Tagged: Spivak RSS

  • Avatar of milan

    milan 1:51 pm on October 14, 2010 Permalink | Log in to leave a Comment
    Tags: , Spivak   

    Looking for Meaning, Searching for Truth. 

    Everything we read is true and we can understand everything we read. Or can we?
    Spivak uses ‘Area Studies’ in order to fully understand a literary piece. To understand a text you need to know not only a language, but the history and culture of its origins as well. But how far do we have to go to understand a text? If we have to look at historical and cultural background, why do we not look at personal background as well? Without the exact thoughts and surroundings of an author, it seems that one can never fully understand the implied meaning of a text. Of course, it goes too far in saying that one should try to understand the whole psychological and individual history of a person, as this is impossible. But even if we know about historical or cultural context, or, as Spivak puts it, if we get “ a sense of (something) that might emerge from such collaboration”, it does not directly mean that we understand the whole of the text, and the underlying meaning. As Foucault states: “The commentary’s only role, whatever techniques used, is to say at last what was silently articulated ‘beyond’, in the text”. (58) There is more to the text than just plain language, we have to read between the lines.

    What links up with this is the problem of translating. No translator is capable of translating the exact meaning and feeling of a text, as every author has his own style and thoughts as well as background. When reading a text, in order to understand it, one can only imagine, not know. So, if something is translated, we can never know if it still has its original meaning and intention, as those are only known by the original author. Spivak proposes that a translator should not just translate a text, but that he should translate it by means of responding to the text. She calls this ‘to draw a response’. Interacting with a text deals with gaining knowledge of context; historically, geographically and culturally. In this way, a dialogue between two languages is created. However, in this way, the original meaning and thoughts behind the text might yet again be gone. If we use this type of translating, how can we ever know what was the original meaning and truth, or at least the truth for the original writer? We cannot rely on the perception of one translator only.
    Spivak wants to use this type of translating, in order to see if the text in question can be part of ‘Comparative Literature’. Again, we can return to the idea of the individual, as ‘liking’ or ‘disliking’ a text is a personal matter. Of Course, there will never be a solution to this problem as it is as old as the idea of canon formation itself.
    However, fact is that the writing of a text is personal, the interpreting and thus translating of a text is personal, and the appreciation of a text is personal as well. How is it then possible for a text to become part of a Comparative Literature? The discipline of Comparative Literature, structured by means of talking, according to Foucault, can maybe communicate the collective view, but is not capable of comprehending all views, ideas, tastes and meanings. What is more, we never know if a text gives us truth only, therefore it is even more difficult to understand the importance of a text.

    So, How would I propose to resolve these matters? By not translating at all? In that case we should all learn every possible language there is, which is just a bit too ambitious. Also, should we have to question every text and doubt its truth? Again, this goal can never be achieved. It seems that there is no good answer to these questions, but when you read a translation, it is always wise to consider if what we read is true –by which I mean true for the author- or if it is in harmony with its original. Spivak’s idea of translating a text goes one step to far for me, as it seems to lead away too much from the original idea of the author.

    Spivak, Gayatri Chakravorty. ‘Crossing Borders’. Death of a Discipline, America: Columbia University Press, 2003.

    Foucault, Michel. ‘The Order of Discourse’. France, 1970

     
    • Avatar of jetvangroningen

      jetvangroningen 6:52 pm on October 14, 2010 Permalink | Log in to Reply

      Hai Milan,

      Interessant betoog, maar wat ik alleen niet helemaal begrijp is wat je stelling is.
      Ben je nu van mening dat we helemaal niet meer moeten vertalen (omdat dat een te verre verwijdering is van het originele idee van de auteur)? Want eerder stel je juist dat het te ambitieus zal zijn om helemaal niet te vertalen (omdat we dan een enorme talenkennis moeten hebben, willen we niet alleen teksten van eigen bodem lezen)?

      Naar mijn idee is het niet Spivaks doel dat iedereen een oneindige lijst van talenkennis paraat moet hebben, maar dat je wel kennis van een bepaalde taal (en cultuur) nodig hebt om een tekst (uit die cultuur) te kunnen analyseren. In die zin is haar ideaal een stuk minder ambitieus dan jouw betoog doet voorkomen volgens mij.. (begrijp me niet verkeerd, haar ideaal van literatuur als katalysator voor wereldvrede vind ook ik wat hooggegrepen)

    • Avatar of AudreyMussoni

      AudreyMussoni 7:58 pm on October 14, 2010 Permalink | Log in to Reply

      Hoi Milan,
      Interessant essay, maar ik heb het idee dat Spivak iets anders bedoelt. Zoals ik het begrijp is Spivak überhaupt niet geïnteresseerd in het “helemaal” begrijpen van een tekst. Volgens mij is zij juist alleen geïnteresseerd in de interactie tussen taal en cultuur en niet de individuele visies of beweegredenen van een auteur? Het gaat haar volgens mij niet zozeer om de betekenis van een gehele tekst, maar wat de betekenis is van het taalgebruik en hoe dit in relatie staat tot de culturele achtergrond van de auteur.

      • Avatar of milan

        milan 11:41 am on October 16, 2010 Permalink | Log in to Reply

        Hoi Jet en Audrey! bedankt! het kan zijn dat ik Spivak dan inderdaad niet helemaal goed begrepen heb. Ik denk dat het idee van vertalen gewoon moeilijk is omdat je het niet kunt laten, maar ook nooit perfect kunt doen. Daarnaast doelde ik meer op de betekenis van het taal gebruik in relatie tot de persoonlijke achtergrond van de auteur..

