Tagged: elizabeth costello RSS

  • Avatar of ellenswart

    ellenswart 7:42 pm on October 29, 2010 Permalink | Log in to leave a Comment
    Tags: elizabeth costello   

    Scheidslijn tussen narratief en theorie 

    In het laatste college is de karakterisering van Coetzee’s roman Elizabeth Costello aan de orde gekomen; is het een roman of iets anders? Uitgeverij Vintage Books rekent het in ieder geval tot de categorie ‘fiction’. Daarnaast is de ondertitel van het boek Eight Lessons en tevens zijn verscheidene speeches van Elizabeth lezingen die Coetzee zelf gehouden heeft. Hierbij rees onmiddellijk de vraag of Elizabeth wellicht Coetzee’s alterego is. Maar wat mij betreft speelt dat geen rol bij het beantwoorden van de vraag of het boek een roman is of niet. Het boek is om één simpele reden een roman: er is een verteller. En deze verteller is niet Elizabeth Costello zelf maar staat buiten de wereld die wordt beschreven.
    In het college kwam naar voren dat de interventies van de verteller in Elizabeth Costello ervoor zorgen dat je op de literaire status van het boek wordt gewezen; de compositie wordt zichtbaar. Het boek is dan immers niet langer een optelsom van theorieën maar wordt een narratief omdat de nadruk komt te liggen op zijn eigen temporaliteit. Dat neemt niet weg dat de interventies een ontspannen leeservaring in de weg staan.
    De verteller in Elizabeth Costello zegt hierover zelf op een gegeven moment het volgende:

    It is not a good idea to interrupt the narrative too often, since storytelling works by lulling the reader or listener into a dreamlike state in which the time and space of the real world fade away, superseded by the time and space of the fiction. Breaking into the dream draws attention to the constructedness of the story, and plays havoc with the realist illusion. However, unless certain scenes are skipped over we will be here all afternoon. The skips are not part of the text, they are part of the performance. (16)

    De laatste zin is wat mij betreft interessant; de verteller maakt hier een onderscheid tussen de tekst en de leeservaring. Maar wat houdt dit onderscheid eigenlijk in? Is de tekst objectief en de leeservaring subjectief? Als literatuurwetenschapper dien je je op de tekst te richten dus zouden we volgens deze verteller de onderbrekingen eigenlijk buiten beschouwing moeten laten. Dit doet mij denken aan de spanning tussen discours en praktijk; de verteller zegt ons wel dat de onderbrekingen geen onderdeel uitmaken van de tekst, maar zijn woorden staan wel op het papier. Daarnaast heeft hij het over de tijd en ruimte van de fictie die de plaats inneemt van de tijd en ruimte van ‘the real world’. Hier wordt aangenomen dat de fictie een andere tijdsconstructie kent dan de werkelijkheid en de lezer in de constructie van de fictie wordt opgenomen. Maar zijn de interventies van de auteur dan niet juist onderdeel van deze constructie? Eigenlijk zou de verteller de lezer dus juist in ‘slaap’ kunnen sussen door de constructie van de fictie naar voren te laten komen.
    In zekere zin denk ik dat Elizabeth Costello exemplarisch is voor de roman in het algemeen; in iedere roman zit wel een ‘theorie’ verscholen, wat vervolgens de scheidslijn tussen narratief en theorie flinterdun maakt. Het feit dat we in deze collegereeks zowel de primaire als secundaire teksten hebben benaderd met de vraag ‘wat wordt er gezegd en wat wordt er gedaan?’, geeft al wel aan dat ook theoretische teksten interessante objecten zijn voor de literatuurwetenschapper. Deze teksten dienen dus niet meer alleen als gereedschap om narratieve teksten mee te lijf te gaan, maar zijn zelf ook onderwerp van bestudering. Een belangrijk aspect van theoretische en narratieve teksten zorgt er echter toch voor dat de scheidslijn tussen beide weliswaar flinterdun is, maar toch nog bestaat: de rol van de auteur. Bij narratieve teksten maken we een onderscheid tussen de auteur en de verteller maar bij theoretische teksten is dit niet aan de orde omdat er geen personages zijn. En zoals ik in het begin al zei: dat criterium is voldoende om Elizabeth Costello te typeren als roman…

    Bibliografie:
    Coetzee, J.M. Elizabeth Costello. London: Vintage Books, 2004.

