Tagged: Geesteswetenschappen vs Natuurwetenschappen RSS

  • Avatar of annemarie

    annemarie 12:02 pm on December 2, 2010 Permalink | Log in to leave a Comment
    Tags: belang, Geesteswetenschappen vs Natuurwetenschappen, , literatuur & wetenschap, , , rol,   

    De rol van de literatuurwetenschap(per) in de samenleving 

    In de collegereeks Literatuur & Wetenschap 2010-2011 van docent Jan Hein Hoogstad aan de Universiteit van Amsterdam hebben we als studenten aan de hand van een aantal theoretische teksten, culturele objecten en de colleges met elkaar gediscussieerd en gereflecteerd op het vak Literatuurwetenschap in de les en op dit blog http://litwet.medialoperations.com. Opvallend vaak stak in de posts en reacties twijfel de kop op over de idealen en vermogens van literatuur en literatuurwetenschappers. In dit essay wil ik daarom ingaan op de vragen die daarmee voor mij als aankomend literatuurwetenschapper centraal zijn komen te staan; Is literatuur, verbeelding, in staat de wereld te veranderen? Wat is het belang of nut daarvan? En welke rol kan de literatuurwetenschapper innemen? Mijn inzet in deze bijdrage aan de discussie is dat literatuur in staat is nieuwe denkwijzen of een nieuw mens- of wereldbeeld te introduceren. Ik veronderstel weldegelijk de kracht van literatuur en literatuurwetenschap tot verandering. De rol van de literatuurwetenschapper, of geesteswetenschaper, is de verbeelding met onderzoek en praktijk te signaleren, te ontsluiten of in het debat in te brengen, culturele objecten kritisch tegen het licht houden, emancipatoire bewegingen te verankeren in een traditie van denken en daarmee de ontwikkeling van het denken gaande te houden. Via een praktijk van denken, onderzoeken, schrijven, publiceren, programmeren werpen de geesteswetenschappen evenzeer licht op ‘feitelijke vraagstukken’ uit onze dagelijkse leefomgeving als de natuurwetenschappen. De onderscheiden wetenschappen zijn ook niet tegenover elkaar te zetten zoals de online discussies doen vermoeden of in raakvlakken terug te brengen tot het kritisch tegen het licht houden van de premissen van de ene soort wetenschap door de andere. De dagelijkse realiteit vraagt interdisciplinaire benaderingen die de grenzen tussen geestes- en natuurwetenschappen overschrijden.

    Vanaf de oorsprong van het vak tot op heden lijkt het, Goethe en Spivak lezend, in de literatuurwetenschap niet zozeer om de literaire objecten zelf te gaan, alswel om een ideaal van begrip en wereldvrede. Sinead verwoordt het in haar essay “Literatuur en Wetenschap” als volgt: ‘Goethe en Spivak, die het doel van de literatuur stellen als het gaan begrijpen van de cultuur waaruit de tekst komt, een doel waarin de literatuur niet op zichzelf bestaat maar representant van een cultuur is’. De discussie die vervolgens ontstaat tussen Sinead, nikkidekker, Léonie, FlorisPieterse en jetvangroningen concentreert zich echter op de autonomie van het literaire object en de mogelijkheid en wenselijkheid daarvan binnen het literatuurwetenschappelijke veld. Met de geciteerde Roland Barthes’ dood van de auteur en eerder die van god is echter zoals Léonie ook opmerkt niet zozeer de autonomie gemoeid, alswel de autoriteit van beide figuren die met de afgekondigde dood tot de proportie van een actor is teruggebracht. Het maakt niet de literaire objecten autonoom, deze zijn immers ingebed in een meerduidige context, het maakt slechts dat het laatste woord over een tekst niet langer gesproken kan worden. Léonie noemt het ‘sneuvelen van de waarheid’ die op de dood van god en auteur is gevolgd problematisch omdat met de polyinterpretabiliteit de autonomie van de literatuur wel in gevaar komt. Ik denk dat niet zozeer de pluriformiteit het probleem is, alswel dat daarmee het geloof onder druk is komen te staan dat kunst, uitspraken of interpretaties zinvol kunnen zijn of een ‘geldig’ ander licht op zaken kunnen werpen. Dat dat weldegelijk mogelijk is zou ik willen onderschrijven aan de hand van het literair werk dat jetvangroningen in deze discussie naar voren brengt, Aimé Césaire’s Notebook of a Return to the Native Land (1939). In het gedicht geeft Césaire de notie van Négritude gestalte, een politieke en literaire beweging om een gemeenschappelijke zwarte identiteit te creëren onder de bevolking van de Afrikaanse diaspora en de zwarte bevolking van Martinique in het bijzonder. Ondanks erkenning voor zijn culturele bijdrage aan het emanciperen van een raciale en sociale klasse, is in de afgelopen decennia ook kritiek gekomen op Césaire’s Négritude. Er is aangedragen hoe éénzijdig, patriarchaal en phallocentrisch zijn zwarte identiteit is en het idee van négritude is door critici vervangen door modellen die creolisering of hybriditeit voorop stellen. Zowel Césaire’s gedicht als de kritieken erop hebben, samen met een groter corpus aan primaire en secudaire teksten, de discussie en ontwikkeling van het denken over ras, postkolonialiteit en identiteit in zowel de wetenschap als in de samenleving gaande gehouden. Sommige passages uit het gedicht kunnen zelfs nog steeds met kracht de deplorabele omstandigheden van onderbetaalde werkende onderklassen en de noodzaak van emancipatie anno 2010 benadrukken. Zo benadrukken de hierop volgende versregels de realiteit van de foto’s geplaatst bij recente nieuwsberichten over China’s exportverbod op zeldzame aardmetalen. Foto’s van mannen die bijna bezwijken onder het gewicht van de zakken met grondstoffen. De mannen staan niet alleen in een diepe poel van modder, maar zijn er van top tot teen mee bedekt. Er wordt echter nergens in de berichten of de fotobijschriften aan de mannen gerefereerd. De foto’s dienen slechts als verwijzing naar de grondstoffen, die volgens de berichten nu schaars en duur zullen worden. Dan zijn de volgende versregels nog steeds urgent: ‘Grovel in the mud. Brace yourself in the thick of the mud. / Carry. / Earth of mud. Horizon of mud. Dead of the mud’ (Césaire 41).