    • Avatar of maartje

      maartje 2:35 pm on October 27, 2010 Permalink | Log in to Reply

      Hey Milan,
      Goed punt maak je. Ik ben het met je eens wat betreft de problematiek rond vertalen, maar ik denk inderdaad dat Spivak het iets minder extreem stelt. De vraag is echter wat je wilt bereiken. De auteur zou je kunnen onderzoeken in het kader van een vertaling, maar het gaat eigenlijk om wat je wilt weten. De essentie van een tekst, is altijd onmogelijk te achterhalen en vertalingen zijn daarmee altijd enigzins onmogelijk vanwege een gehalte van subjectiviteit. Ik vraag me inderdaad ook af of het helpt als je vervolgens de culturele en historische achtergrond erbij betrekt. Dit ligt slechts aan het doel wat je wilt bereiken. Wil je slechts vertalen, dan zou ik zeggen dat de tekst je enige bron moet zijn omdat deze hetgeen is waar je focus op ligt. Enkele andere informatie zou de tekst vertroebelen. Hoe dan ook, vertalen heeft ook te maken met macht, dingen eigen maken en bijna “afpakken”. De vraag is of dat goed is? Globalisering hoeft niet positief te zijn.
      gr.

  • Avatar of sinead

    sinead 7:55 pm on October 12, 2010 Permalink | Log in to leave a Comment
    Tags: auteur, , , , praktijk, Spivak, theorie   

    Literatuur en wetenschap 

    De spanning tussen de literatuurwetenschappelijke theorie en de dagelijkse praktijk

    Vorige week bezocht ik een lezing over Lenz van Georg Büchner . Na afloop van de lezing kwamen er vanuit het publiek met name vragen naar de bedoeling of de boodschap van de auteur. Nu had de lezing zelf een sterk biografische inslag, maar toch verbaasde het mij enorm dat er louter met betrekking tot de auteur vragen werden gesteld. Sindsdien zoek ik naar een antwoord op de vraag; ‘waarom vindt men de auteur zo belangrijk?’.
    (More …)

     
    • Avatar of nikkidekker

      nikkidekker 9:33 pm on October 12, 2010 Permalink | Log in to Reply

      Hallo Sinead,

      ik vind het heel leuk dat je dit hebt geschreven, het is een kwestie die denk ik altijd wel relevant blijft. Ik ben zelf een van die weinige academici die zelfs na drie jaar literatuurwetenschap nog steeds niet aan de dood van de auteur wil – God is dood, zoveel is zeker, maar de auteur? Nooit! Lang leve de auteur!

      De vraag: ‘waarom vindt men de auteur zo belangrijk?’ is snel beantwoord: omdat hij het werk heeft gemaakt. De literatuurwetenschapper geeft er weliswaar betekenis aan, de lezer ziet er weliswaar zichzelf in weerspiegeld, alle andere literatuur bestaat er weliswaar in relatie toe en ja, het is weliswaar opgebouwd uit een bepaalde taal die beperkingen oplegt, maar het is nog steeds gemaakt door de auteur. De auteur is misschien niet de oorsprong, maar wel de machine, degene die alle input heeft verwerkt tot een boek. En als je oog in oog komt met de machine die jouw boek heeft voortgebracht, het boek wat zoveel indruk op je heeft gemaakt, dan wil je erachter proberen te komen hoe die machine werkt. Toch?

      “De tendens om werken (auto)biografisch te lezen is niet te ontkennen”. Hoe kom je precies tot deze stelling? In het voorbeeld van Maria Mosterd kan ik het niet vinden; immers, dit boek werd impliciet gepresenteerd als memoir. Enkele zinnen van haar website: “Zes jaar later schrijft Maria dit bloedstollende verslag van haar jaren met Manou.” “Wat Maria heeft meegemaakt is schokkend; hoe ze erop terugkijkt is buitengewoon ontroerend.” Het lijkt mij toch echt een uitnodiging om het boek als autobiografie te lezen: de namen verwijzen naar echte personen, Maria kijkt terug op wat ze heeft meegemaakt… Kijk, we kunnen natuurlijk discussiëren over de zin “Ze heeft er een authentiek en onthullend verhaal over geschreven”, maar zelfs als je wilt beweren dat een “verhaal” altijd fictie is, moet je nog toegeven dat het in het geval van dit boek niet gaat om een publieke tendens om autobiografisch te lezen, maar een redactionele tendens om dramatische verhalen als autobiografisch op de markt te brengen.

      En daar is een reden voor, zoals je zelf al zegt: “het is direct verbonden aan de werkelijkheid”. Ik denk zelf dat het mensen vooral aanspreekt omdat het is als een gesprek voeren met de schrijver – ik zou zelf graag gesprekken voeren met Stephen Fry, daarom lees ik al zijn interviews en memoirs – omdat ik niet willen weten wat de verbeelding is van de mensen die ik bewonder, maar wat hun gedachten en emoties zijn. Omdat ik, wederom, wil weten hoe de machine werkt.

      Jij lijkt hier een heel andere mening over te hebben, maar die wordt nog niet expliciet in je stuk. Misschien in de reacties wel? Kun je me vertellen waarom je autonomie van literatuur een ideaal vindt, waarom je het überhaupt zou willen bereiken?

      • Avatar of sinead

        sinead 9:09 pm on October 14, 2010 Permalink | Log in to Reply

        Hé Nikki,

        je snijdt veel punten aan maar ik zou nu alleen willen ingaan op de rol van de “auteur” en mijn idee van autonomie.

        Dat er een persoon is die het werk heeft gemaakt, is zeker niet te ontkennen. Maar om dan direct autoriteit toe te schrijven aan deze persoon, daar trek ik aan de noodrem. Als je spreekt over het ontdekken hoe de machine werkt, ontwaakt in mij toch stiekem het idee dat de schrijver wel iets belangrijker is voor jou dan voor mij. Een boek lijkt voor jou toch vooral een product te zijn van een ‘machine’ (al zou ik die machine toch creatieve geest o.i.d. willen noemen wanneer je hier het zwaartepunt op legt) en jouw interesse ligt dan ook primair bij de creator. Voor mij is een boek een zelfstandig artefact, weliswaar gecreërd door een persoon maar bestaand op zichzelf en ik interesseer mij dan ook niet bijzonder in de processen die aan het boek vooraf gaan, maar ik wat er gebeurt wanneer het boek gelezen wordt. Dat is een andere benaderingswijze en dat zorgt ook voor een andere rol voor of belang van de schrijver.

