specifiek betrekking te hebben op de Afro-Amerikaanse intellectueel en zijn niet voor iedereen van toepassing. Naar mijn mening bevind dus niet iedereen die onderhandelt tussen twee verschillende discoursen zich in een soortgelijke positie als de “black intellectual” die wordt besproken in de tekst van Cornel West.

    Literatuur
    West, Cornel. The Dilemma of the Black Intellectual. New York: Routledge, 1985. p. 302-315.

     
    • Avatar of lanabroekaert

      lanabroekaert 12:03 pm on October 30, 2010 Permalink | Log in to Reply

      He Audrey,
      Ik heb in mijn essay ook geschreven over dit artikel, maar had nog niet nagedacht over deze invalshoek die jij nu inneemt. Ik vraag mij alleen af: hoe kunnen wij oordelen over de weerstand van een bepaalde community, bijvoorbeeld Oost-Europeanen, als wij niet uit deze gemeenschap voortkomen? Naar mijn mening zouden we eerst teksten voorhanden moeten hebben die over intellectuele activiteit en de houding van de gemeenschap jegens deze discipline gaan, voordat wij kunnen oordelen hoe het hiermee gesteld staat en dit kunnen spiegelen aan West’ opvatting over de ‘black community’.

      • Avatar of Jeroen

        Jeroen 4:32 pm on October 30, 2010 Permalink | Log in to Reply

        Hoi Audrey, ik kan het niet met je stelling eens zijn. Het mag dan wel zo zijn dat West’s essay zeer specifiek op Afro-Amerikanen gericht is, dat neemt niet weg dat het in grote lijnen niet voor individuen opgaat. Ook tussen mensen die bijvoorbeeld dezelfde studie doen is er een verschil vanuit wat voor discours zij het intellectuele discours benaderen. Neem bijvoorbeeld het verschil tussen een student die uit een familie komt waar al generaties lang academici uit voortkomen en een ander die de eerste in zijn familie is die gaat studeren. Geheid dat deze studenten hun studie en hun status als intellectueel anders zullen zien. En dan is dit nog een extreem voorbeeld.

    • Avatar of daya

      daya 5:02 pm on October 30, 2010 Permalink | Log in to Reply

      Hi Audrey, ik ben het hier met Jeroen eens. Een positie als deze is lang niet alleen problematisch voor een black intellectual. Je hebt natuurlijk wel gelijk dat West zich richt op Afro-Amerikanen, maar veel van de dingen die hij noemt zijn ook toepasbaar op andere mensen (in een algemenere zin).

    • Avatar of daneshvar

      daneshvar 8:14 pm on October 31, 2010 Permalink | Log in to Reply

      Audrey,

      ik denk dat de probleemstellingen die West aankaart wel kan toepassen op andere gebieden dan alleen de afro-amerikaan. Je hebt gelijk wanneer je zegt: “De afkeer vanuit de Afro-Amerikaanse gemeenschap voor het intellectuele discours heeft zijn oorsprong in de spanningen tussen de Afro-Amerikanen en blanke Amerikanen, dit komt voort uit een geschiedenis van slavernij en onderdrukking”. Maar je moet niet vergeten dat er altijd conflicten aanwezig zijn tussen verschillende discoursen, omdat ze uit machtsstructuren bestaan. Iedereen die tussen twee discoursen of in twee discoursen zich bevindt, moet kunnen omgaan met het conflict dat uit de botsing van deze twee discoursen ontstaat. Denk maar aan de strijd tussen natuurwetenschappen en de geesteswetenschappen. Allebei proberen ze met hun eigen methodes het menselijke verstand te verklaren en toe te eigenen. De natuurwetenschap doet dit vanuit zijn discours en de geesteswetenschappen doen dit vanuit hun discours, waardoor een soort conflict ontstaat tussen deze verschillende vakgebieden.
      het conflict tussen verschillende discoursen stamt niet alleen af van een historische onderdrukking, maar vooral omdat een discours zijn machtspositie ten opzicht van een andere discoursen altijd wil behouden.

      • Avatar of brittdebruyn

        brittdebruyn 9:52 pm on November 5, 2010 Permalink | Log in to Reply

        Bardia,

        ik ben het met je eens wanneer je zegt dat deze methode ook op andere zaken behalve de tegenstelling tussen zwart en blank kan worden toegepast. Maar ik wil graag even terugkomen op de Black intellectual. Volgens mij kan West’s Black Intellectual alleen gerealiseerd worden wanneer hij zijn eigen discours creëert, waarin zijn vrijheden en beperkingen gelden, en niet de vrijheden en beperkingen van andere discoursen. Overigens wil ik even hier benaderen dat de Black Intellectual een discours is, en dat het niet wil zeggen dat er geen blanke wetenschappers in de Black Intellectual discours kunnen zitten, of vice versa. De Black Intellectual discours is niet zomaar uit het niets te realiseren. Voor deze discours is een bepaald kapitaal nodig om dit te realiseren. Dit kapitaal kan alleen worden bemachtigd wanneer het Black Intellectual discours zijn origine in een al bestaand discours vindt, maar zich op de een of andere manier daarvan afscheidt. Hierdoor is het volgens mij belangrijk dat de Black Intellectual eerst met een bestaand discours mee moet gaan, om zich daarna ”vijandig” op te stellen tegen die discours, waardoor er een bepaald conflict ontstaat dat de Black Intellectual ruimte geeft om zijn eigen discours te realiseren.

    • Avatar of sverest

      sverest 7:31 pm on November 1, 2010 Permalink | Log in to Reply

      In principe hebben de mensen hierboven gelijk als ze zeggen dat individuen eigenlijk altijd tussen twee (of zelfs meerdere) discoursen instaan en er daardoor conflicten ontstaan. Dat neemt niet weg dat ‘the conflict of the black intellectual’ zoals West deze beschrijft specifiek voor de zwarte intellectueel is. Er komt namelijk veel meer bij kijken dan een ‘simpel’ conflict tussen twee discoursen: er is sprake van een spanning tussen twee verschillende culturen die een sociaal-historische achtergrond heeft. ‘Het intellectuele discours’ draagt een blanke, Westerse traditie in zich, een traditie die voortkomt uit de Westerlijke cultuur met zijn normen en waarden-systeem. Een cultuur die eeuwenlang haar norm als universeel heeft betiteld en deze heeft proberen op te leggen aan alle ‘primitieve’ culturen over de hele wereld, waaronder voor een groot deel Afrikaanse slaven. Deze culturen werden als ‘primitief’ gezien, omdat ze geheel verschilden van dat wat het Westen bekend was.
      Zo verschilt de cultuur van de Afro-Amerikaanse gemeenschap ook op wezenlijke punten van de Westelijke cultuur en dit zorgt er voor een groot deel voor dat de twee discoursen in botsing met elkaar komen.
      Ik denk dus dat het conflict van de zwarte intellectueel weldegelijk specifiek voor de zwarte intellectueel opgaat en niet breder is te trekken naar conflicten die elk individu bij verschillende discoursen heeft. Het conflict wordt volgens mij namelijk voor een groot deel gestuurd door een verschil in de twee culturen, met andere gebruiken, normen en waarden.

      • Avatar of jwhiah

        jwhiah 7:49 pm on November 1, 2010 Permalink | Log in to Reply

        Beste Sverest,

        Ik denk dat je gelijk hebt, dat het inderdaad gericht is tot de ‘black intellectual’, West omschrijft een bepaalde sociale culturele traditie. West is hier zelf ook een goed voorbeeld voor, hij komt namelijk ook zelf uit een bepaald discourse en bekijkt de zaken ook met een bepaalde bril op. Maar dan denk ik wel dat zijn essay zóveeeeel meer vruchtbaar is wanneer je het ziet als een soort van casestudy. Bepaalde ‘formele’ redeneringen werken ook door in andere gevallen, die gevallen die in materie met elkaar kunnen verschillen. Hierdoor is zijn tekst veel breder toepasbaar!