     
    • Avatar of lanabroekaert

      lanabroekaert 12:41 pm on October 30, 2010 Permalink | Log in to Reply

      He Ellen,
      na het lezen van jouw post moest ik denken aan het essay van Kafka, ‘A report for an academy’.
      Dit verhaal wordt verteld door de aap, hij schrijft vanuit zijn eigen ervaring. Is deze aap een personage, of is deze aap Kafka? In de tekst speelt theorie ook een rol (wij hebben deze tekst ook behandeld als theoretische tekst in de lessen). Nu vraag ik me af: omdat je jouw conclusie trekt naar aanleiding van de vraag of er een verteller is, hoe zou jij deze tekst dan definiëren, als theorie of narratief?

      • Avatar of ellenswart

        ellenswart 6:51 pm on November 5, 2010 Permalink | Log in to Reply

        Hoi Lana,

        Ja grappig, die tekst is inderdaad discutabel en als ik aan mezelf trouw wil blijven, moet ik natuurlijk wel zeggen dat ik dat verhaal als een theoretische tekst zie. Het is immers een monoloog; er is geen verteller aanwezig die over personages vertelt. Maar toch……….. we zouden de door ons zo aanbeden Kafka toch ook niet graag als een aap op willen vatten! Hier deel ik wel de mening van Elizabeth Costello; zij zegt dat we niet kunnen weten of het Kafka is die spreekt, en of het überhaupt een aap is die spreekt – misschien is het wel een mens die over zichzelf als aap spreekt… En zo gaat ze nog even door. In ieder geval zou je de tekst daardoor dus ook op verschillende manieren op kunnen vatten; als het een mens is die voor een menselijke publiek spreekt, hebben we de tekst in het college op de juiste manier behandeld. Al zou het dan zo kunnen zijn dat het een theoretische speech is, door Kafka gebracht als een fictie! De opties zijn eindeloos……. :)
        (Je kunt de passage uit Elizabeth Costello nog eens nalezen als je dat leuk vindt, op pagina 18-19 van de Vintage Books uitgave)

    • Avatar of FlorisPieterse

      FlorisPieterse 5:27 pm on November 2, 2010 Permalink | Log in to Reply

      Hé Ellen,

      Goed essay, maar ik heb wel wat opmerkingen. Alhoewel ik kan begrijpen dat in iedere roman een zekere theorie aanwezig is, denk ik toch dat die theorie in het geval van een narratief een secondaire functie opneemt in vergelijking met een primair theoretische tekst als een essay of artikel.

      Je zegt ook dat theoretische teksten op zichzelf ook objecten van studie zijn en niet alleen dienen als gereedschap om narratieve teksten mee te ontleden, maar is het hele punt van theoretische teksten bestuderen niet om ze beter te begrijpen zodat we ze effectiever kunnen gebruiken in een literaire analyse? Ik denk gewoon dat de scheidslijn tussen narratief en theorie niet zo dun is als je hem uitmaakt.

    • Avatar of margareth

      margareth 11:36 am on November 3, 2010 Permalink | Log in to Reply

      Essays werden lang gezien als secundaire teksten;in de functie van hulpmiddel om literatuur te begrijpen. Het had geen literaire status, wortels liggen in de wetenschap. Ze beïnvloeden elkaar echter wel. Maar leven we nu niet in een andere tijd? Maatschappij verandert, literatuur verandert en ook de wetenschap waardoor het essay wellicht anders bekeken kan worden. Vindt er geen vermenging plaats van vertelling en beschouwing? Probeert Coetzee niet te bewijzen dat essays wel literaire waarde hebben door ze niet echt in te bedden in het verhaal maar juist er naast waardoor hij zijn ongezouten mening kan spuwen?