        Wanneer ik van autonomie spreek, denk ik dat ik graag de literatuur los zie van haar creators, en tegelijkertijd zie ik heel goed dat dat misschien een mooi ideaal is, echt hondert procent mogelijk is het niet. Natuurlijk kijk ook ik naar welke naam er op de kaft staat en kies mede op basis daarvan of ik een boek wel of niet ga lezen. Idealiter lees je alles en let je niet op de auteursnaam, de realiteit is echter dat we nauwelijks tijd hebben om te lezen en dus een keuze moeten maken en in die keuze word je begeleid door de bekenheid van de auteur en de plaats in de canon (of juist allemaal niet, maar ook dan word je hierdoor beïnvloed).

        Het echte probleem hier is dus, dat je een mooie theorie hebt (gestoven auteur) en een dagelijkse praktijk, en dat de praktijk de theorie niet helemaal kan waarmaken. Moeten we dan de theorie opgeven? Moeten we de praktijk veranderen? Moeten we hier vrede mee hebben en fluitend onze weg vervolgen?

        • Avatar of nikkidekker

          nikkidekker 11:29 pm on October 14, 2010 Permalink | Log in to Reply

          Ik snap wat je bedoelt, maar zoals je al vreesde; ik vind de rol van de auteur inderdaad een stuk belangrijker. Agree to disagree, lijkt me.

          En ja, de verhouding tussen theorie en praktijk…dat is moeilijk. Het hangt er natuurlijk wel vanaf wat je van de theorie verwacht. Zoals ik in mijn nieuwe blog post schrijf, geloof ik dat de praktijk de theorie helemaal niet nodig heeft – maar de theorie de praktijk wel. Ik denk dat het zeker geen kwaad kan als literatuurwetenschappers reflecteren op hun theorie van de gestorven auteur vanuit het perspectief dat geen enkele leek het me ze eens is – al was het maar om een beetje uit die ivoren toren te klimmen.
          Anderzijds is het belachelijk om een literaire theorie aan te passen op wat het grote publiek, dat toch vooral voor entertainment leest, vindt.

          Maar jij werpt de leukste optie op: de praktijk veranderen! Hoe zie je dat voor je?

          • Avatar of sinead

            sinead 10:10 am on October 15, 2010 Permalink | Log in to Reply

            Wanneer je praat over praktijk, bedoel je dan de praktijk van het schrijven of de praktijk van het lezen? Wanneer je hiervan beweert dat ze de theorie niet nodig heeft, beweer je daarmee dan niet tegelijkertijd dat ze autonoom is?

            Bovendien heb ik mijn twijfels of ze wel echt zo los staat, het gros van de mensen leest waarschijnlijk niet met de invalshoeken die wij bij lw leren, maar bij het schrijven zie je toch wel geregeld het incorpereren van theorie? De kwestie die zich dan opwerpt is wie was er eerder, de kip of het ei, maar ik denk dat theorie en praktijk met elkaar in dialoog gaan en niet dat de theorie na de praktijk komt. Theorie heeft zeker de praktijk nodig, maar is ze daarom altijd secundair?

            Waar ik erg benieuwd naar ben: waarom vind je het belachelijk het grote publiek in aanraking te brengen met een literatuurwetenschappelijke theorie?

            En het veranderen van de praktijk: ik weet niet of dat een oplossing is. Ik zweef zelf tussen de drie opties die ik opperde: theorie opgeven, praktijk veranderen of accepteren dat het zo is en onveranderd doorgaan. Optie één zullen velen niet willen overwegen, optie drie is een soort van je kop in het zand steken en optie twee lijkt dus voor de meeste vooruitgang te zorgen. Is die vooruitgang echter gewenst? Is ze mogelijk? Hoe moeten we de praktijk veranderen? Moeten we niet gewoon blij zijn dat mensen überhaupt nog lezen? Of zouden de schrijvers hier dan weer een rol kunnen spelen, als leiders van het volk?

            • Avatar of nikkidekker

              nikkidekker 5:01 pm on October 26, 2010 Permalink

              Hallo Sinead,

              ik bedoel met praktijk de literatuur, en met theorie de literatuurwetenschap. Ik stel dus dat literatuur de theorie niet nodig heeft, maar literatuurwetenschap wel de praktijk om uit de putten. Dat wil natuurlijk niet zeggen dat er in de praktijk (de lees-, schrijf-, recenseer- en bespreekpraktijk) niet wordt nagedacht over de aard en mogelijkheden van literatuur, maar dat dergelijke overdenkingen niet systematisch, als discipline, worden bedreven.
              Dat ik de praktijk onafhankelijk van theorie noem, wil natuurlijk niet zeggen dat ze autonoom is. Dat is een wel erg extreem standpunt.

              Ik denk zeker dat theorie en praktijk met elkaar in dialoog gaan, maar dat de parktijk hierin primair is: simpelweg omdat er anders niets te theoriseren valt. Dit is een erg persoonlijk (en veelal ongeliefd) standpunt van mij: leven gaat voor de filosofie, lezen voor de literatuurwetenschap. Omdat we mensen zijn, en geen theoriemachines.

              Je hebt me verkeerd gelezen. Ik zei: “Anderzijds is het belachelijk om een literaire theorie aan te passen op wat het grote publiek, dat toch vooral voor entertainment leest, vindt.”

              Ik denk dat optie 3 de enige mogelijkheid is. Het is niet noodzakelijk je kop in het zand steken, maar accepteren dat literatuurwetenschap theoretisch is en als zodanig niet op gelijke voet staat met de realiteit, maar eerder met de filosofie en cultuurkritiek.