    Om terug te komen op Jet’s vraag of dit literaire werk het beste autonoom te benaderen is, zou mijn antwoord nee zijn. Literatuur is ingebed in een complexe context en de geschiedenis of biografie is daar onderdeel van. Ik doel daarmee niet op de auteur als persoon, maar als representant van een deelgeschiedenis van een dagelijkse realiteit van velen. Of de geschiedenis van de auteur relevant is bij de interpretatie van een werk, zal van keer tot keer verschillen, evenals andere facetten van de context. De vragen en opmerkingen in deze post en reacties rondom de al dan niet mogelijke en wenselijk autonomie van de literatuur en literatuurwetenschap en rondom de verloren gegane autoriteit van auteur, woord of waarheid representeren en voeden wellicht voor een deel de twijfels die over vermogens, belang, nut van de literatuur en de literatuurwetenschap bestaan. De discussie daarover barst ten volle los in het essay “Wat studeer je? Oh, euh, leuk! Wat kan je ermee?” van Llika Polderman en de daarop volgende reacties van FlorisPieterse, roza, khnilka, Thomashvv, jorisbrakkee, mickeypotthoff, rebeccadrees, Anne van der Klift, ellenswart en nadja. Zelf benadrukt Llika vooral haar ervaring haar studie theaterwetenschap vaak te moeten rechtvaardigen of uitleggen en verdedigt ze in de slotfase van de discussie het nut van studies binnen de geesteswetenschappen: ‘De literatuurwetenschap. En ook de mediastudies. Kunnen juist helpen om mensen een mening te laten vormen over een onderwerp, door alle kanten van een discussie te belichten. En media kunnen mensen aan het denken zetten daarover’. In de daarvoor geposte reacties alsook in andere posts op het blog wordt echter hevig getwijfeld over het nut, belang en toekomstperspectief. Een studie binnen de Geesteswetenschappen wordt leuk genoemd, een luxe, abstract, niet praktisch en de deelnemers vragen zich af wat je met de studie kunt doen en betwijfelen of het veel perspectief op carriere of geld biedt. De natuurwetenschappen worden daar tegenover gezet als studies met resultaten, nut, finale antwoorden en noodzaak. Thomashvv raakt weer aan het idee van autonomie wanneer hij in een reactie zegt dat ‘steeds meer literatuurwetenschappers (zoals Thomas Vaessens) tegenwoordig ook pleiten voor engagement onder schrijvers: om te voorkomen dat de literaire wereld zich teveel afzondert van de buitenwereld door zich constant bezig te houden met nieuwe interpretaties, stromingen en ga zo maar door. Binnen de natuurwetenschappen zal zoiets nooit opkomen. Natuurwetenschappers hoeven hun nut niet meer te bewijzen’. Maar betekent je bezig houden met nieuwe interpreaties ‘afzondering’? Wanneer Vaessens spreekt van engagement ‘veronderstelt dat verbinding’, licht hij zelf in een interview met Arnoud van Adrichem in literair tijdschrift Parmentier toe. Niet volgens het postmodern discours vrij zijn van verbindingen, maar ‘vrij zijn voor verbindingen […] een vorm van trouw zijn aan je eigen affecties’. Hij vervolgt: ‘Het postmodernisme heeft een heel duidelijk historisch nut gehad, […] maar je kunt je wel de vraag stellen of dat postmodernisme daarmee ook antwoord bood op alle vragen’. Geenszins een pleidooi om interpretaties af te doen lijkt mij, maar een pleidooi om interpretaties met meer overtuiging in te zetten en te onderzoeken hoe dat gaat, ‘vrij zijn voor verbindingen’. Hoe doen hedendaagse schrijvers dat? Welke wegen zoeken auteurs, kunstenaars, opiniemakers en politici om zich weer oprecht te verbinden. Wat gebeurt er in hun teksten. En zijn er technieken die ook literatuurwetenschappers in kunnen zetten?

    De vermogens en het belang van kunst en cultuur worden in de discussie onderschat. Het vermogen en belang van vakmensen die culturele objecten leren “lezen”, verbinden, becommentarieren zoals beta-wetenschappers hun verschijnselen “lezen”, verbinden wordt onderschat. Het verruimen van de blik, het schetsen van een alternatief wereld- of mensbeeld, het in een kritisch of absurd daglicht stellen van zaken, het spiegelen, en zo nog vele ander denkbare effecten, zowel middels de kunsten als in onderzoek en reflectie hierop worden onderschat. Het gaat daarbij niet alleen om begrip te verkrijgen voor andere culturen, zoals Goethe en Spivak het ideaal van de literatuurwetenschap kort gezegd verwoord hebben. Hoe leren we kinderen over samenzijn, samenleven, de waarde van het een of ander, de driften, de conventies, de ruimte om er wel/niet van af te wijken, kortom hoe brengen we hen onze cultuur bij? Door verhalen, gedichten, tekeningen, liedjes, films, games, toneelspel, etc. Wat draagt bij aan het ontwikkelen van empathie, van analytisch vermogen, van sociale vermogens, creatieve vermogens. Opnieuw de kunsten. Het tot je nemen/je inleven in verhalen – ongeacht het medium –, het maken van of luisteren naar muziek. Het belang, nut of de rol van een literatuurwetenschapper daarin? Inzichtelijk maken welke effecten van verhalen uitgaan, welke waarden bijvoorbeeld in de gangbare sprookjes en disneyverhalen worden onderschreven, daar wellicht kritische kanttekeningen bij plaatsen, mogelijk een pleidooi houden voor het herschrijven van sprookjes. Of wat dacht je van het kritisch lezen van een film als Brokeback Mountain? Is de film werkelijk vooruitstrevend of worden tegelijkertijd zeer conservatieve waarden uitgedragen? Of welke effecten heeft bepaald politiek taalgebruik? Victor Klemperer en Judith Butler hebben daar met respectievelijk Lingua Tertii Imperii en Excitable speech relevante onderzoeken en uitspraken over gedaan. Allemaal toepassingen van het vak, concreet, nuttig, kritisch, nuancerend daar waar nodig, een debat breder trekkend, dat is geen luxe, het maakt deel uit van de motor waarop een samenleving draait en zich ontwikkeld. Of, als het geen verschil maakt in publieke sfeer, een alternatief idee biedt voor diegenen die zich niet gerepresenteerd voelen in de samenleving. En kunst en cultuur is ook geen luxe in de zin dat het zich zou beperken tot welvarende samenlevingen. Ook in ontwikkelingslanden is de behoefte aan ‘verbeelding’, hoog. Werkend voor een cultuurfonds van een ontwikkelingshulporganisatie, een fonds dat kunstenaars in ontwikkelingslanden ondersteunt en de culturele infrastructuur probeert te versterken (productie, distributie), viel het altijd weer op hoeveel belang mensen hechten aan verhalen, theater, muziek, dans. Gevraagd naar basisbehoeften benadrukten mensen naast water, voedsel en onderdak, kunst als vitaal onderdeel van het leven.