      • Avatar of winonah

        winonah 11:51 pm on November 5, 2010 Permalink | Log in to Reply

        Margareth, je schrijft “Probeert Coetzee niet te bewijzen dat essays wel literaire waarde hebben door ze niet echt in te bedden in het verhaal maar juist er naast waardoor hij zijn ongezouten mening kan spuwen?” Ik weet niet of dit is wat Coetzee probeert te bewijzen maar ik denk zeker dat je gelijk hebt dat Essays, in ieder geval tegenwoordig, als primaire literatuur gezien worden. Er zijn er ook genoeg die volgens mij literaire status hebben, maar misschien ligt het aan de persoon die ze geschreven heeft. Hebben de essays van iemand als Virginia Woolf niet sneller een literaire status als die van iemand die geen romas op zijn of haar naam heeft staan?

    • Avatar of nadja

      nadja 2:17 pm on November 8, 2010 Permalink | Log in to Reply

      Hoi Ellen,

      jouw essay en vooral de vraag: “Is de tekst objectief en de leeservaring subjectief?” Deze vraag deed mij denken aan de tekst van Iser die wij nu voor wetenschapsfilosofie aan het lezen zijn (volgens ij hebben wij hem ook vorig jaar gelezen). Heel kort samengevat: de interactie tussen lezer en tekst is van belang. De lezer vult de gaten in en daardoor ontstaat de leeservaring. Hoe de tekst ervaren wordt heeft dus ook heel veel met de lezer zelf te maken en kan natuurlijk niet zonder de tekst.
      Zou je dan niet kunnen zeggen dat jij, of de lezer. de roman als roman ervaart? Een theoretische tekst kan toch ook een verteller hebben of heel literair zijn geschreven? Is het label roman niet eigenlijk heel subjectief?
      Aan de andere kant denk ik wel weer dat er bepaalde richtlijnen moeten zijn om het overzicht te houden. Anders kan je elk stukje geschreven tekst als roman zien…maar wie en vooral waar trek je die lijn?

      Groetjes, Nadja

      • Avatar of ellenswart

        ellenswart 4:07 pm on November 10, 2010 Permalink | Log in to Reply

        Hoi Nadja,

        Iser! Ik had bij dat citaat uit Coetzee al een vaag gevoel van herkenning maar nu weet ik het weer :) Die tekst hebben wij inderdaad ook gelezen, ik heb er zelfs nog een presentatie over gehouden! Ik heb het net weer even opgezocht en hij maakt inderdaad een onderscheid tussen de tekst die door de auteur is gecreëerd en de realisatie van de tekst door de lezer. En het literaire werk is vervolgens geen van beide, maar ligt er tussenin.
        Maar Iser zegt dus wel indirect dat de roman als roman kan worden ervaren omdat het die kenmerken al in zich draagt. De lezer zal dus niet snel een theoretische tekst als een roman opvatten, dat is misschien wat te radicaal.. (ik wilde in mijn essay vooral een duidelijke stelling nemen, zodat daar goed op gereageerd kon worden, misschien had ik het toch wat meer moeten nuanceren)
        Maar ik denk wel dat er een grote mate van overlapping tussen de twee ‘genres’ is. En doordat deze genres wel enkele elementen met elkaar delen, zie ik de theoretische tekst dus ook als goed object voor bestudering.

  • Avatar of geerte

    geerte 7:31 pm on October 29, 2010 Permalink | Log in to leave a Comment
    Tags: African, , elizabeth costello, literature   

    By Africans for Africans? 

    In Elizabeth Costello hebben Elizabeth en Emmanuel Egudu een discussie over wat de Afrikaanse roman bekent voor Afrika en of het wel voor Afrikaanse mensen bedoeld is. Hierbij worden er verschillende aspecten van de literatuur aangehaald en worden er vergelijkingen gemaakt met de Australische roman. Nu is er geen duidelijke uitkomst van de discussie omdat zij op een gegeven moment genoeg van hem heeft, maar er komen verschillende argumenten naar voren die je aan het denken zetten over de Afrikaanse roman. Nu is het niet mijn intentie om de geschiedenis in twijfel te trekken aangezien ik niet alles erbij kan betrekken en ook niet beweer alles van die geschiedenis af te weten, maar wanneer we kijken naar het boek Elizabeth Costello is er dan sprake van een Afrikaanse roman voor de Afrikaanse bevolking?

