Het loopt niet altijd even lekker tussen mijn leven en mijn studie. Wanneer je jezelf bevindt op het grensgebied van activisme en academie, van schrijven en lezen, van creëren en analyseren, is het soms behoorlijk frustrerend om dag in dag uit ondergedompeld te worden in de literatuurwetenschap. Deze persoonlijke ergernissen schreef ik twee weken geleden hier van me af: ‘Literatuurwetenschappers zijn de mensen die passie zien, niet weten wat ze ermee aan moeten en er daarom maar op in gaan hakken’. Ik verwachtte dat mijn medestudenten verontwaardigd zouden zijn, boos zouden zijn, maar de negatieve reacties bleven uit. Elke reactie bleef uit. Ik hield een staking, helemaal in m’n eentje.
Ik stond in het andere discours, dat van de praktijk, waar ik riep ‘Wat kunnen we leren van literatuur? Niets! Niets! Literatuur moet je ervaren, literatuur moet je leven!’ Maar ik protesteerde vanuit het gebied dat de universiteit vreemd is, dat de geesteswetenschapper niet kan begrijpen, op een website die notabene De plaats van de literatuurwetenschapper heet. Geen wonder dat niemand op kwam dagen. Iedereen stond op een ander plein te praten over Facebook, dat mensen lui maakt en over het activisme, dat dood is, of lijkt. Ze zeiden: ‘Jammer dat ik er zelf ook aan mee doe’, ze zeiden: ‘Ik weet zeker dat er een dag komt dat ik iets met de kennis ga doen.’

San Francisco: Protest tegen de oorlog in Afghanistan
Ik weet dat niet zo zeker. Activisme is een praktijk, een know-how, een intuïtie, een praktijk, een oefenen, een doen. Het vloeit niet voort uit een vorm van kennis, maar uit een vorm van emotie. In zijn ethiek benadrukt Adorno het belang van de eerste spontane reactie op menselijk lijden – niet de logische redenering, niet het rationele oordeel of de utilistische afweging, maar het simpele emotionele antwoord op andermans lijden. Hij erkent de rol die kennis en rationele analyse in de moraliteit spelen, maar zegt dat pure rede simpelweg niet praktisch kan zijn. (Dews 204) Het enige wat praktisch is, is de spontane reactie: het is geen Kantiaans weten, dat als rationele how-to-do is opgebouwd uit premissen en imperatieven, maar een zintuiglijk, a priori weten: ‘They know it somewhere.’ (De Certeau 71) De spontante reactie onttrekt zich aan de afweging. Als je een mens ziet lijden, stelt Adorno, is de vraag of je hem moet helpen één vraag te veel. (Hartle) De enige juiste reactie op kwaad is zintuiglijk.

Parijs: Protest tegen de pensioenhervormingen, 21 oktober 2010.
De demonstratie is ook fysiek: men ervaart zowel het protest in haar eigen lichaam, als dat hij haar eigen lichaam inzet om het protest tot uiting te brengen. Wij leven echter in een maatschappij die (tot Adorno’s grote geluk) niet meer demonstreert. Moraliteit is veelal een kwestie van how-to-do geworden. Betekent dit dat we weer de straat op moeten? In tegendeel. Het protest is immers ook een situatie van uitzonderlijkheid, een spektakel – en de know-how is juist alledaags en praktiserend.
‘All men are intellectuals, one could therefore say; but not all men have in society the function of intellectuals’ schreef Gramsci. Hetzelfde geldt voor activisme: iedereen is een activist, maar niet iedereen heeft een activistische functie. De activistische functie wordt bekleed door de spandoekschilders en tomatenwerpers van deze wereld. De alledaagse activist onderscheidt zich hiervan, denkt ‘Ik maak me niet zo druk om dat soort dingen’ en gaat verder met de studie, het werk en de boodschappen. Wat zij zich echter niet beseft, is dat hij een activist is: elke handeling die zij doet heeft gevolgen voor zijn omgeving en is beïnvloed door haar eigen overtuigingen en instellingen. Het persoonlijke is politiek: van de dingen die je consumeert tot de kleren die je draagt tot de gesprekken die je met je vrienden voert tot de manier waarop je door de stad gaat: lopend, fietsend, met het ov of de auto – en belangrijker nog: hoe je door de stad gaat: blaf je tegenliggers af, gebruik je je fietsbel of verontschuldig je je voor iets dat misschien niet jouw fout was? Zoals David Foster Wallace in zijn bekende speech This is Water uiteenzet: goed leven ligt niet in de grote beslissingen, maar in de houding ten opzichte van de alledaagse wereld; The practice of everyday life.