    Rebeccadrees noemt in een reactie nog steeds op het essay van Llike Polderman, de geneeskunde, natuurwetenschap en recht als ‘wetenschappen die zich over feitelijke vraagstukken ontfermen’, maar de geesteswetenschappen ontfermen zich dus evenzeer over vraagstukken of objecten die deel uitmaken van onze dagelijkse realiteit en die realiteit mede bepalen. In die zin is een strikte scheiding tussen de vraagstukken van beide ‘soorten’ wetenschappen ook niet langer vol te houden. In het deel “En nu verder: culturele studies voor de eenentwintigste eeuw?” in Culturele studies. Theorie in de praktijk wordt onderschreven hoezeer de technologie een steeds sterkere greep op het dagelijks leven heeft en tegelijkertijd de geesteswetenschappen hier relevante dingen over kunnen zeggen omdat deze technische fenomen directe en ingrijpende gevolgen hebben voor bijvoorbeeld definities als identiteit en subject. Hoe sommige kunstuitingen soms meer vertellen over depressie of emoties dan biologiehandboeken of hoe wetenschappelijke ontdekkingen als nanotechnologie onderdeel worden van het dagelijks leven en daarom niet alleen betekenis hebben in het laboratorium. Er wordt in het boek dan ook gepleit voor verregaande grensverkenning (172-173). Een voorbeeld van een kunstenaar die met zijn werk, http://www.studioroosegaarde.net/, de invloed van technologie op ons leven wil tonen is Daan Roosegaarde. Onze verhouding tot technologie wordt tezeer voorgesteld in apps en gadgets licht hij toe in een interview in NRC Next van 30 november 2010. Roosegaarde wil het idee van interactie losmaken van een product, het persoonlijker maken en voor hem is de cruciale vraag of de technologie ons helpt om meer mens te worden. Het idee van grensverkenning en interdisciplinariteit uit Culturele Studies. Theorie in de praktijk op een andere manier loslatend op onze praktijk, stel ik me voor hoe een literatuurwetenschapper als volgt bij kan dragen aan ontsluiting van een alternatief wereldbeeld of een bijdrage kan leveren aan vraagstukken waar bijvoorbeeld de geneeskunde zich mee bezig houdt. Neem een ‘gedragsstoornis’ als ADHD, een aandachts-tekort-stoornis met hyperactiviteit dat momenteel vaak bij kinderen wordt vastgesteld. Het is voorstelbaar dat de verschijnselen samenhangen met een afnemende aanwezigheid in de natuur, een voor mensen van oudsher natuurlijke omgeving. Amerikaans dichter Mary Oliver reikt met haar poëzie en essays evenzeer een mogelijke oplossingsrichting aan als dat de geneeskunde dat doet. Daar waar de geneeskunde het in geneesmiddelen zoekt, deze ontwikkelt en voorschrijft om de symptomen te bestrijden, pleit Oliver ervoor, niet in relatie tot ADHD overigens, kinderen de natuur voor te schrijven. ‘Give them the fields and the woods and the possibility of the world salvaged from the lords of profit. Stand them in the stream, head them upstream, rejoice as they learn to love this green space they live in, its sticks and leaves and then the silent beautiful blossoms’ (56). Oliver is niet heel bekend in Nederland en waarschijnlijk is literatuur in de geneeskunde als handreiking voor het zoeken naar een oplossingsrichting ook niet gangbaar. Maar wie weet wat de literatuurwetenschapper kan bereiken door deze literatuur in Nederland te ontsluiten en het in te brengen in het debat over ADHD als nader te onderzoeken oplossingsrichting. Wie weet blijkt een dagelijks portie natuur even effectief als een medicijn als retalin. Zomaar een voorbeeld van een toepassing, misschien niet direct voor de handliggend, maar evengoed concreet, nuttig en gericht op een feitelijk vraagstuk, namelijk hoe het komt dat zoveel kinderen kampen met hyperactiviteit of hun aandacht niet lang kunnen vasthouden. De literatuur verbeeldt in dezen een alternatieve leefstijl waarin de natuur een prominente rol speelt.

    Het belang van de geesteswetenschappen wil ik tot slot nogmaals benadrukken met navolgend citaat uit Culturele studies. Theorie in de praktijk:

    ‘Juist vandaag de dag lijkt de maatschappelijke en politieke discussie beheerst te worden door een begrip van “cultuur” dat heen en weer slingert tussen nationaal en religieus groepsdenken en wereldwijde commercie. In deze context pretendeert culturele studies niet het laatste woord te hebben of het superego van de humanities te zijn, maar wil ze steeds weer de kritische inzet van cultuur tonen. Want cultuur is tenslotte datgene wat onze directe dagelijkse leefomgeving en niet in de laatste plaats onszelf bepaalt’ (10).