        • Avatar of thomashvv

          thomashvv 12:34 am on November 4, 2010 Permalink | Log in to Reply

          Beste Sverest en Jwhiah,
          Dat lijkt me inderdaad de enige toepasselijke interpretatie van Wests verhaal: dat wat hij schrijft over ‘the black intellectual’ inderdaad alleen specifiek van toepassing is op de zwarte intellectueel. Een vraag die nu bij mij opkomt: zal het ooit mogelijk zijn dat dit niet het geval is? Met andere worden: zal het voor een zwarte intellectueel ooit mogelijk om geen toepasselijke, eigen traditie meer te hebben? Daarmee samenhangend: kan de intellectuele traditie die wij hebben ooit los komen te staan van de Westerse intellectuele traditie? Natuurlijk niet volledig, daarvoor is er al te veel traditie, maar kan er een dusdanige veranderingoptreden dat er binnen de intellectuele traditie ook plaats is voor de zwarte traditie (zoals er nu plaats is voor de blanke)? Het blijft koffiedik kijken, maar als je kijkt wat er de laatste pakweg zestig jaar is veranderd in de Afro-Amerikaanse gemeenschap, zie ik de dingen positief in. Uiteraard is racisme nog aan de orde van de dag, maar als je nagaat dat het in de jaren vijftig voor een Zwarte not done was om in de bus te gaan zitten, en er tegenwoordig een zwarte president aan het roer van de Verenigde Staten staat, dan kan dat de zwarte gemeenschap alleen maar optimistisch stemmen. Wie weet wordt deze lijn in de komende decennia, eeuwen doorgezet, en dan in zoverre dat een steeds kleiner deel van de zwarte traditie wezenlijk verschilt van de blanke; daar draagt naast het feit dat zwarten zich meer op het terrein van de blanken begeven (zoals politiek) natuurlijk ook het feit dat blanken zich steeds meer mengen in typisch zwarte kunstvormen, zoals hiphop (zie mijn essay) in hoge mate aan bij. En wie weet zijn de dingen die nu over the black intellectual worden beweerd dan, in de (verre toekomst) ook wel van toepassing op the white intellectual. Maar nu zit tussen die twee in elk geval nog een wereld van verschil.

    • Avatar of nadja

      nadja 2:08 pm on November 8, 2010 Permalink | Log in to Reply

      Hoi,

      ik denk ook dat je een heel interessant punt maakt en ik moet ook toegeven dat ik de tekst niet eerder uit deze invalshoek had gezien. Ik denk na het lezen van jouw stuk inderdaad dat de tekst echt alleen over de “black intellectual” gaat en niet op andere groepen toepasbaar is.
      Het werpt echter ook een vraag bij mij op: In je laatste zin zeg jij het volgende: “Naar mijn mening bevind dus niet iedereen die onderhandelt tussen twee verschillende discoursen zich in een soortgelijke positie als de “black intellectual” die wordt besproken in de tekst van Cornel West.” Hoe zie jij de positie van iemand tussen twee discoursen wel voor je? Als het niet de positie van de “black intellectual” is, welke positie is het dan? Want er zij dus zonder twijfel mensen die tussen twee discoursen onderhandelen.

      Groetjes, Nadja

  • Avatar of Jeroen

    Jeroen 2:45 pm on October 29, 2010 Permalink | Log in to leave a Comment
    Tags: Barack Obama, , , Cornel West, ,   

    Obama vs. West: De weerlegging van het Insurgency Model? 

    In zijn essay ‘The Dilemma of the Black Intellectual’ uit 1985 schetst Cornel West de problemen waar zwarte intellectuelen mee kampen wanneer ze vooruit willen komen in de Amerikaanse maatschappij. Sindsdien is er één sterk voorbeeld van een zwarte intellectueel die zich opgewerkt heeft opgestaan: Barack Obama, de huidige president van de Verenigde Staten. In zijn essay stelt West een model voor dat een zwarte intellectueel moet volgen om werkelijk succesvol te zijn onder de noemer ‘insurgency’ (oproer).

    Obama heeft een uitgebreide academische carrière achter de rug die waar hij eigenschappen en vaardigheden ontwikkelde die hij in zijn politieke carrière nog steeds gebruikt. Daarnaast heeft hij in de aanloop naar verkiezingscampagne voor het presidentschap een confrontatie gehad met West die vanuit het perspectief van West’s werk en opvattingen erg interessant is. In dit essay zal ik dit aangrijpen om West’s ideeën af te zetten tegen het verhaal van Obama, en een afweging maken of en in hoeverre Obama voldoet aan West’s idealen als het om succesvolle zwarte intellectuelen gaat.

    West beschrijft in zijn essay hoe zwarte intellectuelen zich moeten onderwerpen aan de instituties van de ‘white bourgeois academy’ om succesvol te zijn, omdat ze anders vast blijven zitten in de ‘parochial discourses of Afro-American intellectual life’. Ze moeten kiezen tussen ‘meretricious pseudocosmpolitanism’ of ‘tendentious, cathartic provincialism’ (305-306). In andere woorden hebben ze de keuze tussen mooi weer spelen binnen het systeem of er aan de buitenkant tegen protesteren. In beide gevallen worden ze niet serieus genomen en hebben ze geen kans om werkelijk iets te presteren of veranderen.

    Uiteindelijk stelt West aan het einde van het essay een model voor dat de ideale benadering voor zwarte intellectuelen moet zijn, het Insurgency Model. Met dit model pleit hij ervoor dat zwarte intellectuelen het bourgeois systeem moeten veranderen door op een bepaalde manier hun ras uit te dragen:

    Black intellectual work and black collective insurgency must
    be rooted in the specificity of Afro-American life and history; (…)
    Such work and insurgency are explicitly particularist though not
    exclusivist-hence they are international
    in outlook and practice. (314)

    De link naar Obama zit hem in de passage ‘particularist though not exclusivist’. Het individu dat een verschil wil maken moet vooral zichzelf zijn en blijven (‘particularist’) maar mag daarbij niemand uitsluiten (‘not exclusivist’). Dit is waar Obama afwijkt van de norm van West, zoals geschetst door Martha Minnow, één van zijn docenten op Harvard en in 2009 decaan van Harvard Law:

    “Barack is a universalist who doesn’t deny his particularity,”
    Minow continued. “He is very specifically African-American,
    but he is also someone with a white mother and white
    grandparents. In America, you are ‘raced’ whether you have
    chosen it or not. He struggled with that as a college student
    and as a law student. But he came to accept and embrace what
    and who he is, and, at the same time, he has this very special
    sense of universalism that would become such an important
    part of his political message later on.” (Remnick 195)

    In plaats van het door West voorgestane ‘particularism’ draagt Obama in de eerste plaats ‘universalism’. Minnow verklaart dit uit zijn achtergrond. Obama is een Afro-Amerikaan, maar niet in de eerste plaats. Minnow ziet hem als universalist, op zoek naar universele waarheid. Cornel West kwam in 2007 voor het eerst met Obama in contact toen hij de vinger op de voor hem zere plek legde:

    “He’s got large numbers of white brothers and sisters who have
    fears and anxieties. He’s got to speak to them in such a way that
    he holds us at arm’s length enough to say he loves us, but doesn’t
    get too close to scare them. So he’s walking this tightrope, you
    see what I mean?” (474)

    West beschrijft hier zijn ongemak rond Obama, die volgens hem zijn zwarte identiteit niet sterk genoeg uitdraagt, zijn ras niet direct in zijn gedrag laat terugkomen. De praktische uiting van zijn universalisme stootte West voor het hoofd, met de bovenstaande uitspraak als gevolg. Obama negeerde deze kritiek niet, en belde persoonlijk West en andere criticasters op om zijn ideeën en motivatie toe te lichten.