    • Avatar of Léonie

      Léonie 3:42 pm on October 13, 2010 Permalink | Log in to Reply

      Ha Nikki en Sinead,

      Ondanks het feit dat ik óók Barthes heb gelezen en de dood van de auteur voor mij zo normaal is geworden als die van God, betwijfel ook ik of de auteur nu werkelijk ‘dood’ is. Buiten de literatuurwetenschappelijke praktijk is dit nog lang niet zo: er worden genoeg debatten, lezingen en interviews georganiseerd waarin een bepaalde schrijver of auteur wordt gevraagd naar zijn/haar ‘inspiratiebronnen’, ervaringen die hebben geleid tot het schrijven van een boek of verhaal, de rol van de naaste omgeving etc…

      Nu moeten we ons afvragen of dit ook enige ‘zin’ heeft. De hermeneutiek, waarbij de interpreet het werk ‘beter moest begrijpen dan de auteur zelf” (ook een interessante benadering, want wat zegt dit over de auteur? Dat die misschien ‘een machine’ (Nikki) is die zichzelf ook niet begrijpt?) wordt bij ons duidelijk onderwezen als een verouderde benadering. Nadat God sneuvelde, ging in de jaren zestig en zeventig ook ‘de waarheid’ eraan (mede mogelijk gemaakt door de postmodernisten!).

      Het sneuvelen van ‘de waarheid’ leidt er echter toe, dat een boek geen juiste betekenis meer toegekend kan krijgen, ook niet, of misschien wel juist niet, door de auteur. Dit heeft weer tot gevolg dat er zoiets ontstaat als ‘polyinterpretabiliteit’ en dat dat zelfs de norm wordt (immers, wie gelooft in ‘de ware betekenis’ is nu ouderwets geworden). Deze polyinterpretabiliteit creëert een grote vrijheid (want minder gebondenheid) – maar bevordert zij ook de autonomie van het werk? En is dit wenselijk?

      We zouden kunnen stellen dat dit zo is, omdat de literatuur zo op meerdere manieren benaderbaar wordt. Aan de andere kant is het maar de vraag of je zo niet verzandt in een groot ‘interpretatiemoeras’ waarin niets meer prevaleert boven het andere. Tegelijkertijd blijkt dit in de praktijk nog niet zo te zijn – anders zouden schrijvers niet gevraagd worden naar hun ‘drijfveren’ om te schrijven (ik bedoel te zeggen, dat er toch nog meer autoriteit aan een schrijver wordt toegedicht dan iemand die iets over een werk zegt of stelt, dat hij niet zelf geschreven heeft).

      Met andere woorden: de autonomie van literatuur is iets dat blijkbaar alleen speelt in wetenschappelijke kringen. Zelf denk ik, dat het een houding is die meer openheid in zich heeft – die dus meerdere opties open laten om te laten zien hoe ‘de machine werkt’, en misschien ook wel betere opties kan aandragen dan wanneer we ons alleen richten op de auteur. Autonomie zou dus een grotere vrijheid tot gevolg kunnen hebben. Aan de andere kant kunnen we ons – ook weer lekker postmodern – afvragen of deze autonomie überhaupt bestaat, aangezien tussen het ontstaan, dus het schrijven, van een boek en het daadwerkelijk op de markt komen van een boek nog oneindig veel tussenstappen vergt.

      Een nieuwe vraag dus, om af te sluiten: is de autonomie van literatuur in den beginne mogelijk, of is het iets dat wij graag willen, als wetenschappers?

      • Avatar of nikkidekker

        nikkidekker 10:57 pm on October 13, 2010 Permalink | Log in to Reply

        Ik ben ervan overtuigd dat literatuur niet autonoom kan zijn. Heeft het zichzelf geschreven? Zichzelf gepubliceerd? Zichzelf gelezen? Voilá, dat is alles wat ik erover kan zeggen.

        En ik denk dat je je eigen vraag ‘is het iets dat wij graag willen, als wetenschappers’ al hebt beantwoord wanneer je zegt dat de autonomie van literatuur alleen in wetenschappelijke kringen speelt, dat ze kan leiden tot een grotere vrijheid: waarschijnlijk speelt de autonomie van literatuur alleen in wetenschappelijke kringen omdat ze kan leiden tot een grotere vrijheid.

        Ik wil hier nog wel uitwijden: ik geloof niet dat we ons ‘alleen [moeten] richten op de auteur’; allesbehalve. Van mij mag literatuurwetenschap alles aangrijpen om een interessante interpretatie/wending/theorie van een werk te maken – het enige wat ze niet moet doen, is die interpretatie/wending/theorie voorstellen als wetenschappelijk, en dus van grotere waarde dan de intentie van de auteur en de receptie van het publiek.

      • Avatar of sinead

        sinead 9:17 pm on October 14, 2010 Permalink | Log in to Reply

        Hee Léonie,

        ik denk dat je beschrijft wat ik heb geprobeerd te zeggen in andere woorden, en we eindigen op hetzelfde punt: wij hebben een theorie, maar die theorie is in de praktijk (nog) niet mogelijk of toepasbaar.

        Wat autonomie is, ik ben benieuwd wat het voor jou, maar tegelijkertijd voor alle anderen op dit forum betekent.

        Of autonomie wenselijk is, dat is een tweede punt waar ik graag over na wil denken. Voor “ons wetenschappers” is autonomie een prettig uitgangspunt want vrijheid blijheid we mogen alles onderzoeken wat we willen want het werk is een losstaand object (terwijl het tegelijkertijd daardoor misschien wel weer volledig ingebed is in alles wat je kunt bedenkent) maar blijkbaar is dat voor “andere lezers” (de hiërarchie die ik hier onbewust schep vind ik alles behalve prettig, maar ik zou niet weten hoe ik het ander moet zeggen) geen prettig idee. Blijkbaar willen mensen leiding, willen ze weten wat iets betekent en het antwoord “alles wat je kunt bedenken en begronden” is niet bevredigend. Moeten we dan maar op zoek naar de psychologische processen die daarmee te maken hebben?