    Bibliografie
    Baetens, Jan, et al. Culturele studies. Theorie in de praktijk. Nijmegen: Uitgeverij Vantilt, 2009.

    Butler, Judith. Excitable speech: a politics of the performative. New York: Routlegde, 1997.

    Césaire, Aimé. Notebook of a Return to the Native Land. Trans. and eds. Clayton Eshleman
    and Annette Smith. Middletown: Wesleyan University Press, 2001.

    Goethe, Johann W. Von. “World Literature”. Comparative Literature: The Early Years: An
    Anthology of Essays. Ed. Schulz, Hans Joachim. Chapil Hill: University of North Carolina
    Press, 1973. 3-11.

    Klemperer, Viktor. LTI. Notizbuch eines Philologen. Stuttgart: Reclam Tasschenbuch, 2007.

    Literatuur & Wetenschap, http://litwet.medialoperations.com/

    Oliver, Mary. Blue Iris. Poems and Essays. Boston: Beacon Press, 2004.

    Roosegaarde, Daan. http://www.studioroosegaarde.net/

    Spivak, Gayatri Chakravorty. “Crossing Borders”. Death of a Discipline. New York: Columbia
    University Press, 2003. 1-25.

    Van Adrichem, Arnoud. “‘Het postmodernisme voorbij? In gesprek met Thomas Vaessens”,

    http://www.literairtijdschriftparmentier.nl.

     
    • Avatar of yvonne

      yvonne 4:58 pm on December 2, 2010 Permalink | Log in to Reply

      Hallo Annemarie,

      Het is fijn te zien dat er ook na afronding van het vak deelnemers zijn die hier terugkomen, en al helemaal om een nieuw essay te lezen. Je roert ontzettend veel punten aan waarbij ik de behoefte voel om te reageren. Momenteel loop ik o.a. als hulpsint tegen een bekend fenomeen ‘gebrek aan tijd’ aan, maar ik zal me later in de maand in de door jou aangevoerde teksten/links verdiepen en reageren. Mocht het januari worden, dan hoop ik dat de website er nog is en anders vinden we wel een andere manier.

      hartelijks, Yvonne

      • Avatar of annemarie

        annemarie 2:09 pm on December 10, 2010 Permalink | Log in to Reply

        hi Yvonne, dank, misschien kunnen we eea eerder al combineren: volgende week (17/12) heb ik een programma in Perdu dat raakt aan essay hierboven – hoe schrijvers, kunstenaars zich weer vrij maken voor verbindingen en of er een nieuw ervaringsparadigma in de maak is… http://www.perdu.nl/agenda.cfm . misschien heb je zin en tijd om te komen – kunnen we het er ‘live’ over hebben aan de bar. En ja, poezie Cesaire en Oliver kan ik van harte aanbevelen. Leuk, zie uit naar jouw reacties! anders mailen we wel mocht site niet meer online staan. ciao Anne-Marie

    • Avatar of yvonne

      yvonne 5:16 pm on December 11, 2010 Permalink | Log in to Reply

      Hey hoi, Anne-Marie,
      Had het interessante programma voor de 17e gezien, maar zit die avond in het Concertgebouw (Haitink). Ik ben vorig semester bij de avond in Perdu over Vaessens ‘Revanche van de roman’ geweest. Daar sprak Nicoline ook, o.a. over DFW/’Do you feel it too’ (niet zonder emotie!). Césaire was me bekend, Oliver nog niet, gaat op de ‘to read list’.
      Ik wens je alvast een mooie/goede Perdu-avond en we bereiken elkaar wel.
      Grtz, Yvonne

  • Avatar of Ilika Polderman

    Ilika Polderman 11:44 am on November 4, 2010 Permalink | Log in to leave a Comment
    Tags: Geesteswetenschappen vs Natuurwetenschappen   

    Wat studeer je? Oh, euh, Leuk! Wat kan je ermee? 

    Deze blog is niet per se een reactie op de colleges die we gehad hebben, maar na het lezen van een aantal blogs en reacties leek dit me de juiste plaats om hem te plaatsen en ik ben benieuwd of jullie mijn frustratie over dit onderwerp delen. Vandaar dat ik dit toch maar als blog hier post.

    Veel geesteswetenschappers kennen het wel. het gesprekje dat volgt nadat je vertelt wat je studeert. Bij mij gaat dat als volgt:

    Wat studeer je?
    -Theaterwetenschap
    Oh leuk!
    -Ja dat is inderdaad een erg leuke studie
    Wat is het?
    -Onderzoek doen naar het belang van theater en hoe theater in de hedendaagse maatschappij een toegevoegde waarde kan hebben.
    Oh, goh. en wat kan je er uiteindelijk mee?
    -Heel veel. het hangt er maar vanaf welke kan je op wilt gaan. De wetenschap, de praktijk, of misschien wel een heel andere richting.
    Wat wil jij dan worden?
    -Stewardess

    En dan krijg ik meestal blikken die er niets meer van snappen. Want waarom zou ik nou theaterwetenschap studeren als ik van plan ben stewardess te worden.
    En dan leg ik mensen uit dat ik eerst wil studeren en mijn kennis wil verbreden. Dat ik theater leuk vindt en daarom voor theaterwetenschap heb gekozen. Dat ik daarmee ook aan een luchtvaartmaatschappij kan laten zien dat ik een bepaald denkniveau heb. En dat als blijkt dat het zijn van stewardess niet mijn ding is, ik ook altijd nog een leuke studie heb gedaan waarmee ik nog heel veel andere beroepen kan worden, zodat mijn toekomst veilig is. En dan geven ze me meestal gelijk. Omdat ik uitstraal dat ik gewoon ga doen wat ik leuk vind en dat ze daar niet veel tegenin kunnen brengen.

    Wat ik me wel afvraag is waarom gesprekken met een natuurwetenschapper anders gaan:

    Wat studeer je?
    -Biomedische wetenschappen
    Oh, interessant, dat is vast moeilijk
    -nee hoor.