    ‘The English Novel’, she says, ‘is written in the first place by English people for English people. That is what makes it the English novel. The Russian novel is written by Russians for Russians. But the African novel is not written by Africans for Africans. African novelists may write about Africa, about African experiences, but they seem to me to be glancing over their shoulders all the time they write, at the foreigners who will read them.’ (Coetzee 2003, p. 51)

    Elizabeth zegt hier dat ze misschien wel over Afrika schrijven, maar niet voor Afrika. Wanneer ze schrijven houden de schrijvers constant het buitenland, vaak de Westerse wereld, wat ik vanaf nu ga aanhouden, in hun achterhoofd. Ze schrijven dus meer voor de Westerse wereld dan voor de Afrikaanse wereld. De quote gaat verder:

    ‘Whether they like it or not, they have accepted the role of the interpreter, interpreting Africa to their readers. Yet how can you explore a world in all its depth if at the same time you are having to explain it to outsiders? It is like a scientist trying to give full, creative attention to his investigations while at the same time explaining what he is doing to a class of ignorant students. It is too much for one person, it can’t be done, not at the deepest level. That, it seems to me, is the root of your problem. Having to perform your Africanness at the same time as you write.’ (Coetzee 2003, p. 51)

    De schrijvers lijken hier vast te zitten tussen twee discoursen. Aan de ene kant willen ze in het Afrikaanse discours blijven, maar aan de andere kant fungeren ze als interpretator van hun land aan de Westerse wereld. Ze zitten niet meer volledig in het Afrikaanse discours en samen met het feit dat ze altijd de Westerse wereld in hun achterhoofd hebben tijdens het schrijven zorgt dit ervoor dat geen romans schrijven puur voor het Afrikaanse volk.

    Niet alleen Elizabeth, maar ook Emmanuel komt met argumenten waarom Afrikaanse schrijvers niet voor het Afrikaanse volk schrijven, ook al bedoelt hij dit in het boek niet zo.

    ‘Reading is not a typically African recreation [...] and particularly not reading fat novels. Reading has always struck us Africans as a strangely solitary business. It makes us uneasy. When we Africans visit great European cities like Paris and London, we notice how people on trains take books out of their bags or their pockets and retreat into solitary worlds. Each time the book comes out it is like a sign help up. Leave me alone, I am ready, says the sign. What I am reading is more interesting than you could possibly be.
    Well, we are not like that in Africa. We do not like to cut ourselves from other people and retreat into private worlds. Nor are we used to our neighbours retreating into private worlds. Africa is a continent where people share. Reading a book by yourself is not sharing. It is like eating alone or talking alone. It is not our way. We find it a bit crazy.’ (Coetzee 2003, p. 40)

    Lezen is niet de Afrikaanse manier. De Afrikaanse bevolking ziet het lezen van een boek als een rare tijdsbesteding. Je bent niet gezellig en alleen maar met jezelf bezig, het is onbeschoft. Zoals hij zegt in het voorbeeld van de trein; mensen denken dat je het boek interessanter vindt dan je medemens. Hij zegt ook dat de echte Afrikaanse roman een gesproken of vertellende roman is, het moet mondeling zijn. Wanneer je het opschrijft leeft het maar half, een roman moet juist door iemand verteld worden. Emmanuel haalt hier ook Cheikh Hamidou Kane aan, die zegt:

    ‘The writers I speak of are truly African because they are born in Africa, they live in Africa, their sensibility is African … What distinguishes them lies in experience, in sensitivities, in rhythm, in style.” He goes on: “A French or English writer has thousands of years of written tradition behind him … We on the other hand are heirs to an oral tradition.’ (Coetzee 2003, p. 44)

    Dit zou je als argument voor kunnen zeggen, maar is dit wel zo? De echte Afrikaanse schrijvers leven in Afrika en ademen ook Afrika, maar zoals Kane al zegt, het is wel een mondelinge traditie. Het feit dat zowel Emmanuel als Kane beiden de Afrikaanse traditie als een mondelinge traditie zien geeft al weer hoe belangrijk dit is voor Afrika.