    He told them that they were free to press their ideas and agendas,
    but he was running for President. Once in office, he could accomplish
    a great deal. First, though, he had to win. Obama was respectful,
    telling them that they were speaking out in the tradition of protest,
    the prophetic tradition, but that as a politician he could not always
    afford the same liberties. (474)

    Terugkoppelend naar West’s Insurgency Model is het duidelijk dat Obama de particularistische rol bewust aan zijn criticasters laat, die vanuit ‘protest’ en ‘the prophetic tradition’ spreken waar West op doelt als hij de term particularisme gebruikt in zijn Insurgency Model. In het gesprek met West kwam het uiteindelijk tot een synthese tussen het particularisme van West en het universalisme van Obama:

    “First thing he said was, ‘Well, Brother West, you’re much more
    progressive on these things than I am. We’re not going to agree on
    everything.’ I said, ‘Of course! My only thing is – you be true to
    yourself, I’ll be true to myself.’ That’s all I ask. Then he went in and
    talked about what King meant, what that legacy meant, how he’d been
    shaped by it, and so forth. And it was a genuine opening. That’s why
    I could discern a certain decency. I said, ‘Brother, I will be a critical
    supporter. I’ll be a Socratic supporter.’” (475)

    Zijn belofte van kritische steun heeft West ook waargemaakt, maar interessanter is zijn advies aan Obama: “you be true to yourself, I’ll be true to myself.” Obama’s leven analyserende valt te concluderen dat hij een geboren universalist is, en hij dat zal moeten blijven om aan West’s wens te voldoen. Het lijkt erop dat hij een manier heeft gevonden om zonder West’s radicalere benadering toch een hoeveelheid macht en aanzien te verwerven die geen precedent kent, zonder te vertrouwen op de door West zo verfoeide ‘affirmative action’ en een invloedsloze knuffelzwarte te worden. Er kan ook niet gezegd worden dat hij de buiten het systeem staande tendentieuze Afro-Amerikaan is. Uit de voortgang van West’s huidige kritische relatie met nu president Obama moet nu het antwoord op de vraag of Obama het Insurgency Model weerlegd heeft gaan komen.

    Bronvermelding:

    Remnick, David. The Bridge: The Life and Rise of Barack Obama. New York: Alfred A. Knopf, 2010.

    West, Cornel. The Dilemma of the Black Intellectual. The Cornel West Reader, pp. 302-315

     
    • Avatar of yvonne

      yvonne 2:00 am on November 5, 2010 Permalink | Log in to Reply

      Hallo Jeroen,

      Je hebt op een interessant manier theorie en praktijk tot een essay vermengd. Het wekt de interesse om de dialoog tussen beiden te blijven volgen en het aangehaalde boek te lezen.

      Je stipt het universalisme van Obama aan. Dat deed me denken aan een stuk dat Ian Buruma ooit over Obama schreef. Ik voeg het hierbij:

      http://www.guardian.co.uk/commentisfree/2008/nov/05/barackobama-uselections20083

      Buruma schrijft: ‘Obama looks like a citizen of the world’ en hoe dat en het Europese enthousiasme voor hem niet alleen in zijn voordeel werkte. ‘Republican populists have long tried to depict their Democratic opponents, often with great success, as “un-American” elitists, intellectuals, and the kind of guys who speak French – in short, “Europeans”.’ West benadert Obama ook als niet genoeg African-American.

      Op jouw vraag of Obama het Insurgery Model gaat weerleggen zijn meerdere factoren van belang die weinig met het Insurgery Model zelf te maken hebben. Het succes van Obama is net als iedere president afhankelijk van een team van adviseurs om hem heen dat beleid bij hem influistert (the man doesn’t do it alone) en de welvaart van de VS is zwaar afhankelijk van de wereldeconomie. Ik denk dat met name bij het laatste de door West gestelde voorwaarde van ‘being rooted in the specifity of Afro-American life and history’ geen invloedrijk effect – als al enig effect – heeft. Zijn succes als president hangt er echter wel van af en daarmee de vraag of de VS trots kunnen zijn op hun eerste zwarte president.

      • Avatar of jorisbrakkee

        jorisbrakkee 10:47 am on November 5, 2010 Permalink | Log in to Reply

        Jeroen, een mooi essay, maar wat is je eigen antwoord op je vraag? Ikzelf denk dat Yvonne een belangrijk punt aanstipt, namelijk dat Obama niet alleen voor zichzelf verantwoordelijk is, maar voor een hele natie. En dat het hele leger van adviseurs, ministers, grote bedrijven, senatoren, ambtenaren en andere bewindslieden dat van alle kanten aan hem trekt het onmogelijk maakt om te zien wat Obama nou eigenlijk zelf doet, welke lijn hij zelf volgt. Uit de resultaten van zijn regering tot nu toe moeten we eigenlijk jammer genoeg concluderen dat de Obama die wordt gepresenteerd op veel punten faalt…

        • Avatar of Jeroen

          Jeroen 10:23 pm on November 7, 2010 Permalink | Log in to Reply

          HoiYvonne en Joris, bedankt voor jullie feedback! Ik ben blij dat er toch nog mensen gereageerd hebben. Hier mijn reactie

          Wat ik in dit essay wilde bespreken was niet direct hoe succesvol Obama als president is of zal zijn, maar meer hoe zijn carrière tot nu toe zich verhoudt met de ideeën van Cornel West als het gaat om zich manifesteren in de maatschappij en daardoor invloed hebben als het gaat om kansen voor Afro-Amerikanen. In andere woorden: hoe gaat hij om met de discoursen die volgens West tegen hem werken. De mensen om hem heen, adviseurs etc. zijn geen externe factoren in dit proces, zoals jullie je het volgens mij voorstellen, maar er deel van. Ik laat aan het eind ook open of Obama gaat laten zien dat hij daadwerkelijk de geldende discoursen gaat weerleggen, of dat West uiteindelijk gaat zeggen dat zijn insurgency model nog steeds geldig is en dat na Obama’s presidentschap de discoursen waar zwarte intellectuelen mee om moeten gaan nog steeds dezelfde zijn. De tijd zal dit leren, mijn doel was slechts aan te wijzen dat Obama’s carrière een uitdaging aan het adres van Cornel West’s gedachtegoed is.

          Het antwoord hierop zal naar mijn idee pas over tien jaar (of in ieder geval geruime tijd) met enige zekerheid gegeven kunnen worden, wanneer we kunnen beginnen Obama’s aandeel in de geschiedenis werkelijk op waarde te gaan schatten. Hopelijk is West daar dan ook nog om zijn visie te geven.

    • Avatar of Daphne Boutens

      Daphne Boutens 11:53 pm on November 11, 2010 Permalink | Log in to Reply

      Ik moet zeggen dat ik me nooit erg in Obama verdiept heb. Toch denk ik dat ik er misschien ook iets zinnigs over kan zeggen.

      Obama is duidelijk vooruit gekomen in de Amerikaanse maatschappij, wordt serieus genomen en heeft wat gepresteerd. Volgens West is hij dus werkelijk succesvol. Daarbij draagt hij niet zo sterk zijn Afro-Amerikaanse identiteit uit als West zou willen, maar legt Obama meer de nadruk op universaliteit. Ik denk dat dat juist de truuk is om als zwarte intellectueel serieus genomen te worden en mee te tellen in een blanke samenleving. Door juist geen nadruk te leggen op het verschil. Op het moment dat jij vecht voor gelijkheid erken je namelijk al dat er sprake is van ongelijkheid en creëer je die zelf.

      Ik denk ook inderdaad dat Obama ervoor zorgt dat we West’s idee over ‘insurgency’ in twijfel kunnen trekken.

  • Avatar of Jeroen

    Jeroen 2:36 pm on October 29, 2010 Permalink | Log in to leave a Comment
    Tags: , , Cornel West, Insurgency, Obama, ,   

    Obama vs. West: De weerlegging van het Insurgency Model? 

    Negeer dit maar.

     
  • Avatar of Gerda

    Gerda 12:31 pm on October 29, 2010 Permalink | Log in to leave a Comment
    Tags: , Cornel West, , Toni Morrison   

    Knowhow: “that something is a creative imagination” 

    Alleen kennis is niet genoeg, alleen ervaring is niet voldoende, pas op het kruispunt van theorie en praktijk ontstaat iets nieuws dat Certeau knowhow noemt.
    Op dit punt ontstaat iets nieuws doordat je door de ervaring creatief wordt, zo ontstaan nieuwe ideeën die misschien, heel misschien, de wereld kunnen veranderen.