    Geesteswetenschappers moeten blijven vechten voor hun bestaansrecht. En vakken als wetenschapsfilosofie leren ons ook deze discussie te voeren. (ik heb er in ieder geval veel aan gehad tijdens een discussie met een geneeskunde student en een student farmaceutische wetenschappen) Terwijl andersom veel natuurwetenschap studenten niet weten wat de geschiedenis is achter hun studie. En veel weten niet eens waarom ze natuurkunde wel een wetenschap vinden, maar literatuur niet.
    Sommige (en volgens mij best veel) natuurwetenschappers vinden wat wij doen niet wetenschappelijk. Natuurkunde kan namelijk echt iets meten en onderzoek doen. En ook zou onze studie makkelijk zijn. (Dit zeg ik naar aanleiding van discussies met natuurwetenschappers over het belang van de geesteswetenschappen) Maar ik denk dat veel natuurwetenschappers een geesteswetenschappelijke studie best moeilijk zouden vinden. En wij andersom ook niet erg goed zouden zijn in natuurwetenschappen.
    En toch blijft het zo dat daar waar wij de natuurwetenschappen als wetenschap accepteren moeten wij als wetenschap ons steeds blijven bewijzen. De geesteswetenschappen zijn jong, misschien vernieuwend, maar het is jammer dat er door veel mensen niet verder gekeken kan worden. En het vaak wordt gezien als een onzin-wetenschap. Want ook Theaterwetenschap (of literatuurwetenschap) kan effect hebben op een ziekenhuis. Alleen op een ander gebied dan de geneeskunde. We houden ons bezig met andere specialiteiten, maar beiden wetenschappen hebben iets toe te voegen aan de maatschappij. En toch moet ik dit telkens blijven uitleggen aan mensen die vragen wat ik studeer.

     
    • Avatar of FlorisPieterse

      FlorisPieterse 8:43 pm on November 4, 2010 Permalink | Log in to Reply

      Ilika,

      Ik snap je frustratie en heb eveneens vaak het soort gesprek gehad wat je boven beschreven hebt. En alhoewel ik het als irritant ervaar, kan ik niet zeggen dat ik geen begrip voor die ene opgetrokken wenkbrauw die ik zie op het gezicht van mensen wanneer ik ze vertel over de literatuurwetenschap.

      Of wij het nu willen of niet: de geesteswetenschappen zijn heel wat abstracter dan de natuurwetenschappen. De natuurwetenschappen leveren vaak duidelijke fysieke resultaten op waar talloze mensen baat bij hebben. Iedereen wordt wel eens ziek en heeft medicijnen nodig, datzelfde kan je niet zeggen van bijvoorbeeld een posthumanistische analyse van een Philip K. Dick roman. Die tweede is dan misschien wel geestelijk verrijkend, maar een heel directe noodzaak is er niet voor.

      Hoe meer ik erover nadenk, hoe meer ik de geesteswetenschappen eigenlijk zie als een luxe die de westerse maatschappij zich kan veroorloven. Ik denk dan ook aan de tekst van Cornel West waarin staat dat veel zwarte jongeren eerder kiezen voor een studie die leidt tot een carriere als advocaat of dokter, dan een studie in de geesteswetenschappen.

      Your thoughts?

      • Avatar of roza

        roza 10:03 am on November 5, 2010 Permalink | Log in to Reply

        hai IIika en floris
        ik begrijp heel goed wat je bedoelt in je essay, erger nog zijn de gesprekken van: wat studeer je? literatuurwetenschappen. goh, is dat niet eh, saai? nou nee, ik vind het erg interessant. wat kan je ermee doen dan? um ja goed punt, dat weet ik nog niet zo goed. want dat is de harde waarheid, hoe interessant ik mijn studie ook vind, en hoe verder ik mijn geest verruim, toch heb ik geen beeld van wat ik ‘hier nou mee kan doen’. toch voel ik me vaak rijker dan iemand die een zeer praktische studie doet, omdat ik het gevoel heb beter te kunnen relativeren en kritisch na kan denken. ik zie onze studie zoals floris ook al zei, als een luxe maar wel een prachtige luxe want ik het het idee dat ik zeer rijke algemene ontwikkeling heb. maar ik moet toegeven dat ik ook wel eens neig naar een praktische studie als binnenhuisarchitectuur, naast literatuurwetenschap.

    • Avatar of

      khnilka 10:02 pm on November 4, 2010 Permalink | Log in to Reply

      Ilika, wat je omschrijft is inderdaad heel erg herkenbaar. Ik zie alleen zelf het nut van mijn eigen studie niet echt in en ik kan niet goed uitleggen wat ik er nou mee kan als ik klaar ben, ja, ik ben dan mediawetenschapper, maar verder dan dat kom ik niet. Ik ben het er dan ook zeker mee eens dat wat Floris zegt over de luxe positie van de GW. We hebben de luxe om te kiezen voor iets dat we leuk vinden zonder ons druk te hoeven maken om geld. Hieronder staat ook een essay over allochtonen en GW en ik denk dat dat aansluit bij de tekst van Cornel West, want die jongeren kiezen (vaak) voor een studie die leidt tot carriere als advocaat of dokter.