    Na alle argumenten te hebben bekeken lijkt het er op dat de geschreven Afrikaanse roman meer gericht is op de Westerse samenleving en niet zozeer op de Afrikaanse. Hoewel het goed is voor het saamhorigheidsgevoel in Afrika is de geschreven roman misschien wel niet eens zo nodig. Afrika heeft een sterke traditie van samen zijn in plaats van alleen, zoals het geval is wanneer je een boek leest, en van mondeling verhalen vertellen in plaats van schriftelijk. Ook kan lang niet iedereen lezen of hebben ze een manier om banden te luisteren, zoals de vrouw in Elizabeth Costello voorstelde om de boeken mondeling op te nemen. De Afrikaanse traditie van verhalen vertellen past goed in de samenleving en ook al komt de schriftelijke roman steeds meer op, ik hoop dat ze de mondelinge traditie ook houden.

    Coetzee, J.M. Elizabeth Costello. London: Vintage, 2003.

     
    • Avatar of lanabroekaert

      lanabroekaert 12:59 pm on October 30, 2010 Permalink | Log in to Reply

      Ik quote 2 alinea’s uit jouw tekst:

      “The writers I speak of are truly African because they are born in Africa, they live in Africa, their sensibility is African … What distinguishes them lies in experience, in sensitivities, in rhythm, in style.” He goes on: “A French or English writer has thousands of years of written tradition behind him … We on the other hand are heirs to an oral tradition.’ (Coetzee 2003, p. 44)

      “Dit zou je als argument voor kunnen zeggen, maar is dit wel zo? De echte Afrikaanse schrijvers leven in Afrika en ademen ook Afrika, maar zoals Kane al zegt, het is wel een mondelinge traditie. Het feit dat zowel Emmanuel als Kane beiden de Afrikaanse traditie als een mondelinge traditie zien geeft al weer hoe belangrijk dit is voor Afrika”.

      Emmanuel vertelt (op p. 42-43) waarom hij in de Verenigde Staten woont en werkt nu, hij is dus na zijn succes in de Westerse wereld, hierheen verhuisd om dit succes voort te zetten (hij geeft les aan de universiteit, houdt lezingen enz). Dit succes had hij niet in Afrika. Hij leeft dus niet in Afrika, dus ik trek in twijfel of hij wel als een ‘truly African writer’ gezien kan worden. Daarbij komt dat hij Afrika bewust, volgens hem heeft hij geen keus, als “the other” neerzet in zijn romans. Ik ben het eens met je conclusie, maar denk dat dit wel een belangrijk argument is wat ook genoemd mag worden.

    • Avatar of crispiness

      crispiness 10:08 pm on November 2, 2010 Permalink | Log in to Reply

      Wellicht is het probleem ook dat de roman grotendeels een Westerse uitvinding is – enkele uitzonderingen daargelaten, wellicht – een genre dat uit een specifiek Westerse constellatie ontsproten is. Als je in een gesproken traditie staat in plaats van een geschreven, is het dan ook veel lastiger om het genre van de roman toe te eigenen en je eigen verhalen daarin plaats te geven. Verhalen vertellen is anders dan verhalen schrijven en het is lastig om (naar beide kanten) die vertaalslag te maken. Echter, door deze vertaalslag pertinent niet te maken sluit het Afrikaanse continent zichzelf uit het discourse van de wereldliteratuur. Misschien heeft heeft de bevolking van dit massieve continent hier geen problemen mee, maar het is wel jammer dat ze geen tegengas kunnen geven op het discourse dat het Westen via Westers-Afrikaanse literatuur op het werelddeel Afrika uitvoert.

    • Avatar of margareth

      margareth 12:18 am on November 3, 2010 Permalink | Log in to Reply

      Gebruikt Coetzee het personage Emmanuel niet als een soort van ‘alterego’ om Costello te bekritiseren? Net als Emmanuel is Coetzee zelf ook een ex -Zuid-Afrikaanse schrijver en criticus. Vind hij niet dat Costello haar Australische identiteit gebruikt om Emmanuel (en Coetzee dus) te kleineren?