    Martin Luther King was een black intellectual uit de jaren zestig, Cornel West is een black intellectual en Barrack en Michele Obama zijn black intellectuals van de 21e eeuw. Halverwege de jaren ’90 ontstond er een hausse aan publicaties geschreven door zwarte intellectuelen in de VS. Als reactie daarop ontstond veel discussie en kritiek in de academische wereld en daarbuiten. (Bersee)

    Er zit een spanning tussen het ideaal en de institutie. Het ideaal heeft bepaalde waarden in zich zoals academische vrijheid, het belang van onderzoek. De institutie zorgt voor procedures en regels om de idealen zo goed mogelijk vorm te geven. Zoals Foucault zegt: waarden bestaan bij een bepaalde mate van uitsluiting. Hierdoor wordt de academische vrijheid mogelijk waardoor creatie en productie mogelijk wordt. Je kunt de vraag stellen:hoeveel andersheid kan een institutie verdragen? Ideaal en institutie zijn met elkaar verbonden. Door vragen te stellen naar het ideaal, stel je dus ook vragen over de institutie. De kernvraag is echter: kan verandering wel op universiteitsniveau (de institutie) plaatsvinden of kunnen de veranderingen alleen plaatsvinden op het niveau van de praktijk, van de intellectueel? Volgens Gramsci hoeft de universiteit niet te zorgen dat de veranderingen een plaats krijgen in de institutie. De veranderingen zorgen er volgens hem zelf voor een plaats in deze academische wereld. De ‘organic intellectual’ en de ‘traditional intellectual’ oefenen blijvende invloed op elkaar uit. Hierdoor blijft er een voortdurende verandering gaande. Zo wordt het onzichtbare zichtbaar volgens Gramsci en hieruit volgt dat de institutie mee verandert, dus niet alleen verandering op het individuele vlak van de praktijk en de intellectueel.

    Zowel Mosley, Gramsci, West en Spivak: vertrekken vanuit het idee van de ‘organic intellectual’.
    Gramsci stelt dat iedereen een intellectueel is, maar dat niet iedereen de functie van een intellectueel. De intellectueel is echter nodig om de onderbouw, de wereld, te emanciperen.
    De ‘organic intellectual’ spiegelt zich aan alle anderen die eenzelfde soort emancipatorische beweging hebben ingeluid (zoals bijvoorbeeld Socrates, de filosofen en Jezus).

    De Amerikaanse filosoof, schrijver, en criticus Cornel West sprak in 1985 over de problemen van de zwarte intellectueel : “Caught between an insolent American society and insouciant black community, the Afro-American who takes seriously the life of mind inhabits an isolated and insulated World” (West, 302).
    Als oorzaken noemde hij in de jaren ’80: negatieve houding van de blanke academische wereld ten opzichte van de zwarte academici, literaire subculturen die minder toegankelijk zijn voor de zwarte academici en een niet-bestaande infrastructuur voor het publiceren van het academische werk. De zwarte intellectuele wereld was niet zichtbaar. Daardoor was het voor de zwarte intellectuelen moeilijk om credits op te bouwen bij de zwarte middenklasse (West, 304-305). West pleitte in 1985 voor de dialoog met de zwarte ‘broeders en zusters’ door tradities nieuw leven in te blazen:de ‘religion en music’. “I would suggest that there were two organic intellectual traditions in Afro-American life: the black Christian tradition of preaching and the black musical tradition of performance’(West, 306). West is hierbij zelf een lichtend voorbeeld met zijn tweede rap-cd die begin 2010 uitkwam (ejazznews) en zijn vele ‘performances’ naast de boeken en artikelen die hij heeft geschreven. Tijdens een interview in 2007 stelde West: “[…] be a jazz man in the life of mind and a blues man in the world of ideas. A jazz man is someone who tries to find his of her own voice. This is crucial. To find your own voice means you have enough courage to discover who you are, what your own vocation is, so the vocation is never to be reduced to your profession, your calling’s never to be reduced to your career. But you don’t find your voice unless you bounce it up against other voices”(Judaken, 85).
    West zegt hier: je hebt andere andere werelden (discoursen) nodig om te ontdekken wie en wat je zelf bent, wat je roeping is. Op het snijpunt van deze werelden ontstaat een probleem en pas daarna kunnen er structurele veranderingen teweeg gebracht worden. Hij stelt dat het niet draait om de zwarte huidskleur, maar om de functie die je hebt. Je bewust worden van je eigen positie. Dat gebeurt op het snijvlak van methode en intuïtie. Alles draait om de creativiteit zeggen zowel Cornel West en de Certeau. Je hebt de methode aan de ene kant en het discours aan de andere kant. Daartussenin, in de overlapping, ligt de knowhow. (de intuïtie of ook wel het ambacht genoemd). Door herhaalde oefening word je je steeds bewuster van die knowhow. Als je deze knowhow hebt bereikt, komt de creativiteit te voorschijn. Dan pas kan het echte werk beginnen: de creativiteit zorgt voor het nieuwe, het originele: “Between practice and theory, it occupies a ‘third’ position, no longer discursive but primitive” (Certeau, 70). Op dit punt kan verandering plaatsvinden.
    Is dit wat de schrijfster en black intellectual Toni Morrison bedoelde met het volgende citaat uit “Endorsement to Barack Obama” in 2008 waarin zij uitlegt waarom zij Barack Obama steunde tijdens de presidentsverkiezingen?:
    “In thinking carefully about the strengths of the candidates, I stunned myself when I came to the following conclusion: that in addition to keen intelligence, integrity and a rare authenticity, you exhibit something that has nothing to do with age, experience, race or gender and something I don’t see in other candidates. That something is a creative imagination which coupled with brilliance equals wisdom.”
    1. Bersee, Thomas. Zwart, jong en slim : Amerika’s nieuwe intellectuelen. NRC, 13
    januari 1996.
    2. Certeau, Michel de, The Practice of Everyday Life. V. The Arts of theory. University
    of California Press, Berkeley [et al.], 2002. p. 70.
    3. Cornel West. The Dilemma of the Black Intellectual. (1985), p. 302.
    4. ejazznews http://www.ejazznews.com/ejnsampler/?p=598 15-03-2010.
    5. Judaken, Jonathan and Jennifer L. Geddes. Black intellectuals in America: A
    Conversation with Cornel West. Interview 2007. p. 85.
    Link: http://www.iasc-culture.org/HHR_Archives/Intellectuals/9.1IWest.pdf
    6. MacGaveran, Tom. Toni Morrison’s Letter to Barack Obama. New York Observer,
    28-01-08 Link : http://www.observer.com/2008/toni-morrisons-letter-barack-obama

     
    • Avatar of yvonne

      yvonne 12:59 pm on October 31, 2010 Permalink | Log in to Reply

      Hallo Gerda,

      Je eindigt jouw essay met een vraag, die je niet beantwoord. Ik weet niet of je inmiddels een ‘ja’ of ‘nee’ hebt geformuleerd in je gedachten. Ik vind het lastig om de vraag te beantwoorden. Daarom doe ik een poging. Misschien komen we er samen uit?

      Morrison omschrijft wijsheid als ‘creative imagination coupled with brilliance’. Even later zegt ze: ‘Wisdom is a gift; you can’t train for it, inherit it, learn it in a class, or earn it in the workplace—that access can foster the acquisition of knowledge, but not wisdom.’
      Als ik het goed begrijp bestaat wijsheid volgens Morisson uit het vermogen creatieve verbeeldingskracht te koppelen aan ‘brilliance’. Dat vermogen is kennelijk een gave, je hebt het of je hebt het niet, het valt niet te leren. Het klinkt alsof wijsheid kan worden gelijkgesteld aan talent, dat kun je immers ook niet leren, je hebt het of je hebt het niet. Ik probeer het woord talent te passen binnen de termen die we op het laatste college van Litwet besproken hebben. Het is volgens mij niet als zodanig aan de orde gekomen. Waar past het in het model dat we hebben besproken? Valt het onder intuïtie? Zomaar vanuit jezelf weten wat wijsheid is. Ik ben er niet van overtuigd. Ik zit misschien vastgeroest in de idee dat wijsheid met de jaren komt. In dat geval valt het onder ervaring, oefening. Doordat je vaker met een bepaald bijltje hebt gehakt weet je op je op een gegeven moment wat wijsheid is, wat de effecten van jouw of andermans handelingen zijn en wat je beter kunt doen of laten.
      Al schrijvende merk ik dat ik lijnrecht tegenover Morisson sta, dat ik wijsheid niet als een aangeboren gave zie, juist niet. Enfin, ik weet niet hoe jij het ziet. Het lijkt me interessant om te horen.

      • Avatar of Gerda

        Gerda 9:40 pm on November 2, 2010 Permalink | Log in to Reply

        Hoi Yvonne,

        Bedankt voor je reactie. Ik zal proberen een antwoord op je vragen te geven
        Je zegt: “Als ik het goed begrijp bestaat wijsheid volgens Morisson uit het vermogen creatieve verbeeldingskracht te koppelen aan ‘brilliance’. Dat vermogen is kennelijk een gave, je hebt het of je hebt het niet, het valt niet te leren. Het klinkt alsof wijsheid kan worden gelijkgesteld aan talent, dat kun je immers ook niet leren, je hebt het of je hebt het niet.”