    • Avatar of thomashvv

      thomashvv 2:01 am on November 5, 2010 Permalink | Log in to Reply

      Illika,
      Dank voor je amusante, afwijkende essay. Los van de vraag of intellectuele bagage raadzaam is voor bij een carrière als stewardess, twijfel ik of het zo’n probleem is dat mensen natuurwetenschappen anders bekijken dan geesteswetenschappen. Zoals hierboven al aangekaart, zijn de twee nu eenmaal fundamenteel verschillend; de ene gaat uit van feiten, formules en heeft finale antwoorden, terwijl de geesteswetenschappen in de regel niet op een definitief antwoord uitkomen. Een interpretatie van een kunstwerk is tenslotte nooit helemaal voltooid. Dit is, in het kort, waarom steeds meer literatuurwetenschappers (zoals Thomas Vaessens) tegenwoordig ook pleiten voor engagement onder schrijvers: om te voorkomen dat de literaire wereld zich teveel afzondert van de buitenwereld door zich constant bezig te houden met nieuwe interpretaties, stromingen en ga zo maar door. Binnen de natuurwetenschappen zal zoiets nooit opkomen. Natuurwetenschappers hoeven hun nut niet meer te bewijzen.
      Dit verschil valt logisch te verklaren aan de hand van de soorten wetenschappen waar het hier om gaat (zie hierboven), en – hoewel dat je op een enkel verjaardagspartijtje misschien in een underdogpositie kan brengen – eerlijk gezegd snap ik niet wat het probleem daarvan is; ja, er zijn iets meer situaties waarin je je studiekeuze misschien moet rechtvaardigen, maar waarom zou je dat eigenlijk willen doen? Er blijven toch genoeg mensen over die ook de waarde van een goede roman of een goede film inzien? Je hoeft toch niet mensen die liever kijken naar patronen in de natuur, om maar iets te noemen, naar waargebeurde verhalen, te overtuigen van het nut van geesteswetenschappen? Of het toekomstperspectief dat bij de studies komen kijken? Zolang je je zelf daar van overtuigd hebt, lijkt dat me afdoende. (Dat sommige mensen dit idee misschien elitair of snobistisch noemen, laat ik buiten beschouwing, aangezien met min of meer dezelfde argumentatie kan worden gezegd dat het standpunt van degenen die misprijzend reageren op geesteswetenschappen elitair of snobistisch is.) Wie weet begrijp ik het niet helemaal omdat ik hier zelf nooit last van heb gehad, maar als iemand mij vraagt waarom ik bijvoorbeeld ooit de moeite neem om een verhaal te schrijven die amper wordt gelezen, of in elk geval te interpreteren, dan voel ik me niet meteen onbegrepen of ondergewaardeerd – ik denk hooguit: het wordt tijd dat ik een andere gesprekspartner zoek.
      Tot slot twijfel ik hieraan: “Maar ik denk dat veel natuurwetenschappers een geesteswetenschappelijke studie best moeilijk zouden vinden. En wij andersom ook niet erg goed zouden zijn in natuurwetenschappen.” Ik denk dat je de geesteswetenschappen overschat; ik denk dat iedereen met een bepaald iq een studie binnen de geesteswetenschappen kan volgen aan de hand van discipline. Er wordt op abstract gebied nauwelijks iets van je gevraagd, er zijn véél minder lesuren dan bij een gemiddelde studie van de natuurwetenschappen, en bovendien is de inbreng van de eigen creativiteit een stuk kleiner. Dit zeg ik omdat praktisch al mijn kennissen natuurkunde, scheikunde of wiskunde studeren, en ik zodoende een boel van die studies meekrijg. Ter illustratie: econometristen verkiezen bij sollicitaties mensen die wiskunde of natuurkunde hebben gestudeed in de regel boven mensen die econometristen (een stuk meer een alfa-studie dan de andere twee) hebben gedaan, omdat deze studies hun denkvermogen meer heeft getraind. Ik denk dus dat er wel degelijk verschil zit tussen geesteswetenschappen en natuurwetenschappen. Ik denk alleen ook dat dit geen wezenlijk probleem is.

      • Avatar of Ilika Polderman

        Ilika Polderman 2:11 pm on November 9, 2010 Permalink | Log in to Reply

        Hoi Thomas,

        Ik vraag me af: Is het niet zo dat ook ons denk vermogen wordt getraind alleen dan anders dan inderdaad een wiskundige wordt getraind? En is het niet juist nodig dat wij op een andere wijze denken dan de wiskunde en natuurkunde? Om hun inderdaad af en toe te kunnen wijzen op meerdere mogelijkheden binnen hun eigen onderzoeksgebied, zodat zij zich verder kunnen ontwikkelen.
        Ik denk dat door het niet accepteren van geesteswetenschappen als een echte wetenschap er een kans wordt gemist voor een vruchtbare samenwerking die tot veel goede ontdekkingen kan komen. Het is misschien niet gelijk een probleem, maar wel een gemiste kans denk ik.

    • Avatar of jorisbrakkee

      jorisbrakkee 10:38 am on November 5, 2010 Permalink | Log in to Reply

      Zoals hierboven al meermaals is gezegd; Ilika, je probleem is zeer herkenbaar. Ik zit in de positie dat de meeste van mijn vrienden iets beta-achtigs studeren, en in de meeste gevallen zelfs harde wiskunde of theoretische natuurkunde. Waar ik in het park lig het zoveelste heerlijke boek te lezen van een geweldig schrijver moeten zij het doen met uren achter een buro zitten in een bedompte kelder van een of ander wiskunde-instituut met eindeloze boeken met formules erin. Geen wonder dat ze jaloers zijn. En vinden dat wij geesteswetenschappers geen echte wetenschap bedrijven. En ik denk ook dat een studie wiskunde flink wat zwaarder is dan de studie Literatuurwetenschappen. Zij hebben dagelijks college van 9 tot 4 de eerste paar jaar, wij maar een paar uur per week. Geen wonder dat veel mensen Literatuurwetenschappen als tweede studie doen. Jaloezie, en afgunst, omdat wij geesteswetenschappers dan weer ons wetenschapsfilosofisch moeten gaan bemoeien met hun op ‘harde feiten’ gebaseerde onderzoek. En ze gaan uitleggen dat ook hun hele natuurkunde gebaseerd is op conventies. Die mannetjes die nauwelijks tijd in hun studie stoppen gaan hun wel even vertellen dat hun harde werk ook allemaal in twijfel getrokken kan worden, alsof het allemaal niet empirisch bewezen is…
      Ik krijg veel harde opmerkingen naar mijn hoofd van mijn vrienden in de beta-studies. Maar ik heb ook al lang geaccepteerd deze te krijgen, er wat harde opmerkingen terug tegenaan te gooien, en vooral er heel hard om te lachen. Want ik mag doen wat ik het leukst vind; boeken lezen, films kijken, muziek luisteren, ervan genieten, er nog eens van genieten, en er dan met een groep gelijkgestemde mensen over discussieren en kletsen, en er uiteindelijk een essay over schrijven. Ik voel me bevoorrecht.