  • Avatar of lanabroekaert

    lanabroekaert 5:07 pm on October 27, 2010 Permalink | Log in to leave a Comment
    Tags: , , , elizabeth costello   

    The black intellectual in Coetzee’s Elizabeth Costello

    Cornel West beschrijft in zijn artikel ‘The dilemma of the Black Intellectual’ waarom de ‘black intellectual’ in getale achterblijft in verhouding tot de blanke intellectueel. Redenen hiervoor zijn dat het in de moderne tijden [hiermee bedoel ik 1985, toen het artikel uitkwam] lastiger was voor de ‘black student’ om serieus genomen te worden als potentiële wetenschapper of intellectueel. Ook staan de literaire subculturen, denk aan literaire tijdschriften, minder open voor ‘black writers’, omdat de politieke kwesties die spelen een scheiding en afstand hebben gecreëerd tussen de donkere en blanke intellectuelen. Bovendien staat het algemene intellectuele leven, mede vanwege de idealen van de politiek die meer richting rechts en conservatief leunen, in de Verenigde Staten vijandig tegenover donkere intellectuelen. Zodoende moet de donkere student met intellectuele ambities zwaar terugvallen op de eigen hulpmiddelen. Met eigen hulpmiddelen worden ‘zwarte’ instanties, tijdschriften enzovoort bedoeld. Dit is lastig want “…the black institutional support for such activity is in shambles.” (West p. 304).

    De weg die een donkere jongeman of -vrouw moet afleggen om in de intellectuele kringen te worden opgenomen wordt bovendien bemoeilijkt doordat hij of zij zich op een overlappend punt bevindt van twee discoursen. Namelijk het discours van de Afro-Amerikaanse cultuur en het discours van de traditionele intellectuelen. De Afro-Amerikaanse cultuur staat argwanend tegenover de ‘black intellectual’. “The life of the mind is viewed as neither possessing intrinsic virtues nor harboring emancipatory possibilities – solely short term political gain and social status.” (West p. 305).
    Als we West moeten geloven is het niet gek dat zij deze argwanende positie innemen, aangezien veel ‘black intellectuals’ voornamelijk aan materiële groei en cultureel aanzien proberen te winnen. In het discours van de traditionele (dus blanke) intellectueel is helaas nog altijd sprake van racisme, waardoor het lastig is voor de ‘black intellectual’ toe te treden.
    Volgens West zal er dus een verandering in beide discoursen moeten plaatsvinden om deze situatie en de toekomst van de ‘black intellectual’ te veranderen. West stelt vervolgens vier modellen voor die de kwaliteit en kwantiteit van de black intellectual activity zouden kunnen vergroten; the bourgeois model, the Marxist model, the Foucaultian model en the insurgency model. Binnen alle vier de modellen staat de onderhandeling tussen beide discoursen centraal.
    In Elizabeth Costello wordt een ontmoeting beschreven tussen Elizabeth en een collega-schrijver van haar, Emmanuel Egudu, op het cruiseship waar beide schrijvers aanwezig zijn om lezingen te geven.
    Deze Emmanuel is van Nigeriaanse afkomst en ik lees in zijn personage een goed voorbeeld van ‘the black intellectual’ van West.
    In zijn lezing over de Afrikaanse roman komt duidelijk naar voren dat Emmanuel zich ook bevindt op het punt van overlapping tussen twee discoursen, namelijk het discours van zijn Afrikaanse afkomst en die van de traditionele Westerse (in dit geval specifiek literaire) intellectueel. Ten eerste spreekt Emmanuel over ‘we’ wanneer hij het over het Afrikaanse volk heeft, hij representeert zodoende de Afrikaanse man. Hij noemt zijn publiek “wealthy folk, or at least comfortable”. Hiermee wordt de scheiding en de verschillen tussen de discoursen onderstreept. Vervolgens vertelt Emmanuel hoe hij functioneert in het andere discours. Volgens hem is hij gedwongen zijn vak in de Verenigde Staten uit te oefenen aangezien hij niet welkom is in eigen land: “…he is what is called a dissident intellectual, and dissident intellectuals must tread carefully, even in the new Nigeria.” (Coetzee p. 42).