        Ik heb het vermogen, de creatieve verbeeldingskracht, niet gelezen alsof het een gave is. Voor mij valt het onder knowhow. Door het voortdurend ‘werken’ aan iets, krijg je je ‘ambacht’(om in de termen van het college te blijven) in je vingers. Als je dat hebt bereikt, kom je in het stadium waarin je creativiteit tevoorschijn komt. Van hieruit onstaan in mijn optiek nieuwe dingen (ideeën). Morrison koppelt dit aan ‘brilliance’. Maar het vermogen om de creatieve verbeeldingskracht is volgens mij dus niet een gave, maar het ontstaat na ‘hard’ werken.
        Als dat gekoppeld wordt aan brilliance ontstaat dus een soort equivalent voor wijsheid.
        Het klopt wat jij zegt: wij hebben beiden een andere opvatting over wijsheid..
        Ik vind wel degelijk dat wijsheid een gave is. Wijsheid laat ons op een bepaalde manier in het leven staan.
        Sommige kinderen bijvoorbeeld kunnen al een zekere wijsheid bezitten. Veel leren en ervaren hoeft voor mij niet automatisch tot wijsheid te leiden.
        Wat jij verstaat onder ‘wijsheid komt met de jaren’, is wat ik versta als een voorloper van de zo vaak genoemd knowhow: eerst komt de oefening, dan het ‘begrip’(je krijgt het ambacht onder controle) en daarna ontstaat de ‘creative imagination’ dat wat ons verder brengt en wat tot nieuwe dingen/ ideeën leidt/kan leiden.

        Om antwoord te geven op mijn openstaande vraag:
        Ik denk dat Tony Morisson in Obama de kans op verandering zag door de kwaliteiten die hij heeft. Dat heeft ze geprobeerd te verwoorden.

    • Avatar of

      khnilka 12:15 pm on November 4, 2010 Permalink | Log in to Reply

      Het is zo dat wijsheid voor ieder iets anders betekent, maar ik ben het wel met Yvonne eens dat wijsheid niet iets is dat aangeboren is. Dit komt dan misschien overeen met de knowhow waar jij het over hebt. Wat ik ook denk is dat creatieve verbeeldingskracht niet zozeer iets is dat je pas hebt nadat je aan ‘iets gewerkt hebt’. Ik denk juist dat dat aangeboren wordt. Je kan soms zo hard werken aan iets, maar dat betekent niet dat je uiteindelijk meer creatieve verbeeldingskracht hebt. Daarnaast denk ik ook dat de een ergens beter in is dan de ander, ongeacht of ze beiden evenveel aan hetzelfde werken.

      • Avatar of Gerda

        Gerda 8:54 pm on November 4, 2010 Permalink | Log in to Reply

        Hoi Khnilka en Yvon,
        Op de valreep heb ik onderstaande link gevonden: http://nl.wikipedia.org/wiki/Wijsheid

        Een citaat daaruit:

        “Volgens sommigen wordt wijsheid door ervaring verkregen. Anderen daarentegen zijn van oordeel dat juist onervarenen (kinderen) heel wijs kunnen zijn. Opvattingen over wijsheid spelen een rol in onder andere filosofie en religie en wisselen volgens de heersende culturele traditie. Wijsheid is een van de kardinale deugden in het Christendom, en een van de vijf krachten (en ook een paramita) in het Boeddhisme.
        Het begrip wijsheid is niet hetzelfde als intellect, verstandelijke intelligentie of emotionele intelligentie”

        Met jouw laatste zin ben ik het trouwens eens Khnilka: “Daarnaast denk ik ook dat de een ergens beter in is dan de ander, ongeacht of ze beiden evenveel aan hetzelfde werken”.

    • Avatar of yvonne

      yvonne 10:27 pm on November 4, 2010 Permalink | Log in to Reply

      Hallo allebei,

      Gerda, je had dezelfde gedachte als ik: kijken hoe wijsheid elders geformuleerd wordt. Ik wilde Aristoteles erbij slepen (hoe ver kunnen we afdwalen van het orignele onderwerp/), maar met de Wiki-pagina komen we ook al verder. De Engelse pagina is iets uitgebreider:
      http://en.wikipedia.org/wiki/Wisdom

      Hoe dan ook, kennelijk speelt cultuur een rol bij de vraag wat wijsheid is. Het is niet voor niets dat we beiden bij spreekwoorden uitkwamen. Aristoteles’ (toch eventjes dan) methode in zijn onderzoek naar ethiek had hier ook mee te maken. Hij ging niet – zoals Plato – uit van algemene vaststaande onveranderlijke concepten, maar vertrok van wat ‘men’ over een bepaald onderwerp zei. Als veel mensen hetzelfde zeggen over iets, kan het niet zo zijn dat ze er allemaal naast zitten. Dan kun je vanaf dat punt je onderzoek starten. Wij doen dat ook zo denk ik en zien dat er niet een onveranderlijk concept ‘wijsheid’ bestaat. Ik vind het jammer dat Toni Morisson niet een voorbeeld van die wijsheid van Obama geeft. Dat zou veel duidelijk maken.

      Je schrijft:
      ‘de creatieve verbeeldingskracht, niet gelezen alsof het een gave is. Voor mij valt het onder knowhow. Door het voortdurend ‘werken’ aan iets, krijg je je ‘ambacht’(om in de termen van het college te blijven) in je vingers. Als je dat hebt bereikt, kom je in het stadium waarin je creativiteit tevoorschijn komt.’
      Ik moest daarbij denken aan Mondriaan. In het gemeentemuseum van Den Haag hangen(hingen) vier door Mondriaan geschilderde bomen bij elkaar. Je ziet dat hij de techniek beheerst een realistische boom te schilderen en langzamerhand steeds abstracter te werk gaat tot hij in zijn lijnenspel terecht komt. Of zie Picasso. Veel mensen zeggen over hun moderne werk of dat van de expressionisten: ‘dat kan mijn kind ook’. Vergeten wordt dat de kunstenaars eerst een gedegen vooropleiding hebben gehad en vandaar verder zijn gegaan. Het ding is: niet iedereen die hetzelfde punt bereikt, zet zo’n nieuwe stap, heeft dezelfde creativiteit (verworven). Niet iedereen die het ambacht goed in de vingers heeft gekregen overstijgt zichzelf. Dus wat maakt het verschil?

      Khnilka, geeft juist aan dat creatieve verbeeldingskracht iets aangeborens is, met als argument dat de een ergens beter in is dan de ander. Dit jaar was er een uitzending bij – ik denk – De Wereld Draait Door over talent. Ik kan geen bron vermelden, dus dat is niet zo academisch, ik weet het. Als ik het me goed herinner ging het erom dat een voetballer ook concertpianist kan worden als hij er maar hard voor studeert. ‘Talent’ kwam er op neer dat personen met meer talent sneller kunnen studeren en daardoor een voorsprong krijgen omdat ze in dezelfde tijd meer hebben kunnen oefenen/zich sneller iets eigen maken dan de mensen die dezelfde tijd in de studie stoppen maar minder talent hebben.

      Om weer terug te komen bij Obama’s wijsheid: Gerda denkt dat Tony Morisson in Obama de kans op verandering zag door de kwaliteiten die hij heeft. Dat heeft ze geprobeerd te verwoorden. Dat kan ik volgen. Morissons argumentatie vind ik echter zeer vaag. Hoe ‘meet’ je wijsheid, waar leidt je dat aan af? En welke know-how heeft Morisson om tot die conclusie te komen? Is het intuitie? Is de wens de vader van de gedachte? Is het een onderdeel van de slimme Obama-PR… who knows?