    • Avatar of mickeypotthoff

      mickeypotthoff 11:50 am on November 5, 2010 Permalink | Log in to Reply

      Ook voor mij is dit een zeer herkenbaar ”probleem”. Hoe vaak gebeurt het niet dat er inderdaad een gesprek plaatsvind met anderen, die geen geesteswetenschappers zijn, zoals jij dat beschreef in je essay? In mijn geval komt dit bijna wel wekelijks voor. of dit erg is is dan maar weer de vraag. Als geesteswetenschappers hebben we natuurlijk ook een positie binnen de wetenschap die nog relatief nieuw is en waar nog altijd mensen aan moeten wennen. Toekomstperspectief is er volgens mij altijd wel, welke studie je ook kiest dus het argument van natuurwetenschappers dat dat er niet zou zijn is in ieder geval wat mij betreft een leeg argument zonder enige waarde.

      • Avatar of rebeccadrees

        rebeccadrees 2:10 pm on November 5, 2010 Permalink | Log in to Reply

        Volgens mij is dit voor iedereen die zich begeeft in de geesteswetenschappen een herkenbaar probleem. Nou ja… probleem. Het is een obstakel. Mensen kunnen gewoon eerder een vakgebied begrijpen die duidelijke rules and regulations hanteert. Iets wat dichterbij het praktijk staat en dus met gemak uitgelegd kan worden. Neem Geneeskunde, Natuurwetenschappen, Recht enz enz. Allemaal wetenschappen die zich ontfermen over de feitelijke vraagstukken die de wereld opwerpt. Wij zijn bezig met het grijze gebied, het filosoferen en kritiek leveren van alles wat deze wetenschappen stellen. Waar het achteraf voor nodig is is natuurlijk de vraag. Hebben we werkelijk mensen nodig die heel een film uit elkaar kunnen halen en diepliggende psychologische structuren en motieven kan analyseren? Wat nut heeft die voor de maatschappij? Ik denk dat we hierin blijven steken… wat is ons nut voor anderen? Doctors, scheikundigen, natuurwetenschappers, die hebben allemaal een functie voor de maatschappij…. wij lijken maar een beetje maar wat te lullen en hebben blijkbaar alleen functie voor de Universiteit en andere academici die vervolgens elkaars werken kan gaan lezen en bekritiseren. Uiteindelijk zullen wij een van de twee kanten van het vak kiezen, verder gaan in onderzoek (alleen nuttig voor de Universiteit) of een baan in een gerelateerd gebied wat waarschijnlijk uiteindelijk weinig vereist van ons filosoferend vermogens. Er is dus een toekomst omdat het instituut altijd zal blijven bestaan voor ons.

    • Avatar of Anne van der Klift

      Anne van der Klift 5:56 pm on November 5, 2010 Permalink | Log in to Reply

      Interessante discussie is hier gaande! En natuurlijk komen deze gesprekken mij bekend voor. Of het een probleem is, ligt denk ik meer aan je eigen karakter en beeld van de studie. Ik zeg vaak tegen mensen (voor een groot deel ook om er maar gewoon van af te zijn) ‘ik heb geen idee wat ik ermee wil gaan doen, je kunt zoveel kanten op, maar ik vind het in ieder geval leuk’. Dit klopt helemaal, want ik heb het gevoel dat ik mij blijf verrijken en dat ik me kan ontwikkelen tot een slim, kritisch en openminded mens. Toch ga ik soms de discussie aan, want ik wil het liefst gewoon mijn gelijk krijgen, laten zien dat mijn studie niet ‘simpel’ of ‘nutteloos’ is. Ik heb ook geen idee wat mijn filmanalyse andere mensen kan brengen, maar ik wil gewoon niet toegeven dat dit dan betekent dat het daarom nutteloos is. Misschien is het een meer zelfzuchtige kant van de wetenschappen: meer gericht op de eigen ontwikkeling dan die van andere mensen?

      Als mijn gedachten weer eens de strijd aan gaan van wat ik wil, wat ik kan en wat ik zou moeten doen, breng ik het uiteindelijk tot een einde door tegen mezelf te zeggen dat ‘ik het leuk vind en daar gaat het om’. En dan proberen daar niet weer over te gaan filosoferen. Bovendien denk ik soms ook: als al die ontzettend grote namen in dit vakgebied filosofeerden, moet het het toch zeker waard zijn!

      Bij mij ligt het ‘probleem’ of obstakel dus meer bij mijn eigen twijfels en gedachtegangen dan aan de acceptatie van de geesteswetenschappen door familieleden en vrienden.

      • Avatar of Ilika Polderman

        Ilika Polderman 2:05 pm on November 9, 2010 Permalink | Log in to Reply

        Hoi Anne,
        Zoals ik hierboven lees hebben meer studenten er last van dat ze zelf niet het nut inzien van hun eigen studie. Misschien is het ook prettig voor jezelf om daar over na te blijven denken. Want pas dan zie je de mogelijkheden die je studie kan bieden voor andere mensen.
        Jou filmanalyse zou kunnen aantonen hoe mensen onbewust beïnvloed worden door een film en daarom hun politieke voorkeur veranderen. Je kan aantonen dat er gemanipuleerd wordt met het medium. Ook kan je bijvoorbeeld in reclame zien wat wel en niet werkt en commercieel gaan denken. (hoewel dat volgens mij niet het doel is van veel wetenschappers)
        Wij leren vrij en kritisch denken en dat kunnen we op heel veel verschillende manieren in de maatschappij toepassen.
        ik hoop dat je gaat zien waar de vele mogelijkheden van je studie en jou liggen. Zodat je baan net zo leuk wordt als je studie.