    Dit gebrek aan erkenning komt ook naar voren bij het geval van de schrijver Tutuola, waarover een vraag wordt gesteld aan Emmanuel. Tutuola was succesvol in het buitenland, maar niet in zijn thuisland Nigeria. Deze schrijver schreef zijn boeken in matig Engels, waardoor de hoogopgeleide Nigerianen niet met hem geïdentificeerd wilde worden. Juist door zijn speciale (exotische) gebruik van de Engelse taal hebben zijn boeken een waarde gekregen voor de buitenlandse markt. Hier is wederom te zien dat de Afrikaans-Amerikaanse gemeenschap wantrouwend staat tegenover de ‘black intellectual’, of tegenover iemand die een ‘black intellectual’ in wording is.
    Aan de andere kant is het succes van de Afrikaanse schrijver in de Westerse landen veelal te danken aan de representatie van ‘het andere’, ‘het exotische’ in de boeken, waardoor zij als anders gezien blijven worden en nooit volledig tot het discours van de traditionele intellectueel zullen behoren.
    Zo blijft deze tweestrijd waarin de ‘black intellectual’ zich bevindt, voortbestaan.
    Dit is ook terug te zien in het feit dat Elizabeth Emmanuel juist bekritiseerd op het feit dat hij (en zijn mede Afrikaanse schrijvers) niet voor het eigen volk schrijven, maar voor de Westerse wereld, en zodoende beroep doen op hun exotische identiteit en zich bewust als ‘anders’ neerzetten. Je zou kunnen zeggen dat Elizabeth als traditionele intellectueel de Afrikaanse schrijvers verwerpt, omdat deze niet aan de criteria van de traditionele literatuur voldoen.

    Bronnen:
    Coetzee, J.M. Elizabeth Costello. , London: Vintage Books, 2004.
    West, Cornel. ‘The Dilemma of the Black Intellectual’. In: Breaking Bread: Insurgent black
    Intellectual Life. Cambridge: South End Press, 1991. p. 131-146.

     
    • Avatar of jwhiah

      jwhiah 5:51 pm on October 28, 2010 Permalink | Log in to Reply

      Hoi Lana,

      Ik denk dat de botsing tussen de figuur van Emmanuel en Elisabeth een verwijzing is van de manier waarop de Afrikaanse literatuur een problematische positie inneemt ten opzichte van de Westerse literatuur (en vice versa). Afrika wilt niet conformeren aan de manier waarop het Westen ze neerzet, ze willen zelf een eigen literaire traditie neerzetten? Maar door dit niet- reageren, wordt er toch gereageerd? (net als het afwezige vader complex dat wordt beschreven in de psychoanalyse) Het is voor mij een lastige zaak. Want je wilt niet altijd afgetekend worden ten opzicht van het andere, waardoor jijzelf het andere wordt. Maar die verhouding bestaat wel, en de problemen die hierdoor kunnen ontstaan, bestaan ook. Vooral als het in Afrika ontbreekt aan geldstromen om hun (jonge) schrijvers te financieren, om boeken uit te brengen.

      De reactie die Elizabeth hierop geeft kan ook een ironische manier zijn waarop Coetzee naar het Afrikaanse literatuur versus de westerse literatuur debat kijkt. Waarin niet alleen Emmanuel een ‘typische’ positie inneemt, maar ook Elizabeth.

    • Avatar of crispiness

      crispiness 10:22 pm on November 1, 2010 Permalink | Log in to Reply

      Hoi Lana,

      een scherpe analyse van de positie van Emmanuel binnen het Westerse schrijversdiscourse. Ik heb alleen moeite met je laatste alinea: ik kreeg juist het idee dat Elizabeth Emmanuel verwerpt als Afrikaanse schrijver om hij, in haar ogen, geen Afrikaanse schrijver is. Hij is een schrijver uit Nigeria die wel in de Westerse wereld aansluiting vindt, maar niet in de Afrikaanse wereld. Daarom lijkt ze op hem neer te kijken: net zoals een roman over vrouwen niet automatisch een vrouwenroman is, is een roman geschreven door iemand uit het Afrikaanse continent niet gelijk een Afrikaanse roman. Volgens mij verwijt ze Emmanuel dat hij zich wel als Afrikaanse auteur presenteert, maar eerder een Westerse auteur uit Afrika is.