    • Avatar of brittdebruyn

      brittdebruyn 8:12 pm on November 5, 2010 Permalink | Log in to Reply

      Gerda,

      ik denk dat we kennis, ervaring, intuïtie en de zogenaamde knowhow niet zo van elkaar moeten scheiden. Ik ben het niet echt met Certeau eens wanneer hij de overlapping van discoursen tussen twee discoursen plaatst en volgens mij zijn kennis, knowhow, intuïtie en ervaring niet onafhankelijk van een discours. Discoursen overlappen in geheel elkaar en er bestaat volgens mij niet zoiets als een gedeeltelijke overlapping, aangezien we als we Foucault moeten geloven. Discoursen gebaseerd zijn op machtsstructuren en vooral conflicten die ze met andere discoursen aangaan. Het is naar mijn idee niet zo dat bepaalde vormen van kennis en andere niet tot een discours behoren en dat je in het overlappingsgebied de discours kan ontsnappen. Zelfs Certeau’s begrip knowhow staat onder invloed van de discours, aangezien in 1 discours iets niet hoeft te gelden wat in een ander discours wel geldt. Zelfs ervaring is een vorm van kennis, verkregen in een bepaald discours. Volgens mij kan je deze termen wel allemaal onderscheiden van elkaar en onderzoeken wat hun relatie is met de discours waarin ze zich bevinden, maar is het onjuist om ze te scheiden van elkaar en ze allemaal in aparte discursieve ruimtes te zetten.

  • Avatar of jorisbrakkee

    jorisbrakkee 10:03 am on October 29, 2010 Permalink | Log in to leave a Comment
    Tags: , , Blackface, Cornel West,   

    BLACKFACE 

    Vroeger, in de 19e eeuw, was het in een groot deel van de wereld de normaalste zaak van de wereld als een blanke man zich met gebrande kurk een zwart gezicht schminkte, er een grote, rode, lachende mond om zijn eigen mond heen bij tekende, en dan op een podium op de markt, of in het theater, een neger na ging doen. Dit uiteraard ter vermaak van het publiek. Dit ging door tot ver in de twintigste eeuw, en wordt Blackface genoemd. Grote filmsterren als Fred Astaire en Judy Garland hebben in films nog in Blackface gespeeld. Vanaf de jaren ’60 wordt het als racistisch gezien en worden er schoorvoetend echte Afro-Amerikanen toegelaten in de toneel- en filmwereld.
    (More …)

     
    • Avatar of milan

      milan 1:38 pm on October 29, 2010 Permalink | Log in to Reply

      Hoi Joris,

      Ik vraag me af, hoezo zou het voor een niet-blanke intellectueel makkelijker moeten zijn om opnieuw dingen uit te vinden? jij noemt de ‘niet bestaande allochtone intellectuelen’. Bedoel je dan dat er geen allochtone intellectuelen bestaan? en als ze dan bestaan, dat ze nog nooit iets nieuws/ anders hebben gedaan?
      Daarbij vind ik het idee dat we ons moeten verkleden als (o.a.) Blackface een beetje vreemd. Natuurlijk sta je dan even (voor een dag) tussen de discoursen in, maar dat je er even anders uitziet wil niet zeggen dat ie iets doet dat nooit eerder gedaan is en daarmee zijn we ook niet ineens van een ander ras, we doen alleen alsof. Misschien begrijp ik je verkeerd, maar ik vind de vergelijking van intellectuele allochtonen en blackface een beetje kort door de bocht.

      • Avatar of jorisbrakkee

        jorisbrakkee 11:09 am on November 5, 2010 Permalink | Log in to Reply

        Milan, ik denk dat je me een beetje te serieus opvat, zoals Floris hieronder ook al aangaf. Verder ben ik niet degene die beweert dat het voor een niet-blanke intellectueel makkelijker moet zijn om iets nieuws te bedenken, dat zeggen Gramsci en West te zamen. Als je je tussen de discoursen in plaatst, zoals black intellectuals doen volgens West, zul je, zoals Gramsci zegt, makkelijker echt nieuwe dingen bedenken. Of ik het hiermee eens ben weet ik niet, ik vind het een spannend idee. Het hele Blackface kwam er in omdat ik mij heel erg ergerde aan de manier waarop West zijn artikel schreef. Jan Hein heeft mij er niet van weten te overtuigen dat West niet aan het polariseren was. Om enigszins tegen de heilige racisme-huisjes aan te schoppen verwijs ik naar Blackface, wat een van de meest racistische praktijken in de geschiedenis, na de KKK, was.
        Verder heb ik het niet over Blackface voor 1 dag, maar gewoon voor altijd. Kies ervoor een neger te zijn, zoals Michael Jackson ervoor koos om wit te zijn. Volgens mij kom je dan wel degelijk op een eilandje te staan waardoor je misschien wel, vanuit West en Gramsci gezien, tot nieuwe inzichten kunt komen.

    • Avatar of daya

      daya 6:09 pm on October 29, 2010 Permalink | Log in to Reply

      Hey Joris,

      Leuk geschreven! Ik ben het met Milan eens dat het idee van verkleden als Blackface een beetje raar is, maar ik snap je sarcasme. We kunnen allemaal nog wel zo roepen dat we zwarte intellectuelen nodig hebben, maar hoe gaat dat werken als ze allemaal rechten studeren?

      En trouwens, het is ook niet zo dat ik nou zo hoog sta in mijn familie van dokters en advocaten… Het is dus niet alleen voor allochtonen (hoewel ik volgens de wet wel een allochtoon ben omdat mijn moeder in het buitenland is geboren, terwijl ikzelf maar een kwart Indonesisch ben) dat het raar gevonden wordt om iets te studeren waar je volgens hen ‘niets mee kan’.

      • Avatar of jorisbrakkee

        jorisbrakkee 11:12 am on November 5, 2010 Permalink | Log in to Reply

        Daya, dank je. Ook ik sta niet hoog in de voedselketen in mijn familie van dokters, maar gelukkig zijn mijn ouders kunstenaar en helemaal niet gestudeerd hebbende, dus vinden zij het prima. Misschien zijn wij geesteswetenschappers wel de ‘black intellectuals’ zoals West ze volgens Jan Hein bedoelt. En staan we dus al tussen de discoursen in.

    • Avatar of thomasvangrol

      thomasvangrol 9:46 am on November 1, 2010 Permalink | Log in to Reply

      Hoi Joris,

      Ik denk dat je altijd tussen discoursen instaat, behalve als je dat niet doet (dûh). Maar volgens mij zijn de enige mensen die niet tussen discoursen instaan de mensen met heel veel macht het discourse bepalen. Voor het overgrote deel van de mensheid is het dus niet nodig om te verkleden als Blackface, want zonder dat je het door hebt ben je al een mengsel van verschillende discoursen. Ik denk dat het dus makkelijker is dan je denkt om op de overlapping van meerdere discoursen te staan. Zonder dat je het weet heb je al wat stapjes op het koord gezet.

      • Avatar of jorisbrakkee

        jorisbrakkee 10:52 am on November 5, 2010 Permalink | Log in to Reply

        Dank je, Thomas, voor dit bemoedigende commentaar. Ik bevind mij graag op het slappe koord, en schop ondertussen graag tegen wat andere mensen die zich ook op dit koord menen te bevinden zoals Cornel West. Ik denk er eigenlijk voor een groot deel hetzelfde over als jij, dat we allemaal wel ons op een koord tussen een of meerdere discoursen bevinden. Een web eigenlijk misschien. Een web waar we op het ene moment op de ene draad staan tussen twee discoursen, om op een volgend moment een nieuwe draad te staan, tussen weer twee of meerdere nieuwe discoursen. Cornel West schijnt dit anders te zien en lijkt te vinden dat je een heel radicaal standpunt moet innemen om daadwerkelijk op die scheidslijn te staan.

    • Avatar of AudreyMussoni

      AudreyMussoni 8:51 pm on November 2, 2010 Permalink | Log in to Reply

      Ik denk niet zozeer dat er sprake is van discriminatie bij Literatuurwetenschappen of andere studies in de Geesteswetenschappen. En dit is naar mijn idee ook niet de rede dat er zo weinig allochtonen voor studies in de Geesteswetenschappen kiezen.
      Ook denk ik niet dat het komt doordat er zo weinig allochtone medestudenten zijn. Van te voren weet je natuurlijk nooit wat voor medestudenten je krijgt. En de mate waarin je je comfortabel voelt wordt toch niet alleen bepaald door hoeveel mensen in de omgeving dezelfde etniciteit hebben?