    • Avatar of FlorisPieterse

      FlorisPieterse 9:07 pm on October 13, 2010 Permalink | Log in to Reply

      Hé Sinead,

      Goed essay (alhoewel de rol die Goethe en Spivak erin spelen me niet helemaal duidelijk is). Je stelt heel wat vragen die bij mij ( en alle literatuurwetenschappers waarschijnlijk) de afgelopen twee jaar behoorlijk in het achterhoofd hebben rondgespookt.

      Het meest intrigerende voor mij is eigenlijk de rol van ‘homo universalis’ die Arnon Grunberg die Arnon Grunberg in onze maatschappij heeft opgenomen. Het slaat eigenlijk helemaal nergens op (voor mij in ieder geval niet). Het hele idee dat omdat deze man een mooie roman kan schrijven hij vast en zeker over alles wel iets interessants te melden heeft vind ik gewoon een beetje belachelijk en ik ben ervan overtuigd dat het onvermogen van het algemene publiek om fictie en werkelijkheid uit elkaar te halen een belangrijke rol daarin speelt.

      Ik denk dat met de opkomst van de nieuwe media in de afgelopen eeuw de schrijver (onterecht) een veel enigmatischer en daarmee ook indrukwekkender figuur is geworden. Waar het eigenlijk allemaal op neerkomt is dat mensen veel minder lezen en daardoor is het lezen van een enkele roman opeens een veel gewichtiger iets geworden.

      Een voorbeeld: Iemand die nog nooit een roman heeft gelezen leest een roman en hij vindt het prachtig. Een kennis vertelt diegene dat hij hetzelfde boek gelezen heeft en er niets aan vond, waarop de eerste figuur in stomme verbazing antwoordt: ‘Hoe kan je zeggen dat dit een slecht boek is? Ik lees nooit boeken en ik vond het prachtig!’

      Ik denk niet dat ik de foute logica in het bovenstaande voorbeeld hoef uit te leggen en toch is het me één keer te veel gebeurd dat iemand dit (of iets soortgelijks) in alle ernst tegen me gezegd heeft. Misschien is de rol van de literatuurwetenschapper wel het bewaken van kwaliteit.

      Maar misschien is als literatuurwetenschapper mijn beeld van de leesgewoonten van het algemene publiek vreselijk vertroebeld. In zekere zin hoor ik eigenlijk niet meer tot het algemene publiek wat lezen betreft.

    • Avatar of jetvangroningen

      jetvangroningen 5:39 pm on October 14, 2010 Permalink | Log in to Reply

      Ik loop stage bij de Stichting Literaire Activiteiten Amsterdam, en daar worden regelmatig middagen/avonden georganiseerd waarbij de auteur centraal staat. Afgelopen zondag was er ‘In het hoofd van de dichter’, met ditmaal als gast K. Schippers. Voor de bijeenkomst had hij een gedicht moeten schrijven, wat hij dan zou voorlezen en samen met de presentatoren (Wim Brands en Erik Lindner) zou analyseren.
      In de programmaomschrijving staat: “Zin voor zin, woord voor woord ontrafelen zij de onderkant van het tapijt: Waar komen ideeën vandaan? Welke voorwerpen inspireren de dichters? Wat gebeurt er in het hoofd tijdens het dichten ?” Ik verwacht dat vele literatuurwetenschappers (zoals blijkt uit een deel van bovenstaande betoogjes) een dergelijke omschrijving tegen de borst zal stuiten. Want wat heeft het voor zin om een vergrootglas te houden boven de visies van de auteur?
      Aan het begin van de middag las K. Schippers een passage voor uit een gedicht dat verhaalt over ‘het voor de laatste maal slapen in dat bed’. Uit reacties bleek dat het publiek grotendeels dacht aan overlijden, laatste levensfases en leven na de dood. Schippers’ gedachtes bij het schrijven van het gedicht lagen echter bij de koele schoonheid en de opgeruimdheid die komen kijken bij het verhuizen naar een andere woonplek. Of de visie van het gedicht het gedicht meer schoonheid mee kan geven, weet ik niet. Maar ik ben wel van mening dat de auteur en zijn visie op zijn creatie niet iets is wat zomaar terzijde geschoven kan worden. En ik durf zelfs te beweren dat de visie/achtergrond van de auteur soms een diepere betekenis kan geven aan een werk. Tijdens het lezen van Cahier d’un retour au pays natal van Aime Cesaire of A Room of one’s own van Virginia Woolf heb ik mezelf telkens bezig gehouden met de vraag: wat moet ik weten van de geschiedenis (van de auteur) om dit werk te begrijpen?
      Ik vroeg mij af hoe jullie denken over dergelijke werken, die een sterke boodschap uit trachten te dragen? Is ook hier het literaire werk het beste te benaderen als autonoom zijnde?

    • Avatar of Léonie

      Léonie 5:21 pm on October 16, 2010 Permalink | Log in to Reply

      Veel stof tot nadenken hier!

      Jet: waarom denk je dat de visie en/of de achtergrond van de auteur een diepere betekenis kan geven aan het werk zelf? Het geeft zeker een betekenis, maar een zuivere closereading geeft toch óók een betekenis? Met andere woorden: hoe bepalen we welke betekenis die ergens aan gegeven wordt, “dieper” of “beter” is dan een andere? En als tweede: hoe maken we uit welk werk een sterke boodschap probeert uit te dragen? Zelf denk ik dat elk “goed” (maar wat is goed? O nee) boek een boodschap uitdraagt, of die nou duidelijk politiek voelbaar is (zoals bij Woolf en Césaire dus) of niet. Als je dit anders zou moeten bepalen, kom je toch gevaarlijk dichtbij een soort pamflet-achtige beoordeling van de “boodschap” van een boek?