  • Avatar of liespeeters

    liespeeters 11:16 pm on October 24, 2010 Permalink | Log in to leave a Comment
    Tags: , elizabeth costello   

    What is future, after all, but structure of hopes and expectations ? Its residence is in the mind; it has no reality.(…)

    Citation
     
  • Avatar of winonah

    winonah 10:50 pm on October 23, 2010 Permalink | Log in to leave a Comment
    Tags: elizabeth costello,   

    “There is every reason, then, for me to feel less than certain about myself as I stand before you. Despite this splendid award, for which I am deeply grateful, despite the promise it makes that, gathered into the illustrious company of those who have won it before, I am beyond time’s envious grasp, we all know, if we are being realistic, that it is only a matter of time before the books which you honour, and with whose genesis I have had something to do, will cease to be read and eventually cease to be remembered. And properly so. There must be some limit to the burden of remembering that we impose on our children and grandchildren. They will have a world of their own, of which we should be less and less part. “

    J.M. Coetzee. Elizabeth Costello p.20
     
  • Avatar of Anne van der Klift

    Anne van der Klift 8:10 pm on October 23, 2010 Permalink | Log in to leave a Comment
    Tags: elizabeth costello, future, past   

    ‘In fact the future in general does not much interest me. What is the future, after all, but a structure of hopes and expectations? Its residence is in the mind; it has no reality. Of course you might reply that the past is likewise a fiction. The past is history, and what is history but a story made of air that we tell ourselves?’ Elizabeth Costello – J.M. Coetzee
     
  • Avatar of Gerda

    Gerda 7:42 pm on October 23, 2010 Permalink | Log in to leave a Comment
    Tags: , , elizabeth costello   

    “De schrijvers over wie ik spreek zijn echte Afrikanen omdat ze geboren werden in Afrika en in Afrika leven en omdat hun bewustzijn typisch Afrikaans is…Wat hen onderscheidt heeft te maken met levenservaring, met gevoeligheden, met ritme, met stijl.”En dan vervolgt hij: “Een Franse of Engelse schrijver heeft een schrijftraditie van duizenden jaren achter zich…Wij daarentegen staan vaak in een orale traditie.” Cheikh Hamidou’s reactie heeft niets mystieks, niets metafysisch, niets racistisch. Hij legt alleen de juiste nadruk op ongrijpbare aspecten van de cultuur die, omdat ze niet zo gemakkelijk in woorden te vatten zijn, vaak maar een beetje in het vage gelaten worden. Hoe mensen thuis zijn in hun lichaam. Hoe ze hun handen bewegen. Hoe ze lopen. Hoe ze glimlachen of fronsen. De melodie in hun taal. Hoe ze zingen. Het timbre van hun stem. Het aanraken, hoe hun vingers aanvoelen. Hoe ze vrijen. Hoe ze blijven liggen na het vrijen . Hoe ze denken. Hoe ze slapen. Wij Afrikaanse romanschrijvers kunnen deze aspecten belichamen in onze manier van schrijven […] De Afrikaanse roman, de echte Afrikaanse roman, is een orale roman. Op papier is hij krachteloos, leeft hij maar half: hij wordt pas wakker wanneer de stem van diep uit het lichaam de woorden leven in blaast, ze hardop uitspreekt. De Afrikaanse roman, wil ik beweren, is dus als zodanig en nog voordat er een woord van op papier staat een kritiek op de westerse roman […]”

    Elizabeth Costello / J.M. Coetzee, p. 57-58
     
  • Avatar of FlorisPieterse

    FlorisPieterse 3:00 pm on October 23, 2010 Permalink | Log in to leave a Comment
    Tags: elizabeth costello,   

    http://www.islandmag.com/96/review.html

     
  • Avatar of jorisbrakkee

    jorisbrakkee 2:57 pm on October 23, 2010 Permalink | Log in to leave a Comment
    Tags: dierenrechten, elizabeth costello, intelligentie   

     
    • Avatar of jorisbrakkee

      jorisbrakkee 2:59 pm on October 23, 2010 Permalink | Log in to Reply

      Wat hier niet in gezegd wordt, maar ook belangrijk is, is dat de meest intelligente diersoort op aarde de muizen zijn, die de aarde gebouwd hebben als supercomputer om erachter te komen wat de ultieme vraag van het leven, het universum en alles is. Het antwoord hebben ze al; 42, nu de vraag nog. Ons hele bestaan denken we dus dat wij de muizen in experimenten gebruiken, terwijl het eigenlijk andersom is.

c
compose new post
j
next post/next comment
k
previous post/previous comment
r
reply
e
edit
o
show/hide comments
t
go to top
l
go to login
h
show/hide help
esc
cancel