      Ik denk dat het meer te maken heeft met de culturele achtergrond. Ik heb zelf een Rwandese achtergrond, en ik kan natuurlijk niet voor alle allochtonen spreken, maar het is de cultuur dat je een studie doet met een bepaald einddoel, je moet weten wat je er aan hebt. Studies in de geesteswetenschappen zijn echter best abstract, en de praktische waarde is niet altijd zo duidelijk. Dit is denk ik de reden waarom de meeste allochtone studenten niet voor zulke studies kiezen.

    • Avatar of FlorisPieterse

      FlorisPieterse 9:56 pm on November 3, 2010 Permalink | Log in to Reply

      Hé Joris,

      Ten eerste: dit is al het tweede essay dat ik gelezen heb waar een sneer naar de VU in voorkomt. Heb ik een memo gemist? Ik was me niet bewust van een universitaire bende-oorlog.

      Ten tweede:
      Heb ik het goed als ik zeg dat sommige van de andere mensen die op je essay gereplied hebben, je blackface-idee misschien een beetje te letterlijk nemen? Satire of niet, ik zou wel even willen speculeren over wat het effect zou zijn als het echt gebeurde (met een knipoog uiteraard).

      Het is zo dat Blackface of “Minstrel” voorstellingen er altijd om draaiden dat de zwarte personages dingen aan het doen waren die zwarte mensen niet konden (of liever gezegd: mochten) doen. Bijvoorbeeld: zwarten die zich netjes aankleden voor een trouwerij was grappig omdat zwarte mensen nooit netjes waren en het idee dat ze dat wel zouden zijn was zo belachelijk dat je er wel in lachen bij moest uitbarsten. Wat zou dat dan zeggen over een stel blanken in blackface die literatuurwetenschappen gingen studeren?

      Misschien zou de zwarte gemeenschap zo woedend worden dat het volgend jaar meteen massaal vol zou lopen met zwarte studenten die de kleine blanke teringlijders ongelijk willen bewijzen (alhoewel desbetreffende teringlijders op dit punt natuurlijk al van de universiteit geschopt zijn). Is dai het effect dat je in gedachten had?

      • Avatar of jorisbrakkee

        jorisbrakkee 10:59 am on November 5, 2010 Permalink | Log in to Reply

        Floris, de universitaire bende-oorlog is zover ik weet als ras-Amsterdammer al bezig sinds voor mijn geboorte. UvA’ers moeten het niet zo hebben van VU’ers. Alhoewel ik dat met mijn huidige vriendin alweer aan het ontkrachten ben, die heeft haar hele studie aan de VU gedaan. Verder was ik mij niet bewust van een sneer in die richting, maar het kan best dat die er onderbewust tussendoor is geglipt. Mijn excuses aan VU-studenten overal.

        Ten tweede denk ik dat een reactie zoals jij je die voorstelt uit de zwarte gemeenschap vrij onwaarschijnlijk is, maar misschien wel enigszins gewenst. Ik vind het jammer dat er nog zo’n scheiding is tussen blanken en zwarten, voornamelijk omdat ikzelf er niet zo naar wil kijken. Ik wil kijken naar mensen, naar individuen, en niet naar Marokkanen, Antillianen, Nederlanders, Duitsers, etc. Zoals het nu is gaat dat moeilijker, en kom ik eigenlijk alleen in contact met buitenlanders als ik op vakantie ben of buiten de universiteit om. (wat gedeeltelijk natuurlijk ook komt door mezelf, er zitten heus wel leuke buitenlandse mensen op de faculteit, ik zoek ze alleen niet actief op)

    • Avatar of rene

      rene 1:19 pm on November 4, 2010 Permalink | Log in to Reply

      Ik denk dat studeren voor mensen met een andere achtergrond dan wij (Geesteswetenschapstudenten), vooral ter voorbereiding van een beroep is. Bij ons, bij mij althans, is daar geen sprake van. Ik studeer omdat het kan en ik er zin in heb. Niet omdat ik veel geld kan verdienen met mijn studie filosofie. Niet-allochtonen zoals ik zijn ook eigenlijk gewoon erg verwend. Wij kunnen het ons blijkbaar permitteren om studies te volgen die geen concrete levensloop voorspellen. Wij komen toch wel goed terecht, denken we. Nu scheer ik mijn medemens wellicht te veel over een kam, maar ik denk dat een toekomstperspectief bij niet-allochtonen er minder toe doet dan bij allochtonen – althans, de zekerheid van een goede baan doet er minder toe (‘wij komen vast wel goed terecht’).
      Het zou zeer spijtig zijn als allochtonen inderdaad minder serieus genomen worden zodra ze een Geesteswetenschappelijke studie kiezen. In het licht van hun eigen achtergrond zal dit wel waar zijn. Ik hoop alleen niet dat het ook waar is in het licht van de Geesteswetenschappen.

  • Avatar of lanabroekaert

    lanabroekaert 5:07 pm on October 27, 2010 Permalink | Log in to leave a Comment
    Tags: , , Cornel West,   

    The black intellectual in Coetzee’s Elizabeth Costello

    Cornel West beschrijft in zijn artikel ‘The dilemma of the Black Intellectual’ waarom de ‘black intellectual’ in getale achterblijft in verhouding tot de blanke intellectueel. Redenen hiervoor zijn dat het in de moderne tijden [hiermee bedoel ik 1985, toen het artikel uitkwam] lastiger was voor de ‘black student’ om serieus genomen te worden als potentiële wetenschapper of intellectueel. Ook staan de literaire subculturen, denk aan literaire tijdschriften, minder open voor ‘black writers’, omdat de politieke kwesties die spelen een scheiding en afstand hebben gecreëerd tussen de donkere en blanke intellectuelen. Bovendien staat het algemene intellectuele leven, mede vanwege de idealen van de politiek die meer richting rechts en conservatief leunen, in de Verenigde Staten vijandig tegenover donkere intellectuelen. Zodoende moet de donkere student met intellectuele ambities zwaar terugvallen op de eigen hulpmiddelen. Met eigen hulpmiddelen worden ‘zwarte’ instanties, tijdschriften enzovoort bedoeld. Dit is lastig want “…the black institutional support for such activity is in shambles.” (West p. 304).

    De weg die een donkere jongeman of -vrouw moet afleggen om in de intellectuele kringen te worden opgenomen wordt bovendien bemoeilijkt doordat hij of zij zich op een overlappend punt bevindt van twee discoursen. Namelijk het discours van de Afro-Amerikaanse cultuur en het discours van de traditionele intellectuelen. De Afro-Amerikaanse cultuur staat argwanend tegenover de ‘black intellectual’. “The life of the mind is viewed as neither possessing intrinsic virtues nor harboring emancipatory possibilities – solely short term political gain and social status.” (West p. 305).
    Als we West moeten geloven is het niet gek dat zij deze argwanende positie innemen, aangezien veel ‘black intellectuals’ voornamelijk aan materiële groei en cultureel aanzien proberen te winnen. In het discours van de traditionele (dus blanke) intellectueel is helaas nog altijd sprake van racisme, waardoor het lastig is voor de ‘black intellectual’ toe te treden.
    Volgens West zal er dus een verandering in beide discoursen moeten plaatsvinden om deze situatie en de toekomst van de ‘black intellectual’ te veranderen. West stelt vervolgens vier modellen voor die de kwaliteit en kwantiteit van de black intellectual activity zouden kunnen vergroten; the bourgeois model, the Marxist model, the Foucaultian model en the insurgency model. Binnen alle vier de modellen staat de onderhandeling tussen beide discoursen centraal.
    In Elizabeth Costello wordt een ontmoeting beschreven tussen Elizabeth en een collega-schrijver van haar, Emmanuel Egudu, op het cruiseship waar beide schrijvers aanwezig zijn om lezingen te geven.
    Deze Emmanuel is van Nigeriaanse afkomst en ik lees in zijn personage een goed voorbeeld van ‘the black intellectual’ van West.
    In zijn lezing over de Afrikaanse roman komt duidelijk naar voren dat Emmanuel zich ook bevindt op het punt van overlapping tussen twee discoursen, namelijk het discours van zijn Afrikaanse afkomst en die van de traditionele Westerse (in dit geval specifiek literaire) intellectueel. Ten eerste spreekt Emmanuel over ‘we’ wanneer hij het over het Afrikaanse volk heeft, hij representeert zodoende de Afrikaanse man. Hij noemt zijn publiek “wealthy folk, or at least comfortable”. Hiermee wordt de scheiding en de verschillen tussen de discoursen onderstreept. Vervolgens vertelt Emmanuel hoe hij functioneert in het andere discours. Volgens hem is hij gedwongen zijn vak in de Verenigde Staten uit te oefenen aangezien hij niet welkom is in eigen land: “…he is what is called a dissident intellectual, and dissident intellectuals must tread carefully, even in the new Nigeria.” (Coetzee p. 42).