“Learning how to think” really means learning how to exercise some control over how and what you think. It means being conscious and aware enough to choose what you pay attention to and to choose how you construct meaning from experience. (Wallace)
Moraliteit is overal; ook in de literatuurwetenschap. Als we de artikelen die we lezen (over de onderwaardering van ‘Andere’ literatuur, de positie van de ‘Zwarte’ intellectueel, het ‘Trucje’ van de geesteswetenschapper) alleen bezien vanuit het how-to-do van onze literatuurwetenschap, hebben we er als mens niets aan. Het is niet waar dat de literatuurwetenschapper geen passie kent, maar hij houdt zich er nog te ver van, durft geen rekenschap te geven van persoonlijke omstandigheden, emotionele overtuigingen en pre-academische intuïtie. Het grensgebied waarin wij ons begeven is geen conceptueel gegeven, maar een reële levenssitenliggers af, gebruik je je fietsbel of verontschuldig je je voor iets dat misschien niet jouw fout was? Zoals David Foster Wallace in zijn bekende speech This is Water uiteenzet: goed leven ligt niet in de grote beslissingen, maar in de houding ten opzichte van de alledaagse wereld; The practice of everyday life.
Referenties
De Certeau, Michel, The Practice of Everyday Life. Berkeley: University of California Press
Dews, Peter, The Idea of Evil. Oxford: Blackwell Publishing, 2008.
Gramsci, Antonio, The Intellectuals in Prison Notebooks of Antonio Gramsci.
Hartle, Johan, Adorno’s Concepts of Evil in collegereeks Het kwaad in de filosofie en literatuur, samenstelling Prof. Dr. Beate Roessler.
floork 5:49 pm on November 1, 2010 Permalink | Log in to Reply
Gramsci’s idee dat iedereen een intellectueel is, is inderdaad goed terug te zien in de discussies die aan Socrates’ tafel plaatsvinden in ‘The Right Mistake’. Dat Socrates dan zelf de leider is, en dus de plaats van de intellectueel inneemt vind ik wat problematisch, maar dat zit meer in Gramsci’s idee dan in het boek. Je zegt: “Socrates doet het denk ik echter zo goed als leider, omdat hij zichzelf niet boven anderen plaatst en zichzelf niet als leider ziet.” Ik snap niet zo goed hoe een leider zichzelf niet als leider kan zien. Hij haalt toch bewust al deze mensen bij elkaar om ze iets te leren. Ik snap wel dat hij zichzelf niet boven anderen plaatst, maar hij plaatst zichzelf toch bewust in de positie van de intellectueel?
Gerda 8:00 pm on November 1, 2010 Permalink | Log in to Reply
Hoi Winonah,
Je geeft goed weer waarom Socrates als intellectueel beschouwd moet worden. Ik ben het wat dat betreft helemaal met je eens. Bij het essay van Jasper heb ik ook al weergegeven dat een intellectueel voor mij niet altijd een relatie met de universitaire wereld hoeft te hebben: Ook mensen zonder academische achtergrond, zijn soms intellectueel te noemen. Zij hebben een kijk op de wereld die door nadenken tot stand is gekomen en ons allemaal aan het denken zet. Jij maakt dit aan de hand van Right Mistake nog een keer duidelijk.
Bij het lezen van dit essay verwachtte ik eerlijk gezegd nog een stukje over de verschillende discoursen, omdat dat in The Right Mistake toch ook naar voren komt:
Is net niet zo dat juist doordat zoveel verschillende personen over allerlei zaken in gesprek gaan en discussiëren, ze juist steeds meer inzicht krijgen? Dus ook weer een soort snijvlak van discoursen waar een soort knowhow ontstaat door ervaren en ervaring?