    • Avatar of ellenswart

      ellenswart 6:34 pm on November 5, 2010 Permalink | Log in to Reply

      Hoi Ilika,

      Laat ik het ook maar even zeggen: ook voor mij erg herkenbaar. Maar ik vraag me af of je het begrip van de mensen ook zou kunnen sturen. Ik denk namelijk dat mensen (die zelf niet binnen de geesteswetenschappen studeren) minder waarde hechten aan moderne culturele objecten dan aan ‘de klassiekers’. Als jij bijvoorbeeld zou vertellen dat je de religieuze riten onderzoekt, kun je denk ik al op veel meer sympathie rekenen. Misschien staan mensen niet zo stil bij de rijke geschiedenis die het theater heeft. De hedendaagse kunst wordt denk ik vooral als populair gezien, wat dus ook invloed heeft op de associaties die mensen hebben bij jouw studie..

      Overigens ben ik nog wel erg nieuwsgierig naar het nut dat literatuurwetenschap kan hebben voor een ziekenhuis.. :)

      • Avatar of Ilika Polderman

        Ilika Polderman 1:59 pm on November 9, 2010 Permalink | Log in to Reply

        Heey,
        Het nut van bijvoorbeeld theater binnen een ziekenhuis is meer gebaseerd op de ervaring die patiënten hebben binnen een ziekenhuis. Ik ken zelf veel geneeskunde studenten en via via heb ik een hoofdstuk uit een boek (Disney in uw ziekenhuis, ik weet helaas even de schrijver niet uit mijn hoofd, maar als je wilt kan ik het nog voor je opzoeken.)
        maar goed in dat boek (hoofdstuk 6) stond een stuk over het theater in het ziekenhuis. Dat als artsen en verplegers zich theatraler opstellen de patiënt een positiever beeld houd aan het bezoek aan een ziekenhuis. En dat dit positieve, ondanks de toch al negatieve lading van een ziekenhuis, toch positief ingesteld blijft en dit ook het genezingsproces en geestelijk welzijn van een patiënt verbetert.
        Als theaterwetenschapper zou ik binnen de discipline theater kunnen blijven, maar ik houd ervan om juist verder te kijken wat theater kan doen binnen de maatschappij. Zelf doe ik vrijwilligerswerk in het ziekenhuis en ik merk dat mijn bezoekje bij mensen om ze te vragen of ze naar de kerk willen, ook al een heel positief effect heeft. Ook op bijvoorbeeld de omstanders. Maar niet ieder ziekenhuis heeft dezelfde instelling, en geesteswetenschappers van alle disciplines kunnen volgens mij juist helpen om buiten het boekje te denken om zo bijvoorbeeld de zorg te verbeteren. Dokters zelf zullen daar minder snel aan denken, omdat hun prioriteit ligt bij het lichamelijk genezen.
        Een ander voorbeeld is dat theater zou kunne kijken naar de rituelen als een kerkdienst en hoe die overeenkomsten hebben met andere religieuze rituelen. En daar weer overeenkomsten in kunnen aanwijzen.
        Of neem de literatuur, gezien de meesten mensen hier literatuurwetenschappers zijn. De hedendaagse politiek zorgt voor veel verdeeldheid binnen het land en ook zijn de discussies over allochtoon en autochtoon vaak erg verhit. Een boek kan een lezer meer begrip laten krijgen voor een andere cultuur, omdat hij zich kan identificeren met de hoofdpersoon zonder dat de hoofdpersoon de lezer beoordeelt op zijn mening. Het is een fijn stil medium, wat de lezer tot zich kan nemen en rustig kan nadenken over de stof, zonder een gesprek aan te moeten gaan met bijvoorbeeld een moslima. Zo een gesprek brengt altijd lading met zich mee. En een boek niet.
        De literatuurwetenschap. En ook de mediastudies. Kunnen juist helpen om mensen een mening te laten vormen over een onderwerp, door alle kanten van een discussie te belichten. En media kunnen mensen aan het denken zetten daarover. De manier waarop Wilders in de media wordt neergezet heeft invloed op zijn partij. En zo ook weer op de politiek en op ins dagelijks leven. Een politicoloog zou dat kunnen bestuderen, maar een mediawetenschapper kan daar een andere kijk op hebben. En een literatuurwetenschapper kan mensen laten zien dat ze niet altijd hoeven te geloven wat op tv is, maar dat een boek ook inzicht bied.
        Misschien wordt ik door mijn enthousiasme nu onbegrijpelijk. Maar mijn punt is voornamelijk dat de geesteswetenschappen met iedere discipline die ze bestudeert weer een eigen ding kan toevoegen aan de maatschappij. En dat ze ook zeker nodig zijn.
        Ik vind het erg jammer dat veel studenten uit de geesteswetenschappen zelf het nut niet inzien van hun eigen studie. Het bestempelen als een luxe studie. Want de geesteswetenschappen zijn voor mij veel rijker dan alleen en kijken naar een bepaald medium en er over denken. Wij leren als wetenschappers filosofisch denken en buiten het boekje te kijken. En dat is soms juist wat de maatschappij nodig heeft. De andere studies leren hun studenten de feiten die in de loop van de tijd ontwikkeld zijn. En de geesteswetenschappen leren hun studenten zichzelf te ontwikkelen en altijd anders te blijven denken, zodat er een ander licht geworpen kan worden op die feiten.

    • Avatar of nadja

      nadja 1:44 pm on November 8, 2010 Permalink | Log in to Reply

      Hoi,

      Ik denk dat je met je essay echt een belangrijk punt aanwijst. Wij, als aankomende geesteswetenschappers worden vaak minder serieus genomen, ik denk ook doordat onze studie niet zo op de praktijk is gericht.
      Daarnaast ben ik het zeker met je eens dat ook een geesteswetenschappelijk studie effect op andere (vak)gebieden kan hebben. Jij noemt in je tekst dat ook geesteswetenschappen een invloed op een ziekenhuis kunnen hebben. Wat bedoel je hier precies mee?Ik kan mij wel voorstellen dat er invloed is, want die is er toch altijd op een bepaalde manier, maar ik kan mij er geen concreet beeld bij vormen.

      Groetjes, Nadja

c
compose new post
j
next post/next comment
k
previous post/previous comment
r
reply
e
edit
o
show/hide comments
t
go to top
l
go to login
h
show/hide help
esc
cancel