      Floris: Het zou inderdaad kunnen dat schrijvers teveel autoriteit hebben gekregen. Dat iemand als Grunberg ook over politiek e.d. kan schrijven, betekent niet dat hij hier net zo goed (of slecht) in is als in het schrijven van een roman. Aan de andere kant staat het hem net zo vrij als ieder ander, en ik ben niet geneigd Grunbergs stellingen voor meer “waar” aan te nemen omdat hij Tirza of enig ander boek heeft geschreven (tenminste, dat denk ik zelf. Onbewust spele er vast heel andere dingen mee).
      Maar: wat vind je da algemener van de rol die “intellectuelen” moeten spelen in zoiets als het publieke debat? (Dit ook omdat daar bij vlagen enorme ophef over wordt gemaakt.) We zouden ook kunnen stellen, dat íemand dat toch moet doe (of, dat het fijn is als iemand dat doet) en zou een intellectueel/schrijver/etc daar misschien goed voor te lenen zijn? Of werken we dan teveel toe naar de bewuste creatie van een elite (we moeten immers Gramsci lezen voor aanstaande maandag).

      Sinead: Ik denk zeker dat “de zoektocht naar autoriteit” te maken heeft met het belangrijk of onbelangrijk maken van de auteur. Wij dichten autoriteit toe aan het werk, als wetenschappers: “andere lezers” (idem, (?)) doen dit bij de auteur. Ik denk dat dit inderdaad een makkelijker weg is en ook een logische stap – de auteur heeft het werk immers geschreven, dus “hij zal het beste weten”. Hiermee kom ik meteen bij Nikki’s punt: ja, het is wel de auteur die een boek geschreven heeft, maar waarom zou hij dan het meest of het beste uit zijn eigen boek kunnen halen? Ten tweede is het boek met al zoveel andere hulpmiddelen tot stand gekomen, dat we misschien wel kunnen betwijfelen of de auteur nog wel zo belangrijk is (en of niet de media, de uitgever of de boekwinkel het boek maken).

      Benieuwd naar het verdere verloop!

      Léonie

  • Avatar of thomasvangrol

    thomasvangrol 2:04 am on October 12, 2010 Permalink | Log in to leave a Comment
    Tags: Spivak, ,   

    “In het Woord was leven”; Spivak en ervaringen (Opdracht blok 2) 

    Taal is nodig om de wereld om ons heen te definiëren. Met taal kunnen we dingen een naam geven. Maar andersom werkt het ook: door dingen een naam te geven kunnen we verschillen zien. Om een voorbeeld te geven: Inuït hebben meerdere namen voor de fasen van jeugd van jonge zeehondjes (heb ik ooit geleerd, weet niet of het echt klopt). Nederlands heeft maar één naam voor jonge zeehondjes: Huilers. Daardoor, als wij een jong zeehondje zien, noemen wij het een huiler, terwijl de Inuït het onderscheid zien in de leeftijd van de zeehond. Zo heeft het Nederlands weer meerdere woorden voor molens, terwijl als een Inuït een molen zou zien, hij gewoon zou denken: dat is een molen.

    Nu we hebben vastgesteld dat taal zorgt dat we kunnen onderscheiden en dat talen hierin ook weer verschillen, dat de ene taal andere verschillen ziet, dan de andere taal, afhankelijk van de omstandigheden en geschiedenis, kunnen we ook stellen dat taal voor ‘ervaringen’ zorgt. Door verschillen te zien, door dingen te definiëren, een naam te geven, kunnen we ervaren. We kunnen zeggen: ‘dit vond ik fijn/onprettig’ en we kunnen er bij stil staan. In wat voor taal we dat zeggen, maakt niet uit. Zelfs al kunnen we het niet zeggen, maar alleen in onze ‘gedachtentaal’ het bedenken. Het blijft een taal.

    Spivak heeft het erover dat we andere talen en culturen (area studies) moeten leren, om teksten in context te plaatsen, om andere culturen te begrijpen, eigenlijk om te kunnen vertalen (“Death of a dscipline” 18-20). Door dit vertalen ziet ze de wereld dichter bij elkaar komen. Ze geeft het vertalen een politiek doel: wereldvrede. Ik ben het hier deels mee eens, en deels ook niet. Ik wil graag een andere (onmogelijke) mogelijkheid geven.

    Het punt waar ik het mee eens ben, is dat we andere talen moeten leren. In andere talen zijn nieuwe, andere ervaringen te leren. Doordat ze in het Swahili geen definitie/geen begrip hebben voor het woord ‘gezelligheid,’ kunnen ze het begrip ‘gezelligheid’ van ons leren (als dat wensbaar is voor ze). Zo kunnen wij zeker ook definities uit het swahili overnemen, waar wij geen woord voor hebben (ik ben niet zo thuis in het Swahili, dus ik kan geen voorbeeld noemen). Omdat we begrippen dan uitwisselen leren we nieuwe ervaringen. Opeens kunnen we iets heel nieuws begrijpen. En zo begrijpen we ook onze medemens beter. Door meer verschillen aan te geven, zijn we meer met elkaar verbonden.

    Het probleem met de vertaling, waar Spivak het over heeft, is dat in mijn oogpunt alleen de vertaler er baat bij heeft en dichter bij de ander komt. De lezer zal er weinig van merken. Om de ervaringen te kunnen beleven moet je de taal kennen. Als lezer ken je de taal niet goed genoeg, zelfs al legt de vertaler het uit. Hierdoor komt de wereld dus bijna niet dichter bij elkaar. Wereldvrede is nog ver te zoeken.