    Dit gebrek aan erkenning komt ook naar voren bij het geval van de schrijver Tutuola, waarover een vraag wordt gesteld aan Emmanuel. Tutuola was succesvol in het buitenland, maar niet in zijn thuisland Nigeria. Deze schrijver schreef zijn boeken in matig Engels, waardoor de hoogopgeleide Nigerianen niet met hem geïdentificeerd wilde worden. Juist door zijn speciale (exotische) gebruik van de Engelse taal hebben zijn boeken een waarde gekregen voor de buitenlandse markt. Hier is wederom te zien dat de Afrikaans-Amerikaanse gemeenschap wantrouwend staat tegenover de ‘black intellectual’, of tegenover iemand die een ‘black intellectual’ in wording is.
    Aan de andere kant is het succes van de Afrikaanse schrijver in de Westerse landen veelal te danken aan de representatie van ‘het andere’, ‘het exotische’ in de boeken, waardoor zij als anders gezien blijven worden en nooit volledig tot het discours van de traditionele intellectueel zullen behoren.
    Zo blijft deze tweestrijd waarin de ‘black intellectual’ zich bevindt, voortbestaan.
    Dit is ook terug te zien in het feit dat Elizabeth Emmanuel juist bekritiseerd op het feit dat hij (en zijn mede Afrikaanse schrijvers) niet voor het eigen volk schrijven, maar voor de Westerse wereld, en zodoende beroep doen op hun exotische identiteit en zich bewust als ‘anders’ neerzetten. Je zou kunnen zeggen dat Elizabeth als traditionele intellectueel de Afrikaanse schrijvers verwerpt, omdat deze niet aan de criteria van de traditionele literatuur voldoen.

    Bronnen:
    Coetzee, J.M. Elizabeth Costello. , London: Vintage Books, 2004.
    West, Cornel. ‘The Dilemma of the Black Intellectual’. In: Breaking Bread: Insurgent black
    Intellectual Life. Cambridge: South End Press, 1991. p. 131-146.

     
    • Avatar of jwhiah

      jwhiah 5:51 pm on October 28, 2010 Permalink | Log in to Reply

      Hoi Lana,

      Ik denk dat de botsing tussen de figuur van Emmanuel en Elisabeth een verwijzing is van de manier waarop de Afrikaanse literatuur een problematische positie inneemt ten opzichte van de Westerse literatuur (en vice versa). Afrika wilt niet conformeren aan de manier waarop het Westen ze neerzet, ze willen zelf een eigen literaire traditie neerzetten? Maar door dit niet- reageren, wordt er toch gereageerd? (net als het afwezige vader complex dat wordt beschreven in de psychoanalyse) Het is voor mij een lastige zaak. Want je wilt niet altijd afgetekend worden ten opzicht van het andere, waardoor jijzelf het andere wordt. Maar die verhouding bestaat wel, en de problemen die hierdoor kunnen ontstaan, bestaan ook. Vooral als het in Afrika ontbreekt aan geldstromen om hun (jonge) schrijvers te financieren, om boeken uit te brengen.

      De reactie die Elizabeth hierop geeft kan ook een ironische manier zijn waarop Coetzee naar het Afrikaanse literatuur versus de westerse literatuur debat kijkt. Waarin niet alleen Emmanuel een ‘typische’ positie inneemt, maar ook Elizabeth.

    • Avatar of crispiness

      crispiness 10:22 pm on November 1, 2010 Permalink | Log in to Reply

      Hoi Lana,

      een scherpe analyse van de positie van Emmanuel binnen het Westerse schrijversdiscourse. Ik heb alleen moeite met je laatste alinea: ik kreeg juist het idee dat Elizabeth Emmanuel verwerpt als Afrikaanse schrijver om hij, in haar ogen, geen Afrikaanse schrijver is. Hij is een schrijver uit Nigeria die wel in de Westerse wereld aansluiting vindt, maar niet in de Afrikaanse wereld. Daarom lijkt ze op hem neer te kijken: net zoals een roman over vrouwen niet automatisch een vrouwenroman is, is een roman geschreven door iemand uit het Afrikaanse continent niet gelijk een Afrikaanse roman. Volgens mij verwijt ze Emmanuel dat hij zich wel als Afrikaanse auteur presenteert, maar eerder een Westerse auteur uit Afrika is.

  • Avatar of Ilika Polderman

    Ilika Polderman 3:31 pm on October 26, 2010 Permalink | Log in to leave a Comment
    Tags: Cornel West, the foucaultian model   

    “This detailes investigation into the comlex relations of knowledge and power, discourses and politics, cognition and social control compels intellectuals to rethink and redefine their self-image and function in our contemporary situation.”

    West, Cornel. ‘The dilemma of the lack intellectual’ 1985, p. 10.
     
  • Avatar of Gerda

    Gerda 7:42 pm on October 23, 2010 Permalink | Log in to leave a Comment
    Tags: , Cornel West,   

    “De schrijvers over wie ik spreek zijn echte Afrikanen omdat ze geboren werden in Afrika en in Afrika leven en omdat hun bewustzijn typisch Afrikaans is…Wat hen onderscheidt heeft te maken met levenservaring, met gevoeligheden, met ritme, met stijl.”En dan vervolgt hij: “Een Franse of Engelse schrijver heeft een schrijftraditie van duizenden jaren achter zich…Wij daarentegen staan vaak in een orale traditie.” Cheikh Hamidou’s reactie heeft niets mystieks, niets metafysisch, niets racistisch. Hij legt alleen de juiste nadruk op ongrijpbare aspecten van de cultuur die, omdat ze niet zo gemakkelijk in woorden te vatten zijn, vaak maar een beetje in het vage gelaten worden. Hoe mensen thuis zijn in hun lichaam. Hoe ze hun handen bewegen. Hoe ze lopen. Hoe ze glimlachen of fronsen. De melodie in hun taal. Hoe ze zingen. Het timbre van hun stem. Het aanraken, hoe hun vingers aanvoelen. Hoe ze vrijen. Hoe ze blijven liggen na het vrijen . Hoe ze denken. Hoe ze slapen. Wij Afrikaanse romanschrijvers kunnen deze aspecten belichamen in onze manier van schrijven […] De Afrikaanse roman, de echte Afrikaanse roman, is een orale roman. Op papier is hij krachteloos, leeft hij maar half: hij wordt pas wakker wanneer de stem van diep uit het lichaam de woorden leven in blaast, ze hardop uitspreekt. De Afrikaanse roman, wil ik beweren, is dus als zodanig en nog voordat er een woord van op papier staat een kritiek op de westerse roman […]”

    Elizabeth Costello / J.M. Coetzee, p. 57-58
     
  • Avatar of thomashvv

    thomashvv 3:11 pm on October 18, 2010 Permalink | Log in to leave a Comment
    Tags: Cornel West   

    The bourgeois model is, in some fundamental and ultimate sense, more part of the problem than the “solution” in regard to black intellectuals. Yet, since we live our lives daily and penultimately within this system, those of us highly critical of the bourgeois model must try to transform it, in part from within the white bourgeois academy. For black intellectuals – in alliance with nonblack progressive intellectuals – this means creating and augmenting infrastructures for black intellectual activity.

    Cornel West, The Dilemma of the Black Intellectual
     
  • Avatar of geerte

    geerte 1:44 am on October 17, 2010 Permalink | Log in to leave a Comment
    Tags: , Cornel West   

    The bourgeois model is, in some fundamental and ultimate sense, more part of the problem than the “solution” in regard to black intellectuals. Yet, since we live our lives daily and penultimately within this system, those of us highly critical of the bourgeois model must try to transform it, in part from within the white bourgeois academy. For black intellectuals – in alliance with nonblack progressive intellectuals – this means creating and augmenting infrastructures for black intellectual activity.

    Cornel West, The Dilemma of the Black Intellectual
     
c
compose new post
j
next post/next comment
k
previous post/previous comment
r
reply
e
edit
o
show/hide comments
t
go to top
l
go to login
h
show/hide help
esc
cancel