Tot slot de opmerking over Socrates’ leiderschap waar Floor naar verwijst: Bedoel je soms dat Socrates zich niet als een heerser (dictator?) opstelt, maar juist ook ruimte geeft aan de ideeën van anderen? Ik ben benieuwd naar jouw reactie.
winonah 5:52 pm on November 4, 2010 Permalink | Log in to Reply
Hoi Gerda,
Ik geef toe dat een stuk over de verschillende discours interessant was geweest bij dit onderwerp, en de tekst van Certeau had er ook aan gelinkt kunnen worden bedenk ik me nu ik jouw reactie lees.
Ik bedoel dat Socrates zich niet als vaste leider opstelt en zich niet boven anderen plaatst. De groep is ontstaan door zijn ideeën dus zien de mensen hem automatisch als de leider, maar zo stelt hij zich naar mijn mening niet op. Maartje legt het, 3 reacties hieronder, erg goed uit.
Er is ook een moment in het boek waar hij zegt geen leider te zijn. Ik kan zo snel alleen niet meer vinden waar dat was.
AudreyMussoni 11:20 am on November 3, 2010 Permalink | Log in to Reply
Behalve Gramsci, kan de positie van Socrates als leider ook gekoppeld worden aan Foucault. Hij zegt dat macht wordt toegewezen aan degenen die het meeste opvallen of anders zijn. In dit boek is Socrates degene die anders lijkt dan de rest, of in ieder geval nieuwe visies lijkt te hebben. Ik denk niet zozeer dat hij zichzelf de rol van leider wilt toewijzen (want volgens mij zegt hij ook de hele tijd, dat ze allemaal gelijk zijn en dat hij niet boven de anderen staat) maar dat anderen hem, onbewust misschien, deze rol opleggen.
liespeeters 8:05 pm on November 3, 2010 Permalink | Log in to Reply
Gramsci kan inderdaad goed worden geplaats in dit verhaal en volgens mij was dat dat ook de bedoeling van Mosley. Er wordt zelfs nog een kleine knipoog gegeven; een autogarage (of iets in die richting) waar Socrates had gewerkt heet Gramsci in het boek. Alleen het idee van Gramsci was toch dat een organische intellectueel eerst een traditionele intellectueel was en zich vervolgens uit deze discours moest los maken ? Socrates is toch helemaal geen traditionele intellectueel ? Hij neemt wel de functie in van intellectueel in zijn buurt maar was geen traditionele intellectueel.
Foucault kan ook aan Socrates worden gekoppeld. Socrates is degene in dit boek die macht heeft en dat geeft hem ook de mogelijkheid een groep mensen bij elkaar te krijgen, een eigen discours te maken.
jorisbrakkee 11:20 am on November 5, 2010 Permalink | Log in to Reply
Hoi Lies, volgens Gramsci maakt een organische intellectueel zich eerst los uit het non-discursieve en benoemt zichzelf en de groep waar hij van uitmaakt. Vervolgens zorgt hij/zij ervoor dat deze groep deel uit gaat maken van het discours en verandert zijn functie naar die van de traditionele intellectueel, dus andersom dan jij het zegt.
Socrates benoemt zichzelf en zijn groep en probeert hen binnen het discours te plaatsen (onder constante tegenwerking van de traditionele intellectuelen die hen er graag buiten willen houden, gerepresenteerd door de politie). Aan het eind van het boek zou je kunnen zeggen dat dit gelukt is, aangezien Socrates wordt vrijgesproken, en dat hij dus een traditionele intellectueel is geworden. Ik denk echter dat het nog wel even wat langer moet duren voordat Socrates een traditionele intellectueel wordt…
maartje 12:28 pm on November 4, 2010 Permalink | Log in to Reply
Dag allen,
Uiteraard zit er een expliciete connectie van Socrates naar Gramsci en naar Foucault. De verschillende discoursen worden bij een gebracht door Socrates, maar hierdoor komen ze in een nieuw discourse. Hier wordt het echter interessanter: Wat houdt dit nieuwe discours nu in?
Gramsci vermeldt onder het gegeven de intellectueel een praktisch gegeven, men is niet een intellectueel, maar men doet. In dit geval is de connectie gemaakt, maar daarvoor hoeft Socrates geen leider-leider te zijn. Hij doet het echter al, en de praktijk spreekt voorzich. Dit als reactie op Floork.