    Waar ik aan zit te denken als idee om die wereldvrede wel te behalen (sowieso, is wereldvrede wenselijk?) is, waar Spivak volgens mij van gruwelt, een globale taal. Een taal met leenwoorden uit zoveel landen, dat er voor elke ervaring een woord is. Het probleem is voornamelijk dat mensen ten eerste de taal in elkaar moeten zetten, waardoor je sprekers van alle talen nodig hebt om de meest precieze ervaringen in taal om te zetten. Ten tweede moeten mensen het dan gaan spreken. Ten derde, het belangrijkste, moeten mensen erin gaan denken. Iedereen op de wereld. Dan pas kan er echt een begrip komen voor andere culturen. En zelfs dan heb je nog grote problemen. Ik denk dus dat wereldvrede onmogelijk is.

    Om dit te verbinden aan literatuurwetenschap: Als er een globale taal zou zijn, zouden er geen vertalingen meer nodig zijn. Wij kunnen dan alles begrijpen wat er staat. Maar cultuurverschillen blijven er wel. Je moet je dan nog steeds verdiepen in een cultuur om de context te kunnen begrijpen. Als literatuurwetenschappers komen we dus geen stap verder. Ik denk dus ook niet dat het de taak is van literatuurwetenschap wereldvrede te behalen (en ook niet van iemand anders).

    Thomas van Grol

    Bron: Spivak, Gayatri. Death of a Discipline.

     
    • Avatar of milan

      milan 2:21 pm on October 14, 2010 Permalink | Log in to Reply

      Hoi Thomas,

      Leuk geschreven! Jou idee over een globale taal is interessant, maar denk ik niet de oplossing, evenmin een ideaal. Taal neemt een belangrijke plek in binnen een cultuur, zonder verschillende talen wordt een cultuur denk ik ook vager. Hoewel Cultuur vaak zorgt voor onbegrip, denk ik dat we cultuur zoveel mogelijk moeten behouden. Hoe saai zou de wereld zijn als we allemaal hetzelfde dachten en dezelfde taal spraken. Een betere oplossing voor het vertalen heb ik ook niet, maar zoals jij al zegt, wereldvrede komt er toch niet, helemaal niet door middel van het begrijpen van een tekst.

    • Avatar of thomashvv

      thomashvv 10:37 pm on October 14, 2010 Permalink | Log in to Reply

      Onlangs verscheen “Wat We Missen Kunnen”, een bundel met dertig columns ‘voor een betere toekomst’. Eén advies voor die betere toekomst was: het afschaffen van de Esperanto-taal. Daar ben ik het roerend mee eens.

      De Esperanto-taal is de bekendste lingua franca die er is, een eind 19e eeuw door de Poolse Lejzer Zamenhof ontworpen wereldtaal – met een makkelijk te leren grammatica en woordenschat (Tolstoj beweerde het in één middag geleerd te hebben). Het doel van het Esperanto was simpel: de politiek neutrale taal moest ervoor zorgen dat culturen elkaar wereldwijd zouden verstaan en dus begrijpen, en daaruit voortvloeiend zou de oorlogszucht vanzelf afnemen (en uiteindelijk een nulpunt bereiken). Esperanto zou, aldus Zamenhof (merkwaardig genoeg oogarts van beroep), uiteindelijk moeten leiden tot wereldvrede.

      Los van de vraag of dit wel wenselijk is, is deze gedachte uiterst discutabel. Neem bijvoorbeeld Zwitserland, het land met de meeste verschillende talen per vierkante meter: dat leeft al jaren in harmonie. Daartegenover staan tig volkeren die wel dezelfde taal spreken – ik noem er een paar: Hutu’s-Tutsi’s, Ieren-Ieren, Serven-Kroaten – en die elkaar tegelijkertijd het liefst de hersens in willen slaan. Dit geeft mijns inziens duidelijk aan: taalproblemen oplossen is niet automatisch hetzelfde als andere problemen oplossen. Dat is een kortzichtige gedachte. Dus mocht er ooit een lingua franca kopen, dan zijn vertalingen inderdaad niet meer nodig, maar de wapenindustrie zal nog steeds floreren – daar zal niet het kleinste beetje verandering in komen.

    • Avatar of daneshvar

      daneshvar 12:38 am on October 16, 2010 Permalink | Log in to Reply

      Thomas,
      Ik ben van mening dat taal niet alleen een belangrijke rol speelt in ons vakgebied, maar ook een cruciale rol speelt in de discoursen van het dagelijks leven. Waarheid wordt gemaakt in taal en ook tegelijkertijd gelegitimeerd. Taal kan worden gezien als een discursief aspect van een bepaalde cultuur en kan invulling geven aan de cultuur en is er dus direct mee verbonden. Het is dus ook niet gek dat vele mensen denken dat de oplossing van vele problemen in de taal gevonden kan worden. Een talige analyse kan voor veel probleemstellingen een interessante interpretatie opleveren, aangezien taal en discours naar mijn mening direct met elkaar in contact staan en elkaar constant beïnvloeden. Ik ben het wel met je eens wanneer je schrijft dat de beheersing van een taal niet het antwoord is voor onze conflicten. Dit heeft volgens mij een aantal redenen. Ten eerste is taal niet statisch en vaststaand is en verandert het constant. Hierdoor is het zo dat mensen in een bepaalde cultuur dezelfde officiële taal spreken en tegelijkertijd een compleet verschillende (jargon is hier een voorbeeld van). Dus is het onmogelijk om een cultuur te “begrijpen” door een taal ervan te leren, omdat er niet zoiets bestaat als één taal die verbonden is met één cultuur. Ten tweede is het zo dat iemand een vreemde taal niet geheel kan begrijpen, aangezien taal binnen een discours andere betekenissen kan hebben dan buiten een discours. Je geeft zelf hier een voorbeeld van: de reden waarom wij maar één woord hebben voor jonge zeehonden is te vinden in onze discours, wij hebben er namelijk geen belang bij om meerdere fases van het leven van een zeehond te benoemen, terwijl het voor een Inuit anders is. Voornamelijk door deze twee reden ben ik het met je eens wanneer je zegt dat een universele taal niet voor vrede zal zorgen, ik ben zelfs van mening dat dit niet mogelijk is.

    • Avatar of nadja

      nadja 10:45 am on October 21, 2010 Permalink | Log in to Reply

      Hoi Thomas,

      echt een heel interessant stuk! Ik denk ook niet dat wij door een gezamenlijke taal dichter bij de wereldvrede kunnen komen en dat wij elkaar dan beter zouden begrijpen.
      Ik denk echter wel dat een vertaling iemand wel dichter bij een andere cultuur kan brengen. Ik moet zeggen, dat i zelf niet zo dol op vertalingen ben en probeer zoveel mogelijk in de originele taal te lezen. Helaas kan ik ook niet alle talen die ik zou willen kunnen…een vertaling is dan natuurlijk heel handig en dat bedoel ik meer inhoudelijk. In andere culturen wordt anders over bepaalde onderwerpen nagedacht en over de onderwerpen geschreven. Als een vertaler heel dicht bij de andere cultuur staat, dan kan hij deze verschillen inhoudelijk toch naar zijn eigen taal transporteren? En dan komen wij als lezer toch ook dichter bij de andere cultuur en hebben er wel baat bij?

      Groetjes, Nadja

  • Avatar of yvonne

    yvonne 10:43 pm on October 9, 2010 Permalink | Log in to leave a Comment
    Tags: Spivak   

    Bridges of Orality: Nigerian Pidgin Poetry
    Journal article by Ezenwa-Ohaeto; World Literature Today, Vol. 69, 1995

    Vijfde link op de volgende zoekpagina:

    http://www.google.nl/search?sourceid=navclient&hl=nl&ie=UTF-8&rlz=1T4GPEA_nlNL325NL325&q=pidgin+literature

    (Een link met een omweg: wanneer ik het adres van de pagina waarop het artikel zelf staat gebruik, krijgen we een artikel over opgroeien onder Hitler…)

     
  • Avatar of yvonne

    yvonne 10:30 pm on October 9, 2010 Permalink | Log in to leave a Comment
    Tags: Spivak   

    Bridges of Orality: Nigerian Pidgin Poetry
    Journal article by Ezenwa-Ohaeto; World Literature Today, Vol. 69, 1995

    http://www.questia.com/googleScholar.qst;jsessionid=MwLW1DQ1KQwkxNxscT72RLZ6mTt7Qvd9XdJTygkJ2QKJbrsN7K9h!251780216!980194382?docId=95705872

     
  • Avatar of yvonne

    yvonne 10:22 pm on October 9, 2010 Permalink | Log in to leave a Comment
    Tags: Spivak   

    http://www.questia.com/googleScholar.qst;jsessionid=MwLW1DQ1KQwkxNxscT72RLZ6mTt7Qvd9XdJTygkJ2QKJbrsN7K9h!251780216!980194382?docId=95705872

     
  • Avatar of brittdebruyn

    brittdebruyn 8:39 pm on October 9, 2010 Permalink | Log in to leave a Comment
    Tags: , Spivak   

    What I am proposing is not a politicization of the discipline. We are in politics. I am proposing an attempt to depoliticize in order to move away from a politics of hostility, fear and half solutions.

    Citation
     
  • Avatar of Gerda

    Gerda 5:09 pm on October 9, 2010 Permalink | Log in to leave a Comment
    Tags: , , Spivak   

    http://www.nrcboeken.nl/recensie/woorden-zijn-daden

    http://www.bing.com/videos/watch/video/bush-opposes-spanish-language-anthem/6jijojx

    http://www.thedailyshow.com/watch/thu-may-4-2006/national-anthem

    De 1e link verwijst naar een boek van Judith Butler “ Who sings the Nation State?” (met een bijdrage van Gayatri Spivak) waarin ze o.a. beschrijft illegalen in de VS het volkslied in het Spaans zingen. De 2e en 3e links verwijzen naar het Amerikaanse nieuws (en een parodie daarop) over het zingen van het volkslied in het Spaans en de reactie van Bush. De reacties hierop in de media waren zeer divers.

    Dit sluit aan bij de tekst van Spivak “Death of a discipline”: de disciplines Area studies, Cultural studies en Comparative Literature moeten met elkaar verbonden worden, omdat in de huidige maatschappij de een niet zonder de ander kan. Iedere cultuur gebruikt argumenten en taal die voortkomt uit zijn of haar eigen cultuur. Om die te kunnen begrijpen moeten literatuurwetenschappers zich ook hierin verdiepen.

     
  • Avatar of simonevs

    simonevs 1:14 am on October 9, 2010 Permalink | Log in to leave a Comment
    Tags: performative, Spivak   

    This is preparation for a patient and provisional and forever deferred arrival into the performative of the other, in order not to transcode but to draw a response. … not from language to language but from body to ethical semiosis, that incessant shuttle that is a “life”. (13 Spivak)

    Citation
     
  • Avatar of Rowan

    Rowan 9:23 pm on October 8, 2010 Permalink | Log in to leave a Comment
    Tags: leren, , Spivak   

    “Of course, the literary is not a blueprint to be followed in unmediated social action. But if as teachers of literature we teach reading, literature can be our teacher as well as our object of investigation. And, since we are imprisoned in the vicious circle of our stakes in institutional power, the Magistrate’s researches in extremis can perhaps rearrange our desires. With team teaching and institutional goodwill, we can continue to supplement Area Studies with this lesson in view. Our own undecidable meaning is in the irreducible figure that stands in for the eyes of the other. This is the effortful task: to displace the fear of our faceless students, behind whom are the eyes of the global others.”

    Spivak, Chapter 1 Crossing Border. p. 23.
     
c
compose new post
j
next post/next comment
k
previous post/previous comment
r
reply
e
edit
o
show/hide comments
t
go to top
l
go to login
h
show/hide help
esc
cancel